Eva-Maria Westbroek en musici van het RCO: Kleyne Lider
Eva-Maria Westbroek sopraan
Helene Schneiderman mezzosopraan
Motti Kastón bariton
Eytan Pessen piano
Musici van het Koninklijk Concertgebouworkest:
Judith Blauw hobo
Miriam Pastor Burgos althobo
Ursula Schoch viool
Junko Naito viool
Jeroen Quint altviool
Joris van den Berg cello
Georgina Poad contrabas
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.15 uur
Alle bewerkingen zijn gemaakt door Eytan Pessen, tenzij anders vermeld.
Kleyne Lider
Vladimir Heifetz 1893-1970 (muziek),
Joseph Rolnick 1879-1955 (tekst)
Zun in Mayrev (De zon in het Westen)
traditioneel
Vos toyg mir der sheyner vayngortn? (Wat voor nut heeft de mooiste wijngaard voor mij?)
A maise (Een verhaaltje) (bewerking Lionel Ziblat)
Yome Yome (bewerking Lionel Ziblat)
traditioneel,
Abraham Reyzen 1876-1953 (tekst)
Mai-Ko-Mashmo-Lon (Monoloog van een Talmoed-student)
Mordechai Gebirtig 1877-1942
Kleyner yosem (Klein weesje)
traditioneel
Schlof, mayn feygele (Slaap, mijn kleintje)
Dovid Beyglman 1897-1944 (muziek),
Isaiah Shpigl 1906-1990 (tekst)
Makh tsu di eygelekh (Doe je ogen dicht)
Alexander Olshanetsky 1892-1946 (muziek),
Moshe Oyser 1906-1958 (tekst)
Unter beymer (Onder bomen)
Mordechai Gebirtig
Shlof shoyn main kind (Slaap zoet mijn kind)
Yankele (Slaapliedje)
traditioneel
Durme, durme (Slaap, slaap)
Abraham Goldfaden 1840-1908
Rozhinkas mit mandeln (Rozijnen met amandelen)
traditioneel
Noches noches (Nachten nachten)
traditioneel,
Abraham Kaplan 1890-1924 (tekst)
Regendl (Regentje)
pauze
traditioneel
La vida do por el raquí (Ik geef mijn leven voor raki) (bewerking Lionel Ziblat)
Yo m’enamori d’un aire (Ik werd verliefd op een bries) (bewerking Lionel Ziblat)
Havlo con coraje (Ik spreek met moed)
Era escuro (Het was donker)
Como la rosa en la guerta (Als de roos in de tuin)
traditioneel,
Isaac Levy 1919-1977 (tekst)
Adio, querida (Vaarwel, geliefde)
traditioneel
Una noche al lunar (Een maanbeschenen nacht)
traditioneel,
Isaac Levy (tekst)
Apre tu puerta serrada (Open je gesloten deur)
Aliza Greenblatt 1888-1975
Fisherlid (Visserslied)
Platon Bounoff 1859-1924 (muziek),
Chaim Nachman Bialik 1873-1934 (tekst)
Unter di grinike beymelekh (Onder de kleine groene boompjes)
Benzion Witler 1907-1961
Varshe (Warschau)
Vladimir Heifetz (muziek),
Joseph Rolnick (tekst)
Zun in Mayrev (De zon in het Westen) (bewerking Lionel Ziblat)
Toelichting
Jiddische en Ladino
Kleyne lider
Door Rahul Gandolahage
Ongeveer gelijktijdig met de uitbreiding van het Romeinse Rijk verspreidden ook de Joden zich over Europa. Op het Iberisch schiereiland, bijvoorbeeld, vestigden zich de voorouders van de Sefardische Joden.
Via het oud-Latijn en het Arabisch ontwikkelden zij vanaf de christelijke periode het Ladino: een mix van een oude vorm van Romaans Spaans en Hebreeuws. Aan de andere kant van Europa, vooral in het huidige Duitsland rond de Rijn, vestigden zich de voorouders van de Asjkenazische Joden. Ook zij ontwikkelden een eigen taal, hier uit een mix van Germaans (Hoog-Duits), Slavisch, Aramees en Hebreeuws: het Jiddisch.
Joodse muziek heeft meestal in religieuze context geklonken, als begeleiding van de liturgie, maar ook bij feesten, rituelen en religieuze activiteiten binnen het gezin. Toch ontstonden in de Middeleeuwen al duidelijk niet-religieuze genres, zoals de Jiddische eren met wereldlijke ’s die vanavond klinken. Liederen die vaak jarenlang (zo niet eeuwenlang) mondeling werden overgeleverd. Liederen die zich niet lieten tegenhouden door nationale of linguïstische grenzen.
Het Jiddische liedgenre
Een van de oudste verzamelingen van Jiddische liederen die we nu nog hebben, is het veertiende-eeuwse Shmuel Buch (‘Boek van Samuel’): een epos van grofweg 1800 rijmende stanza’s, vertellingen van verhalen, dat populair bleef tot het begin van de achttiende eeuw.
De oudste collectie wereldlijke Jiddische liederen stamt uit het eind van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw; vijfenveertig humoristische en liefdesgedichten werden in Worms verzameld door Eisik Wallisch.
Een groot deel van de door Wallisch verzamelde liederen is identiek aan eigentijdse Duitse liederen. Pas vanaf halverwege de achttiende eeuw resten ons meer regelmatige documentaties van het Jiddische lied. Als gevolg van de Hashkalah (de ‘Joodse verlichting’), waarin veel Joden zich geleidelijk meer aanpasten aan de cultuur van de omgeving, verliest het Jiddisch aan populariteit onder de hoger opgeleide Joden.
Tegenover het edele Hebreeuws verwordt het Jiddisch tot een ‘taal van de markt’ en een ‘taal voor de vrouwen’. Om de lager opgeleiden toch te bereiken, worden simpele educatieve boekjes in het Jiddisch gedrukt.
Het populairst waren de Jiddische vertalingen van (bijbelse) poëtische verzen, die gezongen dienden te worden op ën ‘populair in Israël’. Van deze melodieën weten we – evenals van de meeste andere schriftelijk overgeleverde gedichten van vóór de Hashkalah – helaas niets meer.
Wereldse liederen
In de negentiende eeuw is het niet het Duitse taalgebied, maar Oost-Europa waar het Jiddisch het weelderigst bloeit. Uit een nieuwe vorm van conservatisme, en uit angst om Hebreeuws als volkstaal met alledaagsheid te bezoedelen, ontstaan Jiddische bundels met ’s uit het dagelijks leven. Werk-, dans-, kinder- en slaapliedjes bijvoorbeeld.
Deze wereldse liederen, zowel anoniem overgeleverd als door bij naam bekende componisten geschreven in ‘volkse stijl’, werden door uitgevers gepresenteerd als puur en authentiek Jiddisch.
In de loop van de tijd ontstond vanuit deze bundels vanzelf een nieuw populair volksrepertoire, waarin ‘oude’ en ‘nieuwe’ liederen vooral in Oost-Europa door elkaar bestonden. Geschat wordt dat in 1939 nog zo’n tien tot twaalf miljoen Joden Jiddisch spraken. Waarschijnlijk sprak 85% van de in de Holocaust omgekomen Joden de taal.
Toch zijn dichters en componisten doorgegaan met het uitbreiden van het genre. Veel van de dichters en componisten die vanavond op het programma staan hebben destijds een veilig thuis gevonden in de Verenigde Staten.
Ritme
Neem alle bovengenoemde redenen, tel daar de vele Joodse verhuizingen en migraties bij op, en het wordt aannemelijk dat het aanwijzen van afgebakende karakteristieken van een ‘typisch’ Jiddisch of Ladino lied (op de taal na) schier onmogelijk is.
Velen deden een poging, met langslepende discussies tot gevolg. Wel kun je volgens cultureel musicoloog Philip Bohlman zeggen dat de melodie in Joodse muziek haast altijd in dienst staat van de tekst, ondersteunend en versterkend. Zo zou bijvoorbeeld altijd een sterke wederzijdse invloed te horen zijn tussen het van de tekst en het ritme van de melodie.
Over een eventuele instrumentale begeleiding van de tekst is vaak weinig bekend (of er bestaat een veelvoud aan verschillende versies). Vanavond is de muziek grotendeels een resultaat van de kennis en kunde van pianist Eytan Pessen.
En Eva-Maria Westbroek? Zij haalt het programma – waarvan ze zelf het Jiddische gedeelte grotendeels op zich neemt – met liefde naar Amsterdam. Het Jiddische en Ladino repertoire heeft volgens haar namelijk ‘heel veel lagen muzikale diepgang, die onmiddellijk een snaar raken.’ Het bevat dan wel ‘een hoop lijden, maar toch ook een hele typische humor.’
Met alle prachtige liederen in het achterhoofd, cirkelt de avond voor haar vooral m het lied Unter beymer (‘Onder bomen’), vanavond gezongen door bariton Motti Kastón. ‘Dat is een van de mooiste stukken muziek die ik ken. Ik speel het af voor iedereen die bij me op visite komt, en of ze nou van klassieke muziek houden of niet: er vloeien steevast tranen.’
Biografie
Helene Schneiderman, mezzosopraan
Helene Schneiderman uit Flemington, New Jersey, begon haar zangstudie aan het Westminster Choir College in Princeton. Na voltooiing van haar masterstudie aan het muziekcollege van de University of Cincinnati sloot ze zich aan bij het -ensemble van Heidelberg. Sinds 1984 is ze soliste bij het Staatstheater Stuttgart.
Tot haar meest succesvolle rollen aldaar behoren Ottavia in Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea en de titelrollen van Bizets Carmen en Händels Giulio Cesare. In 1998 werd ze benoemd tot Kammersängerin van de stad Stuttgart.
Ze stond op de belangrijkste podia wereldwijd. Zo debuteerde ze tijdens de Salzburger Festspiele als Zweite Dame in Mozarts Die Zauberflöte en keerde ze er terug met een bejubelde Marcellina in Le nozze di Figaro. Bij de Royal Opera vertolkte ze Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro en Dorabella in Così fan tutte.
Helene Schneiderman treedt ook wereldwijd op met concertrepertoire en in oratoria en recitals, zoals in 1989 op het Beethoven Festival in Bonn, toen ze Bernsteins s and s zong in bijzijn van de componist.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Motti Kastón, bariton
Motti Kastón, geboren in Tel Aviv, studeerde aan de Jerusalem Academy en aan de Manhattan School of Music in New York. James Levine selecteerde hem voor het Young Artists Development Program van de Metropolitan ; na een opleiding van drie jaar werd hij aangenomen als solist.
Vanaf 1991 bouwde hij als ensemblelid bij de Staatsoper Stuttgart een breed repertoire op van rollen in opera’s van bijvoorbeeld Verdi (Rodrigo in Don Carlos, Germont in La traviata, Ford in Falstaff), Wagner (Wolfram in Tannhäuser, Donner in Das Rheingold), Rossini (Figaro in Il barbiere di Siviglia) en Monteverdi (Ottone in L’incoronazione di Poppea).
In juli 2006 werd hij benoemd tot Kammersänger. Gastoptredens brachten hem naar de Semperoper Dresden, de Opéra Comique in Parijs, de Alte Oper in Frankfurt en de Komische Oper Berlin. Motti Kastón gaf s en concerten op vele podia wereldwijd.
In januari 2014 werkte Motti Kastón samen met Helene Schneiderman en pianist Götz Payer in een programma met onder meer Jiddische en sefardische eren.
Eytan Pessen, piano
Eytan Pessen is een Duits-Israëlische pianist en muziekpedagoog. Hij studeerde aan de universiteit van Tel Aviv, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en aan de Juilliard School of Music in New York. Als zangerscoach begon hij bij het Young Artists Development Program van de Metropolitan .
Van 1991 tot 2006 was hij casting director aan de Oper Stuttgart. Als artistiek adviseur van het festival RUHR.2010 werkte hij nauw samen met componist Hans Werner Henze. Van 2010 tot 2013 was hij artistiek directeur van de Semperoper Dresden, waar hij onder meer vorm gaf aan een minifestival in het Wagnerjaar 2013.
Zijn carrière als pianist, coach en kamermusicus bracht hem voorts onder meer naar de Berliner Philharmonie, Wigmore Hall in Londen en het Staatstheater Darmstadt. Momenteel werkt hij aan de -academie van de Poolse Nationale Opera in Warschau en geeft hij les in onder meer München, Frankfurt en Zürich.
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Eva-Maria Westbroek studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en onder haar docenten waren James McCray en Iris Adami Corradetti. Nog voor haar afstuderen, in 1994, debuteerde ze in Poulencs Dialogues des Carmélites op het Aldeburgh Festival. Van 2001 tot 2006 maakte de sopraan deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper Stuttgart, waar ze de titel Kammersängerin kreeg.
In 2006 debuteerde ze in de Verenigde Staten, met een optreden bij het Chicago Symphony Orchestra. Het debuut van Eva-Maria Westbroek bij De Nederlandse , in Sjostakovitsj’ Lady Macbeth van Mtsensk met het Koninklijk Concertgebouworkest in juni 2006, werd op dvd uitgebracht, en haar titelrol werd door de VSCD uitgeroepen tot ‘meest indrukwekkende individuele prestatie’.
Eva-Maria Westbroek wordt uitgenodigd door van tal van grote huizen, waaronder het Londense Royal Opera House Covent Garden, La Scala in Milaan, de Bayerische Staatsoper in München, de Opéra National de Paris, de Wiener Staatsoper, de Deutsche Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Metropolitan Opera in New York. Ook trad ze op op de Bayreuther Festspiele en het festival van Aix-en-Provence.
De laatste keer dat Eva-Maria Westbroek in Het Concertgebouw te beluisteren was, was in juni 2019 in de Veertiende symfonie van Sjostakovitsj met Amsterdam Sinfonietta en bas Mikhail Petrenko.




