Eva-Maria Westbroek en Mariss Jansons bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest 
Mariss Jansons dirigent
Eva-Maria Westbroek sopraan

pauze 14.50 uur
einde 16.20 uur

Dit concert maakt deel uit van de series B en Z.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Zesde symfonie in b kl.t., op. 54 (1939)
Largo – Moderato
Allegro
Presto

pauze

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Zing niet, 0 schoonheid, in mijn bijzijn
(Ne poj, krasavitsa, pri mnje), op. 4 nr. 4 (1893)
uit 6 liederen, orkestratie Leonidas Leonardi als ‘Chanson géorgienne’

Wat een geluk (Kakoje stsjast’je), op. 34
nr. 12 (1912) uit 14 liederen, orkestratie Vladimir Jurowski

Lentewateren (Vesennije vody), op. 14
nr. 11 (1896) uit 12 liederen, bewerking Theo Verbey
alle bovenstaande liederen worden voor het eerst uitgevoerd door het Koninklijk Concert­gebouworkest

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Panorama
Wals
uit suite ‘De schone slaapster’, op. 66a (1890)

Briefscène
uit ‘Jevgeni Onjegin’ (1881)

Franz Liszt 1811-1886

Les préludes (1849-55)
symfonisch gedicht nr. 3, naar A. de Lammartine

Toelichting

1939

Sjostakovitsj: Zesde symfonie

tekst: Aad van der Ven

In zijn monografie over Dmitri Sjostakovitsj onthult Krzysztof Meyer dat de grote componist zowel de Sovjetautoriteiten als zijn publiek wel eens bewust om de tuin leidde. Dit was bijvoorbeeld het geval na zijn zeer succesvolle Vijfde symfonie.

De door musici en publiek op handen gedragen toondichter schreef toen dat hij de tijd rijp achtte voor een omvangrijke compositie voor koor en orkest om daarmee Lenin te eren. Hij hield het idee warm door zich herhaaldelijk uit te laten over de realisering van zijn plan (‘Het is een ongelofelijk zware taak de gigantische persoonlijkheid van deze leider gestalte te geven’).

"Later kwam hij dan tevoorschijn met iets totaal anders"

Maar dit was, aldus Meyer, de manier waarop Sjostakovitsj vaker zijn ware bedoelingen verborg en tijd probeerde te winnen. Later kwam hij dan tevoorschijn met iets totaal anders. Dat op zijn Zesde symfonie in b klein nogal onwennig werd gereageerd is dan ook begrijpelijk.

Het eerste deel is een zeer omvangrijk Largo, rustig en allerminst een dramatisch statement zoals men van Sjostakovitsj verwachtte. De Britse muziekpublicist Robert Layton vergelijkt het met ‘een donkere planeet die zo langzaam om zijn as draait dat hij helemaal niet lijkt te bewegen’. Daarop volgt een vluchtig, jolig , met de es-klarinet (een favoriet instrument van de componist) in een hoofdrol. Tot besluit een in galop, dat de amusementsmuziek in herinnering brengt die Sjostakovitsj vooral in zijn vroege jaren voor allerlei gelegenheden heeft gecomponeerd.

Van Lenin geen spoor. En dat is zo gebleven.

1893, 1912 en 1896

Rachmaninoff: Liederen

Hoewel ze binnen slechts vijfentwintig jaar zijn ontstaan tonen de ruim zeventig eren van Serge Rachmaninoff zijn muzikale ontwikkeling. Nog duidelijker misschien dan de talrijke pianowerken die eerder met zijn naam worden geassocieerd.

"Later in zijn car­rière zou het aandeel van de piano in Rachmaninoffs liederen belangrijker worden"

De eerste ­liederen, 4, voltooide hij toen hij twintig was. Hij had toen al een pianoconcert en een paar solowerken voor piano op zijn naam staan. Ne poj, krasavitsa, pri mnje (Zing niet, o schoonheid, in mijn bijzijn) op een tekst van Aleksandr Poesjkin (1799-1837) maakt deel uit van die eerste bundel romances (in Rusland de gebruikelijke benaming van dit genre).

De extatische vocale partij en de vrij bescheiden begeleiding – hier van de piano naar het orkest vertaald – glijden in een vloeiende beweging voort. Later in zijn car­rière zou het aandeel van de piano in Rachmaninoffs eren belangrijker en virtuozer worden. Opmerkelijk in dit – volgens de zangtekst – ‘Georgische’ lied is de exotische kleur van de ën. 

Bijna twintig jaar later schreef Rachmaninoff Kakoje ststjast’je (Wat een geluk) op een tekst van Afanasi Fet (1820-1892). Het is een vurig liefdeslied, waarvan de exuberante pianopartij – georkestreerd door Vladimir Mikhailovitsj Jurowski (1915-1972), de grootvader van Vladimir Jurowski – weer onderstreept dat de componist zijn favoriete instrument niet graag in een ondergeschikte rol zag.

Dit laatste is evenzeer duidelijk in Vesennije (Lentewateren) uit 1896 (tekst Fjodor Tjoettsjev, 1803-1873), dat door de Nederlandse componist Theo Verbey (1959) van een orkestraal gewaad werd voorzien. De vocaliste vertolkt hier de extase die kan ontstaan wanneer de natuur bij de eerste tekenen van de lente weer tot leven komt.

1890

Tsjaikovski: Panorama en wals

Wat zou de danskunst van de , met haar zwevende perfectie, zijn geweest zonder Pjotr Iljitsj Tsjaikovski? Toch werd de schepper van de beroemdste ballet­muziek aller tijden, in eigen kring nogal bekritiseerd. ‘Te symfonisch’ was een van de klachten die na de première van Het zwanenmeer (1877), het eerste van zijn drie balletten, te horen waren.

"De schone slaapster staat als evocatie van een smetteloze droomwereld op eenzame hoogte"

De componist zou door het karakter van zijn muziek te veel aandacht opeisen, ten nadele van de dans. Die klacht wordt niet meer gehoord. Wel zijn alle drie de partituren, in elk geval delen daaruit, een eigen leven gaan leiden in de concertzaal. De schone slaapster, ofwel Doornroosje, biedt noch de dramatiek van Het zwanenmeer, noch de speelsheid van De notenkraker, maar staat als evocatie van een smetteloze droomwereld op eenzame hoogte.

Het deel uit het tweede bedrijf dat de titel Panorama draagt, verbeeldt de boottocht die de prins maakt, rimpels tekenend in een glanzend wateroppervlak met aan weerszijden een betoverd bos. Doel van de tocht is een kasteel waarin zich een prinses bevindt die door hem zal worden wakker gekust.

De , het bekendste deel, brengt ons terug naar de aanvankelijke onbezorgdheid van het eerste bedrijf, waarin tijdens haar doopfeest de kleine prinses het slachtoffer wordt van een vervloeking door een slechte fee en in een diepe slaap zal vallen.

1881

Tsjaikovski: Briefscène

Jevgeni Onjegin is de door Tsjaikovski overgenomen titel van de bekende roman in verzen van Aleksandr Poesjkin, waarop de componist zijn bekendste baseerde.

Toch was het niet de trotse, cynische jongeman die deze naam draagt voor wie hij zich het meest interesseerde.

"In de briefscène brengt Tatjana haar prille liefde onder woorden voor iemand die haar korte tijd later zal afwijzen"

Tsjaikovski werd vooral geraakt door Tatjana, toonbeeld van onschuld en zuiverheid. In de welbekende briefscène brengt zij haar prille liefde onder woorden voor iemand die haar korte tijd later zal afwijzen. Deze episode nam de componist als uitgangspunt voor een van de meest ontwapenende vrouwenportretten van het ­repertoire.

Tsjaikovski zelf vermeed in dit geval overigens de term opera. De ondertitel luidt ‘e scènes’, waarmee de intimiteit van het werk wordt benadrukt.

1849-55

Liszt: Les préludes

De titel Les préludes (De voorspelen) die Franz Liszt koos voor wat het bekendste van zijn symfonische gedichten zou worden is misleidend. Alles in deze pakkende, sterk dramatische muziek komt meteen ter zake.

Liszt refereerde slechts aan een gedicht met dezelfde titel van Alphonse de Lamartine (1790-1869), in zijn tijd een bekende Franse literator.

"Zoals de meeste symfonische gedichten is Les préludes een eendelig werk, sterk samenhangend en suggestief van karakter"

De muziek heeft met de inhoud daarvan weinig of niets van doen. Wat niet wegneemt dat de literatuur in het algemeen de creativiteit van Liszt sterk wist te prikkelen, zodat hij zich ontwikkelde tot de vader van het genre dat we het symfonisch gedicht noemen.

Sommige latere componisten zouden deze vorm gebruiken om concrete personages, natuurtaferelen of gebeurtenissen uit te beelden, maar Liszt concentreerde zich op niet nader gedefinieerde emoties. Zoals de meeste symfonische gedichten is Les préludes een eendelig werk, sterk samenhangend en suggestief van karakter.

Na twee zachte -noten ontplooit zich in de strijkers een , achtereenvolgens dalend en stijgend, waaraan veel materiaal in deze ontleend is. Dat Liszt in Weimar, waar hij lange tijd verbleef, als een voortreffelijk orkest ter beschikking stond heeft hij dankbaar aangegrepen door voor dit werk het onderste uit de kan te halen.

Biografie

Eva-Maria Westbroek, sopraan

Eva-Maria Westbroek studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en onder haar docenten waren James McCray en Iris Adami Corradetti. Nog voor haar afstuderen, in 1994, debuteerde ze in Poulencs Dialogues des Carmélites op het Aldeburgh Festival. Van 2001 tot 2006 maakte de sopraan deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper Stuttgart, waar ze de titel Kammersängerin kreeg.

In 2006 debuteerde ze in de ­Verenigde Staten, met een optreden bij het Chicago Symphony Orchestra. Het debuut van Eva-Maria Westbroek bij De Nederlandse , in SjostakovitsjLady Macbeth van Mtsensk met het Koninklijk Concertgebouworkest in juni 2006, werd op dvd uitgebracht, en haar titelrol werd door de VSCD uitgeroepen tot ‘meest indrukwekkende individuele prestatie’.

Eva-Maria Westbroek wordt uitgenodigd door van tal van grote huizen, waaronder het Londense Royal Opera House Covent Garden, La Scala in Milaan, de Bayerische Staatsoper in München, de Opéra National de Paris, de Wiener Staatsoper, de Deutsche Oper Berlin, De Munt in Brussel en de Metropolitan Opera in New York. Ook trad ze op op de Bayreuther Festspiele en het festival van Aix-en-Provence.

De laatste keer dat Eva-Maria Westbroek in Het Concertgebouw te beluisteren was, was in juni 2019 in de Veertiende symfonie van Sjostakovitsj met Amsterdam Sinfonietta en bas Mikhail Petrenko.

Mariss Jansons, dirigent

Mariss Jansons was een van de meest vooraanstaande en ter wereld. Tussen 2004 en 2015 was hij chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Na zijn afscheid benoemde het orkest hem tot conductor emeritus. Jansons studeerde viool en directie in Sint-Petersburg en deed vervolgstudies in Wenen en Salzburg bij Hans Swarovsky en Herbert von Karajan. In 1973 werd hij assistent van Jevgeni Mravinski bij het orkest van Sint-Petersburg, waar ook zijn vader Arvids Jansons dirigent was.

Van 1979 tot 2000 was hij chef- van het Oslo Filharmonisch Orkest, dat onder hem groot internationaal aanzien verwierf. Van 1997 tot 2004 stond Mariss Jansons aan het roer van het Pittsburgh Symphony Orchestra en vanaf 2003 was hij chef-dirigent van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Als gastdirigent bij orkesten als de Berliner en Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra en de grote orkesten van de Verenigde Staten gaf hij wereldwijd vele concerten.

Na zijn vertrek als chef van het Concertgebouworkest keerde Mariss Jansons regelmatig terug als gastdirigent. Na de bejubelde productie van Tsjaikovski’s Pique dame bij De Nationale in juni en juli 2016 leidde hij het orkest in september in MahlerZevende symfonie. In 2017 stonden werken van Sjostakovitsj, Rachmaninoff, Tsjaikovski en Liszt op het programma.

Mariss Jansons overleed op 1 december 2019.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest