Essentials: Schuberts Onvoltooide door het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Hengelbrock dirigent
Essentials 21.00 uur
Entrée Café 22.15 uur
Inleiding
Voorafgaand aan het concert wordt in de Pleinfoyer een musicus uit het Koninklijk Concertgebouworkest geïnterviewd over de gespeelde werken. Deze inleiding is alleen toegankelijk voor Entréeleden.
Entrée café
Na afloop kan er worden nagepraat onder het genot van een funky jazztrio in de entreehal van Het Concertgebouw. Bij de bar van Het Concertgebouw Café wordt Moscow Mule en Gin Tonic geschonken. Het Entrée Café is voor iedereen toegankelijk.
TOM Talk
Thomas Vanderveken tackelt de essentials
Felix Mendelssohn 1809-1847
Ouverture, Nocturne en Scherzo
uit ‘Ein Sommernachtstraum’, op. 21 en 61 (1826 en 1842)
Franz Schubert 1797-1828
Achtste symfonie in b kl.t., D 759 (1822) ‘Onvoltooide’
Allegro moderato
Andante con moto
er is geen pauze
einde van het concert ca. 22.00 uur
Toelichting
Felix Mendelssohn 1809-1847
Ein Sommernachtstraum
tekst: Aad van der Ven
Vermoedelijk is de oude Berlijnse muziekdocent en knorrepot Carl Zelter de enige die ooit iets negatiefs heeft gezegd over Felix Mendelssohns ouverture Ein Sommernachtstraum. In 1827 bekritiseerde de 68-jarige componist en leraar zijn zeventienjarige collega omdat de laatste de ‘architectonische principes’ zou hebben verraden.
De jonge Mendelssohn had immers muziek geschreven die de sfeer en de personages van een toneelstuk weergeeft, programmamuziek met andere woorden. Zo had deze leraar en verdediger van de muziek als autonome kunst zijn pupil niet opgevoed. In een brief aan vader Abraham Mendelssohn vergeleek Zelter het ‘Sommernachtsstück’ met een zwerm muggen, even vluchtig en van even korte duur. Ondanks deze typering komt men nog steeds woorden te kort om deze prestatie van het jonge genie te prijzen.
De aankomende componist had een aantal toneelstukken van Shakespeare leren kennen via de destijds zeer populaire Duitse vertaling van Ludwig Tieck en August Wilhelm Schlegel. Natuurlijk was het vooral A Midsummer Night’s Dream dat hem bijzonder aansprak. Wie een drang voelt om met klanken een fantasiewereld op te roepen kan zich niet onttrekken aan dit stuk met zijn sprookjesachtige, vaak ook humoristische taferelen, afwisselend verheven en alledaags, met personages die een magische transformatie ondergaan.
Vijftien jaar later ontving Mendelssohn het verzoek de ouverture met aanvullende muziek zodanig te combineren dat deze voor een toneelproductie kon worden gebruikt. Ein Sommernachtstraum diende te worden opgevoerd in Berlijn en Potsdam.
De die uiteindelijk ontstond bevat behalve de ouverture een aantal tussenspelen, en, dansmuziekjes en jachtfanfares, terwijl ook enkele koorepisodes daarin een plaats kregen. Enkele instrumentale delen zijn geregeld in de concertzaal te horen.
In de Ouverture wordt de luisteraar met vier ‘magische’ en () het rijk van Oberon en Titania, koning en koningin van de elfen, binnengeleid. Ritselende violen roepen het beeld op van een mysterieus bos. Dit is de habitat van de personages die hier optreden, met uitzondering van de daar verzeild geraakte ambachtslieden die hier een komische rol vervullen.
Dat één van hen zijn hoofd in de kop van een ezel ziet veranderen wordt duidelijk wanneer de strijkers een nadrukkelijk ‘ijáa’ laten horen. In de vinden de betoverde geliefden rust. De , het instrument bij uitstek dat met woudromantiek wordt geassocieerd, neemt hier het initiatief. Het kan niet anders dan een typering van Puck zijn, de spring-in-het-veld die overal opduikt waar magische handelingen worden verlangd. Dan is ook Mendelssohn, scherzo-componist bij uitstek, op zijn best.
Franz Schubert 1797-1828
achtste symfonie
tekst: Frits de Haen
Tijdens dit concert gaat het onbekende Stabat mater naadloos over in een van Schuberts populairste werken, de ‘Onvoltooide’. Een mijlpaal in Schuberts symfonische oeuvre, want na zijn eerdere symfonieën betrad hij hier een nieuw terrein. De eerste zes symfonieën schreef hij tussen oktober 1813 en februari 1818, dus in nog geen vier en een half jaar. Daarna volgde een periode van schetsen (onder andere voor een onvoltooide Zevende) en vervolgens pas in oktober 1822, dus weer vier en een half jaar later, deze Achtste.
Net als in het ‘onvolledige’ Stabat mater week Schubert ook hier af van het gebruikelijke aantal delen. In plaats van drie of vier beschikken we slechts over twee delen die hij voltooide. Toch schetste hij aan een derde (-)deel maar om een of andere reden legde hij deze schetsen terzijde. Was het omdat hij er niet tevreden over was? Omdat hij vastliep in het feit dat de twee delen beide in driedelige stonden – het op die plaats gebruikelijke scherzo zou weer driedelig moeten zijn? Waren het zijn gezondheidsproblemen die roet in het eten gooiden? Werd hij te veel in beslag genomen door het werk aan composities als de Wandererfantasie? Of zijn er manuscripten verloren gegaan?
Er is wel geopperd dat Schubert als finale muziek had willen gebruiken die uiteindelijk als Entr’acte in Rosamunde terechtkwam. In ieder geval raakte de symfonie in vergetelheid totdat in 1860 Schuberts vriend Josef Hüttenbrenner de aandacht erop vestigde van Johann von Herbeck, van de Gesellschaft der Musikfreunde. Hüttenbrenner roemde de ‘b klein-symfonie, die we gelijk kunnen stellen aan de grote in C, zijn instrumentale zwanenzang, en aan welke van Beethoven ook maar’.
Toch beleefde de symfonie haar première niet eerder dan in 1865 en werd zij pas twee jaar later gepubliceerd. Het was de muziekcriticus Eduard Hanslick die bij de eerste uitvoering van deze ‘Schubertse Novität’ schreef: ‘Als na een paar inleidende maten klarinet en hobo eenstemmig hun zoete gezang aanheffen boven het rustige gemurmel van de violen, dan herkent elk kind de componist, en de halfonderdrukte uitroep “Schubert” zoemt fluisterend door de zaal. Hij is nog nauwelijks binnen maar het is alsof je de man herkent aan zijn tred, aan zijn manier om de deur te openen.’
Biografie
Thomas Hengelbrock, dirigent
Thomas Hengelbrock is chef associé van het Orchestre de Paris. Van 2011 tot 2018 was hij chef- van het NDR Elbphilharmonie Orchester, waarmee hij in januari 2017 de Elbphilharmonie van Hamburg opende. Thomas Hengelbrocks repertoire reikt van de zeventiende eeuw tot heden. Als assistent van Antal Doráti, Witold Lutosławski en Mauricio Kagel zou hij al vroeg een grote affiniteit met hedendaagse muziek ontwikkelen. Een belangrijke stimulans voor zijn rol binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk was Nikolaus Harnoncourts Concentus Musicus Wien, waarin hij violist was.
Later speelde Thomas Hengelbrock zelf een grote rol in de verspreiding van het gebruik van historische instrumenten in het Duitse concertleven, met name sinds de oprichting van het Balthasar-Neumann-Chor in 1991 en het Balthasar-Neumann-Ensemble in 1995. De stond tevens aan het roer van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen (1995-1998), het Feldkirch Festival (2000-2006) en de Volksoper Wien (2000-2003). Hij is een graag geziene gastdirigent bij orkesten en huizen over de hele wereld.
In 2011 maakte hij zijn debuut op de Bayreuther Festspiele met Wagners Tannhäuser. In 2016 ontving Thomas Hengelbrock de Herbert von Karajan Musikpreis. Zijn debuut bij het Concertgebouworkest was in 2014 met werken van Haydn en Schumann. Zowel in 2017 als in 2018 dirigeerde Thomas Hengelbrock de Opening Night van het orkest. In maart 2019 kwam hij terug met werken van Schubert en Wennäkoski, in oktober 2019 leidde hij het orkest in werken van Purcell, Händel en Haydn.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

