Essentials: Brahms en het Concertgebouworkest

Essentials 21.00 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Iván Fischer dirigent

TOM Talk

Thomas Vanderveken tackelt de Essentials

Johannes Brahms (1893-1897)

Eerste symfonie in c kl.t., op. 68 (1855-76)

Un poco sostenuto, Allegro
Andante sostenuto 
Un poco allegretto e grazioso
Adagio - Più andante - Allegro non troppo ma con brio

er is geen pauze
einde van het concert ca. 22.15 uur

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Eerste Symfonie

  • De zelfkritische componist Johannes Brahms durfde pas op 43-jarige leeftijd zijn Eerste symfonie te voltooien
  • De symfonie is opgebouwd uit een kern van noten die steeds in andere gedaanten terugkomt

Tekst: Michiel Cleij

Tussen andere romantische componisten neemt Johannes Brahms een wat afwijkende plaats in. Hij was geen flamboyante podium­ zoals Franz Liszt of Frédéric Chopin en zeker geen hoeder van theatrale ­visioenen zoals Richard Wagner.

Hij staat nog het dichtst bij Robert Schumann (al miste hij diens impulsieve temperament): beiden vonden dat aan ouderwetse, klassieke vormen als en symfonie nog altijd nieuwe dimensies konden worden toegevoegd. En ze deelden een diepe bewondering voor Bach op wiens doortimmerde muzikale architectuur ze altijd weer teruggrepen.

Die Bach-oriëntatie was moderner dan je zou denken: in de negentiende eeuw was Johann Sebastian Bachs muziek aan een herontdekking toe. Naast Felix Mendelssohn en Schumann was Brahms, als lid van het recent opgerichte Bach Gesellschaft, een van de belangrijkste aanjagers daarvan.

Het duurde lang eer Brahms zich aan een symfonie waagde – ook al had Schumann in de pianostukken van de 19-jarige Brahms ‘versluierde symfonieën’ herkend. Diverse aanzetten sneuvelden, mede vanwege de hoge lat die Ludwig van Beethovens symfonieën hadden gelegd (‘Nooit zal ik een symfonie schrijven… Je hebt geen idee hoe het is om zo’n gigant achter je te horen marcheren!’).

Dat het er uiteindelijk toch van kwam – na de Eerste symfonie in c klein volgden er nog drie – was te voorzien: de pianoconcerten en s die Brahms eerder componeerde bewezen zijn vermogen om grootschalige constructies voor te scheppen – precies zoals Schumann jaren eerder al had voorzien.

Bij de première in 1876 werd hij meteen weer met die Beethoven-erfenis geconfronteerd: ‘Dit is Beethovens Tiende!’, schijnt Hans von Bülow te hebben uitgeroepen. Minder geestdriftig was Clara Schumann, Brahms’ muzikale geweten: zij was enthousiast over het openingsdeel, maar miste in de andere drie de melodische kracht waarin ze Brahms zo’n uitblinker vond.

Die mening werd veel recenter van nuances voorzien door de dirigent Nikolaus Harnoncourt. Pakkende ën, zei hij, zijn niet het belangrijkste onderdeel van een symfonie, want ‘melodische ideeën kon een componist toentertijd overal oppikken, zelfs Beethoven vond ze misschien van secundair belang. Het echte werk begon tijdens het compositieproces, tijdens de doorwerking ervan.’

Oftewel: het zijn niet de afzonderlijke details die de symfonie tot zo’n boeiend bouwwerk maken, maar hun onderlinge samenhang. En Brahms’ Eerste is inderdaad een boeiend bouwwerk: bijna alle muzikale gegevens die je hoort zijn aan elkaar verwant.

Uit het dreigende openingsthema leidde Brahms diverse motieven af die op hun beurt uitwaaieren en nieuwe gedaanten aannemen, soms gedragen en somber, soms helder en lichtvoetig. Het aardige is dat die verwantschappen er zelden dik bovenop liggen: je registreert ze onbewust, zodat de hele symfonie – ondanks alle stemmingswisselingen – het effect heeft van één lange, doorgaande lijn.

Biografie

Iván Fischer, dirigent

Iván Fischer studeerde piano, viool, en compositie in Boedapest, en vervolgde zijn opleiding in Wenen met lessen orkestdirectie van Hans Swarowsky. Daarop was hij twee seizoenen lang assistent van Nikolaus Harnoncourt. In 1983 richtte Iván Fischer het Budapest Festival Orchestra op.

Met dit gezelschap, waarvan hij nog steeds chef- is, voerde hij vele vernieuwingen door, zoals ‘chocomel­concerten’ voor kleine kinderen, ‘Midnight Music’-concerten voor een jong publiek, verrassingsconcerten en verschillende educatie- en ­outreachprojecten, zoals een tournee langs voormalige synagogen.

Hij is actief als componist en regisseur met zijn Iván Fischer Opera Company en richtte diverse festivals op, waaronder het Vicenza Opera Festival. In het verleden stond hij aan het roer van Kent Opera, de Opéra National de Lyon, het National Sym­phony Orchestra in Washington en het Konzerthausorchester in Berlijn, waar hij sindsdien eredirigent is.

Bij het Concertgebouworkest is Iván Fischer al sinds 1987 vrijwel jaarlijks te gast. Vanwege zijn belangrijke artistieke bijdragen benoemde het orkest hem tot honorair gastdirigent met ingang van het seizoen 2021/2022. In maart kreeg hij de vijftiende Concertgebouw Prijs. Eerder ontving Iván Fischer de Kossuth Prijs, de Ovatie Prijs en de Crystal Award van het World Economic Forum voor het steunen van internationale cultuuruitwisseling, en is Chevalier des Arts et des Lettres en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Iván Fischer beperkt zijn gastdirigentschappen tot slechts enkele orkesten om voldoende tijd en aandacht te kunnen geven aan het componeren, aan zijn Budapest Festival Orchestra en zijn operagezelschap, en aan het voortdurend ontwikkelen van creatieve ideeën. Hij is een erkend voorvechter voor mensenrechten, democratie en tolerantie.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest