Emanuel Ax speelt Beethoven met Concertgebouworkest
François-Xavier Roth dirigent
Emanuel Ax piano
Koninklijk Concertgebouworkest
Joseph Haydn 1732-1809
Symfonie nr. 22 in Es gr.t., Hob. I:22 (1764) ‘De filosoof’
Adagio
Presto
Menuetto
Finale: Presto
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Pianoconcert nr. 4 in G gr.t., op. 58 (1805)
Allegro moderato
Andante con moto
Rondo: Vivace
cadensen: Ludwig van Beethoven
pauze
Felix Mendelssohn 1809-1847
Symfonie nr. 4 in A gr.t., op. 90, (1833) ‘Italiaanse’
Allegro vivace
Andante con moto
Con moto moderato
Saltarello: Presto
begin van de pauze ca. 21.15 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
De filosoof
- Joseph Haydn schreef zijn Symfonie nr. 22 aan het hof van het Oostenrijkse vorstenhuis Esterházy
- Hij had daar een orkest van vijftien musici tot zijn beschikking, dat meestal slechts voor de prins en zijn gasten speelde
- Het is onbekend wie de bijnaam 'de filosoof' bij de symfonie bedacht; Haydn zelf was het in ieder geval niet
Tekst: Jos van der Zanden
Wie hoorde in Joseph Haydns Symfonie nr. 22 in Es groot zoveel ernst, overpeinzing of Socratisch vraag-en-antwoordspel dat hij in 1790 de woorden ‘Le Philosophe’ boven de noten krabbelde? Haydn zelf in elk geval niet, die zou er vast om hebben gelachen. De titel ging buiten hem om een eigen leven lijden, hij heeft er vermoedelijk niets van geweten.
Ernst? Dat geldt in elk geval niet voor de laatste drie delen. Het tweede is een monothematisch met allerlei grappige harmonische uitwijkingen in de speelse doorwerking. Dan volgt een lichtvoetig en ambachtelijk , met een vergroot blazersaandeel in het centrale . Ronduit onbekommerd is de Finale, een geestig Presto in vol haydniaanse knipoogjes.
Nee, enkel in het plechtige openingsdeel zou iets van filosofische overpeinzing kunnen zijn ervaren. Maar de titelverzinner moet het ironisch hebben bedoeld. Want de muziek opent statig en deftig. Een beetje ouderwets ook, met in een gelijkmatig tempo voortschrijdende bassen die aan muziek doen denken.
Indien hier een wijze filosoof wordt uitgebeeld, moet het een oude, stoffige, kreupele man zijn die zijn laatste oortje heeft versnoept. In afwisseling met ’s (die de plaats innemen van hobo’s) presenteren de s in dit het hoofdthema met lange, gedragen noten, met hier en daar een triller die op de lachspieren werkt.
Al met al is de associatie met een filosoof toch wel passend, temeer omdat Haydn er een handje van had om in zijn muziek naar iets of iemand te ‘verwijzen’, zonder verder opening van zaken te geven.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Vierde Pianoconcert
- Het Vierde pianoconcert van Ludwig van Beethoven beleefde op 22 december 1808 zijn publieke première
- Door toedoen van verschillende biografen wordt het tweede deel vaak geassocieerd met de mythe van Orpheus
Orpheus, de mythologische zanger en lierspeler wiens spel zelfs de wilde beesten temde, is in muziek vaak bezongen. Hij verloor zijn geliefde Eurydice aan een slangenbeet en rouwde zo intens om haar dat de goden medelijden kregen en voor één keer een sterveling toegang boden tot de onderwereld.
Hij mocht zijn Eurydice terughalen op voorwaarde dat hij tijdens de weg terug omhoog niet naar haar omkeek – dat genot moest hij uitstellen. Het bleek te veel gevraagd, voortijdig loeren werd Orpheus fataal.
Ontroostbaar doolde hij rond en toen hij vanwege zijn lange weduwnaarschap de herenliefde bleek toegedaan, grepen Thracische vrouwen in: hij werd op gruwelijke wijze door hen verscheurd.
Wat heeft dit alles met Beethovens Vierde pianoconcert uit te staan? Feitelijk niets. Maar omdat Beethovens leerling Carl Czerny lang na Beethovens dood ergens noteerde dat het langzame deel van dit concert ‘onwillekeurig doet denken aan een antieke dramatisch-tragische scène’ is de aanname nooit verstomd dat Beethoven in zijn con moto, het tweede deel, Orpheus uitbeeldde.
Een nadere onderbouwing ontbreekt, nooit heeft Beethoven ook maar met een woord gerept over zo’n idee. Nemen we in aanmerking dat Czerny in Beethovens muziek ook allerlei andere zogenaamde inspiratiebronnen hoorde, zoals hoefgetrappel en vogelgeluiden, is er alle reden voor scepsis.
Met name in Amerika wordt daar anders over gedacht. Daar wordt het Orpheusverhaal achter de muziek serieus genomen – opvattingen over Beethoven als narrative composer zijn daar wijder verbreid dan in het nuchtere Europa.
En laten we het toegeven, het spel van vraag en antwoord, de uitdrukkingsvolle dialoog tussen piano en orkest in het langzame deel spreekt zeer tot de verbeelding. Een solist die smeekt, steeds weer opnieuw, haast snikkend.
Een orkest dat nors reageert, vervolgens een beetje toegeeft, dan ‘medelijden krijgt’, zich laat vermurwen en zich uiteindelijk terugtrekt tot enkel wat subtiele nootjes overblijven. Een pianopartij die juist opbloeit, meer en meer jubelt en uiteindelijk de overwinning viert in een magistrale climax met uitbundige trillers en – het kost moeite om hier niet een ‘verbeeldende’ Beethoven te horen.
Felix Mendelssohn 1809-1847
Italiaanse Symfonie
Door Frits de Haen
Kort na zijn twintigste verjaardag begon Felix Mendelssohn aan een aantal reizen door Europa die in zijn muziek duidelijk hoorbare sporen nalieten. Zo inspireerde een reis naar Schotland hem tot het schrijven van een ‘Schotse symfonie’. Hij legde die echter terzijde toen hij zijn schreden zuidwaarts had gericht.
Vanuit Italië schreef hij in maart 1831 aan zijn familie: ‘Wie kan het me kwalijk nemen dat ik me niet meer kan verplaatsen in de Schotse sferen van nevel? Ik heb de symfonie daarom voorlopig maar even aan de kant moeten schuiven.’ Hij ging verder met wat de ‘Italiaanse symfonie’ zou worden: ‘Het wordt het leukste stuk dat ik tot nog toe geschreven heb, met name het laatste deel.’
Hoewel de componist zijn werk aan de Schotse symfonie tijdelijk onderbrak, voltooide hij de Italiaanse ook niet op stel en sprong. Pas toen hij in november 1832 de opdracht uit Londen kreeg om onder meer een symfonie te schrijven, zette hij zich aan de voltooiing van de Italiaanse.
Opvallend in dit werk is dat het buitenmuzikale elementen verklankt, zonder dat het echt schilderend is. Met recht hebben tal van commentatoren gewezen op het zonnige en zuidelijke temperament van het eerste deel, terwijl de Saltarello waarmee de symfonie wordt besloten regelrecht verwijst naar de dansen die de 23-jarige componist hoorde in Rome en Napels.
Op 13 maart 1833 bracht hij de laatste veranderingen aan en twee maanden later dirigeerde hij de première van het werk in de Hanover Square Rooms. De symfonie werd opgetogen ontvangen, maar de componist zelf had zijn twijfels en zette zich aan een revisie. Meestal wordt echter de oorspronkelijke versie gespeeld. Alle veranderingen ten spijt bleef Mendelssohn tot aan zijn dood tweeslachtige gevoelens houden over de Vierde symfonie; ze werd dan ook pas na zijn dood gepubliceerd.
Biografie
François-Xavier Roth, dirigent
François-Xavier Roth wordt geprezen als een charismatisch van dikwijls inventieve programma’s. De Fransman studeerde aanvankelijk fluit in Parijs. Na zijn directiestudie werkte hij samen met Pierre Boulez en Colin Davis.
In 2003 richtte François-Xavier Roth het orkest Les Siècles op, dat avontuurlijke programma’s op zowel moderne als authentieke instrumenten presenteert. Zo vierde het in 2013 de honderdste verjaardag van Le sacre du printemps door Stravinsky’s meesterwerk op authentiek instrumentarium uit te voeren. De cd-opname werd in 2016 beloond met de Preis der deutschen Schallplattenkritik. Met de tv-serie ! voor France 2 bereikten Roth en Les Siècles gedurende drie jaar wekelijks ruim drie miljoen kijkers. In 2018 won hun cd-opname van Ravels Daphnis et Chloé een Gramophone Award.
Van 2011 tot 2016 was François-Xavier Roth chef- van het SWR Sinfonieorchester Baden-Baden und Freiburg, waarmee hij zich wijdde aan het oeuvre van Richard Strauss en hedendaagse componisten als Rihm, Lachenmann en Widmann. Sinds 2015 is hij Generalmusikdirektor van de stad Keulen, waarmee zowel het Gürzenich-Orchester als de Oper Köln onder zijn leiding staan, en sinds 2017 eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra. Daarnaast staat hij geregeld als gastdirigent voor diverse Europese, Amerikaanse en Japanse orkesten.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in juni 2016 met werken van Haydn, Beethoven en Mendelssohn. In januari 2020 leidde hij een programma met werken van Lully, Rameau, Händel, Gluck en Mozart binnen het Mens & Mythe: Alceste.
Emanuel Ax, piano
Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en Philadelphia.
Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.
Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.
Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


