Emanuel Ax en Mahler 5 bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Emanuel Ax piano

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianoconcert nr. 22 in Es gr.t., KV 482 (1785)
Allegro
Andante
Allegro
cadensen: Emanuel Ax

pauze

Gustav Mahler 1860-1911

Symfonie nr. 5 in cis kl.t. (1901-02)
I Trauermarsch: In gemessenem Schritt. Streng. 
Wie ein Kondukt
Stürmisch bewegt: Mit grösster Vehemenz
II Scherzo: Kräftig, nicht zu schnell

III Adagietto: Sehr langsam

Rondo – Finale: Allegro

solohoorn: Laurens Woudenberg

begin van de pauze ca. 20.50 uur
einde van het concert ca. 22.30 uur

dit concertprogramma maakt deel uit van Serie D

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

pianoconcert KV 482

Tekst: Lonneke Tausch

Wolfgang Amadeus Mozart hield van zijn composities een catalogus bij, en op 16 december 1785 voegde hij daarin een piano­concert toe in de Es groot; het werd later door Köchel geteld als zijn tweeëntwintigste en gerubriceerd als KV 482. De componist was in die periode druk bezig met zijn Le nozze di Figaro, waar hij half oktober aan begonnen was.

Maar de zes abonnementsconcerten die hij in het voorjaar had georganiseerd waren succesvol geweest, en daarom plande hij nog een serie van drie voor het Weense winterseizoen. Als onderdeel daarvan zou hij zijn nieuwe Piano­concert in Es groot spelen, al vond er net voor de Kerst een officieuze première plaats toen Mozart zijn nieuweling alvast uitprobeerde als intermezzo in een benefietuitvoering voor weduwen en wezen van het Esther van Carl von Dittersdorf.

Het Pianoconcert nr. 22 in Es groot, KV 482 is Mozarts eerste soloconcert met klarinetten in de , ten koste van de hobo’s. Na een tutti-inzet van slechts twee maten hebben ten en s vier maten lang het rijk alleen, en na weer twee maten tutti stellen de klarinetten zich voor in lange noten die langs elkaar heen schuren.

De klarinetten blijven gedurende het hele concert bepalend voor de van de blazerssectie, en de strijkers zullen nog geregeld door de blazers worden verdrongen. De pianosolist valt pas in na 76 maten, met een volledig nieuw . Over het tweede deel schreef Mozart aan zijn vader Leopold dat het publiek bij een van de eerste uitvoeringen van het concert vroeg om een herhaling.

In dit , dat start met een vrij smachtende strijkersmelodie in een lage ligging, gedempt gespeeld bovendien, zijn een kleine blazersserenade en een opvallende dialoog tussen fluit en opgenomen.

Het slotdeel is een ingenieus , waarin op een moment dat je logischerwijze de terugkeer van het eerste thema verwacht eerst nog even een lieflijk opduikt. De blazers, met name de klarinetten, spelen in deze als Andantino cantabile aangeduide passage opnieuw een hoofdrol. 

In de jaren 1784-86 schreef Mozart maar liefst twaalf pianoconcerten; zijn ­allerlaatste, nr. 27, bracht hij in première op 4 maart 1791. Klarinetten incorporeerde hij alleen nog in de nummers 23 en 24, beide uit maart 1786.

Het Pianoconcert KV 482 is een van zijn langste pianoconcerten, en met ook ten en in het orkest (wat hij eerder alleen deed in de nummers 16 en 21) is het relatief groot bezet.

Originele solo­en van Mozarts hand voor het eerste en derde deel zijn helaas niet bewaard gebleven; vaak gespeelde cadensen zijn die van Johann Nepomuk Hummel (1778-1837), die van zijn zevende tot zijn negende les had van Mozart.

Gustav Mahler (1860-1911)

Vijfde symfonie

Door Paul Janssen

Voor velen zal het Adagietto uit Gustav Mahlers Vijfde symfonie de sleutel zijn geweest tot de waardering voor de componist, en misschien wel voor klassieke muziek in het algemeen. Dankzij Luchino Visconti’s film Death in Venice (1971), waarin het Adagietto zo ongeveer de hoofdrol speelt, werd dit deel wereldberoemd. Toch is deze haast naïeve , uitgevoerd door strijkers en harp, alles behalve representatief voor Mahlers Vijfde symfonie als geheel.

De componist schreef het werk in de zomervakanties van 1901 en 1902. Na zijn eerste vier pittoreske en programmatische ‘Wunderhorn’-symfonieën waagde Mahler zich aan een zuiver instrumentaal en abstract soort expressie. Want hoewel Mahler een uit zijn cyclus Des Knaben Wunderhorn citeert in het laatste deel, behoort de Vijfde symfonie duidelijk tot een andere wereld dan de vier symfonieën die eraan voorafgaan.

De symfonie heeft drie delen, waarvan het eerste en derde deel weer onderverdeeld zijn in ieder twee gedeelten. Het functioneert als een scharnier: de donkere, zelfs agressieve stemming van het eerste deel slaat hierna om in een optimistische getuigenis van liefde en levensvreugde.

  • Gustav Mahler

Het eerste deel begint met een treurmars. Een in de verwijst terug naar de finale van de Vierde symfonie, en verlangende fragmenten in de strijkers geven dit deel een aura van trotse droefheid. Tegen het eind van deze Trauermarsch citeert Mahler fragmenten van een oude melodie van joodse oorsprong die later een hit van de Andrew Sisters zou worden: Bei mir bist du schön.

Deze melodie speelt ook een belangrijke rol in het tweede gedeelte van het eerste deel, Stürmisch bewegt, dat zich verhoudt tot het eerste gedeelte als een doorwerking tot een expositie. Het is in dit deel dat we ons bewust worden van de subtiele tische transformaties en de soms harde montage van contrasterende elementen.

Het , het langste dat tot dan toe geschreven is in de muziekgeschiedenis, is een vriendelijk rustpunt waarin sensuele melodieën en dromerige pastorale scènes zorgvuldig naast elkaar bestaan. Na het Scherzo kalmeert Mahler de stemming verder met het Adagietto. Dit deel, waarin Mahler het Ich bin der Welt abhanden gekommen uit zijn Lieder nach Friedrich Rückert citeert, wordt beschouwd als een gesublimeerde liefdesbrief aan Alma, met wie hij trouwde voordat de symfonie voltooid was. Het schamele bewijs daarvoor wordt geleverd door het kleine liefdesgedichtje dat Mahler schreef bij het begin van het Adagietto in de van zijn vriend Willem Mengelberg, de toenmalige chef-­ van het Concertgebouworkest:

Wie ich dich liebe,
Du mein Sonne,
Ich kann mit Worten Dir’s nicht sagen
Nur meine Sehnsucht
Kann ich Dir klagen
Und meine Liebe
Meine Wonne!

Een citaat uit Mahlers geestige lied Lob des hohen Verstandes uit Des Knaben Wunderhorn geeft vervolgens ­direct aan waar de -Finale qua stemming heen gaat. Met zijn sterke ische passages en tische secties reflecteert dit deel meer dan elk ander Mahlers intense studie van de muziek van Johann Sebastian Bach. Toch is ook hier de directe montage van contrasterende thema’s het meest opvallend.

Het zijn ook deze technieken die de Vijfde symfonie zijn kracht en lading geven. Het prachtige Adagietto mag dan een mooie ingang tot de wereld van Mahler bieden, juist de andere delen zijn van blijvende waarde en inspiratie geweest voor vele componisten sinds Mahler.

Biografie

Semyon Bychkov, dirigent

Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een ­complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.

Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).

Als gastdirigent staat Semyon ­Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met SjostakovitsjZevende symfonie, ‘Leningrad’.

De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de ­Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.

Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.

Emanuel Ax, piano

Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en ­Philadelphia.

Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag ­geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, ­Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.

Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest