Elizabeth Watts in Frans liedprogramma
Vocaal 1 20.15 uur
Elizabeth Watts sopraan
Roger Vignoles piano
Louis Vierne 1870-1937
Beaux papillons blancs
uit ‘Trois mélodies’, op. 11 (1896)
Edouard Lalo 1823-1892
L’esclave
uit ‘Trois mélodies’ (1887)
Charles Gounod 1818-1893
La chanson du pecheur (1841)
Georges Bizet 1838-1875
Absence
uit ‘Vingt mélodies’, op. 21 (1866-72)
Henri Duparc 1848-1933
Lamento (1883)
Reynaldo Hahn 1875-1947
Infidélité (1891)
Ernest Chausson 1855-1899
La caravane, op. 14 (1887)
Manuel de Falla 1876-1946
Trois mélodies (1909-10)
Les colombes
Chinoiserie
Seguidille
Claude Debussy 1862-1918
Les papillons (1881)
Coquetterie posthume (1883)
Seguidille (1882)
pauze
Hector Berlioz 1803-1869
Les nuits d’été, op. 7 (1840-56)
Villanelle
Le spectre de la rose
Sur les lagunes
Absence
Au cimetière: Claire de lune
L’île inconnue
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.00 uur
Toelichting
Frans liedprogramma op teksten van Gautier
Tekst: Astrid Verstappen-de Jager
Gautier
Théophile Gautier (1811-1872) begon zijn carrière als schilder, maar verplaatste zijn focus al snel naar het schrijven. Voor zijn dagelijks brood scheef hij recensies. Deze baan voorzag hem van een inkomen en stuurde hem naar alle uithoeken van de beschaafde wereld. In zijn ‘vrije tijd’ schreef Gautier proza, toneel en gedichten. Vele gedichten werden getoonzet en dit concert is gewijd aan eren op teksten van Gautier.
Vierne
Louis Vierne was bepaald geen zondagskind. Hij werd geboren met grijze staar, en ging praktisch blind door het leven. Op latere leeftijd zou deze blindheid leiden tot een ongeluk waarbij de componist en organist bijna zijn been verloor. Hij kreeg drie kinderen, maar slechts één werd er volwassen – één zoon stierf al jong aan tuberculose, een andere als soldaat in de Tweede Wereldoorlog. Vierne kwam dit laatste verlies nooit helemaal te boven – hij had de zeventienjarige jongen toestemming gegeven om in dienst te treden. Hij componeerde de Trois mélodies, 11 in de lente van zijn leven. Beaux papillons blancs is een typisch romantisch lenteliedje. De zanger wenste dat hij een vlinder was, zodat hij zich op de lippen van zijn geliefde kon nestelen en daar kon sterven.
Lalo
De Fransman Edouard Lalo leidde, in vergelijking met Vierne, een weinig opzienbarend leven. Ook hij koos een tekst van Gautier voor een van zijn Trois mélodies. In L’esclave droomt een slaaf van vrijheid, eerst intiem, getemperd door het tralieraam, dan extatisch in het zicht van de vrijheid.
Gounod
Charles Gounod toonzette de tekst ‘Ma belle amie est morte’ twee keer, een keer onder de titel Lamento (1872), en de ander als La chanson du pecheur (al gecomponeerd in 1841, maar pas in 1895, na zijn dood, uitgegeven). De laatste is een intieme zetting op een kabbelende pianopartij, kleine golfjes die soms lokkend tegen de boot aan klotsen, dan weer de duisternis van de nacht (en des vissers eenzaamheid) weerkaatsen.
Bizet
Bizets zetting van Absence zag het levenslicht in 1872, na het overlijden van Gautier, als een hommage aan de dichter. Het werd een gepassioneerd lied dat niet zou misstaan in een . De muziek volgt de tekst opwaarts, naar het verre land waar alleen gevleugelde wezens kunnen komen.
Duparc
Nog een klaagzang: Duparc droeg zijn amento op aan Gabriel Fauré, die overigens op dat moment nog leefde. Het lied begint prachtig intiem, eenvoudig en afstandelijk – de zanger luistert naar een klaaglied, gezongen door een duif, en de sluier tussen de levenden en doden lijkt even te verdunnen. In het derde couplet gaan opeens alle remmen los, en komt de emotie in een vloedgolf naar de oppervlakte. Nooit meer zal de zanger teruggaan naar het graf en haar betovering.
Hahn
Reynaldo Hahns Infidélité laat veel aan de verbeelding over. De tekst beschrijft een wandeling die herinneringen oproept, een wandeling vele malen gemaakt met een geliefde uit het verleden. De muziek volgt de tekst met een warme nostalgie, geen verwijten, geen onderliggende boosheid. Slechts de titel spreekt van ontrouw, het wie of wat laten componist en dichter aan de verbeelding over.
Chausson
Een surrealistische karavaan wankelt voort op onregelmatige stappen in de piano: Ernest Chausson schildert met La caravane een onbarmhartig muzikaal landschap voor een al even onbarmhartige tekst waarin het leven wordt afgeschilderd als een voortdurende tocht door de woestijn, met slechts af en toe een oase.
Falla
Ook de Spanjaard Manuel de Falla kwam in aanraking met Gautiers gedichten, en hij gebruikte drie exotische tableautjes voor een korte erencyclus. Les colombes beschrijft een tropische scene met duiven die zich iedere zonsondergang in een palm nestelen, om ’s ochtends weer in grote zwermen op te vliegen. Chinoiserie begint in stijl, maar wanneer de zanger zijn Chinese geliefde beschrijft, wordt hij begeleid door delicate oriëntaals aandoende begeleiding. Met Seguidille is Falla thuis: geen hybride mix van Spaanse invloeden zoals bij Debussy, maar een lied in opzwepende Catalaanse stijl.
Debussy
Claude Debussy’s Les papillons beleefde haar wereldpremière in 1962, ongeveer tachtig jaar nadat het werd gecomponeerd. Het is gezet op dezelfde tekst als Viernes Beaux papillons blancs, maar nu met een typisch Debussiaans gevoel voor tekst en tekstschildering – hij laat de piano klinken als een harp, waardoor de luisteraar de zwerm opgeschrikte vlinders bijna kan aanraken – en een uitgesproken vraag aan het eind van de coupletten.
Nadenken over je dood hoeft niet altijd morbide te zijn, bewijst Debussy met Coquetterie posthume. Begeleid door een exotisch aandoend bezingt de diva haar make-up- en kleedwensen, opdat ze er maar zo goed mogelijk uit mag zien, en ook haar rozenkrans mag natuurlijk niet ontbreken.
In Seguidille experimenteert Debussy met het en de melodische ornamenten van de Spaanse flamenco. Een technisch hoogstandje voor de sopraan, vanwege de vele semi-improvisatorische coloraturen en extreme tempowisselingen.
Berlioz
De avond wordt besloten met Berlioz’ Les nuits d’été, zes liederen op teksten van Gautier. In tegenstelling tot Berlioz’ meest bekende werken, is deze cyclus niet geschreven op commissiebasis, en weigerde hij al te veel te zeggen over de liederen. Het is bijna alsof ze persoonlijk zijn, te privé voor het publiek. Het overkoepelende affect van de liederen is verlangen, verlangen naar een gedoofde liefde, het gevoel dat langzaam uit Berlioz’ huwelijk verdwenen was.
De zomernacht wordt geopend met Villanelle, een simpel, volks liedje vol blijde verwachting. In Le spectre de la rose bezingt een geplukte roos zijn lot, intiem maar zonder treurnis, want zijn graf is beter dan dat van menig koning, want rustend tegen een meisjesborst.
Geen berusting in Sur les lagunes (‘Ma belle amie est morte’). Duistere golven wiegen de boot, terwijl de visser vol wanhoop zingt over zijn gestorven geliefde. Het lied heeft een open einde, een vraag die nooit gesteld, noch beantwoord wordt. Geen open vragen in Absence. De eenvoud van het lied maakt dat de wens ‘reviens’ (‘kom terug’) bijna kinderlijk onschuldig klinkt, alsof een simpele wens, mits vaak genoeg herhaald, de doden terug kan roepen.
Van de natuur naar het kerkhof: in Au cimetière zakt de zanger mogelijk nog dieper weg in wanhoop. De spookachtige begeleiding draagt bij aan het gevoel van onthechting. Maar dan zet iemand de emotionele schakelaar om, en alsof er niets is gebeurd, klinkt L’Île inconnue vrolijk schertsend, met de wind in de zeilen op zoek naar een nieuw avontuur en nieuwe liefde.
Biografie
Elizabeth Watts, sopraan
Elizabeth Watts was lid van het koor van Norwich Cathedral en studeerde archeologie aan Sheffield University, voordat ze koos voor een zangopleiding aan het Royal College of Music in Londen. Ze maakte deel uit van het Young Singers’ Programme van de English National .
In 2006 won ze de Kathleen Ferrier Award, een jaar later gevolgd door belangrijke prijzen tijdens de BBC Cardiff Singer of the World en de Cannes MIDEM Classical Awards. Ze maakte deel uit van het BBC New Generation Artists Scheme en kreeg in 2011 een Borletti-Buitoni Trust Award.
Recentelijk musiceerde de sopraan met gezelschappen als het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, de Internationale Bachakademie Stuttgart en de Akademie für Alte Musik. Als zangeres was Elizabeth Watts te beluisteren bij bijvoorbeeld Royal Opera Covent Garden in Londen en de Santa Fe Opera.
In Het Concertgebouw was ze onder meer in april 2014 in de te horen in Bachs Matthäus-Passion door de Academy of Ancient Music; in de debuteerde ze in februari 2011 met pianist Roger Vignoles en gaf ze in maart 2014 een tweede , toen met pianist Simon Lepper.
Roger Vignoles, piano
Geïnspireerd door het spel van pianist Gerald Moore besloot Roger Vignoles al vroeg in zijn loopbaan om zich volledig te richten op de kunst van het -begeleiden. Hij studeerde aan Magdalen College in Oxford en werd repetitor bij de Royal Covent Garden in Londen. Hij voltooide zijn opleiding bij Paul Hamburger.
Gedurende zijn lange carrière musiceerde Roger Vignoles met vele toonaangevende vocalisten, op de bekende podia van bijvoorbeeld Londen, Parijs, New York, Wenen en Milaan. De pianist verzorgt de jaarlijkse Ciclo de Lied Galega in Santiago de Compostela en wordt ook op andere plekken geregeld gevraagd om liedseries te programmeren.
Hij trad op met onder anderen Thomas Allen, Brigitte Fassbaender, Bernarda Fink, Susan Graham, Thomas Hampson, Kiri te Kanawa, Mark Padmore en Kate Royal. Hoogtepunten in seizoen 2015/16 waren s met Florian Boesch, Elizabeth Watts en Christopher Maltman.
Roger Vignoles heeft een rijke discografie; veel lof kreeg hij onder meer voor zijn serie met de complete eren van Richard Strauss. Les geeft Roger Vignoles aan het Royal College of Music in Londen. Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was een liedrecital met contra-alt Marie-Nicole Lemieux in maart 2015.

