Elgar: Breinkrakers Bij Het Concertgebouworkest

Serie A 20.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Ryan Wigglesworth dirigent
Félix Dervaux hoorn 

Benjamin Britten 1913-1976

Four Sea Interludes uit ‘Peter Grimes’, op. 33a (1944-45)
Dawn: Lento e tranquillo
Sunday Morning: Allegro spirito
Moonlight: Andante commodo e rubato
Storm: Presto con fuoco

Ryan Wigglesworth 1979

Clock from a Winter’s Tale (2016-17)
wereldpremière; geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest

pauze

Oliver Knussen 1952

Hoornconcert, op. 28 (1994)
Intrada
Fantastico
Cadenza
Envoi

eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest

Edward Elgar 1857-1934

Variations on an original theme, 
op. 36 (1898-99) ‘Enigma-variaties’ 
Andante
Variatie 1: C.A.E. – L’istesso tempo
Variatie 2: H.D.S.-P. – Allegro
Variatie 3: R.B.T. – Allegretto
Variatie 4: W.M.B. – Allegro di molto
Variatie 5: R.P.A. – Moderato
Variatie 6: Ysobel – Andantino
Variatie 7: Troyte – Presto
Variatie 8: W.N. – Allegretto
Variatie 9: Nimrod – Adagio
Variatie 10: Dorabella – Intermezzo: Allegretto
Variatie 11: G.R.S. – Allegro di molto
Variatie 12: B.G.N. – Andante
Variatie 13: *** – Romanza: Moderato
Variatie 14: E.D.U. – Finale: Allegro 

begin van de pauze ca. 21.05 uur
einde van het concert ca. 22.10 uur

Toelichting

Benjamin Britten 1913-1976

four sea interludes

tekst: Martijn Voorvelt

In haar onmetelijkheid, haar ontoegankelijke diepten, haar mystieke gefluister en de wetenschap dat daar beneden bloeddorstige monsters schuilen herinnert de zee ons al eeuwenlang aan allerlei duistere krachten in onszelf.

In dat licht moeten we Four Sea Interludes zien. Benjamin Britten schreef ze als instrumentale episodes van zijn Peter Grimes, maar publiceerde ze tevens als een onafhankelijk werk.

Net als in The Sea van Brittens leraar Frank Bridge passeren uiteenlopende aspecten van de zee de revue: de belofte van het ochtendgloren, de weemoed van exotische verten, de dreiging, de brute kracht van golven in een storm. 

Daarmee is de zee tevens een spiegel van emoties die personages in de ondergaan. De Four Sea Interludes zijn dus zowel ‘impressionistische’ schilderingen als psychologische karakterschetsen. 

Britten baseerde Peter Grimes op het gelijknamige gedicht – een van de vierentwintig – uit The Borough van George Crabbe (1754-1832). Plaats van handeling is een klein, bekrompen vissersdorp dat een treffende gelijkenis heeft met Crabbes eigen geboorteplaats Aldeburgh, aan de Noordzee.

Een visser wordt door de gemeenschap uitgestoten en uiteindelijk tot zelfmoord gedreven. Britten werd er onmiddellijk door getroffen: ‘In a flash I realised two things: that I must write an opera, and where I belonged.’ Hij kocht een huis in Aldeburgh – waar hij tot zijn dood zou blijven – en schreef er zijn grimmige opera, inclusief de Four Sea Interludes

"Het maanlicht flikkert, breekt, komt en gaat, de donkere golven herbergen allerlei gespuis en geheimen."

In de aanrollende golven van het bedrieglijk kalme Dawn gaan dreiging en suspense schuil. Het onrustig tollende Sunday Morning brengt de feestelijke belofte van exotische schoonheid mee in de vorm van Balinese gamelanritmes en vogelzang.

Het meest enigmatische deel is Moonlight. Licht en donker wisselen elkaar onophoudelijk af. Het maanlicht flikkert, breekt, komt en gaat, de donkere golven herbergen allerlei gespuis en geheimen. Alles wordt uiteindelijk losgewoeld in de turbulente finale.

Ryan Wigglesworth 1979

Clock from a winter's tale

Groot is zijn oeuvre nog niet en in de catalogus van de nog jonge Brit Ryan Wigglesworth zoek je tevergeefs naar kamermuziek, maar orkestmuziek is er prominent aanwezig.

Voor het BBC Symphony Orchestra ontstonden Sternenfall (2007), The Genesis of Secrecy (2009) en Augenlieder voor sopraan en orkest (2009).

Daarop volgden A First Book of Inventions voor het orkest van Liverpool (2010), een vioolconcert voor het Nederlands Kamerorkest (2012), Locke’s Theatre voor het Aldeburgh Festival (2013) en als laatste Études-Tableaux voor The Cleveland Orchestra (januari 2015 o.l.v. Franz Welser-Möst).

Sinds kort prijkt er ook een geslaagde op de lijst, The Winter’s Tale, naar het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare. Ideeën over beleving van tijd die hij bij het schrijven van de opera ontwikkelde vormden de aanzet tot het nieuwe orkestwerk dat hij in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest heeft geschreven.

Veel meer wil hij er op het moment dat deze toelichting geschreven wordt nog niet over kwijt, waarmee hij zich wellicht onbedoeld aardig voegt tussen de Britse scheppers van het muzikaal mysterieuze op dit programma. 

Oliver Knussen 1952

Hoornconcert

Als componist/ verstaat Oliver Knussen de kunst om van alle individuele stemmen in het orkest te profiteren; zowel in hun kamermuzikale kwaliteit als bij het opgaan in het grote geheel.

Van die instrumentale stemmen is de hem altijd zeer dierbaar geweest en toen hij een uit­nodiging kreeg om een orkestwerk te schrijven voor de Suntory Hall in Tokio, koos hij onmiddellijk voor een hoornconcert. In de tegelijkertijd grootse en uiterst gedetailleerde akoestiek van Japans belangrijkste concertzaal zouden naar zijn mening ‘de subtiele kleurgradaties, het grote dynamische bereik en het ruimtelijk karakter van de hoorn ideaal tot hun recht komen’.

Knussen schreef het concert ‘in dankbare respons op meer dan 30 jaar luisteren naar Barry Tuckwell’. Het werd door deze hoornist ten doop gehouden in oktober 1994 in Tokio, met de componist als dirigent.

Oorspronkelijk had Knussen een werk in twee delen, een ‘fantastico’ in en een in de vorm van een reeks variaties, in gedachten. Uiteindelijk schoven die twee in elkaar, voorafgegaan door een ‘intrada’.

Na de solocadens volgt een ‘envoi’, de korte opdrachtstrofe waarmee middeleeuwse ballades werden afgesloten. Het duidt hier ook op de poëtische opzet van het geheel naar de eendelige instrumentale ballade uit de

Deze hommage aan de roept allerlei associaties uit het repertoire op, in het bijzonder die van de romantische waldhoorn. ‘Al componerend kreeg het werk meer en meer het karakter van een “Nachtmusik” in Mahleriaanse zin’, schreef Knussen.

De term ‘nachtmuziek’ brengt ook Robert Schumann in gedachten, die de hoorn vaak een prominente rol gaf, en de spookachtige vertellingen in E.T.A. Hoffmanns Nachtstücke. De hoorn is in de als een fabelachtig wezen tegen de achtergrond van een mystiek woud vol geheimzinnige geluiden en vreemde echo’s.

Zo opent het orkest met ritselende kleine figuren, die een paar maal onderbroken worden door sprongen in de fluiten. Nadat deze drie keer hebben geklonken zet de solist in.

De grote e partij van de hoorn, vooral gekenmerkt door een dalende secunde op vaste toonhoogte en door een sierlijke uitwaaierende in verschillende tonale kleuren, beheerst vervolgens het hele concert.

Edward Elgar 1857-1934

'enigma variaties'

Vooropgesteld: het is helemaal niet nodig om je in het raadsel achter de ‘Enigma-­variaties’ te verdiepen om te genieten van dit ‘sleutelwerk’ – ook in letterlijke zin hét sleutelwerk in Elgars oeuvre en in de renaissance van de Engelse concertmuziek van rond 1900.

Het was zelfs nooit de bedoeling van de componist de oplossing te geven, het raadsel moest een raadsel blijven: ‘The Enigma I will not explain – its “dark saying” must be left unguessed, and I warn you that the ­connexion between the Variations and the Theme is often of the slightest texture; further, through and over the whole set another larger theme “goes”, but is not played (…) So the principal Theme never appears, even as in some late dramas (…) the chief character is never on the stage.’

Maar natuurlijk sloeg de muziekwereld meteen aan het raden. Na meer dan ­honderd jaar hebben talloze speurders een groot aantal kandidaten voor het fantoomthema aangedragen; of dat nu een is die men als met het hoofdthema en dus met het hele werk kan meespelen, een bekend dat men uit de hints kan afleiden, of misschien een buitenmuzikaal gegeven. 

Variatie in ’s

Enkele heel populaire Engelse melodieën die al snel werden genoemd heeft Elgar ­resoluut van de hand gewezen (Auld Lang Syne en God Save the King/Queen). Het was slechts het begin.

Er zijn twee Nederlanders geweest die met hun antwoord internationaal de aandacht trokken: Theodore van Houten met Rule Brittania – onder meer vanwege de karakteristieke zetting van het driewerf ‘never’ (‘Brittons never, never, never shall be slaves’), zodat letterlijk het ‘thema nooit’ verschijnt – en Hans Westgeest – die met slim rekenwerk het cantabile uit de ‘Pathétique’ van Beethoven toepasselijk maakte. 

De meest bonte reeks van cryptologische argumenten is bijeengebracht in de ­theorie van de Amerikaanse verzekeringsagent Bob Padgett, die zich sterk met de componist vereenzelvigt en zijn oplossing – de ­Lutherse hymne Ein feste Burg – met messianistisch vuur verdedigt.

Padgett gebruikt onder andere analysemethodes die ook voor het ­kraken van de Enigma-machine van de nazi’s ­werden ingezet (er is beweerd dat de nazi’s hun codeermachine naar Elgars orkestwerk hadden genoemd).

Met zo’n kabbala aan gecombineerde redeneermethodes moet het mogelijk zijn om elke melodie uit de westerse muziekgeschiedenis passend te krijgen.

Vóór de toepassing van complexe reken­modellen pleit dat de componist zelf als een bedreven en fanatiek cryptograaf bekend stond. Befaamd werd de ‘Dorabella Cipher’ – een nooit gekraakte code die hij aan Dora Penny opdroeg.

Met deze vriendin – in een van de delen geportretteerd – correspondeerde hij over de ‘Enigma-variaties’, waarbij hij zijn verwondering uitsprak dat juist zij de oplossing niet kon raden. Behalve van raadsels hield Elgar ook van een goede practical joke en met iedere volgende redenatie lijkt het raadsel intussen alleen maar groter te worden. 

Beste vrienden

Elgar noemde zijn werk aanvankelijk Varia­tions on an Original Theme, en droeg het op ‘to my friends pictured within’. Ieder der 14 va­­riaties verwijst naar een specifieke karaktertrek of soms naar een voorval dat hij met de betreffende persoon beleefd had.

‘This work, commenced in a spirit of humour & continued in deep seriousness, contains sketches of the composer’s friends. It may be understood that these personages comment or reflect on the original theme & each one attempts a solution of the Enigma, for so the theme is called. The sketches are not “portraits” but each ­variation contains a distinct idea founded on some ­particular personality or perhaps on some incident known only to two people.’

Deze ‘beste vrienden’ heeft Elgar aangeduid met bijnamen die soms alleen hij kende, of met initialen, in één geval slechts met ***. Deze meer voor de hand liggende puzzel werd snel opgelost. 

Het thema, dat we vooraf horen, lijkt een variatie op het van de vier letter­grepen in Elgars naam. Het drukt zijn gevoel van eenzaamheid en onzekerheid uit, als een open vraag die in het muzikale gesprek met zijn vrienden moet worden beantwoord. 

De variaties

I C.A.E.: Caroline Alice Elgar, de componist verwelkomt zijn vrouw met een haar bekend je.

II H.D.S-P.: Hew David Steuart-Powell, amateur­pianist. We horen hem een oefening pingelen.

III R.B.T.: Richard Baxter Townshend, auteur en amateurtoneelspeler, speelt met overslaande stem de rol van een oudere heer.

IV W.M.B.: William Meath Baker, een opgewonden landjonker die we driftig een deur horen dichtslaan.

V R.P.A.: Richard Penrose Arnold, fabrieks­inspecteur en amateurpianist, ‘wispelturig en geestig’.

VI Ysobel: Isabel Fitton, op les bij Elgar met haar , afgeleid door een romantische gedachte.

VII Troyte: de architect Arthur Troyte Griffith probeert piano te spelen. Samen met Elgar schuilde hij ooit tijdens een storm in het huis van Winifred en Florence Norbury.

VIII W.N.: Winifred Norbury, oefent met haar zus toonladders tijdens de fluitles. We horen haar karakteristieke lach.

IX Nimrod: August Jaeger (Nimrod is in het Oude Testament een jager), de criticus en muziekuitgever die de wanhopige Elgar aanspoorde door te gaan met componeren en hem een van Beethoven ten voorbeeld gaf. Het zou om het ­cantabile uit Beethovens ‘Pathétique’ gaan.*

In een interview voegde Elgar toe dat het verborgen ‘quite familiar’ was. Gezien de benaming lijkt het ook relevant te verwijzen naar het thema uit de finale van Tsjaikovski’s Zesde symfonie ‘Pathétique’, dat ontstaat uit de topnoten van de opeenvolgend inzettende stemmen, maar dat als dusdanig door niemand gespeeld wordt.

Het verhaal is overgeleverd door Dora Penny. Elgar zou haar gezegd hebben: ‘Can’t you hear it at the beginning? Only a hint, not a quotation.’

X Dorabella - Intermezzo: de ­voornoemde Dora Penny, met een verwijzing naar de Dorabella uit Mozarts Così fan tutte sugges­tief verwerkt in een ‘intermezzo’! Dora zag het bovengenoemde verband niet.

Op een ander moment beet Elgar haar sprekend over het raadsel toe: ‘I thought that you of all ­people would guess it.’ De ­parodiëren haar stotterende spreken.

XI G.R.S.: George R. Sinclair, organist van Hereford Cathedral, die Elgar vroeg zijn ­buldog Dan te laten horen als die in de Wye springt en weer aan land klautert. Bovendien een verwijzing naar zowel de zestiende-­eeuwse organist John Bull als naar zijn spreekwoordelijke naamgenoot met diens buldog, symbool voor Engeland.

XII B.G.N.: Basil G. Nevinson, een ‘serieus en toegewijd’ cellist met wie Elgar kamermuziek speelde. 

XIII *** - Romanza: een dame van goede komaf wier naam in dit ‘romantische’ verband beter verborgen kan blijven? Ogenschijnlijk Lady Mary Lygon, op dat moment op zeereis, maar het kan ook duiden op een vroegere ­verloofde van de componist die naar Nieuw-Zeeland vertrok.

We horen een met dreunende machines aangedreven stoomschip, terwijl de klarinet Mendelssohns Meeresstille und glückliche Fahrt citeert. 

XIV E.D.U.: Een zelfportret van ‘Edu’ Elgar, zoals Alice hem noemde. Varatie I en IX keren hierin terug.

Biografie

Ryan Wigglesworth, dirigent

De Britse , componist en pianist Ryan Wigglesworth studeerde aan het New College in Oxford en aan de Guildhall School of Music and Drama. Sinds september 2022 is hij chef-dirigent van het BBC Scottish Symphony Orchestra.

Voorheen was hij onder meer composer in residence bij English National en, van 2015 tot 2018, eerste gastdirigent van het Hallé Orchestra. In samenwerking met de Royal ­Academy of Music richtte hij het Knussen Chamber Orchestra op, dat in 2019 debuteerde op zowel de BBC Proms als het Aldeburgh Festival.

Als gast­ is Ryan Wigglesworth vooral in trek voor hedendaagse muziek en . In recente jaren stond hij voor onder meer het ­Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de en van Tokio, Seattle en Melbourne en het London Symphony Orchestra. In 2023 kwam hij terug bij de BBC Proms met Beethovens Negende ­symfonie en Kurtágs opera Fin de partie.

Als pianist had Ryan Wigglesworth in Europa en Oost-Azië veel succes met pianoconcerten van Mozart en Beethoven en trad hij op met altviolist Lawrence Power en zangers als Mark Padmore en Sophie Bevan. Ryan Wigglesworth componeerde werken in opdracht van onder meer The Cleveland Orchestra en het BBC Symphony Orchestra. In 2017 dirigeerde hij de wereldpremière van zijn eerste opera, The Winter’s Tale, bij English National Opera.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in hetzelfde jaar met zijn opdrachtcompositie Clocks from a Winter’s Tale en werken van zijn landgenoten Elgar, Britten en Knussen.

Félix Dervaux, hoorn

Félix Dervaux was solohoornist van het Koninklijk Concertgebouworkest van 2014 tot 2016. Daarvoor vervulde de Fransman die functie bij het ­Orchestre National de l’Opéra de Lyon.

Ook heeft hij als solohoornist opgetreden met het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestre National du Capitole de Toulouse en het orkest van de Bayerische Staatsoper in München.

Félix Dervaux heeft gestudeerd aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse in Lyon, de Universität der Künste Berlin en de Orchester-Akademie der Herbert von Karajan van de Berliner Philharmoniker.

Bij de Opéra National de Paris, het Orchestre des Pays de Savoie en het Royal Scottish National Orchestra deed hij orkestervaring op. In 2013 won Félix Dervaux de eerste prijs op het internationale concours Città di Porcia.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest