Eggner Trio speelt Sjostakovitsj

Eggner Trio
Christoph Eggner piano
Georg Eggner viool
Florian Eggner cello

Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio's.

Robert Schumann (1810-1856)

Tweede pianotrio in F gr.t., op. 80 (1847)
Sehr lebhaft
Mit innigem Ausdruck
In mässiger Bewegung
Nicht zu rasch

Werner Pirchner (1940-2001)

Eerste pianotrio, PWV 31 (1988) ‘Wem gehört der Mensch...?’
[in zes delen]

pauze (± 20.55 uur)

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)

Tweede pianotrio in e kl.t., op. 67 (1944)
Andante – Moderato – Poco più mosso
Allegro con brio
Largo
Allegretto – Adagio

einde (± 21.50 uur)

Toelichting

Robert Schumann 1810-1856

Schumann: Tweede pianotrio

Door Anneloes Brand

In dit programma speelt de een grote rol. Een canon is een meerstemmig muziekwerk waarin de verschillende stemmen elkaar imiteren; denk bijvoorbeeld aan het Vader Jacob. De componist Johann Sebastian Bach was een meester in het componeren van dit soort werken.

Robert Schumann en Dmitri Sjostakovitsj lieten zich door zijn meesterschap inspireren. De Oostenrijkse gebroeders Eggner breken daarnaast een lans voor hun landgenoot Werner Pirchner, wiens drie ’s zij in 2016 op cd zetten.

Schumann: Tweede pianotrio

Robert Schumann, een romanticus bij uitstek, had veel te melden. Zijn eigen leven was er ook naar: zijn liefdesrelatie en huwelijk met pianiste Clara Wieck was bijzonder en intens en werd aanvankelijk fel tegengewerkt door vader Wieck, Schumanns pianoleraar. Zijn carrière als pianist kwam vanwege een blessure aan zijn hand niet tot bloei, maar als componist en als muziekcriticus van het Neue Zeitschrift für Musik kon hij ook zijn ei kwijt.

Schumann voelde de vreugden en beproevingen van het leven met angstaanjagende intensiteit, en dit uitte zich in zijn composities. Zo bestaat zijn Tweede in F groot uit het ene na het andere diep doorvoelde muzikale idee, die met onstuitbare energie uit zijn pen leken te vloeien. Volgens de componist zelf maakt het Tweede pianotrio een ‘vriendelijkere, directere indruk’ dan het Eerste pianotrio in d klein uit hetzelfde jaar, 1847.

Het wervelende, vrolijke eerste deel toont Schumanns hernieuwde belangstelling voor , onder meer met tische passages. Het intieme tweede deel opent met een lange voor viool over een in de en de linkerhand van de piano.

Het imiteren van melodieën speelt eveneens een belangrijke rol in het achtige derde deel. De finale ten slotte is grotendeels gebaseerd op de interactie tussen drie contrasterende elementen in het eerste : een soepel kronkelende pianomelodie, een antwoord in de cello en een gedreven voortzetting in de viool.

Werner Pirchner 1940-2001

Pirchner: Eerste pianotrio

Werner Pirchner componeerde drie ’s en gaf zowel de werken als de delen schilderachtige of cryptische titels. Het Derde pianotrio heet bijvoorbeeld ‘Heute... war gestern morgen. Heute... ist morgen gestern’, en het derde deel daaruit ‘Gruß an die Knoblauch-­Familie’. Over zijn Eerste pianotrio ‘Wem gehört der Mensch...?’ uit 1988 schreef de Tiroler componist zelf: ‘Ich könnte die sechs Sätzen Namen geben. Wie zum Beispiel:
1. Der Mensch gehört dem Staat. Umgekehrt!
2. Zwentendorf - Wackersdorf. Ein Spaziergang nach Tschernobyl
3. Die Pflicht zum Ungehorsam
4. Die Regierung - unsere Angestellten
Und so fort.’

Maar in een interview vertelde Pirchner dat de titels, die hij zijn werken en delen gaf, net zo vaak wel als niet met de muziek te maken hadden. Hij vond het belangrijker dat mensen over de titels, dikwijls in de vragende vorm, zouden nadenken.

Het tekent de geëngageerde componist, die evenwel altijd ernst met humor of amusement combineerde. De humor in zijn muziek zit hem bijvoorbeeld in onverwachte breuken en sprongen: de opeenvolging van ogenschijnlijk onverenigbare ën, s, ën en elementen uit volksmuziek.

Ook de instrumenten in het Eerste  lijken onverenigbaar: sonore strijkers tegenover een kwinkelerende piano. De pianopartij, met kleine improvisatorische uithalen, getuigt van Pirchners achtergrond als jazzmusicus, evenals de ritmische gedrevenheid van de snelle delen. Maar Pirchner tapte ook uit andere vaatjes: de en en de tonaliteit doen vaak volksmuziek­achtig aan, nu eens Zuid-Amerikaans, dan weer Arabisch of Slavisch.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Sjostakovitsj: Tweede pianotrio

Dmitri Sjostakovitsj droeg zijn Tweede in e klein, 67 op ter nagedachtenis aan Ivan Sollertinski. Zijn beste vriend Sollertinski, onder meer werkzaam als artistiek directeur van het Filharmonisch Orkest van Leningrad, overleed op 11 februari 1944 aan een hartaanval, toen hij met het orkest was geëvacueerd naar Siberië.

Sjostakovitsj was compleet van de kaart van het nieuws en pakte enkele dagen later het werk aan zijn Tweede pianotrio op, waarvan hij eind 1943 een deel had geschreven en aan Sollertinski had laten horen. Hij voltooide de compositie in augustus 1944 en bracht het werk enkele maanden later zelf in première, samen met violist Dmitri Tsiganov en cellist Sergei Sjirinski.

Sjostakovitsj’ verdriet komt het duidelijkst naar voren in het langzame derde deel, maar het Tweede piano­ is veel meer dan een . Het is rijk aan verscheidenheid – een passend eerbetoon aan de veelzijdige musicoloog Sollertinski. Zo wisselen in het eerste deel momenten van reflectie (de aan het begin), opgeruimdheid, het volkse Russische leven en boos verzet elkaar af.

Bovendien is het een oorlogswerk. In die periode trokken de nazi’s zich terug aan het oostfront en hoorden de Russen pas van het lot van de joden in vernietigingskampen als Majdanek en Treblinka. Het tweede deel en vooral de joods geïnspireerde finale, met zijn danse macabre, roepen de uitersten van vreugde en bitterheid op.

Biografie

Eggner Trio

Het Eggner werd in 1997 in het leven geroepen door de broers Georg, Florian en Christoph Eggner. Het Oostenrijkse drietal bouwde al snel een stevige reputatie op, die – na het winnen van het Brahms Concours in Pörtschach in 1999 – in 2003 een flinke internationale impuls kreeg met het winnen van de Melbourne International Chamber Music Competition.

Drie jaar later maakte het trio deel uit van de Rising Stars-serie, die hen bracht op podia als de van Het Concertgebouw, de Weense Musikverein en Carnegie Hall in New York. Inmiddels concerteerden de broers ook in onder meer Japan, Australië, Nieuw-Zeeland en Uruguay.

Naast het spelen van kamermuziek voeren de broers Eggner graag de tripel­concerten van Beethoven en Martinů uit, wat ze deden met bijvoorbeeld het van Tasmanië en het Tonkünstler Orchester. Het ensemble maakte een aantal cd’s, met daarop werken van onder anderen Sjostakovitsj, Beethoven en Mendelssohn. Onder de titel Kaleidoskop verscheen een album met muziek van hedendaagse Oostenrijkse componisten.

In oktober 2015 was het Eggner voor het laatst te gast in Het Concertgebouw, ook toen in de serie ’s.