Eggner Trio met Dvořák: volksmuziek en drama

Eggner Trio:

Christoph Eggner piano
Georg Eggner viool
Florian Eggner cello

Joseph Haydn 1732-1809

Pianotrio in G gr.t., Hob. XV: 25 (1795)
‘Zigeunertrio’
Andante
Poco adagio: Cantabile
Rondo all’ongarese: Presto

 

Robert Schumann 1810-1856

Derde pianotrio in g kl.t., op. 110 (1851)
Bewegt, doch nicht zu rasch
Ziemlich langsam
Rasch
Kräftig, mit Humor

pauze
 

Antonín Dvořák 1841-1904

Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91) ‘Dumky’
Lento maestoso – Allegro
Poco adagio – Vivace
Andante – Vivace non troppo
Andante moderato – Allegretto scherzando – Allegro
Allegro
Lento maestoso – Vivace

Toelichting

Joseph Haydn 1732-1809

Pianotrio in G gr.t., Hob. XV: 25 (1795)

Joseph Haydn hield zich aanvankelijk aan het oude type , waarin een e pianopartij werd begeleid door twee strijkers. In zijn laatste creatieve periode begon dat te veranderen. De invloed van Mozart wordt enigszins merkbaar. Zijn ’s worden complexer, maar de piano blijft domineren en de dubbelt vaak de linkerhand van de piano. Tot die laatste periode hoort ook een van zijn meest geliefde exemplaren, het Pianotrio in G groot. Het werd geschreven aan het eind van zijn tweede bezoek aan Londen en kreeg de bijnaam ‘Zigeunertrio’. In het openingsdeel, bestaande uit een tweedelig met vier variaties, wisselen piano en viool van rol. Zo is in de derde variatie de viool de prima donna en de piano de begeleider. Ook in het tweede deel treedt de viool meer naar voren, nu met een fraaie , overgenomen van de piano. De finale, all’ongarese, dankt zijn naam aan de zigeunermuziek in het middendeel. Haydn was speciaal geïnteresseerd in Hongaarse zigeunermuziek, wat ongetwijfeld te maken had met de geografische positie van het Esterháza-slot in Hongarije waar hij als kapelmeester werkte en waar af en toe een zigeunerband speelde. Het pianotrio is opgedragen aan Haydns vriendin, de amateurpianiste Rebecca Schroeter, die een behoorlijke vaardigheid gehad moet hebben om het zigeunerrondo met zijn briljante passages tot een goed einde te brengen.

Robert Schumann 1810-1856

Derde pianotrio in g kl.t., op. 110 (1851)

‘Het maakte een geweldige indruk op me. Het is een en al passie, vooral het dat je meesleurt in woeste diepten’, schreef Schumanns echtgenote, pianiste Clara Wieck, in haar dagboek. Het Derde in g klein, 110 werd geschreven in 1851, midden in een periode van creatieve opleving, maar ook van persoonlijke stress. Robert Schumann was naar Düsseldorf verhuisd om een functie als te accepteren. Na aanvankelijk succes stapelden de conflicten zich echter op. Bovendien ging Schumanns geestelijke gezondheid sterk achteruit. Sommige tijdgenoten hoorden in het trio dan ook een geprikkelde, duistere stemming, waar de componist in het laatste deel een humoristische, zwierige draai aan probeerde te geven. Maar door dit alles heen klinken toch vooral fraaie ën en rijke ën. Na de gepassioneerdheid van het eerste deel heeft het tweede, langzame deel de stemming van een . De twee strijkers laten in een bijna -achtig duet een rijk versierde melodie horen, begeleid door de piano. Het daarop volgende scherzo met zijn twee contrasterende trio’s is weer een en al onrust. Boven het laatste deel schreef Schumann ‘krachtig, met humor’, maar echt geestig wordt het niet. Wel ontstaat een kleurrijk mozaïek van uiteenlopende muzikale ideeën.

Lies Wiersema

Antonín Dvořák 1841-1904

Pianotrio in e kl.t., op. 90 (1890-91)

Antonín Dvořák groeide op in een klein Boheems dorpje. Als jongen speelde hij viool in het dansorkest dat optrad in de dorps­herberg die zijn vader bestierde. De volksmuziek had hij dus al vroeg in de vingers. ‘Alle Slaven houden van muziek’, vertelde hij eens in een interview. ‘Ze kunnen de hele dag in het veld werken, maar ze zijn altijd aan het zingen en de ware muzikale geest brandt vurig in hen. En wat houden ze van dansen! Op zondag, als de kerk is uitgegaan, beginnen ze muziek te maken en te dansen, vaak tot vroeg in de volgende ochtend.’ In het in e klein, ‘Dumky’ zie je de dansende Bohemers met hun fleurig uitgedoste vrouwen en meisjes voorbijkomen. Het werk is een aaneenschakeling van zes dumky, meervoud van dumka, een van oorsprong Oekraïense ballade die door Dvořák werd gekoppeld aan een typisch Slavische melancholie en temperament. De muziek bezit een sterk verhalend karakter, waarbij de vaak op de voorgrond treedt. Dvořák had voor het stuk dan ook een bijzondere cellist in gedachten: de Tsjech Hanuš Wihan (1855-1920), voor wie hij later ook zijn beroemde Celloconcert zou componeren. De finale is het meest avontuurlijke deel. Geheimzinnige momenten veranderen plotseling in eenvoudige volkse muziek en een e gaat over in een spannende, opzwepende passage. Het ging Dvořák voor de wind, toen hij in 1891 dit vierde en laatste pianotrio componeerde, en dat is te horen in de ongelooflijke melodieusheid van het werk. Johannes Brahms, een belangrijk promotor van Dvořák muziek, beweerde ooit hevig jaloers te zijn op ‘de ideeën die deze knaap zomaar komen aanwaaien’. En inderdaad, wie het ‘Dumky’- hoort, kan alleen maar concluderen: wat een rijke geest!


Liesbeth Houtman

Biografie

Eggner Trio

Het Eggner werd in 1997 in het leven geroepen door de broers Georg, Florian en Christoph Eggner. Het Oostenrijkse drietal bouwde al snel een stevige reputatie op, die – na het winnen van het Brahms Concours in Pörtschach in 1999 – in 2003 een flinke internationale impuls kreeg met het winnen van de Melbourne International Chamber Music Competition.

Drie jaar later maakte het trio deel uit van de Rising Stars-serie, die hen bracht op podia als de van Het Concertgebouw, de Weense Musikverein en Carnegie Hall in New York. Inmiddels concerteerden de broers ook in onder meer Japan, Australië, Nieuw-Zeeland en Uruguay.

Naast het spelen van kamermuziek voeren de broers Eggner graag de tripel­concerten van Beethoven en Martinů uit, wat ze deden met bijvoorbeeld het van Tasmanië en het Tonkünstler Orchester. Het ensemble maakte een aantal cd’s, met daarop werken van onder anderen Sjostakovitsj, Beethoven en Mendelssohn. Onder de titel Kaleidoskop verscheen een album met muziek van hedendaagse Oostenrijkse componisten.

In oktober 2015 was het Eggner voor het laatst te gast in Het Concertgebouw, ook toen in de serie ’s.