Eeuwfeest Simeon Ten Holt: Canto ostinato op vier piano's
Jeroen van Veen piano
Sandra van Veen piano
LP Duo:
Sonja Lončar piano
Andrija Pavlović piano
Ook interessant: De noten van de Canto ostinato
Simeon ten Holt (1923-2012)
Canto ostinato (1976-79)
er is geen pauze
einde ± 21.45 uur
Toelichting
Simeon Ten Holt (1976-79)
Canto Ostinato
Door René van Peer
Het zou in Nederland weleens de meest geliefde naoorlogse compositie kunnen zijn, Simeon ten Holts Canto uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het is niet alleen populair in reguliere concerten. Ook in een context van ontspanning vindt het gretig aftrek, zoals bij yogaconcerten waarin luisteraars met geloken ogen de klanken als aan- en afrollende golven over zich heen laten spoelen.
Eindeloze beweging
Canto ostinato betekende voor Ten Holt een afscheid van de atonaliteit en de seriële compositietechniek die hij sinds het begin van de jaren zestig gehanteerd had. Het is een bezwerend stuk, vol herhalingen. De en golven op en neer in een elegante dans die voortgestuwd wordt door een onregelmatig van vijf tellen in een maat. Daardoor lijkt het alsof de muziek telkens naar voren wil stappen. De hoofdmelodie wordt soms op de hielen gezeten door andere vleugelspelers – het gevolg is dan een duizelingwekkende echo die in de oren werkt als een equivalent van dubbelzien.
De Canto bestaat uit 106 korte secties van uiteenlopend karakter. Sommige hebben gebonden noten, andere worden met een krachtig gespeeld. en binnen een sectie kunnen verschuiven, waardoor het dansante karakter even stokt, waarna vloeiende bewegingen weer de overhand krijgen. Elke sectie kan een aantal keren herhaald worden. De spelers bepalen de overgang naar de volgende sectie door middel van onderlinge signalen.
Met al die herhalingen kunnen spelers een uitvoering van het stuk oprekken zolang ze willen. In de muziek is een soort refrein te horen. Het is een punt van herkenning in die zee van noten, een houvast in een almaar doorgaande beweging. Uiteindelijk komen de almaar voortrollende golven zonder waarschuwing tot een abrupt einde. Het ene moment zit de luisteraar midden in de doorgaande kabbelingen, het volgende moment is het stil. Het is alsof je wakker schrikt uit een diepe slaap.
De indruk van een ononderbroken deinen roept onwillekeurig het beeld op van de zee. Het lijkt voor de hand te liggen dat Ten Holt zich liet inspireren door de Noordzee, waar hij niet ver vandaan woonde (in Bergen). Toch rept hij daar zelf met geen woord over. Wel heeft hij het idee van een beweging waar geen einde aan lijkt te komen vervat in de titel van het stuk, dat hij oorspronkelijk zelfs Perpetuum noemde.
Pas een paar maanden voor de première in 1979 veranderde hij de titel in Canto . Het tweede deel van die naam kan verwijzen naar de herhalingen van de secties, maar ook naar de koppigheid waarmee de motieven en de ritmiek door de hele compositie geweven zijn. Er is niets dat ze kan wegvagen, steeds steken ze de kop weer op.
Geen minimal
Vanwege de herhalingen, het ‘tonale’ karakter en de gemiddelde duur van een uitvoering werd ‘de Canto’ al snel ingedeeld bij de minimal music. Dat zag Ten Holt zelf ook in, getuige de inleiding die hij bij de schreef. ‘Canto ostinato heeft geen haast en met het wezen van de zogenaamde minimal music heeft het gemeen dat er niet over tijdsduur gesproken kan worden.’ Een vergelijking met Terry Riley’s baanbrekende compositie In C uit 1964 is al gauw gemaakt.
Riley werkte met cellen van motieven als bouwstenen, die in volgorde gespeeld moesten worden, met herhalingen waar de musici ter plekke over kunnen beslissen. Maar waar Riley de bezetting volkomen vrij laat, verwacht Ten Holt dat zijn compositie op toetsinstrumenten gespeeld wordt. In C heeft bovendien een onveranderlijke puls, terwijl Canto ostinato door de wisselende en ritmisch opener klinkt.
Bovendien zijn de akkoordenschema’s die Ten Holt schreef soms bijna schaamteloos romantisch
Ten Holt gebruikte in de Canto geen van de technieken die de pioniers van de minimal music toepasten. Dus geen faseverschuivingen zoals bij Steve Reich, en geen verschuivende metrums of snelle opeenvolgingen van gebroken en waaraan de muziek van Philip Glass te herkennen is. Het is geen afstandelijke muziek die een van tevoren bepaald proces doorloopt.
De Canto wijkt juist van de vroege minimal music af doordat er een duidelijke progressie in de muziek doorklinkt. Bovendien zijn de akkoordenschema’s die Ten Holt schreef soms bijna schaamteloos romantisch. Onverwachte momenten van frictie in de samenklanken lossen al snel weer op naar meer conventionele ën. Dat komt de toegankelijkheid, en daarmee de populariteit, ontegenzeggelijk ten goede.
Extra
Vier vleugels op het podium betekent extra werk voor pianostemmer Ehud Loudar. Bekijk hoe hij te werk gaat:
Biografie
Sandra en Jeroen van Veen, piano
Sandra en Jeroen van Veen leerden elkaar kennen in 1987, in hun studietijd aan het conservatorium in Utrecht. Een gedeelde passie voor de muziek bracht hen op bekende podia in tal van Europese landen, maar ook in Rusland, Canada en de Verenigde Staten. Ze hebben beiden een solocarrière, en vormen daarnaast sinds 1995 een pianoduo, dat zich specialiseerde in minimal music en vooral bekend werd als groot promotor van het werk van Simeon ten Holt. Ze wijdden hun eerste gezamenlijke cd aan diens Canto en deze opname werd door de componist zelf tot de beste vertolking bestempeld. Ze zijn mede-oprichter van de Simeon ten Holt Foundation.
Andere muziek voor pianoduo spelen ze ook van bijvoorbeeld Erik Satie en Douwe Eisenga. Sandra van Veen studeerde in 1992 af bij Håkon Austbö en is naast haar podiumcarrière een geliefd pianodocent. Ze maakt ook theaterconcerten naar verschillende thema’s, zoals een componistenleven of de geschiedenis van de piano. Jeroen van Veen studeerde bij Alwin Bär en Håkon Austbö. Naast zijn activiteiten als uitvoerend musicus is hij actief als componist en als organisator van diverse concertseries en festivals; ook neemt hij graag zitting in concoursjury’s.
In Het Concertgebouw gaf het pianoduo al meermaals uitvoeringen van Canto , bijvoorbeeld tijdens ligconcerten in de zomers van 2014 en 2015 en voor het laatst in januari vorig jaar in een kwartet samen met het Servische LP Duo.
Neem een kijkje in de koffer van Jeroen van Veen. Ook interessant: de Canto ostinato in een notendop.
LP Duo, pianoduo
De pianisten van het Servische LP Duo zijn opgeleid in Belgrado en Rostock en wonnen – zowel solo als als duo – concoursprijzen in Krakau, Rome en Bialystok. Het duo bestaat sinds 2004 en werd vier jaar later door de Dranoff International 2 Piano Foundation in Miami gerekend tot de acht beste pianoduo’s ter wereld.
Het LP Duo won een belangrijke cultuurprijs van thuisstad Belgrado en de Annual Award of the Association of the Musical Artists of Serbia.
Het tourde door Europa, debuteerde in 2014 in Carnegie Hall in New York en in 2015 in het Kennedy Center in Washington. Voor repertoire met orkest werden de pianisten uitgenodigd door onder andere het Philharmonisch Orkest van Belgrado, en ze brachten zo’n vijftig veelal aan hen opgedragen hedendaagse werken in première.
Een van de cd’s van het LP Duo, getiteld Duality, is gespeeld op de zogenaamde hybrid piano, een instrument dat de musici zelf mede ontwikkelen en dat eigenschappen van een piano en een synthesizer combineert. Sonja Lončar geeft les aan het conservatorium van Belgrado en Andrija Pavlović aan zowel de NOVA Academy European University in Belgrado als de universiteit van Novi Sad.
Het LP Duo schrijft muziek voor theater, film, televisie, dans en video, waarmee het zich beweegt op het snijvlak van klassieke muziek en andere genres. Het LP Duo maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.

