Eerbetoon aan Dutilleux door Gautier Capuçon en vrienden

Lisa Batiashvili viool
Valeriy Sokolov viool
Gérard Caussé altviool
Gautier Capuçon cello
Frank Braley piano

Henri Dutilleux 1916-2013

Trois strophes sur le nom de Sacher (1976-82)
voor cello solo
Un poco indeciso
Andante sostenuto
Vivace

Drie preludes
voor piano solo
D’ombre et de silence (1973)
Sur une même accord (1977)
Le jeu des contraires (1988)

Maurice Ravel 1875-1937

Pianotrio in a kl.t. (1914)
Modéré
Pantoum: Assez vif
Passacaille: Très large
Finale: Animé

pauze

Claude Debussy 1862-1918

Sonate in g kl.t. (1916-17)
voor viool en piano
Allegro vivo
Intermède: Fantasque et léger
Finale: Très animé

Henri Dutilleux 1916-2013

Ainsi la nuit (1976)
voor strijkkwartet
Nocturne 1
Miroir d’espace
Litanies 1
Litanies 2
Constellations
Nocturne 2
Temps suspendu

Toelichting

Henri Dutilleux 1916-2013

trois strophes

Henri Dutilleux was een componist die zich moeilijk in een hokje liet stoppen. De Fransman, die op 22 januari zijn honderdste verjaardag zou hebben gevierd, ontwikkelde sinds de jaren veertig een idioom dat weliswaar mede bepaald werd door het werk van zijn Franse voorgangers en tijdgenoten, maar een geheel eigen signatuur en kleur heeft. Dutilleux werd geboren in Angers, studeerde aan het Parijse Conservatoire en won in 1938 de Prix de Rome. Zijn oeuvre is niet al te uitgebreid: de componist ging nooit over één nacht ijs en schaafde in de regel lange tijd aan zijn werken voordat hij ze over het voetlicht bracht. In zijn fascinerende, kleurrijke en soms mysterieuze muziek trachtte Dutilleux op een originele en integere wijze (naar eigen zeggen) ‘zorgvuldig pasklare vormen te vermijden’ en een ‘voorliefde voor variatie’ tentoon te spreiden. Daarbij zocht hij naar een specifieke sonoriteit (en dan bij voorkeur naar ‘de vreugde van het geluid’) en koos hij voortdurend voor een zo economisch mogelijk gebruik van middelen.

Nadat Dutilleux een concert voor Mstislav Rostropovitsj had geschreven (Tout un monde lointain, 1968-70), kwam het in 1976 opnieuw tot een samenwerking tussen de Fransman en de virtuoos. Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Paul Sacher – een beroemde Zwitserse die tal van vooraanstaande componisten belangrijke opdrachten had verstrekt – klopte Rostropovitsj bij twaalf bekende componisten aan, met het verzoek een werk te schrijven op de zes noten van de naam Sacher: es, a, c, h (de Duitse b), e en d (‘re’). Net als Britten, Boulez en Lutosławski voldeed Dutilleux aan het verzoek. Zijn werk groeide in 1982 uit tot de Trois strophes sur le nom de Sacher. In de drie kleurige stukken, waarin de uitvoerende snaren van zijn instrument moet verstemmen, verschijnen de notennamen als een rode draad in allerlei gedaantes. In de laatste strofe eert Dutilleux Sacher door een fragment te citeren van Bartóks Muziek voor snaren, en celesta, een van de vele werken die dankzij de Zwitser ontstonden. 

Henri Dutilleux 1916-2013

drie preludes

De specifieke klankwereld die Dutilleux in zijn orkestwerken schiep, wist hij ook in zijn pianowerken op te roepen. Het klavier was voor hem als een kleurrijk orkest; de sonoriteit van het instrument heeft een symfonische allure, en de componist maakte in zijn schrijfwijze steeds gebruik van verschillende texturen. In de eerste pianowerken klinken de invloeden van zijn landgenoten Debussy, Ravel en Messiaen nog door, in de latere horen we vooral het bijzondere idioom van de Fransman zelf. Dat geldt ook voor de expressieve Drie preludes uit 1973, 1977 en 1988. D’ombre et de silence – waarvan de eerste versie ten doop werd gehouden door Dutilleux’ vrouw (en pianomuze) Geneviève Joy – is opgedragen aan Arthur Rubinstein. Het werk zit vol schaduwakkoorden en dynamische contrasten. Sur un même accord, opgedragen aan de Franse pianiste Claude Helffer, is een geraffineerde variatie over één (g-b-fis-bes) in een soort vorm. Soms klinkt het akkoord bijna onhoorbaar, als de pianist de tonen ervan stil indrukt en het alleen mee resoneert. De laatste prelude ontstond meer dan tien jaar later op verzoek van pianist Eugene Istomin voor een pianoconcours. Linker- en rechterhand spelen soms gespiegeld muzikaal materiaal en ‘het spel van de contrasten’ horen we ook terug in de en sonore klankvelden. 

Maurice Ravel 1875-1937

pianotrio

Hoewel er veel verschillen zijn tussen de zogenaamde ‘impressionisten’ Debussy en Ravel hadden ze in ieder geval één ding gemeen: hun bewondering voor de muziek van hun landgenoten. Beiden staken die liefde ook in hun eigen oeuvre niet onder stoelen of banken. Zo schreef Ravel in 1920 Le de Couperin, een hommage aan een van de grote achttiende-eeuwse Franse klavecinisten. Het , dat zes jaar eerder ontstond, vond de componist zelf ‘bijna te klassiek’. Verwijzingen naar het baroktijdperk vinden we vooral in het derde deel, een passacaglia: een vorm waarin een steeds herhaald de basis is. Meteen al in het eerste deel – in een 8/8 maat – horen we dat het in ritmisch opzicht in elk geval niet ‘te klassiek’ is. Het tweede deel, een , noemde Ravel ‘pantoum’, daarmee refererend aan een door Franse dichters gehanteerde dichtvorm uit Maleisië. Ook hier combineert de Fransman verschillende ritmische lagen. Deed het hoofdthema van het openingsdeel al aan Ravels Baskische achtergrond denken, in de ritmisch afwisselende Finale lijkt de folklore van diens geboorteland eveneens op te spelen.

Claude Debussy 1862-1918

Sonate

‘Ik heb altijd angst voor het volgende uur… De ziekte – die oude dienstmaagd van de dood – heeft mij als proefkonijn gekozen… Wanneer zal het einde komen?’ De laatste jaren van zijn leven ging het slecht met Claude Debussy’s gezondheid. Hij leed aan darmkanker maar vond tussen de bedrijven door toch nog energie om te componeren. Op aandringen van zijn uitgever had hij zich voorgenomen zes s te schrijven voor verschillende kamermuzikale bezettingen. Uiteindelijk kwamen er slechts drie op papier, waaronder de Vioolsonate in g klein, uit 1916-17. De componist ondertekende de drie werken nadrukkelijk als ‘musicien français’, enerzijds omdat hij zich erin liet inspireren door zijn achttiende-eeuwse voorgangers Couperin en Rameau, anderzijds – de Eerste Wereldoorlog was in volle gang – om een duidelijk nationalistisch signaal af te geven. In het eerste deel van de Vioolsonate speelt Debussy met kleine motieven en modale klanken. Van een echte doorwerking is eigenlijk geen sprake; aan het slot van dit worden de beide hoofdthema’s wel gecombineerd. Het tweede deel is een lichtvoetig met ostinate s. In het begin van het derde deel citeert de componist het hoofdthema uit deel een, om daarna los te barsten in ‘een eenvoudig spel van een gedachte die om zichzelf heen draait als een slang, die zich in de staart bijt.’

De première van Debussy’s zwanenzang in mei 1917, nog eenmaal met de componist achter de piano, werd zijn laatste grote succes: in januari van het volgend jaar overleed hij in zijn woonplaats Parijs.

Henri Dutilleux 1916-2013

ainsi la nuit

Een van Dutilleux’ beroemdste kamermuziekwerken werd het strijkkwartet Ainsi la nuit uit 1976. Vooraf had de componist zich verdiept in de kwartetten van Beethoven en Bartók en in muziek van Webern en Berg. Zijn onderzoek resulteerde uiteindelijk in een knap geconstrueerd bouwwerk dat soms aandoet als een droom, waarin herinneringen, déjà vu’s, muzikale metamorfoses en instrumentale effecten zijn samengebracht. Het kwartet bestaat uit zeven delen, waaronder twee s en twee litanieën. Deze delen worden aan elkaar verbonden door losse, verklarende gedachten (‘parathesen’) waarin Dutilleux soms vooruitwijst en soms terugblikt. Het eerste deel bevat de cellen van het materiaal – waaronder een met drie en – dat in de overige delen tot volle wasdom komt. Totdat heden en verleden in het laatste deel worden opgeheven.

Dirk Luijmes

Biografie

Lisa Batiashvili, viool

Lisa Batiashvili studeerde bij Ana Chumachenco in München en bij Mark Lubotsky in Hamburg, en baarde opzien door op haar zestiende de tweede prijs te winnen van het Sibelius Concours 1995. Haar internationale carrière ging direct van start, ze won onder meer een Midem Classical Award en een Choc de l’année, werd in 2015 door ­Musical America benoemd tot Instrumentalist of the Year en twee jaar later door Gramophone genomineerd als Artist of the Year.

In 2018 ontving de violiste een eredoctoraat van de Si­belius Academie in Helsinki. Recentelijk bekleedde Lisa Batiashvili een residency bij de Berliner Philharmoniker, en hoogtepunten van het afgelopen seizoen waren een optreden met het Orchestre de Paris en Klaus Mäkelä op het Lucerne Festival, tournees met het Tonhalle-Orchester Zürich (Paavo Järvi), het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia (Daniel Harding) en het London Symphony Orchestra (Antonio Pappano), en haar terugkeer bij de Los Angeles Philharmonic, de New York Philharmonic en het National Symphony Orchestra in Washington.

Ook met het Concertgebouworkest heeft ze een hechte band: ze soleerde er voor het eerst in 2001 (Mozart) en voor het laatst in november 2024 (Prokofjev onder leiding van Klaus Mäkelä). Als artist in residence van het orkest in seizoen 2016/2017 soleerde ze in Tsjaikovski, Prokofjev en Sjostakovitsj en speelde ze met orkestleden kamermuziek. Met haar Lisa Batiashvili Foundation zet de violiste zich in voor getalenteerde jonge musici in haar geboorteland Georgië. Ze bespeelt een Joseph Guarneri ‘del Gesù’ uit 1739.

Valeriy Sokolov, viool

De Oekraïense violist Valeriy Sokolov verliet zijn geboorteland op dertienjarige leeftijd om aan de Yehudi Menuhin School in Engeland te gaan studeren bij Natalia Boyarskaya. Onder zijn docenten waren verder Ana Chumachenco, Boris Kushnir en Gidon Kremer.

In 2005 won Valeriy Sokolov het George Enescu Internationaal Concours in Boekarest. Sindsdien werd hij als solist geëngageerd door orkesten als het Philharmonia Orchestra, het Orchestre de Paris, het Tokyo Philharmonic Orchestra, het Sint-Petersburg Filharmonisch ­Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Als kamermusicus betrad Valeriy Sokolov het podium in onder meer Wigmore Hall in Londen, het Théâtre du Châtelet in Parijs en het Lincoln Center in New York. Pianist Evgeny Izotov is zijn vaste duopartner, en met hem en cellist Alexei Shadrin vormt hij een .

Valeriy Sokolov legde recentelijk concerten van Bartók en Tsjaikovski op cd vast samen met het Tonhalle-Orchester Zürich. In Het Concertgebouw was hij eerder onder meer te beluisteren in januari 2016 in de , in een programma m violiste Lisa Batiashvili.

Gérard Caussé, altviool

Gérard Caussé verwierf bekendheid in de jaren 1970, toen hij mede­oprichter en altviolist was van Pierre Boulez’ Ensemble intercontemporain. De Fransman is nog altijd een bevlogen vertolker van hedendaagse muziek: hij bracht werken in première van onder anderen Henri Dutilleux, Philippe Hersant, Pascal Dusapin en Wolfgang Rihm.

Van 2002 tot 2004 was Gérard Caussé artistiek leider van het Orchestre National du Capitole de Toulouse en trad hij veelvuldig op met dit gezelschap, als solist en als . In ­recente seizoenen was hij te gast bij bijvoorbeeld het Orchestre National de France, het Orchestre de la Suisse Romande, de Philharmonie Luxembourg en het van São Paulo.

Zijn discografie omvat meer dan zestig titels. Master­classes geeft de altist wereldwijd, en hij is als docent verbonden aan de conservatoria van Parijs en Madrid. Gérard Caussé bespeelt een instrument van Gasparo da Salo uit 1560. Hij betreedt regelmatig het kamermuziekpodium in wisselende bezettingen met de broers Capuçon, zoals bijvoorbeeld ook in de van Het Concertgebouw in januari en februari 2016.

Gautier Capuçon, cello

Gautier Capuçon soleerde bij leidende orkesten wereldwijd onder en als Gustavo Dudamel, Charles Dutoit, Christoph Eschenbach, Andrès Orozco-Estrada, Pablo Heras-­Casado, Paavo Järvi, Klaus Mäkelä, ­Andris Nelsons en Christian Thielemann.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in januari 2014 met SjostakovitsjEerste concert onder leiding van ­Semyon Bychkov; verder speelde hij in de met het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Bernard ­Haitink, het Luzerner Sinfonieorchester, het Gustav Mahler Jugendorchester, het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergiev en het Nederlands Philharmonisch onder leiding van Lorenzo Viotti.

In de speelde de cellist veelvuldig kamermuziek, onder meer in een ‘Weekend met’ in februari 2010 samen met zijn broer, de violist Renaud Capuçon, en voor het laatst in november 2016 met pianist Frank Braley. Op 6 november 2018 speelde hij al eens in het Batiashvili/Capuçon/Thibaudet kamermuziek in de (Sjostakovitsj, Mendelssohn en Ravel).

Naast zijn podiumcarrière is de Fransman oprichter van de Founda­tion Gautier Capuçon, die jonge talenten ondersteunt aan het begin van hun loopbaan. In de zomer van 2020 bracht hij door heel Frankrijk muziek bij het publiek met ‘Un été en France’, een project met jonge musici en dansers dat in 2024 zijn eerste lustrum vierde. Het instrument van de cellist is ‘L’Ambassadeur’, in 1701 gebouwd door Matteo Goffriller.

Frank Braley, piano

Frank Braley begon met pianospelen toen hij vier was. Zes jaar later trad hij voor het eerst op als solist, met het Orchestre Philharmonique de Radio France in de Salle Pleyel in Parijs. Op tweeëntwintigjarige leeftijd won de pianist in 1991 het Koningin Elisabeth Concours in Brussel.

Sinds die tijd is hij een graag geziene solist bij tal van grote orkesten, waaronder het London Philharmonic Orchestra, het Los Angeles Philharmonic Orchestra, het Leipziger Gewandhausorchester en het Orchestre de Paris. Ook voor het geven van s en kamermuziekoptredens reist de Fransman over de wereld.

Hij werkt graag samen met de broers Renaud en Gautier Capuçon, violist en cellist. Met hen nam hij onder meer s en ’s van Ravel op en was hij in november 2016 voor het laatst te gast in de van Het Concertgebouw. Naast zijn activiteiten op het podium en in de studio geeft Frank Braley les aan het conservatorium in Parijs, waar hij zelf ook zijn opleiding heeft genoten, en is hij sinds 2014 chef- van het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie.