Ebène Kwartet speelt Fauré, Dutilleux en Beethoven
Ebène Kwartet:
Pierre Colombet viool
Gabriel Le Magadure viool
Marie Chilemme altviool
Raphaël Merlin cello
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 22.05 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Strijkkwartetten.
Gabriel Fauré 1845-1924
Strijkkwartet in e kl.t., op. 121 (1925)
Allegro moderato
Andante
Allegro
Henri Dutilleux 1916-2013
Ainsi la nuit (1976)
voor strijkkwartet
Nocturne 1
Miroir d’espace
Litanies 1
Litanies 2
Constellations
Nocturne 2
Temps suspendu
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet in Es gr.t., op. 74 (1809) ‘Harfenquartett’
Poco adagio – Allegro
Adagio ma non troppo
Presto
Allegretto con variazioni
Toelichting
door Lies Wiersema
Fauré: Strijkkwartet
‘Ik ben begonnen aan een kwartet voor strijkers, zonder piano. Dit is een genre waarin vooral Ludwig van Beethoven zich bewoog, waardoor al degenen die geen Beethoven zijn de zenuwen krijgen. Ik wil er niets over zeggen totdat ik het doel bereik, het eind van het werk,’ zo schreef Gabriel Fauré zijn vrouw een jaar voor zijn dood.
Waar voor Beethoven het strijkkwartet een geliefd genre is, leken Franse componisten huiverig voor het medium. Meestal bleef het tot één exemplaar beperkt. Fauré wachtte ermee tot het eind van zijn leven vanwege ‘de grote moeilijkheidsgraad van een dergelijke compositie’.
Hij was 78, inmiddels volledig doof en kampend met ernstige gezondheidsproblemen. In dit sobere, meditatieve kwartet lijkt de componist een voorgevoel van zijn naderend einde en zijn afscheid van het leven uit te drukken. Vooral in de eerste twee delen resoneert de melancholieke stemming van zijn laatste jaren.
De weemoedige melodie waarmee het moderato opent wordt beantwoord door de eerste viool met een dat Fauré veertig jaar eerder gebruikt had, misschien nostalgisch teruggrijpend naar zijn jonge jaren. Het harmonisch kleurrijke is van een serene schoonheid. Er klinkt berusting als van iemand die gereed is voor het afscheid.
De finale moest in Fauré’s visie ‘licht en opgewekt’ zijn. Met zijn lichte ’s en dansachtige karakter is de sfeer ogenschijnlijk vrolijk, maar met een verhulde droefheid. Tijdens het schrijven van dit deel was hij zo uitgeput dat hij niet meer kon lopen.
Krap twee maanden voor zijn dood voltooide hij zijn enige strijkkwartet. Onder het manuscript schreef hij: ‘laatste maten van het laatste werk: het strijkkwartet’. Voor het toevoegen van tempoaanduidingen en andere aanwijzingen was geen tijd meer. Dat vertrouwde hij toe aan zijn leerling en vriend Roger Ducasse.
Zijn laatste wens was dat het kwartet eerst uitgeprobeerd zou worden voor de kleine groep vrienden die altijd al zijn eerste publiek vormde: ‘Ik heb vertrouwen in hun oordeel en laat hen de beslissing of dit kwartet gepubliceerd of vernietigd moet worden.’ Het werd na zijn dood gepubliceerd en het bleek een meesterwerk dat behoorde tot het beste dat Frankrijk toen te bieden had.
door Dirk Luijmes
Dutilleux: Ainsi la nuit
Een van Henri Dutilleux’ beroemdste kamermuziekwerken werd het strijkkwartet Ainsi la nuit uit 1976. Vooraf had de componist zich verdiept in de kwartetten van Beethoven en Bartók en in muziek van Webern en Berg.
Zijn onderzoek resulteerde uiteindelijk in een knap geconstrueerd bouwwerk dat soms aandoet als een droom, waarin herinneringen, deja vu’s, muzikale metamorfoses en instrumentale effecten zijn samengebracht.
Het kwartet bestaat uit zeven delen, waaronder twee s en twee litanieën. Deze delen worden aan elkaar verbonden door losse, verklarende gedachten (‘parathesen’) waarin Dutilleux soms vooruitwijst en soms terugblikt.
Het eerste deel bevat de cellen van het materiaal – waaronder een met drie en – dat in de overige delen tot volle wasdom komt. Totdat heden en verleden in het laatste deel worden opgeheven.
door Lies Wiersema
Beethoven: 'Harfenquartett'
Ludwig van Beethoven schreef zijn Strijkkwartet in Es groot, 74 medio 1809 temidden van het oorlogsgeweld. De soldaten van Napoleon hadden Wenen aangevallen en bezet. Beethoven verzuchtte dat er niets dan tromgeroffel en kanongebulder was en vluchtte de kelder in om zijn oren met kussens te beschermen.
Het kwartet weerspiegelt echter een andere wereld dan de dagelijkse misère. Het is een open, helder werk, enigszins luchtig van sfeer. De langzame, weifelende inleiding, waarmee het werk geopend wordt, klinkt als een vraag, die in het daaropvolgende met bijna dezelfde vier noten beantwoord wordt. De ’s waarmee dat gebeurt hebben het kwartet de bijnaam ‘Harfenquartett’ opgeleverd.
Het heeft de vorm van een met een telkens gevarieerd refrein. Beethoven laat de -lange -openingsmelodie drie keer klinken, met steeds andere kleuren. Na zo’n sereen langzaam deel is het contrast met het met zijn opzwepende extra sterk. Alsof dat nog niet genoeg is wordt het met zijn prestissimo aanduiding een ware uitbarsting van furieuze energie.
Zowel scherzo als trio worden beide letterlijk herhaald, om ten slotte vanzelf over te gaan in het laatste deel. De finale is een variatiedeel. De componist heeft de zes variaties die volgen op het elegante keurig geordend. De oneven variaties zijn energiek en de even variaties klinken zacht en bedachtzaam. Bijna onverhoeds besluit een korte, snelle dit slotdeel.
Biografie
Quatuor Ébène, kwartet
Het Quatuor Ébène ontstond in 1999 aan het Conservatoire de Parijs. Na lessen van het Quatuor Ysaÿe, Gábor Takács, Eberhard Feltz en György Kurtág kwam een internationale carrière op gang met meerdere prijzen van het ARD Concours in München in 2004 en een Borletti-Buitoni Trust Award in 2007.
Het viertal speelt meer dan het geijkte kwartetrepertoire: wat begon als voor de lol improviseren op pop- en jazznummers groeide uit tot een handelsmerk, zoals te horen op de albums Fiction (2010), Brazil (2014) en Eternal Stories (2017).
Voor zijn discografie – met ook werken van Bartók, Debussy, Haydn, Fauré en broer en zus Mendelssohn – werd het Quatuor Ébène onderscheiden met onder meer de Gramophone Award, de BBC Music Magazine Award en de Midem Classical Award. Met Philippe Jaroussky maakte het kwartet het album Green, Schubert nam het op met bariton Matthias Goerne en cellist Gautier Capuçon, en in 2023 verschenen de Mozartetten samen met altist Antoine Tamestit.
Beethoven Around the World, live-opnames van de zestien strijkkwartetten van Beethoven uit zalen verspreid over zes continenten, markeerde het twintigjarig bestaan van het Quatuor Ébène. Nog steeds spelen ze die cyclus, bijvoorbeeld in Suntory Hall in Tokio, de Philharmonie Berlin en Wigmore Hall in Londen. Sinds januari 2021 hebben de musici een strijkkwartetklas aan de Hochschule für Musik und Theater in München en sinds seizoen 2021/2022 presenteren ze een gezamenlijke strijkkwartetserie met het Belcea Quartet in het Wiener Konzerthaus.
Van 2022/2023 tot vorig seizoen was het Quatuor Ébène in residence bij Radio France, en in 2023/2024 bij de Philharmonie Luxembourg. In Het Concertgebouw debuteerde het Quatuor Ébène in de zomer van 2006 en het keerde geregeld terug, voor het laatst in mei 2024 met octetten samen met het Belcea Quartet.
Pierre Colombet heeft twee violen in bruikleen – de ‘Piatti’-Stradivarius uit 1717 en een Matteo Goffriller uit 1736 – plus een strijkstok van Charles Tourte (Parijs, negentiende eeuw). Gabriel Le Magadure heeft een Guarneri del Gesù (Cremona, 1743/45) en een Guarneri van circa 1740 in bruikleen, en een strijkstok van Dominique Pecatte (ca. 1845). Marie Chilemme bespeelt de ‘Gibson’-Stradivarius uit 1734 en een van Marcellus Hollmayr (1625). De van Yuya Okamoto is een Giovanni Grancino (1682, Milaan).
