Ebène Kwartet met ‘heavy’ Beethoven

Ebène Kwartet:
Pierre Colombet viool
Gabriel Le Magadure viool
Adrien Boisseau altviool
Raphaël Merlin cello

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Strijkkwartet in cis kl.t., op. 131 (1826)
Adagio ma non troppo e molto espressivo
Allegro molto vivace
Allegro moderato – Adagio – Più vivace
Andante ma non troppo e molto cantabile
Presto
Adagio quasi un poco andante
Allegro 

Pauze

Strijkkwartet in a kl.t., op. 132 (1825)
‘Heiliger Dankgesang’
Assai sostenuto – Allegro
Allegro ma non tanto
Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit, in der lydischen Tonart: Molto adagio – Neue Kraft fühlend: Andante
Alla marcia, assai vivace
Allegro appassionato

Toelichting

Ludwig van Beethoven: 1770-1827

Beethovens ‘late’ kwartetten

De vijf strijkkwartetten plus de Grosse Fuge die Ludwig van Beethoven in de laatste jaren voor zijn dood schreef, worden aangeduid als zijn ‘late’ kwartetten. Het zijn grootse, epische en meesterlijke werken waar de musici en luisteraars van die tijd eigenlijk nog niet aan toe waren. Componist Louis Spohr bijvoorbeeld noemde ze ‘onleesbare, ongecorrigeerde verschrikkingen’. Sinds die tijd zijn de meningen compleet veranderd. Inmiddels worden Beethovens late strijkkwartetten gerekend tot de beste composities aller tijden.

In november 1822 stuurde prins Nikolaj Galitsin (ook wel Golitsin gespeld) een brief aan Beethoven waarin hij hem om ‘een, twee of drie’ strijkkwartetten vroeg en aanbood hem te betalen wat de componist ‘gepast’ achtte. In januari 1823 schreef de componist terug dat hij een prijs van vijftig dukaten per werk in gedachten had. Het duurde nog tot het volgende jaar voordat hij aan het componeren van de kwartetten toe kwam, maar het geduld van de Russische prins werd uiteindelijk rijkelijk beloond: Beethoven schreef in 1824-25 de strijkkwartetten 127, 132 en 130 (met als oorspronkelijke finale de Grosse Fuge). En had blijkbaar zo de smaak te pakken, dat hij in 1825-26 ook het tisch aan beide voorafgaande kwartetten verbonden opus 131 en daarna nog opus 135 en een nieuwe finale voor opus 130 componeerde.

Ludwig van Beethoven: 1770-1827

strijkkwartet in cis klein (1826)

Beethoven liet zijn Strijkkwartet in cis klein, 131 door Schott in Mainz publiceren en droeg het op aan baron Joseph von Stutterheim (een Moravische veldmaarschalk die Beethovens neef Karl in dienst had genomen na diens zelfmoordpoging). De componist zou de uitgave van het werk in 1827 niet meer meemaken, laat staan de publieke première in 1835. Een van de private uitvoeringen vond plaats op 14 november 1828, op speciaal verzoek van Franz Schubert, vijf dagen voor diens dood. Na de uitvoering zou Schubert hebben verzucht: ‘Wat kun je hierna nog componeren?’

Beethovens Strijkkwartet in cis klein is uitzonderlijk, zowel qua lengte als qua opzet, harmonische voortgang en emotionele zeggingskracht. Het strijkkwartet heeft zeven delen (in plaats van de gebruikelijke vier), die allemaal zonder pauze in elkaar overgaan. Maar ze zijn niet alle zeven even uitgebreid, dus je zou ze ook zo kunnen zien: de openingsfuga – volgens Richard Wagner ‘het meest zwaarmoedige ooit in muziek uitgedrukt’ – is een langzame introductie op het tweede deel, molto , dat een typisch eerste deel had kunnen zijn. Het derde deel doet dienst als een kort intermezzo vóór het omvangrijke langzame deel ma non troppo e molto cantabile, dat bestaat uit een en zes variaties. Het vijfde deel, , is in alles behalve de naam een levendig , inclusief gedeelte. Het korte zesde deel fungeert ten slotte als opmaat voor het laatste deel, Allegro, waarin de componist dan eindelijk toch nog de gebruikt en bovendien de openingsfuga citeert: de cirkel is rond. Een krachtig sluit dit monumentale strijkkwartet af, dat velen beschouwen als Beethovens meest indrukwekkende en dat Beethoven zelf ook bestempelde als zijn favoriet.

Ludwig van Beethoven: 1770-1827

strijkkwartet in a klein, ‘heiliger dankgesang’ (1825)

Het Strijkkwartet in a klein, 132, ‘Heiliger Dankgesang’ is het tweede van de drie kwartetten die Beethoven voor prins Nikolaj Galitsin schreef. Hij voltooide het werk in de zomer van 1825 na een moeizame periode van ziekte en herstel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit zijn weerslag had in de compositie. Strijd en duisternis maken uiteindelijk plaats voor blijdschap en licht. Het kwartet werd gepubliceerd in Parijs en Berlijn in 1827 na opus 130 en 131, vandaar dat het een hoger nummer en opusnummer kreeg dan de twee chronologisch eropvolgende kwartetten.

Uit zijn schetsen blijkt dat Beethoven aan zijn Strijkkwartet in a klein was begonnen met de conventionele opzet van vier delen voor ogen. In april 1825 raakte hij bedlegerig en staakte hij het componeren. Het duurde maanden voor hij van de slopende ziekte af was. Daarna schreef hij een uitgebreid ‘Heilig dankgezang aan de godheid’ voor zijn herstel en voegde dit als nieuw deel aan het Strijkkwartet in a klein toe. De Lydische modus en de hymneachtige zorgen voor het ‘heilige’ karakter van deze muziek. In vijf onderdelen passeren de hoop van de zieke componist, zijn gevoel van herstel en terugkerende kracht, en uiteindelijk zijn dankbaarheid aan God de revue. Dit sublieme, zeer gevoelige deel werd het emotionele hart van het kwartet en bezorgde het werk zijn bijnaam ‘Heiliger Dankgesang’.

Anneloes Brand

Biografie

Quatuor Ébène, kwartet

Het Quatuor Ébène ontstond in 1999 aan het Conservatoire de Parijs. Na lessen van het Quatuor Ysaÿe, Gábor Takács, Eberhard Feltz en György Kurtág kwam een internationale carrière op gang met meerdere prijzen van het ARD Concours in München in 2004 en een Borletti-Buitoni Trust Award in 2007.

Het viertal speelt meer dan het geijkte kwartetrepertoire: wat begon als voor de lol improviseren op pop- en jazznummers groeide uit tot een handelsmerk, zoals te horen op de albums Fiction (2010), Brazil (2014) en Eternal Stories (2017).

Voor zijn discografie – met ook werken van Bartók, Debussy, Haydn, Fauré en broer en zus Mendelssohn – werd het Quatuor Ébène onderscheiden met onder meer de Gramophone Award, de BBC Music Magazine Award en de Midem Classical Award. Met Philippe Jaroussky maakte het kwartet het album Green, Schubert nam het op met bariton Matthias Goerne en cellist Gautier Capuçon, en in 2023 verschenen de Mozartetten samen met altist Antoine Tamestit.

Be­ethoven Around the World, live-opnames van de zestien strijkkwartetten van Beethoven uit zalen verspreid over zes continenten, markeerde het twintigjarig bestaan van het Quatuor Ébène. Nog steeds spelen ze die cyclus, bijvoorbeeld in Suntory Hall in Tokio, de Philharmonie Berlin en Wigmore Hall in Londen. Sinds januari 2021 hebben de musici een strijkkwartetklas aan de Hochschule für Musik und Theater in München en sinds seizoen 2021/2022 presenteren ze een gezamenlijke strijkkwartetserie met het Belcea Quartet in het Wiener Konzerthaus.

Van 2022/2023 tot vorig seizoen was het Quatuor Ébène in residence bij Radio France, en in 2023/2024 bij de Philharmonie Luxembourg. In Het Concertgebouw debuteerde het Quatuor Ébène in de zomer van 2006 en het keerde geregeld terug, voor het laatst in mei 2024 met octetten samen met het Belcea Quartet.

Pierre Colombet heeft twee violen in bruikleen – de ‘Piatti’-­Stradivarius uit 1717 en een Matteo Goffriller uit 1736 – plus een strijkstok van Charles Tourte (Parijs, negentiende eeuw). ­Gabriel Le Magadure heeft een Guarneri del Gesù (Cremona, 1743/45) en een Guarneri van circa 1740 in bruikleen, en een strijkstok van Dominique Pecatte (ca. 1845). Marie Chilemme bespeelt de ‘Gibson’-­Stradivarius uit 1734 en een van Marcellus Hollmayr (1625). De van Yuya Okamoto is een Giovanni Grancino (1682, Milaan).