Dvořáks Symfonie nr. 9 & Fazil Say speelt Gershwins Rhapsody in Blue
Nederlands Philharmonisch
Delyana Lazarova dirigent
Fazıl Say piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Edward Kennedy ‘Duke’ Ellington (1899-1974)
Sophisticated Lady (1932; arrangement Xavier van de Poll)
George Gershwin (1898-1937)
Rhapsody in Blue (1924)
voor piano en orkest
Fazıl Say (1970)
Silence of Anatolia (Andante)
Obstinacy (Presto)
uit Derde pianoconcert, op. 11 ‘Silence of Anatolia’ (2001)
pauze ± 20.55 uur
Antonín Dvořák (1841-1904)
Symfonie nr. 9 in e kl.t., op. 95 ‘Uit de Nieuwe Wereld’ (1893)
Adagio – Allegro molto
Largo
Scherzo: Molto vivace
Allegro con fuoco
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Toelichting
Door Alexander Klapwijk
Volgend jaar is het 250 jaar geleden dat op 4 juli 1776 de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring werd aangenomen; de Verenigde Staten van Amerika zijn inmiddels de jongste niet meer. Dat geldt veel minder voor de Amerikaanse klassieke muziek, want het duurde lang voordat die een eigen, herkenbare signatuur had. Antonín Dvořák gaf eind negentiende eeuw het startschot. George Gershwin mengde jazz met klassieke vormen en Duke Ellington bouwde daar weer op voort. Meesterpianist en componist Fazıl Say heeft ook veel met jazz, al lonkt zijn pianoconcert Silence of Anatolia niet zozeer naar het Westen als wel naar de muziek uit het Oosten, naar zijn geboorteland Turkije.
Edward Kennedy ‘Duke’ Ellington (1899-1974)
Sophisticated Lady
Toen Duke Ellington begon met muziek maken, kreeg hij advies van Will Marion Cook, een van de grootheden van de Afrikaans-Amerikaanse muziek: ‘You know you should go to the conservatory, but since you won’t, I’ll tell you. First you find the logical way, and when you find it, avoid it, and let your inner self break through and guide you. Don’t try to be anybody else but yourself.’ En zo geschiedde. Want waar Ellington in eerste instantie zijn inspiratie zocht bij Gershwin, vond hij al gauw zijn eigen stem. Dat leidde tot prachtige jazzklassiekers, waaronder Sophisticated Lady. Naar verluidt slaat die titel op Ellingtons vriendin en manager Mildred Dixon.
In zijn autobiografie Music Is My Mistress, schrijft Duke Ellington dat ‘George Gershwin eens aan Oscar Levant [acteur en pianist, red.] vertelde dat hij zou willen dat hijzelf het brugdeel van Sophisticated Lady geschreven had, en dat maakte me erg trots.’ En zo is de cirkel rond.
George Gershwin (1898-1937)
Rhapsody in Blue
George Gershwin was een jongen van de straat: ‘Als hij niet de muziek in was gegaan, was hij in de onderwereld terechtgekomen, zei een vriend ooit. Op zijn achttiende begon hij jes te schrijven op teksten van zijn broer Ira en al snel componeerde hij voor Broadway. Maar liedjes en musical-entertainment waren voor hem niet genoeg, de getalenteerde George wilde een ‘echte componist’ worden. Hij was groot fan van Maurice Ravel, zag zichzelf wel uitgroeien tot diens Amerikaanse evenknie en wilde zelfs bij hem in de leer. Maar toen Gershwin dat bij een ontmoeting aan Ravel voorstelde reageerde die naar verluidt: ‘Waarom zou je een tweederangs Ravel willen worden als je een eersterangs Gershwin kan zijn?’
‘Er is zoveel gepraat over de beperkingen van jazz, om nog maar te zwijgen over de misverstanden omtrent haar functie’
Die opmerking nam hij ter harte. In zijn Rhapsody in Blue wist Gershwin de werelden van de jazz en klassieke muziek met elkaar te verbinden. Zo bracht hij de jazz naar het concertpodium, waarna die weer een belangrijke inspiratiebron werd voor Ravel en vele andere componisten. Weer een cirkeltje rond.
Toen bandleider Paul Whiteman Gershwin vroeg om een stuk voor zijn jazzorkest te schrijven, zat Gershwin tot over zijn oren in het werk aan zijn musical Sweet Little Devil. Maanden later gaf Whiteman een concert in Gershwins woonplaats New York. Gershwin besloot last minute alsnog op Whitemans verzoek in te gaan en begon aan een rapsodie, een vrije vorm zonder vastomlijnde structuur. Hij wilde geen rechttoe-rechtaan-jazz in een klassiek stramien gieten. ‘Er is zoveel gepraat over de beperkingen van jazz’ zei Gershwin, ‘om nog maar te zwijgen over de misverstanden omtrent haar functie. Jazz moet volgens de meeste mensen strikt in de maat blijven en zich houden aan dansritmes. Ik besloot dit misverstand in één keer onderuit te halen.’ En dat deed hij. De beroemde klarinetopening, swingende en pakkende jazzriffs, gestopte trompetten en de virtuoze pianopartij die vloeiend en organisch samen gaan met klassieke elementen, maken de Rhapsody in Blue tot een ijkpunt in de Amerikaanse muziek.
Fazıl Say (1970)
Silence of Anatolia
Fazıl Say is al decennia lang een pianist van wereldklasse. Tijdens zijn conservatoriumstudie in zijn geboortestad Ankara begon hij vanaf zijn veertiende ook te componeren. Hij staat naar eigen zeggen in de traditie van componisten als Béla Bartók, George Enescu, en György Ligeti, die de rijke folklore van hun land als inspiratiebron gebruikten. Tegelijkertijd is Say een zeer overtuigend jazzpianist – allerminst vanzelfsprekend voor een klassiek opgeleide musicus. Zo combineerde hij in zijn Alla Turca Jazz (1993), een fantasie over het bekende uit Mozarts Pianosonate in A groot KV 331, de Amerikaanse jazz, Mozarts Weense blik op het Oosten en zijn eigen oosterse blik op het Westen. Op eenzelfde wijze brengt Say zijn verschillende muzikale werelden samen in zijn Derde pianoconcert ‘Silence of Anatolia’. Hij verkent daarin de muziek van zijn thuisland in een poëtische stijl waarin veel ruimte is voor stilte, maar die ook rijke kleurschakeringen kent. Het tweede deel, Obstinacy, heeft een sterke stuwende energie.
Antonín Dvořák (1841-1904)
‘Uit de Nieuwe Wereld’
In de negentiende eeuw gaf Jean Sibelius Finland een stem, en Edvard Grieg voorzag de Noren van een eigen klank. Bedřich Smetana en Antonín Dvořák ontwikkelden de Tsjechische muziek.
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan werden vlak na de Civil War de wonden nog gelikt. In de Verenigde Staten werd naarstig gezocht naar verbinding. En wat verbroedert meer dan muziek? Daarom richtte Jeannette Meyers Thurber in 1885 het eerste Amerikaanse conservatorium op in New York, naar model van het conservatorium van Parijs. In een poging het nieuwe instituut van de nodige grandeur te voorzien, werd de beroemde Bohemer Dvořák uitgenodigd om naar Amerika te emigreren. Zijn belangrijkste taak: een Amerikaanse nationale muziek creëren. De componist greep die uitdaging met beide handen aan; van 1892 tot 1895 was hij directeur van het National Conservatory of Music. Zoals hij Tsjechië een stem had gegeven door Boheemse en Moravische volksmuziek in een romantische vorm te gieten, zo wilde hij ook Amerika een eigen nationale muzikale stijl geven. En ook in Amerika zou de basis daarvoor van de volksmuziek moeten komen. Daarom bestudeerde Dvořák de spirituals van de Afro-Amerikaanse bevolking en bezocht hij inheemse volkeren om hun muziek en instrumenten te leren kennen. Dvořák en Thurber besloten dat Afro-Amerikaanse studenten geen collegegeld hoefden te betalen, omdat hun aanwezigheid op het conservatorium cruciaal was: Dvořák hoorde in hun ën ‘alles wat nodig is voor een grote en nobele muziekstijl’.
In 1893 verbleef Dvořák drie maanden in Spillville, een Tsjechische enclave in Iowa. Daar vond hij iets van het thuisland dat hij zo miste, maar zijn heimwee werd er alleen maar groter van. Dat is te horen in zijn Negende symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’. Dvořák liet zich ervoor inspireren door de volksmuziek uit zijn eigen thuisland én die van Amerika. Zo lijkt de melodie van het tweede uit het eerste deel ontleend aan motieven uit de spiritual Swing Low. Maar bovenal klinkt in deze symfonie Dvořáks talent door voor pakkende melodieën die in je hoofd blijven zitten maar nooit saai worden.
Biografie
Nederlands Philharmonisch, orkest
Het Nederlands Philharmonisch speelt het grote symfonische repertoire in Het Concertgebouw, maar ook in vele andere concertzalen. Als het vaste orkest van De Nationale , samen met het Nederlands Kamerorkest, wordt het internationaal gerekend tot de beste operaorkesten. Het Nederlands Philharmonisch is in 1985 ontstaan uit het Utrechts Symfonie Orkest, het Nederlands Kamerorkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest.
Dat laatste was in 1953 opgericht door Anton Kersjes, die een nieuw publiek naar de concertzalen wist te trekken doordat hij wekelijks op tv te zien was en de ‘gouden meesterwerken’ uitvoerde. Vanaf 1985 was Hartmut Haenchen chef-dirigent. Hij werd in 2003 opgevolgd door Yakov Kreizberg, en na diens vroegtijdige overlijden in 2011 werd het chef-dirigentschap overgenomen door Marc Albrecht.
Zijn komst kwam een jaar voor de verhuizing van het orkest van de Beurs van Berlage naar de NedPhO-Koepel in Amsterdam-Oost, waar de musici repeteren voor hun optredens. In 2020 nam Marc Albrecht na tien jaar afscheid van het orkest en per seizoen 2021/2022 werd Lorenzo Viotti chef-dirigent van zowel het Nederlands Philharmonisch als De Nationale .
Het vorige concert van het Nederlands Philharmonisch in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 20 juni jongstleden: onder leiding van André de Ridder bracht het orkest de Nederlandse première van Dream Requiem van Rufus Wainwright.
Delyana Lazarova, dirigent
Delyana Lazarova debuteert dit seizoen bij het Royal Philharmonic Orchestra, Royal Northern , het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Minnesota Orchestra en het Orchestre de Chambre de Lausanne. Na eerdere engagementen bij de orkesten van Malmö, Tenerife, São Paolo, Bordeaux en Lille keert ze bij die gezelschappen terug.
Met drie orkesten staan tournees in haar agenda: met het Kammerorchester Basel in Zuid-Amerika, met de Junge Deutsche Philharmonie in Duitsland, Zwitserland en Luxemburg, en met de Nordwestdeutsche Philharmonie in Duitsland.
Haar liefde voor nieuwe muziek zorgde ervoor dat Delyana Lazarova in seizoen 2024/2025 artistiek partner is van ROCO in Houston, een gespecialiseerd kamerorkest waarmee ze Clarice Assads pianoconcert Total Eclipse in première brengt.
In oktober 2023 verscheen haar eerste cd: werken van de Bulgaarse componist Dobrinka Tabakova, opgenomen met het Hallé Orchestra. Delyana Lazarova werd geboren in Bulgarije. Ze studeerde directie aan de Zürcher Hochschule der Künste bij Johannes Schlaefli en bezocht masterclasses van Bernard Haitink, Paavo Järvi, Leonard Slatkin en Matthias Pintscher. Een master op viool behaalde ze bij Mauricio Fuks aan de Jacobs School of Music in Indiana.
Nadat ze de Siemens Hallé International Conductors Competition had gewonnen werd ze bij het Hallé Orchestra assistent van Mark Elder en chef- van het jeugdorkest (2020-2023). Ook assisteerde ze Cristian Măcelaru bij het WDR Sinfonieorchester Köln en het Orchestre National de France, en in 2020 won ze de James Conlon Conductor Prize van het Aspen Music Festival.
Delyana Lazarova staat voor het eerst op de bok in Het Concertgebouw.
Fazıl Say, piano
Fazıl Say studeerde in Düsseldorf en Berlijn bij David Levine, en volgde masterclasses bij Menahem Pressler. Zijn eerste leraar in Ankara, Mithat Fenmen (zelf een leerling van Alfred Cortot), had hem ook flink laten improviseren – de basis voor zijn latere componeren.
Sinds de pianist in 1994 de Young Concert Artists International Competition in New York won, soleert hij wereldwijd; bij het Concertgebouworkest speelde hij onder meer zijn eigen Derde pianoconcert (2009).
Residencies vervulde hij onder meer bij het Wiener Konzerthaus, het Konzerthaus Dortmund, het Konzerthaus Berlin, de Alte Oper Frankfurt, de Elbphilarmonie Hamburg, de Dresdner Philharmonie, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het Bodenseefestival en de festivals van Rheingau, Schleswig-Holstein en Mecklenburg-Vorpommern.
Kamermuziek speelde Fazıl Say met de violisten Maxim Vengerov en Patricia Kopatchinskaja, de zangeressen Marianne Crebassa en Serenad Bağcan en de cellisten Jamal Aliyev en Nicolas Altstaedt. Naast vijf symfonieën en twee oratoria componeerde de Turkse musicus meerdere soloconcerten en velerlei kamermuziek; opdrachten kwamen van de Salzburger Festspiele, de WDR, de Münchner Philharmoniker, het Wiener Konzerthaus, de Fondation Louis Vuitton, de BBC, het Boston Symphony Orchestra en Lucas en Arthur Jussen.
Voor zijn meer dan veertig cd-opnamen won Fazıl Say vier Echo Klassiks, een Edison en een Gramophone Award. In 2016 kreeg hij de Beethoven Prize for Human Rights, Peace, Freedom, Poverty Alleviation and Inclusion.
In seizoen 2023/2024 presenteerde de Eigen Programmering van Het Concertgebouw een zevendelige Spotlightserie rondom Fazıl Say.


