Dudok Kwartet Amsterdam: Sjostakovitsj en Schubert
Strijkkwartetten op Woensdag 20.15 uur
Dudok Kwartet Amsterdam:
Judith van Driel viool
Marleen Wester viool
Lotte de Vries altviool
David Faber cello
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet in Es gr.t., D 87 (1813)
Allegro più moderato
Scherzo (Prestissimo)
Adagio
Allegro
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Prelude in cis kl.t., Moderato non troppo (nr. 10)
Prelude in Des gr.t., Allegretto (nr. 15)
Prelude in bes kl.t., Andantino (nr. 16)
Prelude in d kl.t., Allegretto (nr. 24)
uit ‘24 Preludes’, op. 34 (1932-33)
oorspronkelijk voor piano solo; kwartetbewerking J. van Driel
Twee stukken voor strijkkwartet
Elegie
Polka
pauze
Franz Schubert
Vijf menuetten met zes trio’s, D 89 (1813)
Menuet in C gr.t.
Menuet in F gr.t.
Menuet in d kl.t.
Menuet in G gr.t.
Menuet in C gr.t.
Johann Strauss 1804-1849
Wiener Gemüths-Walzer, op. 116 (1839)
oorspronkelijk voor orkest, kwartetbewerking D. Faber
Dmitri Sjostakovitsj
Vijfde strijkkwartet in Bes gr.t., op. 92 (1952)
Allegro non troppo
Moderato – Andantino
Moderato – Allegretto – Andante
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.05 uur
Toelichting
Franz Schubert 1797-1828
Strijkkwartet
Tekst: Lies Wiersema
Musiceren hoorde tot de gezinscultuur en zijn vroegste strijkkwartetten schreef Franz Schubert voor het familiekwartet, waarin hij speelde naast zijn viool spelende broers en zijn vader op de . Soms wist hij zijn vader verlegen glimlachend te wijzen op een enkele tekortkoming, waarna deze de les van zijn zoon welwillend ter harte nam, aldus Schuberts broer Ferdinand.
Het Strijkkwartet in Es groot, D 87, een jeugdwerk, behoorde tot dit repertoire voor familie en vrienden. In het familiekwartet was hij ondergedompeld in de rijke erfenis van de Weense Klassieken, en de invloed van Joseph Haydn en vooral Wolfgang Amadeus Mozart is dan ook merkbaar in dit kwartet.
Het wordt gekenmerkt door warmte en tische rijkdom. Het openingsdeel is een , soms reflectief naar klassiek model waarin de melodisch stromende zinnen veelvuldig stijgen en dalen. Het erop volgende beknopte is een combinatie van drama en zangerigheid.
Het openingsmotiefje met de kleine voorslag voor de eerste noot heeft een dramatische stuwkracht, een contrast met het landelijk dansante middendeel. Ook in het wisselen dramatiek en lyriek elkaar af. Een burleske en uitbundige finale, een van de beste uit de vroege kwartetten, besluit dit verfijnde en fantasievolle kwartet van een zestienjarige, veelbelovende componist.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
24 preludes
Tekst: Lonneke Tausch
De prelude komt geregeld voor in een cyclus van 24 stuks, waarbij de de volgorde bepaalt: te beginnen met C groot en de paralleltoonsoort a klein, gevolgd door G groot/e klein, D groot/b klein, en zo verder.
28 (1838-39) van Frédéric Chopin zit zo in elkaar, maar ook bijvoorbeeld opus 11 (1888-96) van Aleksandr Skrjabin en de 24 preludes die Serge Rachmaninoff tussen 1882 en 1910 schreef. Eind 1932 begon ook Dmitri Sjostakovitsj aan zo’n preludereeks voor piano.
Zijn 13 uit 1927, bestaande uit tien modernistische aforismen – samen nog geen kwartier – met een sterk ironisch karakter, was het laatste dat hij voor piano solo had geschreven. De preludes van het in stijl veelzijdigere opus 34 zijn ook kort, maar milder van aard.
Sjostakovitsj’ pianopreludes bleken gewild materiaal voor arrangeurs: met name de editie voor viool en piano van zijn vriend Dmitri Tsiganov wordt geregeld uitgevoerd. Het Dudok Kwartet Amsterdam speelt vier delen in een eigen bewerking.
Nummer 10 is dromerig en melancholiek, nummer 15 is een licht nerveus je en nummer 16 een die iets van Schubert wegheeft totdat de loopjes niet meer ‘kloppen’. De laatste prelude van de cyclus, nummer 24, is opnieuw een mars, maar wel eentje met een onverwachte wending.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Elegie en polka
Tekst: Lies Wiersema/Lonneke Tausch
‘Ik vind gelach in muziek even elementair als e poezie, tragiek en andere erkende kwaliteiten,’ aldus Sjostakovitsj, die het componeren van serieuze muziek als symfonieën en strijkkwartetten geregeld combineerde met het lichtere genre voor film en theater, soms om financiële redenen.
Hij kon met allerlei soorten muziek overweg en verwerkte dans- en jazz-achtige s in veel van zijn stukken. In 1934 zou hij plaatsnemen in een door de staat ingestelde jazzcommissie die de Sovjetjazz moest verheffen naar een professioneel niveau; in dat kader schreef hij in datzelfde jaar nog zijn eerste, driedelige jazz voor orkest, bestaande uit , polka en foxtrot.
Niet lang daarvoor was er nog de nodige kritiek geweest op zijn eerste ballet, De gouden eeuw (1929), omdat Sjostakovitsj daarin destijds in Europa populaire dansstijlen had verwerkt.
De Polka uit dat ballet bewerkte hij in 1931 voor strijkkwartet en hij voegde er als eerste deel een bewerking aan toe van een passage uit de eerste acte van zijn Lady Macbeth uit het district Mtsensk (1930-32). Het titelpersonage zingt op die weemoedige een in die jaren in Rusland als te erotisch verguisde tekst:
‘Niemand zal ooit zijn arm rond mijn middel leggen, niemand zal zijn lippen op de mijne drukken, niemand zal mijn blanke borst beroeren, niemand zal mij uitputten met zijn gepassioneerde omhelzingen.’
Franz Schubert 1797-1828
Vijf menuetten en zes trio’s
Tekst: Lies Wiersema/Lonneke Tausch
Behalve zo’n zeshonderd eren en twintig strijkkwartetten schreef Schubert honderden meestal korte dansen, Weense dansmuziek van de bovenste plank voordat Johann Strauss op het toneel verscheen.
In het Biedermeier Wenen van zijn tijd was de passie voor dans en de vraag naar dansmuziek groot en Schuberts composities voor toen populaire dansen waren zeer geliefd. Soms improviseerde hij ze uit louter plezier voor vrienden, of componeerde hij ze als gelegenheidsmuziek.
In deze sfeer moeten ook de Vijf ten met zes ’s, D 89 worden gezien. Het is een opeenvolging van elegante en luchtige korte stukjes, waarbij het eerste, derde en vijfde menuet ieder twee trio’s hebben maar het tweede en het vierde geen.
Johann Strauss 1804-1849
wiener gemüths-walzer
Tekst: Lonneke Tausch
Johann Strauss was een van de voornaamste componisten van de Weense lichte muziek van de eerste helft van de negentiende eeuw, al schoot zijn zoon Johann jr. (de ‘koning’) hem in bekendheid voorbij.
Het bekendste werk van Johann sr. is tegenwoordig ongetwijfeld de Radetsky-ch, maar naast marsen componeerde hij ook zo’n tweehonderd vaak zeer aansprekende Weense walsen. Met zijn eigen achtentwintigkoppige dansorkest maakte Johann Strauss sr. vanaf 1833 tournees door Duitsland, Nederland, België en Frankrijk.
In 1838 speelde het gezelschap voor het eerst in Engeland, en bij gelegenheid van de huldiging van koningin Victoria componeerde Strauss sr. zijn 102: de Hommage à la Reine de la Grande Bretagne. De Wiener Gemüths-Walzer – te vertalen als ‘Weense sentimenten’ – dateert van een jaar later en is opgedragen aan Prins Nikolaus Eszterházy.
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Vijfde Strijkkwartet
Tekst: Lies Wiersema
Het Vijfde strijkkwartet in Bes groot, 92 ontstond in de jaren waarin Sjostakovitsj zich probeerde te herstellen van de veroordeling van zijn muziek in 1948. De ban was opgeheven maar zijn werk werd nauwelijks uitgevoerd en hij leefde vooral van filmmuziek en andere opdrachten.
De strijkkwartetten schreef hij voor zichzelf, zonder veel hoop op een openbare uitvoering, en hij kon zich dan ook rustig uitleven in iets wat voor de machthebbers verboden terrein zou zijn: uiterst abstracte muziek.
Dat gebeurt in het Vijfde strijkkwartet in Bes groot, geschreven in de herfst van 1952, en het werd een meesterwerk.
Het is een monumentale compositie, bestaande uit één lange stroom ononderbroken muziek. Dat wil zeggen dat de drie delen naadloos op elkaar volgen. In de ritmisch geaccentueerde opening van het eerste deel is het DSCH- verwerkt, de tonen c-d-s(es)-h (Duitse notatie voor de b)-c, gebaseerd op de initialen van D. Sch(ostakovich), een dat het hele deel blijft terugkeren, afgewisseld door een milder en melodischer thema.
Het eindigt in een zeer hoog vioolregister en gaat vervolgens over in het tweede, langzame deel, waarin een heel andere, desolate wereld betreden wordt. Het is een soort die buitengewoon expressief is, mede door de extreme registers van de instrumenten.
Wanneer er meer beweging ontstaat gaat de muziek over in het derde deel, een nostalgische uitlopend op geleidelijk wegstervende klanken. Een publieke uitvoering moest wachten op Stalins dood in maart 1953. Op 13 december vond de openbare première plaats, uitgevoerd door en opgedragen aan het Beethoven Kwartet ter gelegenheid van hun dertigste verjaardag.
Biografie
Dudok Quartet Amsterdam, kwartet
Het Dudok Quartet Amsterdam studeerde bij het Alban Berg Quartett aan de Musikhochschule in Keulen en bij Marc Danel aan de Nederlandse Strijkkwartet Academie. In 2014 kreeg het de Kersjesprijs en in 2018 een Borletti-Buitoni Trust Award, en het was prijswinnaar van de concoursen van Weimar en Bordeaux.
In de debuteerde het kwartet in juni 2008 in een Lunchconcert en was het op 28 december 2025 voor het laatst te gast samen met pianist Hannes Minnaar in Het Zondagochtend Concert.
De nieuwsgierigheid van de musici reikt zowel naar het verleden als de toekomst; ze spelen muziek van vóór 1900 met historisch verantwoorde instrumenten en strijkstokken, arrangeren jazz, folk, vocale werken en klaviermuziek en werken samen met componisten als Joey Roukens, Bushra El-Turk, Celia Swart, Peter Vigh, Max Knigge en Theo Loevendie (Tweede strijkkwartet, 2022).
Onder meer bij de wereldpremière van Only the Sound Remains (De Nationale Opera, 2016) werkte het Dudok Quartet Amsterdam met Kaija Saariaho, en muziek van haar en Sjostakovitsj staat op de nieuwste cd Terra Memoria.
De strijkers hebben hun eigen podcast Muziekverhalen, richtten in 2024 met de Dudok Muziekdagen hun eigen festival op in Kampen en tourden eerder dit seizoen door het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Schotland. Ze spelen op violen van Francesco Goffriller (1725) en Vincenzo Panormo (1810), een van Jean Baptiste Lefèbvre (1767) en een van Hendrik Jacobs (1700). Naamgever van het ensemble is architect en muziekliefhebber Willem Marinus Dudok (1884-1974): ‘Ik voel diep de gemeenschappelijke basis van de muziek en de architectuur: ze ontlenen immers beide haar waarde aan de juiste maatverhoudingen.’
