Drie keer Schumann met Bernard Haitink en Gautier Capuçon
Chamber Orchestra of Europe
Bernard Haitink dirigent
Gautier Capuçon cello
Robert Schumann 1810-1856
Eerste symfonie in Bes gr.t., op. 38 (1841) ‘Frühling’
Andante un poco maestoso – Allegro molto
vivace
Larghetto
Scherzo: molto vivace
Allegro animato e grazioso
Celloconcert in a kl.t., op. 129 (1850)
Nicht zu schnell
Langsam
Sehr lebhaft
pauze
Vierde symfonie in d kl.t., op. 120 (1841/51)
Andante con moto – Allegro di molto
Romanza: Andante
Scherzo: Presto
Largo – Finale: Allegro vivace – Presto
Toelichting
Robert Schumann 1810-1856
eerste symfonie
Robert Schumanns ‘Voorjaarssymfonie’ klinkt bij vlagen minder lieflijk dan je zou verwachten; het is bovenal energieke, gedreven muziek. Schumann componeerde het stuk binnen een week, ‘in het voorjaarsverlangen dat een mens tot op hoge leeftijd elk jaar weer bevangt’, aldus hemzelf. Maar, vond Schumann, de voorjaarssfeer moest ook weer niet té letterlijk genomen worden: ‘Ik heb willen schilderen noch afbeelden’, verklaarde hij achteraf. Van de titels die hij de afzonderlijke delen had willen geven – Frühlingserwachen, Abend, Frohe Gespielen en Frühlingsabschied – zag hij dan ook af: die zouden de fantasie van de luisteraar teveel beïnvloeden. Wel liet hij zich inspireren door een gedicht van Adolph Böttger dat eindigt met de regels O wende, wende deinen Lauf / Im Tale blüht der Frühling auf! – en die woorden worden in de openingsmaten nadrukkelijk gescandeerd door de .
Schumann had in de voorafgaande jaren opzien gebaard met zijn fantasievolle pianostukken en poëtische eren, maar na zijn huwelijk met Clara Wieck (de dochter van zijn pianodocent) wilde hij nieuw terrein verkennen: ‘De piano is te beperkt voor mijn ideeën’, schreef hij een vriend. ‘Met het schrijven voor orkest heb ik nog weinig ervaring, maar ik hoop het ooit onder de knie te krijgen.’ Aangemoedigd door Clara, volgens wie Schumann pas in orkestmuziek tot zijn recht zou komen, en geïnspireerd door Schuberts imposante Symfonie in C groot, componeerde hij deze eersteling – met succes, mede doordat zijn beroemde vriend Felix Mendelssohn de première dirigeerde.
Robert Schumann 1810-1856
Celloconcert
Behalve over een enorme geestdrift beschikte Schumann over een onuitputtelijk gevoel. Niet alleen zijn omvangrijke oeuvre getuigt daarvan; ook zijn instrumentale werken hebben een overrompelend gehalte. Die aanleg moet ook doorslaggevend geweest zijn in zijn opmerkelijke keuze een soloconcert te schrijven voor – een instrument dat de menselijke stem dicht benadert, maar dat Schumann zelf niet beheerste. Weliswaar had hij in diverse kamermuziekwerken markante cellopartijen geschreven, maar dat gold nauwelijks als voorbereiding. Verrassend genoeg klaarde de componist deze hachelijke, zelfverkozen klus in twee weken. Schumann had een schap in Düsseldorf aanvaard en kon derhalve een nare tijd in Dresden afsluiten (een oord, vond zijn vrouw Clara, ‘waar alles ouderwets is en waar je geen intelligent persoon tegenkomt’).
Het Celloconcert is in verscheidene opzichten experimenteel. Schumann had geen voorbeelden tot zijn beschikking; buiten Joseph Haydns Celloconcert uit 1781 bestond er geen noemenswaardig repertoire voor solocello en orkest. Ook werkte hij niet samen met een cellist die hem de fijne kneepjes van het instrument kon bijbrengen.
Die beperkingen lijken zijn fantasie eerder gestimuleerd dan belemmerd te hebben. Vergeleken met andere soloconcerten uit die tijd is de opzet tamelijk ongewoon (aanvankelijk wilde Schumann het een Konzertstück noemen). Het gebruikelijke openingssalvo van het orkest is vervangen door een kort signaal, alsof het orkest even inademt alvorens de inzet met een langgerekt ‘gezang’ dat – typisch Schumann – vaak klinkt alsof ter plekke geïmproviseerd wordt. Het begindeel is de hoofdmoot; het langzame middendeel is een kort, sierlijk brugje naar de even compacte finale. Die opzettelijke onbalans compenseert Schumann door de delen als één doorgaande lijn te laten klinken: met sluwe ‘scharniertjes’ zijn de slotmaten van deel één en twee aan het volgende deel geklonken.
Door het ontbreken van solistisch vuurwerk sloeg dit Celloconcert niet onmiddellijk aan. Tot zijn frustratie moest Schumann met het voltooide werk leuren bij zowel solisten als uitgevers – zonder succes. Pas in 1860, vier jaar na Schumanns dood, werd het voor het eerst uitgevoerd.
Robert Schumann 1810-1856
vierde symfonie
Meteen na het voltooien van zijn Eerste symfonie begon Schumann aan een symfonie in d klein – één van zijn meest revolutionaire stukken, al was dat niet direct duidelijk. De première in 1841 flopte: het orkest begreep de muziek niet en Schumann zelf schoot tekort als . Daarop trok hij het werk terug om het na jaren sleutelen als Vierde symfonie te laten uitgeven.
De oorspronkelijke versie had een kamermuziek-achtige transparantie, maar Schumann had reden de te herzien: hij vreesde dat men juist door de sobere de essentie van het werk had gemist, namelijk de tische eenheid tussen de vier delen. Het idee dat één enkel gegeven de basis legt voor alle vier delen van een symfonie was nieuw. In de aanhef spelen ten en violen een sierlijk ; vrijwel alles wat je daarna hoort bestaat uit variaties daarop of metamorfoses daarvan. Op de slotmaten na, want daarin introduceert Schumann plots een totaal nieuw tje – voor de lol natuurlijk, want waarom anders?
In de herziene versie – hier uitgevoerd – onderstreepte Schumann de samenhang van al die motieven door de strijkers- en blazerspartijen te verdubbelen. En dat was geen verbetering, vond Schumanns vriend Johannes Brahms. Volgens hem had het origineel een ‘ontspannen flair... Alles klinkt zó vanzelfsprekend dat je je niet kunt voorstellen hoe het anders zou kunnen. De nieuwe versie heeft veel aan charme en helderheid ingeboet.’
Als Brahms het genuanceerde spel van hedendaagse orkesten en en zou horen zou hij zijn woorden waarschijnlijk terugnemen. Schumanns Vierde zoals die bekend werd heeft precies de spontane flow en de eenheid die de componist voor ogen moet hebben gestaan. Omdat de muziek zo organisch vervlochten is wilde Schumann het eerst een ‘symfonische fantasie’ noemen – een ‘portret van Clara met fluiten, hobo’s en harpen, een sirenenzang’. Uiteindelijk werd het een abstracte, titelloze symfonie. Zonder harpen. Maar vol originele vondsten: het componeren vanuit één ‘kiempje’ zou later door diverse componisten, van Debussy tot Sibelius, enthousiast worden voortgezet.
Michiel Cleij
Biografie
Chamber Orchestra of Europe, orkest
Het Chamber Orchestra of Europe werd in 1981 opgericht door musici die elkaar kenden van het European Union Youth Orchestra; dertien van hen maken tot op heden deel uit van het ongeveer zestig musici tellende ledenbestand. Wijlen de en Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt drukten een stevig stempel op de ontwikkeling van het orkest.
Het gezelschap speelt tegenwoordig in zalen als de Philharmonie in Parijs, de Kölner Philharmonie, het Festspielhaus in Baden-Baden en de Philharmonie Luxemburg, op het festival van Luzern en incidenteel ook in de Verenigde Staten en het Verre Oosten.
Het Chamber Orchestra of Europe onderhoudt nauwe banden met de ereleden Bernard Haitink, Yannick Nézet-Séguin en András Schiff. In het lopende concertseizoen werkt het samen met musici als Pierre-Laurent Aimard, Janine Jansen, Leonidas Kavakos, Antonio Pappano, Nikolaj Szeps-Znaider en Robin Ticciati.
Het Chamber Orchestra of Europe nam meer dan 250 werken op en werd voor zijn discografie bekroond met onder meer twee Grammy Awards en drie Gramophone Record of the Year Awards. Een deel van de opnames komt uit op het eigen label COE Records. Als onderdeel van een uitgebreid educatief programma werd in 2009 de COE Academy opgericht. Het Chamber Orchestra of Europe wordt ondersteund door de Gatsby Charitable Foundation en door een aantal andere donateurs.
Het vorige optreden van het orkest in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in juni 2018 met Leonidas Kavakos, die daarbij optrad als vioolsolist en als .
Bernard Haitink, dirigent
Bernard Haitink werd geboren en opgeleid in Amsterdam. Zijn carrière begon bij zijn deelname aan de intensieve encursus van de Nederlandse Radio Unie, waarna hij in 1957 chef-dirigent werd van het Radio Filharmonisch Orkest. Het Concertgebouworkest leidde hij voor het eerst in 1956. Van 1961 tot 1988 was Bernard Haitink er chef-dirigent, en in 1999 benoemde het orkest hem tot eredirigent.
Na het beëindigen van zijn chefschap in Amsterdam leidde hij ruim veertien jaar lang de Royal in Londen. Hij was ook music director van de Glyndebourne Festival Opera en chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, de Sächsische Staatskapelle Dresden en het Chicago Symphony Orchestra. Hij is beschermheer van het Radio Filharmonisch Orkest en erelid van de Berliner Philharmoniker en het Chamber Orchestra of Europe. Als gastdirigent werkt Bernard Haitink met de meest vooraanstaande orkesten wereldwijd.
In seizoen 2018/2019 leidde Bernard Haitink meerdere programma’s bij het Koninklijk Concertgebouworkest en keerde hij terug bij het de Wiener en Berliner Philharmoniker, het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Radio Filharmonisch Orkest, het Chicago Symphony Orchestra, het Chamber Orchestra of Europe en Orchestra Mozart. Het Londen Symphony Orchestra vierde zijn verjaardag in maart 2019 met een reeks concerten.
Voor zijn grote verdiensten in de muziek ontving Bernard Haitink vele onderscheidingen, waaronder de Musician of the Year Award van Musical America en de Gramophone Lifetime Achievement Award. Bernard Haitink was Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en – in het Verenigd Koninkrijk – honorary Companion of Honour en ontving eredoctoraten van de University of Oxford en het Royal College of Music.
Bernhard Haitink leidde het Concertgebouworkest voor het laatst in januari 2019. Op donderdag 21 oktober 2021 overleed hij in zijn woonplaats Londen. Zijn In memoriam is hier te lezen.
Gautier Capuçon, cello
Gautier Capuçon soleerde bij leidende orkesten wereldwijd onder en als Gustavo Dudamel, Charles Dutoit, Christoph Eschenbach, Andrès Orozco-Estrada, Pablo Heras-Casado, Paavo Järvi, Klaus Mäkelä, Andris Nelsons en Christian Thielemann.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in januari 2014 met Sjostakovitsj’ Eerste concert onder leiding van Semyon Bychkov; verder speelde hij in de met het Chamber Orchestra of Europe onder leiding van Bernard Haitink, het Luzerner Sinfonieorchester, het Gustav Mahler Jugendorchester, het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergiev en het Nederlands Philharmonisch onder leiding van Lorenzo Viotti.
In de speelde de cellist veelvuldig kamermuziek, onder meer in een ‘Weekend met’ in februari 2010 samen met zijn broer, de violist Renaud Capuçon, en voor het laatst in november 2016 met pianist Frank Braley. Op 6 november 2018 speelde hij al eens in het Batiashvili/Capuçon/Thibaudet kamermuziek in de (Sjostakovitsj, Mendelssohn en Ravel).
Naast zijn podiumcarrière is de Fransman oprichter van de Foundation Gautier Capuçon, die jonge talenten ondersteunt aan het begin van hun loopbaan. In de zomer van 2020 bracht hij door heel Frankrijk muziek bij het publiek met ‘Un été en France’, een project met jonge musici en dansers dat in 2024 zijn eerste lustrum vierde. Het instrument van de cellist is ‘L’Ambassadeur’, in 1701 gebouwd door Matteo Goffriller.


