Dejan Lazić in Sjostakovitsj' Tweede pianoconcert
Nederlands Kamerorkest
Gordan Nikolić viool/leiding
Dejan Lazić piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Richard Strauss (1864-1949)
Serenade in Es gr.t., op. 7 (1881)
voor dertien blaasinstrumenten
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Tweede pianoconcert in F gr.t., op. 102 (1957)
Allegro
Andante
Allegro
pauze ± 20.55 uur
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Zevende symfonie in A gr.t., op. 92 (1811-12)
Poco sostenuto – Vivace
Allegretto
Presto
Allegro con brio
einde ± 21.50 uur
Toelichting
Richard Strauss 1864-1949
Strauss: Serenade
Door Rolf Hermsen
Niet slecht voor een student – dat vond Richard Strauss van de voor blazersensemble die hij op zijn zeventiende schreef, net voor zijn eindexamen. Het werd zijn 7 – al had hij hiervoor al meer dan 140 jeugdwerken gecomponeerd.
Het is misschien een onvolwassen muziekstuk in die zin dat de invloeden van Mendelssohn, Mozart en Brahms nog overduidelijk zijn, maar toch bezit de Serenade in Es groot ook een onmiskenbare originaliteit. De contouren van de ën wijzen al vooruit naar de geheel eigen lyriek van latere meesterwerken als de ’s Der Rosenkavalier en Daphne.
Ook openbaart zich de meester-orkestrator al in de rake keuzes die de zeventienjarige maakt, zoals wanneer de eerste hoofdmelodie terugkeert met een betoverende warmte in het blazersgeluid – een pakkend en memorabel moment. Als zoon van een vooraanstaand ist – vader Franz was eerste hoornist bij het Münchner Hoforchester – had Richard blijkbaar een uitstekend oor ontwikkeld voor de mogelijkheden van combinaties van blaasinstrumenten.
De Serenade in Es groot betekende een flinke kickstart voor Strauss carrière
De in Es groot bleek belangrijk voor Strauss’ toekomst, omdat hij er de aandacht mee trok van de beroemde Hans von Bülow. Na de première in Dresden op 27 november 1882 begon Von Bülow meteen in hoge kringen te lobbyen voor de jonge componist en dat betekende een flinke kickstart voor diens carrière.
De serenade bestaat uit één deel van zo’n tien minuten waarin de muziek stijgt en daalt in intensiteit – kalme wateren slaan plotseling om in hoge golven en zakken daarna even snel weer terug. Het stuk is geschreven in de traditionele , maar in plaats van de gebruikelijke doorwerking van het muzikale materiaal – na de expositie en vóór de herneming van het hoofd – staat het middensegment in b klein vrijwel op zichzelf.
Alle muzikale thema’s klinken uiterst plezierig, al zijn ze moeilijk avontuurlijk te noemen na Schubert, Schumann of Strauss’ levenslange idool, Mozart. Vreemd is wel de aanwezigheid van een extra contrafagot die zich moet stilhouden tot het slotakkoord. Voor de overige musici is de met grote kennis van blaaszaken gecomponeerde Serenade in Es groot een genot om te spelen.
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Sjostakovitsj: Tweede pianoconcert
Door Rolf Hermsen
Zijn leven lang werkte Dmitri Sjostakovitsj in zijn vaderland, dat in 1922 opging in de Sovjet-Unie, onder toezicht en invloed van de communistische heersers. Zijn oprechte wil om kunst voor de staat te scheppen botste voortdurend met de onwil van diezelfde staat om ook maar iets kunstzinnigs te aanvaarden dat zij niet kon begrijpen. Dit gegeven maakt het werk van Sjostakovitsj op z’n minst gelaagd, om niet te zeggen vol dubbele bodems.
Het Tweede pianoconcert is een, voor Sjostakovitsj’ doen, vrolijk stuk. Hij schreef het in 1957 voor de negentiende verjaardag van zijn zoon Maxim, die met de première van het stuk afstudeerde aan het conservatorium van Moskou. Alle reden tot vreugde dus. En geen Stalin meer om de pret te bederven – die was vier jaar eerder overleden.
In dit pianoconcert wisselen piano en orkest voortdurend onderling ’s en variaties uit. In het eerste deel, , komen twee thema’s aan bod: een opgetogen en een soort militaire taptoe, compleet met snaredrum. Octaven marcheren dreigend over het klavier en de mfantelijkheid waarmee het volledige orkest de hoofdmelodie inzet zorgt voor een dramatisch hoogtepunt. Dan neemt de componist gas terug en volgt een lange pianosolo. Tenslotte marcheert alles samen, de piano unisono met de , in luchtige pas naar het slot van het eerste deel.
Zo kon hij zoon Maxim tenminste tot oefenen dwingen
Het tweede deel is een teer , van toon. Behalve de piano zijn alleen de strijkers te horen en een enkele . Echo’s van Russische muziek uit een romantischer verleden worden afgekapt als de piano zonder pauze het derde deel (wederom Allegro) induikt. Het tempo is hoog en de toonladders en ’s klateren voorbij. Sjostakovitsj citeert hier de bij pianostudenten bekende vingeroefeningen van Charles-Louis Hanon – zo kon hij zoon Maxim tenminste tot oefenen dwingen, gaf hij als verklaring.
Net als in het eerste deel worden er twee thema’s tegen elkaar uitgespeeld; strijkers en blazers spelen ze ook als bij de ‘vingeroefeningen’. Zo jaagt het voort. In een ongebruikelijke, stuiterende zevenachtstenmaat hinkgaloppeert het orkest de finale climax tegemoet. Overigens: zestig jaar na Disneys Fantasia begeleidde Sjostakovitsj’ Tweede pianoconcert het sprookje van de tinnen soldaat in de vervolgfilm Fantasia 2000.
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Beethoven: Zevende symfonie
Door Rolf Hermsen
De grootsheid van Ludwig van Beethoven staat voor ons onomstotelijk vast, maar tijdens zijn leven kon zeker niet al zijn werk op onmiddellijke bijval rekenen. Ook nadat hij algemeen werd erkend als de meest vooraanstaande levende componist betekende dat niet dat hij ook de populairste was. Iemand als de opkomende Italiaanse componist Rossini viel bij het grote publiek meer in de smaak. Beethoven werd bewonderd, maar soms zorgden zijn werken – zeker de latere – ook voor verwarring, verbijstering zelfs.
Dat gold niet voor de Zevende symfonie, die op 8 december 1813 voor het eerst werd uitgevoerd in Beethovens woonplaats Wenen, onder leiding van de componist. Dit werk was, zou je kunnen zeggen, een instant hit. Een laaiend enthousiast premièrepubliek dwong als toegift een herhaling van het tweede deel af.
De uitvoering was onderdeel van een benefietconcert voor soldaten die een paar maanden eerder gewond waren geraakt in de Slag van Hanau, onderdeel van de oorlog tegen Napeleon. De aanstaande overwinning op de Franse overheersing hing in de lucht en inderdaad: het jaar daarop zou in datzelfde Wenen Europa opnieuw worden ingedeeld na de definitieve overwinning op Frankrijk.
In beschrijvingen van de magnifieke Zevende wordt meestal meteen het ritmische karakter benadrukt, dat regelmatig lijkt uit te nodigen tot dansen en meerdere malen leidt tot woeste, bijna bacchanale geluidsuitbarstingen. De bijzondere kwaliteit van het werk schuilt dan ook met name in de voortstuwende energie die altijd voelbaar blijft.
Het Allegretto wordt vaak losstaand uitgevoerd. Het behoort tot Beethovens populairste werken en klinkt ook regelmatig in films – The King’s Speech is een recent voorbeeld. Het Allegretto heeft een directe aantrekkingskracht die te maken heeft met de over elkaar heen schuivende ën en de gewiekste overgang van naar . Het hoofdthema laat op zich wachten, maar als het arriveert stroomt over het doorgaande ook een onbeschrijfelijk gevoel van nostalgie binnen. Beweging, melodie, hartstocht, mysterie – het geheim van Beethovens genialiteit.
Biografie
Nederlands Kamerorkest, orkest
Het Nederlands Kamerorkest, dat optreedt in bezettingen van 25 tot 45 musici, verzorgt gemiddeld per seizoen 25 concerten – veelal zonder en onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić – op het ‘thuispodium’ van de , zowel in eigen series als binnen de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.
Daarnaast treedt het op in vele andere zalen in binnen- en buitenland en speelt het ook op minder gebruikelijke plekken als poppodium Paradiso in Amsterdam en openluchttheater Caprera in Bloemendaal.
In het oprichtingsjaar 1955 gaf het Nederlands Kamerorkest zijn eerste concert in het kader van het Holland Festival. De eerste 22 jaar was de legendarische violist en Szymon Goldberg muzikaal leider, met David Zinman als secondant. Antoni Ros-Marbà leidde het orkest van 1979 tot 1986.
Toen het gezelschap in 1985 organisatorisch opging in de Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest werd het begeleiden van producties van De Nationale een van de kerntaken; tegenwoordig worden het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Philharmonisch internationaal gerekend tot de beste operaorkesten.
Veelgeprezen cd’s van het Nederlands Kamerorkest zijn bijvoorbeeld de Mozart-albums met violiste Julia Fischer, pianist Martin Helmchen en violiste Noa Wildschut. Binnen de Eigen Programmering stond het gezelschap voor het laatst in de op 29 augustus 2025, met een programma rondom de Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven met Floris Kortie als verteller.
Dejan Lazić, piano
Pianist en componist Dejan Lazić kwam ter wereld in Zagreb, Kroatië, in een familie van musici. Hij groeide op in Salzburg, waar hij aan het Mozarteum klarinet, piano en compositie studeerde. Onder zijn mentoren waren Zoltán Kocsis en Imre Rohmann, en ook /componist Peter Eötvös was een belangrijke bron van inspiratie.
Dejan Lazić trad inmiddels als solist op met tal van orkesten, waaronder de Elbphilharmonie Hamburg, het Chicago Symphony Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het van de Zweedse Radio en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.
Met het Boedapest Festival Orkest maakte hij een uitgebreide tournee door het Verre Oosten. In Azië was hij ook te beluisteren met de Hong Kong Philharmonic en het Seoul Philharmonic Orchestra. De discografie van Dejan Lazić telt tal van bekroonde opnames: zo kreeg zijn liveregistratie van Rachmaninoffs Tweede pianoconcert met het London Philharmonic Orchestra een ECHO Klassik.
Met het Nederlands Kamerorkest onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić, waarmee hij al sinds 2007 geregeld optreedt in onder meer Het Concertgebouw, legde de pianist muziek van onder anderen Beethoven vast op cd.
Dejan Lazić debuteert bij het Concertgebouworkest.
Gordan Nikolić, viool
Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.
Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de Musikhochschule in Basel.
Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.
Daar werkte hij samen met topen als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.
Naast zijn podiumactiviteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in Saarbrücken en Codarts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van Lorenzo Storioni.







