Dejan Lazić en Nederlands Kamerorkest: Beethoven

Nederlands Kamerorkest 
Gordan Nikolić viool/leiding
Dejan Lazić piano

pauze ca. 21.05 uur
einde ca. 22.00 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Ouverture ‘Coriolan’
in c kl.t., op. 62 (1807)

Pianoconcert naar ‘Vioolconcert in D’, 
op. 61 (1806-07)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo. Allegro

pauze

Franz Schubert 1797-1828

Vijfde symfonie in Bes gr.t., D 485 (1816)
Allegro
Andante con moto
Menuetto: Allegro molto
Allegro vivace

Toelichting

1807

Beethoven: Ouverture 'Coriolan'

tekst: Jos van der Zanden

Ludwig van Beethoven had zijn leven lang een buste van de republikein Lucius Junius Brutus – niet te verwarren met de moordenaar van Julius Caesar – in zijn werkkamer staan. Een tijdje droeg hij ook een kapsel à la Titus, met de typische naar voren gekamde lokken van Romeinse keizers.

Beethovens verheerlijking van het oude Rome liet ook muzikaal zijn sporen na. Het fraaiste voorbeeld daarvan is de Ouverture ‘Coriolan’ in c klein uit 1807. Het gaat hier om de wederwaardigheden van de Romeinse patriciër Gnaus Marcius, bijgenaamd Coriolanus, die in 488 voor Christus, de prille dagen van de Romeinse beschaving, met een leger de hoofdstad bedreigt als vergelding voor geleden onrecht. De vermoedelijk historisch incorrecte gegevens over deze tragische held werden rond 100 na Christus beschreven door Mestrius Plutarchus, een van Beethovens favoriete auteurs.

William Shakespeare baseerde zijn drama Coriolanus op Plutarchus’ relaas, net als Beethovens landgenoot Heinrich von Collin. Collins drama genoot in 1807 grote bekendheid en was al vijf jaar in Weense theaters te bewonderen.

In zijn ouverture laat Beethoven de innerlijke tweestrijd van Coriolanus horen. De trotse held is namelijk tegelijkertijd een zwakkeling, omdat hij de smeekbeden van zijn moeder verhoort en een gezworen wraak niet ten uitvoer brengt: hij verkiest de dood boven geweld.

De hamerslagen waarmee de ouverture opent, mogen als de echo van de titanische kracht van Coriolanus worden opgevat. Veel verder mogen we niet gaan bij een interpretatie, want ook bij dit werk geldt het motto dat Beethoven zijn Zesde symfonie in G groot, de ‘Pastorale’, meegaf: ‘meer gevoel dan toonschildering’. 

Voor de hand ligt wel dat het smekende, e dat na enkele minuten inzet te duiden is als zachtmoedigheid van de kant van Coriolanus’ moeder. Het zijn krachten die hun invloed niet missen en die ten slotte leiden tot een tragisch eind.

Maar Coriolanus mag dan zelfmoord plegen, de slotzinnen van de ouverture lijken geen dood of ondergang te vertegenwoordigen. Hier klinkt veeleer de verheven antieke ‘resignatie’, de aanvaarding van het lot, een trotse Romein waardig.

1806-07

Beethoven: Pianoconcert naar ‘Vioolconcert in D’

tekst: Dirk Luijmes 

De slagen, het in de , de inzet van de strijkers… het volledige orkest. Zo’n negentig maten duurt het voordat de sprongen van de vioolsolist weerklinken. Ogen dicht en genieten maar. Tot de schok komt… In plaats van een Stradivarius of een Guarneri horen we de bekende noten vanuit een vleugel.

Heiligschennis, denk je misschien. Hoe durf je zo’n meesterwerk te veranderen! Was het niet Beethoven zelf, die in het geweer kwam tegen arrangementen van zijn muziek? Vond hij niet dat je muziek die voor piano was geschreven niet zomaar kon bewerken voor strijkers omdat die ‘instrumenten in alle opzichten tegengesteld zijn’? Het omgekeerde zou hij dan toch evenmin toejuichen?

Een open luisterhouding is altijd beter, zo blijkt. Want wat wil het geval? De pianobewerking van het Vioolconcert in D groot is van Beethoven zélf.

Beethovens ‘Pianoconcert in D groot, 61’ is allerminst een repertoirestuk en wordt in veel muziekgeschiedenisboeken amper genoemd. De geleerden zijn het er inmiddels over eens dat de pianoversie in 1807 ontstond, niet lang na de vioolversie.

Na enig getwijfel zijn ze unaniem tot de conclusie gekomen dat Beethoven zelf de auteur van het arrangement is. Muzio Clementi, componist en pianist en destijds uitgever in Londen, had Beethoven erom gevraagd. Het arrangeren van eigen werk deed Beethoven overigens vaker. Zo kennen we zijn Tweede symfonie ook voor ( 36), zijn , opus 25 in een versie voor fluit/viool en piano en de Grosse Fuge – oorspronkelijk voor strijkkwartet – voor piano vierhandig.

Beethoven moet niet al te veel moeite gehad hebben met de klavierbewerking van zijn vioolstuk. Omdat de vioolpartij niet hoger dan c4 reikt en het klavier van Beethoven destijds tot en met f4 ging, kon hij de vioolpartij in principe zonder aanpassingen overzetten naar de rechterhand van de pianist. Dat deed hij voor een groot deel letterlijk.

In een enkel geval veranderde hij de vioolmotieven in meer klavierachtige figuraties. De linkerhand van de pianist kreeg geregeld wat extra’s toegewezen: toevoegingen van ondersteunende en, al of niet gebroken (met de tonen na elkaar klinkend) en soms de verdubbeling van de rechterhand in octaven.

Beethoven had zijn Vioolconcert geschreven voor de Weense vioolvirtuoos Franz Clement. Tijdens het premièreconcert moet hij tussen het eerste en tweede deel een eigen ‘op één snaar met een omgekeerde viool’ hebben gespeeld. Verder zal hij ongetwijfeld ook de plaatsen waar Beethoven hem de gelegenheid gaf een virtuoze ten beste te geven met beide handen hebben aangegrepen.

De componist schreef voor het vioolconcert zelf geen cadensen. Interessant is dat er voor de pianoversie wél cadensen bewaard zijn gebleven in Beethovens handschrift. En in de meest uitgebreide cadens, die van het eerste deel, schreef Beethoven ook een partij voor de ist.

Deze toelichting is ontleend aan het artikel 'Wisseltruc' over Beethovens Zesde pianoconcert uit het oktobernummer van Preludium.

1816

Schubert: Vijfde symfonie

tekst: Clemens Romijn

Symfonieën van Franz Schubert? Dan zijn er twee werken het bekendst. Allereerst de meest gespeelde: de Achtste ‘Onvoltooide’ uit 1822, met maar twee delen. En dan de monumentale Negende symfonie in C groot, bijgenaamd de ‘Grote’, door Robert Schumann ontdekt en geprezen om haar ‘hemelse lengte’. Beide behoren tot het ijzeren orkestrepertoire.

De overige bepaald niet. Tot het eind van de negentiende eeuw hebben die een sluimerend bestaan geleid. Ze werden en worden vaak nog voorzien van het etiket ‘jeugdwerken’, zoals ook de Vijfde uit 1816, het werk van een jongeman van negentien. De algemene teneur van deze symfonie is charme, levendigheid en avontuur. Het lijkt of Schubert zich hier beweegt in de driehoek tussen zijn grote voorbeelden Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart, Carl Maria von Weber en zijn tijdelijke idool Gioacchino Rossini.

Een majesteitelijke langzame opening naar het voorbeeld van de plechtige klankpoorten waarmee Haydn veel van zijn symfonieën begon, en ook Schubert zijn Derde, Vierde en Zesde, ontbreekt hier. Na een korte van en eerste violen ontvouwt zich een vraag-en-antwoordspel tussen hoge en lage strijkers.

En dat alles zonder stemverheffing en gedragen door een verend . Met het weglaten van klarinetten, ten en lijkt Schubert rekening gehouden te hebben met de beperkte bezetting van zijn ‘huisorkest’ en tegelijk een knipoog naar Haydn hebben willen geven. Schubert speelde vele malen diens kwartetten en symfonieën. Eerst in huiselijke kring met vader, broers en vrienden en later in groter verband met het orkest van het Stadt-Konvikt, het instituut waar hij zijn schooljaren doorbracht.

De avontuurlijke doorwerking met zijn fel geaccentueerde en toont Schubert op zijn best, hoewel zijn leraar Antonio Salieri zich bij beluistering waarschijnlijk wel achter de oren gekrabd zal hebben. Het prachtige con moto is het langste van de vier delen en roept herinneringen op aan Mozarts ‘Linzer’ en ‘Praagse’ symfonieën en de plechtige priestermars uit Die Zauberflöte.

Het to staat ver af van het van oorsprong galante en in Oostenrijk verplichte modestuk. De - g klein, harmonische vrijheden en barse en geven de galanterie een wat onherbergzaam karakter.

In het contrasterende schijnt een weldadig plattelandszonnetje. In de finale heerst opnieuw de esprit van Haydn. Maar de aanvankelijke vriendelijkheid slaat om in vlagen van Sturm und Drang die door Schuberts vormbeheersing gekanaliseerd en getemperd worden. De ‘Onvoltooide’ is hoorbaar dichtbij.

Biografie

Gordan Nikolić, viool

Gordan Nikolić is uitgegroeid tot het gezicht van het Nederlands Kamerorkest, dat hij sinds seizoen 2004/2005 op zijn eigen, unieke wijze leidt vanaf de eerste lessenaar. Een programma in de met ­orkestcollega’s en pianist Ronald Brautigam markeerde in september 2024 zijn twintigjarig jubileum als artistiek leider.

Gordan Nikolić werd geboren in het huidige Servië en leerde het vak bij de Franse violist en Jean-Jacques Kantorow aan de ­Musikhochschule in Basel.

Daar verdiepte hij zich in de viool, maar werkte hij ook samen met componisten als Lutosławski en Kurtág. In 1989 kreeg hij zijn eerste aanstelling als concertmeester bij het Orchestre d’Auvergne, en van 1997 tot en met 2017 bekleedde hij dezelfde functie bij het London Symphony Orchestra.

Daar werkte hij samen met top­en als Colin Davis, Claudio Abbado, Valery Gergiev en Bernard Haitink. De afgelopen jaren was Gordan Nikolić als concertmeester te gast bij onder meer Manchester Camerata, het Antwerp Symphony Orchestra en het Australian Chamber Orchestra. Sinds 2007 heeft hij bovendien de leiding over het in Spanje gevestigde BandArt, een orkest dat inzet op maatschappelijke betrokkenheid.

Naast zijn podium­activiteiten is de violist docent aan het conservatorium in Parijs, de Hochschule für Musik in ­Saarbrücken en Co­darts in Rotterdam. Hij speelt op een instrument uit 1794 van ­Lorenzo Storioni.

Nederlands Kamerorkest, orkest

Het Nederlands Kamerorkest, dat optreedt in bezettingen van 25 tot 45 musici, verzorgt gemiddeld per seizoen 25 ­concerten – veelal zonder en onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić – op het ‘thuispodium’ van de , zowel in eigen series als binnen de Eigen Programmering van Het Concertgebouw.

Daarnaast treedt het op in vele andere zalen in binnen- en buitenland en speelt het ook op minder gebruikelijke plekken als poppodium Paradiso in Amsterdam en openluchttheater Caprera in Bloemendaal.

In het oprichtingsjaar 1955 gaf het Nederlands ­Kamerorkest zijn eerste concert in het kader van het Holland Festival. De eerste 22 jaar was de legendarische ­violist en Szymon Goldberg ­muzikaal leider, met David Zinman als secondant. Antoni Ros-Marbà leidde het orkest van 1979 tot 1986.

Toen het gezelschap in 1985 organisatorisch opging in de Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest werd het begeleiden van producties van De Nationale een van de kerntaken; tegenwoordig worden het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Philharmonisch internationaal gerekend tot de beste operaorkesten.

Veelgeprezen cd’s van het Nederlands Kamerorkest zijn bijvoorbeeld de Mozart-albums met violiste Julia Fischer, pianist Martin Helmchen en violiste Noa Wildschut. Binnen de Eigen Programmering stond het gezelschap voor het laatst in de op 29 augustus 2025, met een programma ron­dom de Zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven met Floris Kortie als verteller.

Dejan Lazić, piano

Pianist en componist Dejan ­Lazić kwam ter wereld in Zagreb, Kroatië, in een familie van musici. Hij groeide op in Salzburg, waar hij aan het Mozarteum klarinet, piano en compositie studeerde. Onder zijn mentoren waren Zoltán Kocsis en Imre Rohmann, en ook /componist Peter Eötvös was een belangrijke bron van inspiratie.

Dejan Lazić trad inmiddels als solist op met tal van orkesten, waaronder de Elbphilharmonie Hamburg, het Chicago Symphony Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het van de Zweedse Radio en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Met het Boedapest Festival Orkest maakte hij een uitgebreide tournee door het Verre Oosten. In Azië was hij ook te beluisteren met de Hong Kong Philharmonic en het Seoul Philharmonic Orchestra. De discografie van Dejan Lazić telt tal van bekroonde opnames: zo kreeg zijn liveregistratie van RachmaninoffTweede pianoconcert met het London Philharmonic Orchestra een ECHO Klassik.

Met het Nederlands Kamerorkest onder leiding van concertmeester Gordan Nikolić, waarmee hij al sinds 2007 geregeld optreedt in onder meer Het Concertgebouw, legde de pianist muziek van onder anderen Beethoven vast op cd.

Dejan Lazić debuteert bij het Concertgebouworkest.