De Vriend en Zehetmair: Beethoven

Klassieke Meesterwerken20.15 uur

Residentie Orkest
Jan Willem de Vriend dirigent
Thomas Zehetmairviool

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vioolconcert in D gr.t., op. 61 (1806)
Allegro ma non troppo
Larghetto
Rondo: Allegro

cadensen: Beethoven

pauze

Derde symfonie in Es gr.t., 

op. 55 (1803) ‘Eroica’
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto – Poco andante – Presto

begin van de pauze ca. 21.00 uur
einde van het concert ca. 22.15 uur

Toelichting

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Vioolconcert

Tekst: Michel Khalifa

Ludwig van Beethoven had zijn leven lang grote bewondering voor de Franse muziek. Als jonge altviolist in het hoforkest van Bonn maakte hij kennis met de nieuwste werken uit Parijs, later volgde hij de politieke en artistieke omwentelingen op de voet.

De meeslepende muziek van de Franse Revolutie, vaak bedoeld voor grootschalige uitvoeringen in de buitenlucht, inspireerde hem onder meer tot de treurmars van de Derde symfonie ‘Eroica’, en het slotdeel met vocale solisten en koor van de Negende symfonie.

Fidelio verraadt een andere toen actuele Franse invloed, die van de reddingsopera, waarin Beethovens lievelingscomponist Luigi Cherubini (weliswaar een Italiaan, maar vanaf z’n vijfentwintigste gevestigd in Parijs) excelleerde. 

In de late achttiende eeuw blonken de Fransen ook uit in het vioolconcert en in de ‘symphonie concertante’ voor enkele solisten en orkest. Bij het tweede genre kan Beethovens Tripelconcert voor piano, viool en worden gerekend, bij het eerste hoort zijn enige Vioolconcert.

Beethoven kende persoonlijk enkele toonaangevende violisten uit de Franse school, zoals Pierre Baillot, Rodolphe Kreutzer – aan wie hij de baanbrekende Kreutzersonate voor viool en piano opdroeg – en Pierre Rode, voor wie hij later de Vioolsonate in G groot, 96 schreef. 

Het Vioolconcert begint met vier fluisterzachte slagen die naar de Franse militaire muziek verwijzen. Ook de gebroken octaven en de lenfiguren in de solopartij zijn terug te voeren tot de schrijfstijl van Beethovens collega’s uit Frankrijk.

In de laatste twee delen treedt de Franse invloed nog meer op de voorgrond. Het betrekkelijk korte middendeel sluit aan bij de romance, een volksachtig genre waarin de solist het eenvoudige gaandeweg van allerlei versieringen voorziet (rond de eeuwwisseling had Beethoven al twee Romances voor viool en orkest geschreven).

Verderop klinkt de stem door van Giovanni Battista Viotti, de Italiaanse grondlegger van de moderne Franse vioolschool. In enkele van zijn dertig vioolconcerten laat Viotti een zangerig middendeel in een dansant slotdeel overgaan. Beethoven neemt dit over en voegt er een onverwacht dramatische dimensie aan toe. 

Naast Parijs speelde ook Wenen een belangrijke rol in de totstandkoming van het Vioolconcert. Beethoven schreef dit werk voor de ‘musikalische Akademie’ van 23 december 1806, een benefietconcert dat de Weense violist Franz Clement ten bate van zichzelf had georganiseerd. Beide musici kenden en waardeerden elkaar al lang.

Beethoven had de tien jaar jongere violist voor het eerst in 1794 gehoord. Clement, een voormalig wonderkind, gooide sindsdien hoge ogen met zijn elegante en tedere stijl. Terwijl zijn Franse collega’s met hun nieuwe Tourte-strijkstokken zich toelegden op een robuuste manier van spelen, bleef Clement trouw aan de oude Italiaanse strijkstokken en aan een ouderwets poëtische voordracht. Daar maakte Beethoven gebruik van in het e eerste deel van zijn concert.

Bij de eerste uitvoering stonden werken van Parijse en Weense componisten op de lessenaars: Méhul en Cherubini enerzijds, Beethoven en Mozart anderzijds. Het lange programma in het Theater an der Wien, waar Clement in het dagelijks leven als ‘Musikdirektor’ werkte, werd gecompleteerd door een koorwerk van Händel.

Als klap op de vuurpijl voerde Clement de muzikale stunt uit waarmee hij zich van zijn collega’s wist te onderscheiden: hij improviseerde op één snaar terwijl hij zijn viool ondersteboven hield.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

'Eroica'

Tekst: Christiane Schima

Toen Napoleon zichzelf op 18 mei 1804 tot keizer kroonde, verspeelde hij alle sympathie bij Ludwig van Beethoven. Oorspronkelijk wilde de componist zijn Derde symfonie in Es groot aan hem opdragen omdat hij tot dan een boegbeeld van de vrijheid in de geest van de Franse Revolutie was geweest. 

Over de heftigheid waarmee Beethoven op Napoleons zelfverheerlijkende daad reageerde, rapporteert zijn leerling en biograaf Ferdinand Ries.

‘Is hij dan ook niets dan een gewoon mens!’ zou Beethoven hebben uitgeroepen. ‘Nu zal hij ook alle mensenrechten met voeten treden, alleen om zijn ambitie te botvieren; hij zal zich nu boven alle anderen verheffen en een tiran worden!’

Volgens Ries heeft Beethoven het titelblad van de met Napoleons naam verscheurd en zijn Derde symfonie de titel ‘ Eroica’ gegeven, met de toevoeging ‘per festeggiare il sovvenire di un grand’ Uomo’ (om de nagedachtenis van een groot man te vieren).

De ‘Eroica’ ontstond in de tijd waarin Beethoven, wiens doofheid inmiddels een onomkeerbaar feit was, zijn eigen heldhaftigheid moest bewijzen. Het jaar daarvoor had de vertwijfelde componist in zijn beroemde Heiligenstädter Testament reeds van de wereld afscheid genomen.

‘Zelf grote daden verrichten, daartoe was ik altijd bereid’, schrijft hij in zijn voortijdig testament, ervan overtuigd dat het er niet meer van zou komen. Maar de grootste daden, die met de ‘Eroica’ beginnen en in de Negende symfonie culmineren, stonden de dove meester nog te wachten.

Uit schetsboeken wordt duidelijk dat de ‘Eroica’ voor de componist een zware bevalling was geweest. Al lijkt het werk uit één stuk gegoten, juist voor de tische eenheid van deze symfonie heeft Beethoven zwaar gevochten. Zo zijn de thema’s van alle delen, met uitzondering van het tweede langzame deel – de beroemde treurmars – afgeleid van een eenvoudige Es groot-drieklank.

Beethoven hing met zijn hele hart aan deze symfonie. Ook nadat hij reeds acht symfonieën had geschreven, zou hij de ‘Eroica’, zoals blijkt uit een gesprek met de dichter Christoph Kuffner veertien jaar na haar ontstaan, nog als zijn meest geslaagde symfonie beschouwen.

Biografie

Residentie Orkest, orkest

Aan de wieg van het Residentie Orkest stond in 1904 Henri Viotta – advocaat, , componist en conservatoriumdirecteur. Hij was overtuigd van de impact van muziek op de samenleving en van de noodzaak van een uitzonderlijk orkest in Den Haag, en tot 1917 bleef Viotta dirigent en directeur van zijn nieuwe orkest.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ­Willem van Otterloo aangesteld als chef-dirigent; hij bleef tot 1973. Vervolgens leidden Jean Martinon, Ferdinand Leitner, Hans Vonk, Evgeny Svetlanov, Jaap van Zweden en Neeme Järvi het orkest.

In de zomer van 2021 is Nicholas Collon opgevolgd door Anja Bihlmaier, en sinds afgelopen zomer is Jun Märkl chef-. Richard Egarr is sinds 2019 vaste gastdirigent, Chloe Rooke is sinds de zomer van 2024 emerging artist in residence. Het Residentie Orkest is gehuisvest in het nieuwe cultuur- en onderwijscomplex Amare. Tournees in de afgelopen jaren voerden naar Duitsland, Roemenië en China.

Het orkest werkt samen met Haagse en nationale partners als het Nationaal ­Theater, het Festival Classique, het The Hague African Festival, Het Paard, De Nationale en het Koninklijk ­Conservatorium. Met zijn educatieprogramma en het jaarlijkse Zuiderparkzomerconcert draagt het bij aan de sociale cohesie in zijn thuisstad. Het vorige optreden van het Residentie Orkest in Het Concertgebouw was op 24 augustus jongstleden, samen met violiste Bomsori Kim, die voor het seizoen 2025/2026 artist in residence is van het orkest.

Jan Willem de Vriend, dirigent

Jan Willem de Vriend is sinds 2015 principal guest conductor bij het Orquestra Simfònica de Barcelona I Nacional de Catalunya. Sinds seizoen 2018/19 is hij ook vaste gastdirigent bij Orchestra National de Lille. Daarnaast is hij eerste gastdirigent bij de Stuttgarter Philarmoniker en artist in residence van het Stavanger Symfonie Orchestra. Tot voor kort was hij vaste bij het Residentie Orkest in Den Haag.

Jan Willem de Vriend werd als violist opgeleid aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag, maar ontwikkelde zich tijdens zijn studie tot orkestleider. Tussen 1982 en 2015 was De Vriend artistiek leider en violist van het door hem opgerichte ensemble Combattimento Consort Amsterdam. Dit ensemble, dat zich specialiseerde in muziek uit de periode 1600-1800, had een eigen serie in Het Concertgebouw en boekte successen over de hele wereld. Opmerkelijk waren de producties met werk van onder anderen Monteverdi, Händel, Telemann, Bach, Gassmann en Mozart.

Vanaf 2006 tot 2018 was Jan Willem de Vriend chef bij het Orkest van het Oosten. In 2013 en 2014 werd het orkest uitgenodigd door het festival van Sankt Moritz/Basel om respectievelijk Mozarts Don Giovanni en Rossini’s La gazetta uit te voeren in de regie van Eva Buchmann. Van 2008 tot 2013 was de Vriend vaste gastdirigent bij Het Brabants Orkest. Voor zijn onvermoeibare promotie van de klassieke muziek kreeg Jan Willem de Vriend in 2012 de Radio 4-prijs.

Als gastdirigent stond hij voor bijvoorbeeld het Konzerthaus Orchester Berlin, het NDR-Sinfonieorchester, het Tonhalle Orchester Zurich en het Belgian National Orchestra. Hij leidde het Concertgebouworkest meermaals sinds 2009, de laatste keer in Bachs Weihnachtsoratorium tijdens de Kerstmatinee van 2015.

Thomas Zehetmair, viool

Violist en Thomas Zehetmair is afkomstig uit Oostenrijk en volgde zijn opleiding aan het Mozarteum in Salzburg. Als solist in de vioolconcerten van bijvoorbeeld Elgar, Mozart en Zimmermann musiceerde hij met gezelschappen als het WDR Sinfonieorchester, het Hallé Orchestra en het Orkest van de Achttiende Eeuw.

In 1994 formeerde hij het Zehetmair Kwartet, dat in 2014 werd onderscheiden met de Paul-Hindemith-Preis van de stad Hanau en in februari van dit jaar nog te gast was in de van Het Concertgebouw. In 2002 verwierf Thomas Zehetmair de positie van vaste van Royal Northern en sinds 2014 is hij bij dit orkest eredirigent. Bij het Zwitserse Musikkollegium Winterthur is hij met ingang van het huidige seizoen chef-dirigent, en bij het Amerikaanse Saint Paul Chamber Orchestra is hij artistic partner.

Thomas Zehetmair maakte tal van cd-opnamen, bekroond met onder meer de Diapason d’Or en de MIDEM Classical Award. In Het Zondagochtend Concert van 7 februari 2016 was Thomas Zehetmair nog bij het Radio Filharmonisch Orkest te gast in de dubbelrol van violist (Bachs Vioolconcert in E groot, BWV 1042) en dirigent (BrahmsTweede symfonie).