De nieuwe passie bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Groot Omroepkoor
Martyn Brabbins dirigent
Jeffrey Lloyd-Roberts tenor
Evez Abdulla bariton
7 april: pauze ca. 21.15 uur,
einde ca. 22.15 uur
9 april: pauze ca. 15.15 uur,
einde ca. 16.15 uur
dit concert is voorzien van boventiteling
Bekijk hier de originele teksten en vertalingen van beide passies.
Het concert van 9 april wordt live uitzonden door AVROTROS via NPO Radio 4.
DE NIEUWE PASSIE
Claude Debussy 1862-1918
Le martyre de Saint Sébastien, fragments symphoniques (1910-11)
Mystère de Gabriele d’Annunzio
La cour des lys
Danse extatique et Final du 1er Acte
La passion
Le bon pasteur
Djuro Zivkovic 1975
Mystical Sacrifice (2016)
voor tenor, koor en orkest
Gedenk ons, o heer!
Klaagzang
Laat alle sterfelijk vlees nu zwijgen
wereldpremière; geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest
pauze
Franghiz Ali-Zadeh 1947
Nasimi-Passion (2016)
voor bariton, koor en orkest
in zes delen
wereldpremière; geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest
Toelichting
introductie
De nieuwe passie
tekst: Thea Derks
Bij ‘passie’ denken we onmiddellijk aan de grootschalige oratoria die Johann Sebastian Bach wijdde aan het lijdensverhaal van Christus. Al sinds 1889 speelt het Koninklijk Concertgebouworkest jaarlijks Bachs grote Passionen.
Vanaf 2009 wordt elke vier jaar een alternatieve hedendaagsere passie gepresenteerd, met als eerste de in opdracht van het orkest gecomponeerde St. John Passion van James MacMillan. Vier jaar later klonk Golgotha van Frank Martin.
Speciaal voor dit concert schreven de Servische componist Djuro Zivkovic en de Azerbeidzjaanse Franghiz Ali-Zadeh elk een nieuwe passie, die niet is geworteld in de protestantse traditie.
Zivkovic baseerde Mystical Sacrifice op de orthodoxe paasliturgie, waarin vergiffenis en verlossing centraal staan, Ali-Zadeh nam leven en lijden van de veertiende-eeuwse dichter Nasimi Imadeddin als uitgangspunt van haar Nasimi-Passion.
Hiernaast klinken de symfonische delen uit de muziek van Claude Debussy bij het mysteriespel Le martyre de Saint Sébastien van Gabriele d’Annunzio.
Claude Debussy 1862-1918
Le Martyre de Saint-Sébastien
In 1910 werd Claude Debussy gevraagd de muziek te schrijven bij het mysteriespel Le martyre de Saint Sébastien van Gabriele d’Annunzio, met de danseres Ida Rubinstein in de titelrol.
Omdat hij enigszins in tijdnood verkeerde vroeg hij zijn vriend André Caplet hem te helpen met de orkestratie. Opvallend is de grote bezetting, met onder andere vier fluiten, klarinetten, ten en ten, zes s en drie harpen.
Het libretto is een eclectische mix van christelijke en heidense elementen, van erotiek en mystiek. De heilige Sebastiaan lijkt nu eens samen te vallen met Christus, dan weer met de mythologische Adonis, die geofferd werd om vruchtbaarheid af te smeken.
De première in 1911 veroorzaakte een schandaal omdat een vrouw – Joods bovendien – de rol van de heilige vertolkte. Het werd geen succes en een jaar later destilleerde Caplet er vier symfonische fragmenten uit; de partijen van het vrouwenkoor verdeelde hij over en strijkers.
Het eerste deel, La cour des lys, is een tedere klankschildering van de leliëntuin uit de titel, met e solo’s van de tegen zacht wiegende harp-’s.
In Danse extatique serveert Debussy ons uit de diepte aanzwellende motieven die onmiskenbaar naar een extatische climax toewerken, die echter gestuit wordt door een solo van de . Na een ritmisch dreigende passage doen lieflijke ën de zon weer doorbreken en het deel eindigt met uitbundig klaroengeschal.
La passion opent met ronken-de cantilenen van ten en klarinetten, ingebed in duistere samenklanken die oplossen in hemelse strijkersconstellaties. Subtiel getimede slagen vormen een voorecho van Sebastiaans nakende dood.
In het afsluitende Le bon pasteur creëert het orkest een broeierige ondergrond waartegen hobo en weemoedige cantilenen plaatsen. Een dalend loopje van de harpen introduceert een verzoenende slotpassage die culmineert in een majestueus, forte gespeeld Fis groot-.
Djuro Zivkovic 1975
mystical sacrifice
Djuro Zivkovic werd in 1975 in Belgrado geboren, de hoofdstad van Servië. Hij studeerde er viool en compositie en vervolgde zijn studie vanaf 2000 aan het Koninklijk Conservatorium van Zweden, waar hij tegenwoordig zelf lesgeeft.
Hij wijst zogenoemde ‘ego-kunst’ af en schrijft muziek ‘voor de hele mensheid’: niet het publiek moet hem begrijpen, maar omgekeerd. Zijn werk heeft een mystiek-religieuze inslag, getuige titels als Metaphysical Poem, The White Angel en Unceasing Prayers.
In 2014 won hij de prestigieuze Grawemeyer Award met On the Guarding of the Heart.
Deze ‘instrumentale ’ is geïnspireerd op de Philokalia, een collectie oosters-orthodoxe teksten, en op de religieuze muziek van Bach. Hij schreef een alternatieve passie vanuit zijn Servisch-orthodoxe achtergrond.
Anders dan in de protestants-christelijke traditie wordt het lijdensverhaal beschouwd als een historische gebeurtenis. Zivkovic: ‘Voor orthodoxe christenen is het een levend iets, dat plaatsvindt in het nu. Bovendien zijn de iging en de wederopstanding onlosmakelijk met elkaar verbonden.’
Voor Mystical Sacrifice stelde hij zelf een tekst samen uit de uitgebreide paasliturgie van de orthodoxe dienst, gezongen in het Kerkslavisch. Christus wordt veelal persoonlijk aangesproken en om verlossing gesmeekt, wat diens innige band met de gelovigen benadrukt.
Het vierstemmig koor neemt de meer algemene aanroepen voor zijn rekening, de solo tenor vertolkt de individuelere teksten.
Enkele passages uitgezonderd zingt de solist syllabisch terwijl het koor vloeiende melismen maakt. Het orkestweefsel is dicht, met als opvallende instrumenten een elektrische bas die de laagte extra diepte geeft, en twee trompetten die juist wat licht in de kopersectie brengen.
Mystical Sacrifice opent en eindigt fortissimo, beginnend met een klaaglijke aanroep op ‘Christus’ en eindigend op ‘Alleluja’. Hier wordt het koor enkel nog begeleid door het strijkorkest, met nauwelijks hoorbare ‘hartslagen’ van de percussionisten.
Bekijk hier de zangteksten en vertalingen van Mystical Sacrifice.
Franghiz Ali-Zadeh 1947
Nasimi Passion
Franghiz Ali-Zadeh stamt uit de voormalige Sovjet-Unie. Ze werd in 1947 geboren in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, waar ze piano en compositie studeerde. Van meet af aan verweeft ze moderne westerse compositietechnieken met de traditionele muziek van haar vaderland. Sinds 1999 woont ze in Duitsland.
Voor haar nieuwe passie koos Ali-Zadeh teksten van de middeleeuwse Azerbeidzjaanse dichter en soefi Nasimi Imadeddin. Hij stelde de mens gelijk aan God en predikte onvermoeibaar dat deze moet streven naar waarheid en reinheid.
In 1417 werd hij in Aleppo geëxecuteerd. Ali-Zadeh: ‘Zoals vaak de beste mensen terechtgesteld worden. Maar nu wordt Aleppo platgebombardeerd en sterven allen, zowel de beste denkers als eenvoudige mensen!’ Haar ontzetting over de gruwelijkheden vond zijn weg naar de Nasimi-Passion.
Het zesdelige begint met een orkestvoorspel waarin wrange samenklanken de tragiek van Nasimi lijken te verbeelden. In het tweede deel bezingt het spaarzaam begeleide koor de vergankelijkheid van het leven. Dat gebeurt deels in ‘Sprechgesang’, waarvan de toonhoogten slechts bij benadering genoteerd zijn.
In het derde deel vertolkt de bariton de stem van Nasimi. Hij verkondigt zijn uitverkorenheid en missie in veelal kleine len die herinneren aan het doordringende gezang van een muezzin. Het orkestweefsel verdicht zich in het vierde deel, waarin het koor de mensheid kapittelt om zijn onvolkomenheden.
Hierna klinkt als intermezzo een citaat uit het O hilf, Christe, Gottes Sohn uit de Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach, die Ali-Zadeh na aan het hart ligt. Zij sluit haar Nasimi-Passion af met een ‘tragediefinale voor de hele wereld’.
Orkest en koor buitelen over elkaar met driftige motieven, niet exact genoteerde toonhoogtes, ijselijke ’s en trillers op ten. De sfeer is gejaagd en angstwekkend, maar komt tot rust in zacht roffelend en tremolerende lage strijkers. Een eenzame fluit lijkt met zijn almaar stijgende lijn naar het hemels paradijs te reiken.
Bekijk hier de zangteksten en vertalingen van de Nasimi-Passion.
Biografie
Groot Omroepkoor, koor
Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.
Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.
Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.
Martyn Brabbins, dirigent
De Brit Martyn Brabbins studeerde vanaf 1986 directie aan het conservatorium van Leningrad bij Ilya Musin. Terug in eigen land won hij in 1988 de Leeds Conductors Competition. Na een invalbeurt bij het Scottish Chamber Orchestra, datzelfde jaar, ging het snel. Binnen een paar jaar had hij voor de meeste grote en kleine ensembles in Engeland en Ierland gestaan en was hij gastdirigent geweest bij alle BBC-orkesten.
Martyn Brabbins heeft veel werk van hedendaagse Schotse componisten op cd gezet en speelde als ook een grote rol in de uitgebreide serie Romantische Pianoconcerten van het label Hyperion.
Van 1994 tot 2005 was hij associate principal conductor van het BBC Scottish Symphony Orchestra. Hij was artistiek leider van het Cheltenham Music Festival (2005 tot 2007), van 2009 tot 2015 was hij vaste gastdirigent van deFilharmonie Antwerpen en van 2012 tot 2016 chef- van het Japanse Nagoya Philharmonic.
Sinds seizoen 2016/17 is Martyn Brabbins visiting professor aan het Royal College of Music. Daarnaast is hij sinds kort ook music director van de Huddersfield Choral Society and per oktober 2016 is hij met onmiddellijke ingang benoemd tot music director van English National .
Martyn Brabbins dirigeert veel Britse muziek, ook onbekendere werken. Zo was bij deFilharmonie onder zijn directie voor het eerst Elgars The Kingdom te horen. De dirigent is een graag geziene gast bij de BBC Proms en heeft voor veel orkesten van wereldklasse gestaan. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest debuteerde hij in 2012 tijdens het AAA Festival met als Layers.
Jeffrey Lloyd-Roberts, tenor
Jeffrey Lloyd-Roberts werd geboren in Wales en studeerde musicologie aan de Lancaster University alvorens aan het Royal Northern College of Music zang te studeren bij Barbara Robotham. Hij won tijdens zijn studie diverse prijzen.
In 2007 debuteerde de tenor bij de Royal in Londen als Gherardo in Puccini’s Gianni Schicchi en hij is er sindsdien teruggekeerd met rollen als Trucker in de wereldpremière van Mark-Anthony Turnages Anna Nicole en Jack in Weills Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny.
Ook bij de meeste andere Britse gezelschappen, waaronder English National Opera en Glyndebourne Festival Opera, heeft hij regelmatig gewerkt. In 2010 maakte Jeffrey Lloyd-Roberts zijn debuut bij de Salzburger Festspiele als Erik in Wagners Der fliegende Holländer.
Tijdens het huidige seizoen maakte hij indruk in een nieuwe productie van Bergs Lulu voor English National Opera en een nieuwe productie van Janáček Uit een dodenhuis in het Royal Opera House Covent Garden. Jeffrey Lloyd-Roberts zong onder meer op het Cheltenham Festival, het Edinburgh International Festival en de BBC Proms, zoals in 2011 in de Britse première van Birtwistles Angel Fighter, waarvan recent een opname is verschenen.
De zomer van 2016 stond in het teken van de Britse première van Peter Eötvös’ The Golden Dragon op het Buxton Festival. Jeffrey Lloyd-Roberts debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Evez Abdulla, bariton
Evez Abdulla studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad Bakoe en begon zijn carrière aan de Nationale van Azerbeidzjan met rollen als Amonasro in Verdi’s Aïda, Scarpia in Puccini’s Tosca en de titelrollen van Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin en Verdi’s Rigoletto.
Zijn internationale carrière ging van start met onder meer de titelrollen van Rachmaninoffs Aleko en Verdi’s Macbeth bij de Opéra de Lyon en Ruprecht in De vuurengel van Prokofjev bij de Komische Oper Berlin. De laatste rol zong hij ook bij de Deutsche Oper am Rhein.
In seizoen 2013/14 was Evez Abdulla solist bij de Oper Bonn, waar hij naast Amonasro en Scarpia ook The Protector in George Benjamins Written on Skin en Athanaël in Massenets Thaïs vertolkte. Recent maakte Evez Abdulla bij de Oper Stuttgart indruk als Nabucco en als Miller in Luisa Miller en in het Konzerthaus Dortmund als Frank in Puccini’s Edgar.
Bij de Staatsoper Berlin debuteerde hij als Gryaznoy in Rimski-Korsakovs De tsarenbruid en in het Theater Basel als Don Carlo in Verdi’s La forza del destino. Momenteel is Evez Abdulla verbonden aan het Nationaltheater Mannheim.
Op talloze concertpodia zong Evez Abdulla onder meer in Dvořák Stabat mater, Ein deutsches Requiem van Brahms, Beethovens Negende symfonie en Rachmaninoffs Lente. Hij debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest




