De Matthäus door Ton Koopman bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Ton Koopman dirigent
Nederlands Kamerkoor (koor 1) 
instudering Peter de Groot
Amsterdam Baroque Choir (koor 2) 
instudering Ton Koopman
Nationaal Kinderkoor 
instudering Wilma ten Wolde 

solisten koor 1:
Christina Landshamer sopraan (aria’s, eerste maagd, Pilatus’ vrouw)
Wiebke Lehmkuhl alt (aria’s, tweede maagd)
Tilman Lichdi tenor (evangelist)
Manuel Walser bas (Christus)

koorsolisten:
Kees Jan de Koning bas (Pilatus)
Matthew Baker bas (Petrus)
Robbert Muuse bas (Judas)
Alberto ter Doest bas (eerste priester)
Gilad Nezer bas (hogepriester, tweede priester)

orkestsolisten:
Emily Beynon, Vincent Cortvrint fluit
Thera de Clerck, Vincent van den Ende blokfluit
Alexei Ogrintchouk, Miriam Pastor Burgos hobo, oboe da caccia
Vesko Eschkenazy, Henk Rubingh viool
Ken Hakii altviool
Gregor Horsch cello
Dominic Seldis contrabas
Mike Fentross luit
Robert Smith viola da gamba
Tini Mathot, Ton Koopman orgel 

solisten koor 2:
Mauro Peter tenor
Klaus Mertens bas 
koorsolisten:
Peter de Groot countertenor (eerste getuige)
Henk Gunneman tenor (tweede getuige)
orkestsolisten:
Kersten McCall, Mariya Semotyuk-Schlaffke fluit
Ivan Podyomov, Kyeong Ham hobo, oboe d’amore
Tjeerd Top, Susanne Niesporek viool 
Saeko Oguma altviool
Benedikt Enzler cello
Théotime Voisin contrabas
Kathryn Cok orgel

Palmzondaguitvoering

Johann Sebastian Bach 1685-1750

Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736)
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander 

pauze ca. 13.15 uur
einde ca. 15.30 uur

Download en print het tekstboekje (ook voor € 2,50 verkrijgbaar aan de zaal)

Toelichting

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Matthäus-Passion

Door Clemens Romijn

De Johannes- en Matthäus-­Passion waren meer dan een eeuw totaal vergeten, samen met vrijwel alle andere muziek van Bach. Pas in de negentiende eeuw kwamen er moeizaam weer uitvoeringen op gang, voor het eerst onder leiding van Felix Mendelssohn in Berlijn in 1829. In Nederland is de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus-Passion, en in mindere mate de Johannes-Passion, een traditie van al meer dan 125 jaar oud. In Het Concertgebouw was de legendarische Willem Mengelberg een grote gangmaker. Parallel daaraan ontpopte de Grote Kerk in Naarden zich als een waar pelgrimsoord voor Bachs passie. Door de unieke combinatie van pracht, ontroering en bezinning in tekst en muziek blijft de belangstelling groeien. Duizenden zangers en muzikanten in Nederland zijn in de lijdenstijd in de weer voor naar schatting tientallen Matthäusen en Johannesen. En dat is het beste bewijs van de bedoeling die Bach met deze werken had. Hij wilde dat zijn lijdensmuziek iedereen zou aanspreken door zijn bevattelijkheid en directheid. 

Wie in een encyclopedie of muziek­lexicon het woord Matteüspassie opzoekt zou daar kunnen lezen: ‘De op muziek gezette tekst van het verhaal van het lijden, sterven en de graflegging van Jezus van Nazareth, zoals beschreven door de evangelist ­Matteüs.’ Misschien vermeldt het lexicon nog dat talrijke componisten vanaf de Middel­eeuwen in Europa dit verhaal op muziek hebben gezet en hebben uitgevoerd in de zogenaamde lijdenstijd, de Goede Week, de week vóór Pasen. En dat in vrijwel alle kerken en kapellen in Europa teksten uit het evangelie werden gelezen en passiemuziek klonk, lijdensmuziek (‘passio’ is Latijn voor ‘lijden’). Zo zou de lezer zien dat de Matthäus-Passion van Bach maar een van de vele uitbeeldingen is van dat lijdensverhaal.

De grote passie

Bachs Matthäus-Passion behoort tot de absolute hoogtepunten uit de westerse beschaving, vergelijkbaar met de Ilias en Odyssee van Homerus en de drama’s van Shake­speare. In 1870 schreef de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche: ‘Deze week heb ik drie maal de Matthäus-­Passion gehoord, iedere keer met hetzelfde gevoel van onmetelijke bewondering. Ook wie het christendom al finaal heeft afgezworen, die hoort het hier weer echt als een evangelie.’ Bachs Matthäus-Passion overschaduwde alle eerdere kerkmuziek van hemzelf en van anderen qua omvang, opzet, techniek, expressie en moeilijkheidsgraad. Toen zijn vrouw Anna Magdalena op een basso-continuopartij van de Matthäus schreef ‘zur gross Bassion’ (behoort bij de grote passie), wist iedereen in de familie wat ze bedoelde. Ook voor hen was er maar één ‘grote passie’. 

Mauricio Kagel: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal’

  • Johann Sebastian Bach

Bach moet zich van de grootsheid van zijn Matthäus-Passion bewust zijn geweest, maar kan onmogelijk hebben geweten dat het werk nog eeuwen later de tongen zou roeren, en zeker niet dat het ‘het evangelie volgens Bach’ genoemd zou worden. In 1985 schreef de Argentijns-Duitse componist Mauricio Kagel: ‘Je zou bijna een vergelijking maken met de unieke betekenis van de figuur Mozes, wanneer je de plaats ziet van Bach als symbolische oervader voor componisten en als het summum van muziek voor de luisteraar. Zo’n vijf jaar geleden begon ik een Sankt-Bach-Passie te schrijven; op het eerste blad schreef ik als motto: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal.’

De algehele opzet van de Matthäus-­Passion is vergelijkbaar met die van de Johannes-Passion van een paar jaar eerder. De hoofdmoot van de tekst is ontleend aan het evangelie van Matteüs dat in een soort spraakzang () verteld wordt door de evangelist, steevast een tenor. Die recitatieven wisselen af met meditatieve beschouwelijke ’s, koren en koralen. Overeenkomstig de traditie worden de woorden van Christus toevertrouwd aan een baszanger, evenals die van koning Pilatus. Het koor zingt naast de koralen nog een uitgebreid openingskoor waarin een rouwende menigte de dochters van Jeruzalem uitnodigt mee te klagen. De koren zijn de uitbeelding van de ‘turba’-gedeelten (‘turba’ is Latijn voor ‘massa’, ‘volk’) en stellen de dienaren van de hogepriester voor die Jezus zoeken in de hof van Gethsemane, en zich verderop in het verhaal warmen aan een vuurtje naast Petrus.

Woordschildering en toon­symboliek

Bach had in zijn Matthäus talloze kansen voor muzikale retoriek, woordschildering en symboliek. Een groot spektakel is het koor ‘Sind Blitze, sind Donner’, stellig het meest gevreesde onweer uit de muziek­geschiedenis. In een ­dubbelkorig stereo-effect kan men hier bliksem en donder van links naar rechts horen flitsen, terwijl het woord ‘Abgrund’ een schoolvoorbeeld van de generale pauze biedt. 

In de altsolo ‘Ach Golgatha’ heeft Bach de duistere c klein waarmee de passie eindigt al voorbereid. In de aria liggen maar liefst alle twaalf tonen opgetast. En na extreem verafgelegen en als as klein en fes klein laat hij de alt nota bene besluiten met een onopgeloste ­, des-g, een traditioneel aangeduid als ‘diabolus in musica’ (de duivel in de muziek). Nog ­extremer gaat het eraan toe in de sterfscène nummer 61a ‘Und von der sechsten Stunde an’ (oude telling nummer 71). Hier zingt de evangelist op het woord ‘Finsternis’ (duisternis) een fes. Jezus’ laatste woorden, het Hebreeuwse ‘Eli, Eli, lama asabthani’, staan in het ongehoorde bes klein (5 mollen), de daaropvolgende vertaling in het Duits in es klein (6 mollen!). 

Maar vooralsnog is er de Avondmaal­sfeer aan het begin (nummer 2 tot 19) waarvoor G groot hem het meest geschikt leek. Had theoreticus Johann Mattheson de toonsoort niet zeer sprekend genoemd en ‘gar geschickt so wol zu seriösen als munteren Dingen’? Uitmuntend bruikbaar dus ook voor de ‘gevende’ aria ‘Ich will dir mein Herze schenken’. Het bedroefde e klein uit het openingskoor laat hij terugkeren in het troosteloze duet ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En in toepasselijk heeft hij ook de aria’s ­‘Gerne will ich mich bequemen’ (g klein is ‘ziemlich ernsthaft, sehnend, mässige Klage’ ) en ‘Erbarme dich’ (b klein is ‘unlustig und melancholisch’) gekleurd.

Een zeer angstaanjagend tafereel is het tenorrecitatief nummer 63a, waar na het overlijden van Jezus ‘der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stück von oben an bis unten aus’. Hier heeft Bach met groot gevoel voor theater de retorische figuren van de anabasis en katabasis kunnen inzetten, de stijgende en dalende melodische lijn. Deze laatste suist zelfs in een peilloze diepte van twee ­octaven, tot de laagste noot van de . Ook als men de tekst niet verstaat is het pijnlijk duidelijk: onder een levensgevaarlijke stuwen immense krachten de wereld en zijn noten omhoog. In zijn onmetelijke toorn laat God de aarde beven. Rotsen splijten, graven scheuren open en de heiligen die daarin rusten staan op. De basso continuo lost hier een enorm salvo tweeëndertigste noten om de aardbeving kracht bij te zetten. Honderd­negentig noten om precies te zijn. Ooit telde iemand ze na.

Biografie

Ton Koopman, dirigent

Ton Koopman studeerde , klavecimbel en muziekwetenschap in Amsterdam, ontving tweemaal de Prix d’Excellence en groeide uit tot een leidende persoonlijkheid binnen de oude­muziekbeweging. In 1979 richtte hij het Amsterdam Baroque Orchestra op en in 1992 ook het Amsterdam Baroque Choir.

Van 1994 tot 2004 werkten ze samen aan het uitvoeren en opnemen van alle overgeleverde s van Bach, goed voor de allereerste VSCD Klassieke Muziekprijs. 

Naast zijn eigen ­projecten is Ton Koopman een veelgevraagd gastdirigent bij bijvoorbeeld de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Symphonie­orchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestre Philharmonique de Radio France, de Wiener Symphoniker en de orkesten van San Francisco, Cleveland, Chicago, Boston en New York.

Hij debuteerde in 1991 bij het Concert­gebouworkest en keerde daar onder meer terug voor Bachs ­Matthäus-Passion (2018) en een programma met blokfluitiste Lucie Horsch (2020). Ton Koopman publiceert regelmatig en verzorgt nieuwe uitgaven. In het Bach-herdenkingsjaar 2000 kreeg hij van de Universiteit Utrecht een eredoctoraat, in 2006 de Bach-­Medaille van de stad Leipzig en in 2010 een ereprofessoraat aan de Anton Bruckner Universität in Linz. In 2012 werd hem de Buxtehude-Preis van de stad Lübeck uitgereikt, en in 2016 werd hij ereprofessor aan de Musikhochschule ­Lübeck en honorair artistiek adviseur van het Guangzhou House. In 2017 was de Edison Oeuvre Award voor Ton Koopman.

Onlangs werd Ton Koopman in Frankrijk onderscheiden met de titel Commandeur des Arts et des Lettres. De musicus heeft ruim 25 jaar lesgegeven aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, is emeritus professor van de Universiteit Leiden, erelid van de Royal Academy of Music in Londen en artistiek directeur van het Franse muziekfestival ‘Itinéraire Baroque’.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.

Amsterdam ­Baroque Choir, koor

Het Amsterdam Baroque Choir, in 1992 opgericht door Ton Koopman, wordt geroemd vanwege de zeldzame combinatie van tekstuele helderheid en interpretatieve flexibiliteit.

Tijdens het Holland Festival Oude Muziek in Utrecht debuteerde het koor met de wereld­premières van zowel het Requiem als de Vespers van Biber. De opname van dit concert kreeg de Cannes Classical Award. Latere opnames leverden onder meer een Gramophone Award, een Diapason d’Or, een Prix Hector Berlioz en twee Edisons op.

Op Ton Koopmans eigen label Antoine Marchand verschenen onder meer alle s van Bach in een 22-delige cd-reeks, de ­Matthäus-Passion, Ton Koopmans reconstructie van Bachs Markus-­Passion en de eerste zestien delen van een complete Buxtehude-reeks. In april 1993 nam Ton Koopman voor het eerst zijn Amsterdam ­Baroque Choir mee voor uitvoeringen met het Koninklijk Concertgebouworkest van de Matthäus-Passion.

Nationaal Kinderkoor, koor

Het Nationaal Kinderkoor, ­het ­Nationaal Jongenskoor, het ­Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor worden georganiseerd door Vocaal Talent Nederland. In het Nationaal ­Kinderkoor zingen talentvolle kinderen van 10 tot en met 15 jaar uit heel Nederland.

Van 2001 tot 2023 was Wilma ten Wolde artistiek leider, sinds 2023 is de artistieke leiding van het Nationaal Kinder­koor en ­het Nationaal Jongenskoor in handen van Irene Verburg en László Norbert Nemes. Het Nationaal Kinderkoor wordt vaak uitgenodigd voor concerten met orkesten, in Nederland en daarbuiten.

Het zong onder leiding van onder anderen Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons, Simon Rattle, Jordi Savall, Markus Stenz en Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouw­orkest zijn de koren van Vocaal Talent Nederland met grote regelmaat te gast; de laatste keer was in mei 2025, toen het ­Nationaal ­Kinderkoor en het Natio­naal Jongenskoor samenwerkten met het orkest in Mahlers ­Achtste symfonie, onder leiding van Klaus ­Mäkelä.

Christina Landshamer, sopraan

Christina Landshamer studeerde in haar geboortestad München en in Stuttgart bij Angelica Vogel, Konrad Richter en Dunja Vejzović. Ze debuteerde in 2011 op de Salzburger Festspiele en een jaar later bij De Nationale in Mozarts Die Zauberflöte onder leiding van Marc Albrecht.

Naast rollen in opera’s van Mozart, Puccini en Bizet vertolkt Christina Landshamer graag hedendaagse operapersonages, zoals in de wereldpremière van Hans Zenders Chief Josef bij de Staatsoper Berlin.

Haar carrière concentreert zich echter vooral op oratoria en concertrepertoire. Ze zong met onder meer de Berliner Philharmoniker, de Sächsische Staatskapelle Dresden, het ­Gewandhausorchester Leipzig, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Orchestre de Paris en The Cleveland Orchestra, en werkte samen met en als Herbert Blomstedt, Kirill Petrenko, Simon Rattle, Alan Gilbert, Manfred Honeck en Gustavo Dudamel.

recitals geeft de Duitse sopraan met haar vaste ­pianopartner Gerold Huber in gerenommeerde concertzalen en op festivals, zoals de Schube­rtiade Schwarzenberg, de Wigmore Hall in Londen en de Weill Hall van Carnegie Hall in New York. Sinds 2024 doceert ze aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst Stuttgart. In Het Concertgebouw was Christina Landshamer meermaals te gast in de NTR ZaterdagMatinee, en bij het ­Concertgebouworkest soleerde ze in het Requiem van Fauré (2015; Stéphane Denève) en in de ­Matthäus-Passion van Bach (2018; Ton Koopman).

Wiebke Lehmkuhl, alt

Wiebke Lehmkuhl studeerde aan de Hochschule für Musik und Theater in Hamburg. Na gastoptredens bij de de ’s van Kiel, Hamburg en Hannover werd ze nog tijdens haar opleiding soliste bij de Oper Zürich.

In 2012 debuteerde de Duitse alt onder leiding van Nikolaus Harnoncourt op de Salzburger Festspiele, waarna optredens volgden in Wagners Der Ring des Nibelungen bij de Opéra de Bastille in Parijs en Götterdämmerung bij de Bayerische Staatsoper in München.

Erda in Wagners Das Rheingold en Siegfried groeide uit tot een van de sleutelrollen van Wiebke Lehmkuhl, wat haar al naar München, Genève, Parijs en Londen bracht.

In 2016 debuteerde ze bij De Nationale in Amsterdam, in Händels Jephtha. De is dan ook een andere favoriete stijlperiode: met het Gewandhausorchester Leipzig onder Riccardo Chailly is Wiebke Lehmkühl te horen op een cd-opname van het Weihnachtsoratorium, en in 2018 soleerde ze bij het Concertgebouworkest in Bachs Matthaüs-­Passion onder Ton Koopman en in maart dit jaar in de Johannes-­Passion onder Trevor Pinnock.

Wiebke Lehmkuhl was te gast op de festivals van Bayreuth en Luzern en soleerde bij de Berliner Philharmoniker, het Orchestre National de Paris, het Orchestra del Teatro alla Scala di Milano en The Cleveland Orchestra.

Tilman Lichdi, tenor

Tilman Lichdi ­studeerde aanvankelijk maar besloot in 1999 zich volledig te richten op de ontwikkeling van zijn stem. Zijn ­zangdocenten waren Alois Treml en Charlotte Lehmann. De tenor groeide uit tot een veelgevraagd -, - en concertzanger.

Als operazanger was hij van 2005 tot 2013 vast verbonden aan het Staatstheater ­Nürnberg. Hier ­vertolkte hij belangrijke rollen in werk van onder ­anderen Mozart, Rossini en Wagner. Maar zijn specialisme is de evangelistenpartij in de Passionen van Bach. Recente ­hoogtepunten waren optredens met de Bamberger ­Symphoniker, de Münchner Philharmoniker en het Orquestra ­Gulbenkian in Lissabon.

Toen hij in 2010 bij het Chicago Symphony Orchestra de Johannes-­Passion van Bach zong, schreef de Chicago ­Classical ­Review: ‘Een heel leven kan voorbijgaan ­zonder de evangelistenrol zo goed te horen als van Tilman Lichdi.’

De tenor trad op met en als Kent Nagano, Bernard Labadie, Ton Koopman, Martin Haselböck, Christoph Poppen, Claus Peter Flor en Michail Pletnev. Bij de New York Philharmonic zong hij in Händels Messiah.

Ton Koopman en diens Amsterdam Baroque Orchestra & Choir vergezelde hij onder meer tijdens een tournee naar Italië en Spanje. Met het ­Koninklijk Concertgebouworkest treedt hij voor het eerst op. 

Manuel Walser, bas

De Zwitserse bariton Manuel er ­studeerde bij Thomas Quasthoff aan de Hanns Eisler Musikhochschule Berlin en rondde zijn studie cum laude af in 2015.

Tijdens het internationale concours ‘Das ’ in Berlijn in 2013 won hij zowel de eerste prijs als de publieksprijs. Ook was hij prijswinnaar tijdens de Stella Maris International Vocal Competition en ontving hij de prijs van de Armin Weltner Stiftung. ­

Manuel er treedt regelmatig op als zanger, onder anderen met zijn vaste pianist Anano Gokieli. Zijn concertrepertoire bevat onder meer BachMatthäus-Passion en ­Händels Israel in Egypt. De laatste jaren treedt ­Manuel Walser steeds vaker op als zanger.

In 2014 debuteerde hij bij de Salzburger ­Festspiele als Brutamonte in SchubertFierrabras. Sinds 2015/16 is hij vast ensemblelid aan de Wiener Staatsoper. Bij het Koninklijk Concertgebouw­orkest maakt hij zijn debuut.

Mauro Peter, tenor

Mauro Peter werd geboren in Luzern en studeerde zang aan de Hochschule für Musik und Theater in München. In 2012 won hij de eerste prijs en de publieksprijs op het Internationaal Robert Schumann Concours in Zwickau. Een hoogtepunt in zijn loopbaan was het bejubelde debuut in 2012 op de Schubertiade in Schwarzenberg, waar hij Schuberts Die schöne Müllerin zong.

Sindsdien verschijnt de Zwitserse tenor regelmatig op de belangrijke Europese - en concertpodia. In het Theater an der Wien zong hij Mozart-rollen onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Andere en met wie hij samenwerkte zijn bijvoorbeeld Gustavo Dudamel, Marc Albrecht en John Eliot Gardiner.

Tijdens de opening van de Salzburger Festspiele in 2018 vertolkte hij Tamino in Mozarts Die Zauberflöte. Mauro ­Peter is een veelgevraagde solist voor de evangelistenrol in Bachs Passionen.

Bij het Concertgebouworkest vertolkte hij die in de Matthäus-Passion in maart 2018 onder leiding van Ton Koopman en in maart 2024 onder Trevor Pinnock.

Klaus Mertens, bas

Bas-bariton Klaus ­Mertens trad in de ­afgelopen decennia veelvuldig op en werkte mee aan meer dan tweehonderd ­platen en cd’s. Als hechte muzikale ­partner van Ton Koopman was hij ook betrokken bij diens opnames van alle s van Bach en Buxtehude. Niet eerder nam één bas al deze cantatearia’s voor zijn rekening. 

Klaus Mertens werkt daarnaast graag en veel samen met andere bekende oudemuziek­specialisten, onder wie Frans Brüggen, ­Nikolaus Harnoncourt, René Jacobs, Philippe ­Herreweghe en Gustav Leonhardt. 

Binnen zijn brede repertoire, dat ook ­hedendaagse muziek omvat, neemt het vocale werk van ­Telemann een speciale plaats in; vorig jaar ontving Klaus Mertens de Georg-Philipp-­Telemann-Preis van de stad Maagdenburg.

Met een even ­grote passie wijdt Klaus Mertens zich aan repertoire uit latere stijlperiodes, onder meer met de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig en het Chicago Symphony Orchestra. Bij het ­Koninklijk Concertgebouworkest werkte hij in 1993 en 1998 mee aan uitvoeringen van BachPassionen ­onder leiding van Ton Koopman.