Daniele Gatti Meets Janine Jansen Bij Het Concertgebouworkest
Serie E 20.15 uur
Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent
Janine Jansen viool
Alban Berg 1885-1935
Vioolconcert (1935)
‘Dem Andenken eines Engels’
Andante – Allegretto
Allegro – Adagio
pauze
Anton Bruckner 1824-1896
Vierde symfonie in Es gr.t. (1874-78/80)
‘Romantische’ editie Nowak 1953
Bewegt, nicht zu schnell
Andante quasi allegretto
Scherzo: Bewegt – Trio: Nicht zu schnell. Keinesfalls schleppend
Finale: Bewegt, doch nicht zu schnell
begin van de pauze ca. 20.45 uur
einde van het concert ca. 22.25 uur
Toelichting
Alban Berg 1885-1935
vioolconcert
Tekst: Lonneke Tausch
Een vioolconcert als een dubbel requiem: Alban Berg componeerde zijn enige werk voor soloviool en orkest in wat zijn laatste levensjaar zou blijken, en hij schreef het ter nagedachtenis aan de op 22 april 1935 overleden achttienjarige dochter van Gustav Mahlers weduwe Alma en Bauhaus-architect Walter Gropius, Manon Gropius. Op het titelblad van de schreef hij ‘Dem Andenken eines Engels’.
Berg is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de . Arnold Schönberg was de leraar bij wie hij zijn inzichten in het twaalftoonscomponeren opdeed. Desondanks behield Berg in zijn muziek een laatromantische sfeer, met tonale elementen, schatplichtig aan Mahler en minder cerebraal dan het latere oeuvre van leeftijdsgenoot Anton Webern, de derde van het ‘Weense triumviraat’.
In januari 1935 vroeg de Russisch-Amerikaanse violist Louis Krasner om een vioolconcert. Berg accepteerde de opdracht vooral om financiële redenen, maar in praktijk begon hij steeds maar niet aan het bestelde concert: zijn Lulu, waaraan hij in 1929 begonnen was, had zijn volle aandacht nodig.
Maar de dood van Manon Gropius bleek het zetje dat hij nodig had. Het werk aan het Vioolconcert vorderde voor Bergs doen ongewoon snel en op 11 augustus was de partituur drukklaar. De première van het Vioolconcert – door Krasner, in Barcelona op 19 april 1936 – mocht de componist niet meer meemaken: op 24 december 1935 overleed hij aan een bloedvergiftiging die het gevolg was van een wespensteek in zijn rug.
Bergs Vioolconcert heeft twee delen, ieder bestaand uit twee contrasterende gedeeltes. Deze vierdelige opbouw kan worden beschouwd als een doorlopende lijn van geboorte en leven naar dood en transfiguratie.
In het wordt in een vriendelijke, lichte stemming het beeld van Manon Gropius opgeroepen. De eerste maten symboliseren een leegte: de solist strijkt alleen de vier open snaren van de viool aan. Hout en harp hebben ditzelfde melodische , en in maat 15 volgt voor het eerst de volledige twaalftoonsreeks in een toonladderachtige beweging naar boven.
Berg baseerde het openingsdeel op de klassieke : zowel het zoekende beginthema als de stijgende toonreeks keren in een gevarieerde versie terug. Omdat aan de twaalftoonsreeks zowel drieklanken als de losse snaren van de viool ten grondslag liggen, blijft de klank open, transparant en quasi-.
Het Allegretto is een dansdeel, met aanwijzingen als ‘Wienerisch’ en ‘wie ein Walzer’ en uitlopend in een pastorale Karinthische volksmelodie. Deze gaat echter al snel over in een pijnlijke met een onontkoombaar onheilspellende sfeer. Het vervolgens begint met een angstkreet en ontpopt zich als een ware doodsstrijd; het noodlot klopt in het .
Deze beklemmende muziek werkt via een achtige solopassage toe naar het .Dit citeert de melodie Es ist genug! zoals Johann Sebastian Bach die gebruikte in zijn O Ewigkeit, du Donnerwort, BWV 60. De tekst vond Berg zó van toepassing, dat hij de woorden in zijn manuscript onder de noten noteerde.
Op dit punt in het concert slaat de stemming definitief om naar berusting. Als herinnering aan het vredige begin klinkt nog een keer het Karinthische volkslied, maar nu trager. Het Vioolconcert eindigt met het aarzelende zoeken waarmee het begon: een toonreeks eindeloos de hoogte in.
Anton Bruckner (1824-1896)
Vierde symfonie
Door Paul Janssen
Hoewel Anton Bruckner Abraham al had gezien, was hij nog in zijn muzikale jeugd toen hij in de eerste dagen van 1874 aan zijn Vierde symfonie begon. Hij had met zijn Derde symfonie zijn eigen stem gevonden als componist en hoewel hij aan deze symfonie bleef sleutelen om aan het commentaar van betweters tegemoet te komen en zichzelf te perfectioneren, was hij vol goede moed.
Toch bleek ook de eerste versie van de Vierde symfonie voeding voor de immer aanwezige twijfel van de componist. Nog voordat het werk in première ging, nam hij de noten opnieuw onder de loep en van 1878 tot 1880 wijzigde hij het derde deel, het , en het vierde deel, de Finale, ingrijpend.
Hoewel vooral deze Vierde symfonie tegenwoordig grote populariteit geniet, werden er na de première in 1881, zoals bij alle uitvoeringen van werk van Bruckner, nogal wat wenkbrauwen gefronst. Geen wonder, want de brave Oostenrijker zette de symfonische vorm behoorlijk onder druk. Zijn constructies waren omvangrijker dan de langste symfonieën van Ludwig van Beethoven, en zijn presentatie van het tische materiaal zorgde vaak voor grote verwarring.
Van het begin van Beethovens Negende symfonie leende Bruckner het idee van het mysterieus murmelende intro, dat tot een van zijn handelsmerken uit zou groeien. Uit een haast improvisatorische golfbeweging komen langzaam de eerste motieven tevoorschijn. Alsof de zon opkomt. Zo beschreef Bruckner dit eerste deel ook in een brief aan Hermann Levi: ‘In het eerste deel wordt de dag aangekondigd door de .’ Later verduidelijkte hij het vervolg: ‘Daarna gaat het leven verder; in de Gesangperiode (het tweede ) klinkt het lied van de koolmees: zizipe.’
Het tweede deel was volgens Bruckner een gebed, een , en het laatste deel een ‘volksfeest’. Het meest tot de verbeelding sprak van meet af aan het derde deel van deze symfonie, die de componist zelf de bijnaam ‘Romantische’ gaf. Dit kreeg van Bruckner in 1878 al aanwijzingen mee als ‘Jagdthema’ en ‘Tanzweise während der Mahlzeit auf der Jagd’ (). Het is in elke noot een mooi staaltje van de manier waarop Bruckner met de symfonische vorm omging. Hij componeerde verhalen, mooie epische verhalen.
Dat het ‘Jagdscherzo’ uit deze Vierde symfonie een van de populairste symfonische delen van Bruckner is geworden komt vooral doordat het verhaal hier zo duidelijk is. Veel van zijn werk is abstracter van aard en heeft daarom tijd nodig gehad om tot de luisteraars door te dringen. Vandaar dat de ware zegetocht van Bruckners symfonieën pas begon na de dood van de componist.
In die postume verovering van het publiek heeft het Concertgebouworkest vooral sinds het chef-dirigentschap van Eduard van Beinum (van 1945 tot zijn dood in 1959) een belangrijk aandeel gehad. Alle daaropvolgende chef-dirigenten hielden die traditie in ere, zodat Bruckners muziek nu al vele decennia tot het kernrepertoire van het orkest behoort.
De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 11 november 1897 onder Willem Mengelberg. Daniele Gatti leidde de meest recente uitvoering: op 23 januari 2017 in Singapore.
Biografie
Daniele Gatti, dirigent
Afgelopen augustus begon Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.
Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.
Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.
Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).
Bij het Royal Opera House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.
Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


