Daniele Gatti en Yo-Yo Ma met het Concertgebouworkest

RCO Opening Night
18.00 uur – aanvang concert 20.15 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Daniele Gatti dirigent
Yo-Yo Ma cello


Voor en na het concert en in de pauze vindt in de foyers een walking dinner plaats. Na afloop van het concert kunt u in diverse foyers de orkestmusici ontmoeten.

Dit concert wordt opgenomen door avrotros voor uitzending op 13 september om 14.15 uur via npo radio 4.

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Eerste celloconcert in Es gr.t., op. 107 (1959)
Allegretto
Moderato
Cadenza
Allegro con moto

pauze

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Suite ‘De notenkraker’, op. 71a (1892)
Kleine ouverture
Karakteristieke dansen
Mars
Dans van de suikerfee
Russische dans, Trepak
Arabische dans
Chinese dans
Dans van de rietfluiten
Bloemenwals

Igor Stravinsky 1882-1971

Suite uit ‘De vuurvogel’ (1910, gereorkestreerd 1919)
Introductie – De vuurvogel en zijn dans – Variatie van de vuurvogel – Rondedans van de prinsessen (Chorovod) – Helledans van koning Kastsjei – Berceuse – Finale

Toelichting

Dmitri Sjostakovitsj: 1906-1975

Eerste celloconcert in Es gr.t., op. 107 (1959)

Na de dood van Stalin in 1953 duurde het nog enige tijd voordat in de Sovjet-Unie een periode van ‘dooi’ intrad en kunstenaars konden profiteren van een toenemende individuele vrijheid en een op gang komende internationale uitwisseling. Dat was eigenlijk pas het geval nadat Chroesjtsjov in 1956 in een redevoering de misdaden van Stalin had onthuld. De ontmaskering van zijn kwelgeest kan Dmitri Sjostakovitsj niet onberoerd hebben gelaten. Misschien kwam het mede daardoor dat hij in de daaropvolgende jaren enkele stukken schreef waarin hij zich minder somber toonde dan in de muziek die daaraan vooraf was gegaan. Zo componeerde hij voor zijn zoon Maxim het vlotte Tweede pianoconcert en schreef hij de Moskou Tsjeriomoesjki. Maar zijn humor bleef bitter en waar hij uitbundig werd neigde hij nog altijd naar het groteske.

Ook zijn Eerste concert getuigt daarvan. Het werk heeft niets van de massieve klank, de uitvoerigheid en de monumentaliteit van zijn symfonieën uit die periode (de Elfde en de Twaalfde), maar de uitgelatenheid van de snelle delen en de lichtheid van de – met een opmerkelijk prominente partij – zijn misleidend. Sjostakovitsj schreef dit celloconcert, evenals het tweede zeven jaar later, voor zijn vriend Mstislav Rostropovitsj. Op het eerste deel, dat maniakaal voortrent en een opvallende scherpte en schrilheid bezit, volgt een Moderato, waarin de Amerikaanse muziekpublicist Michael Steinberg de klacht van de idioot in Moesorgski’s Boris Godoenov hoort. Na een omvangrijke voor de cello bij wijze van derde deel keert in de finale de obsessieve energie van het eerste deel terug. De componist heeft nog een verrassing in petto. In het slotdeel wordt het je Suliko geciteerd, waarvan bekend is dat het hoog op de lijst van Stalins favoriete muziek stond. Dat het Suliko-tje spottend aan flarden wordt gescheurd zal niemand verbazen.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski: 1840-1893

Suite ‘De notenkraker’, op. 71a (1892)

Het viel niet mee het Pjotr Iljitsj Tsjaikovski naar de zin te maken. In 1891 terug uit Amerika, waar hij op handen werd gedragen, schreef hij alweer een paar sombere brieven. Kort daarop werd in Sint-Petersburg in besloten kring voor het eerst zijn De notenkraker gespeeld. Vijf delen moesten wegens succes worden herhaald. Waarna de componist in een brief aan zijn neef Vladimir Davidov schreef dat hij de muziek ‘oneindig veel slechter’ vond dan die van ‘haar voorgangers’ (Het zwanenmeer en De schone slaapster).

De Suite ‘De notenkraker’ bevat enkele van de meest briljante delen uit de gelijknamige balletmuziek die Tsjaikovski in opdracht van het Petersburgse Mariinski Theater had geschreven. Het hem aangereikte onderwerp, een vrije versie van E.T.A. Hoffmanns verhaal De notenkraker en de muizenkoning, trok hem aanvankelijk niet aan. Maar hoewel de choreograaf Marius Petipa er alles aan deed om zijn motivatie de kop in te drukken met aanwijzingen als ‘vriendelijke muziek: 64 maten’ en ‘16 maten rococomuziek (-tempo)’ groeide Tsjaikovski’s interesse naarmate het werk vorderde.

Het ballet verplaatst ons aanvankelijk naar de woning van een us gezin tijdens de viering van kerstmis. Een excentrieke gast schenkt Clara, dochter des huizes, een notenkraker in de vorm van een oud mannetje. De opwinding is groot, maar slaat om in heftig verdriet nadat het jaloerse broertje de notenkraker heeft gebroken. Niet lang daarna valt Clara in slaap. De notenkraker transformeert in een jonge, aantrekkelijke prins, die haar meeneemt naar zijn rijk. Daar liggen allerlei lekkernijen op haar te wachten en voeren talrijke de gasten de meest uiteenlopende dansen uit.

Eén van de episodes, Dans van de fee, bevat een noviteit in het orkest: een celesta, het toetsinstrument dat een klank als van een stel kleine klokjes voortbrengt. Tsjaikovski had het in Parijs ontdekt en was meteen enthousiast. Hij liet er een naar Sint-Petersburg transporteren. Dat moest in het geheim gebeuren, meende hij, om te voorkomen dat Rimski-Korsakov of Glazoenov lucht van deze vondst zouden krijgen en de celesta voor hún muziek zouden gebruiken. Die vrees bleek ongegrond. Maar vele latere componisten, onder wie Sjostakovtisj, hebben er wel van geprofiteerd.

Igor Stravinsky: 1882-1971

Suite uit ‘De vuurvogel’ (1910, gereorkestreerd 1919)

Bijna twintig jaar na de première van De notenkraker luisterde in hetzelfde Sint­Petersburg de balletimpresario Serge Diaghilev naar enkele korte composities van de jonge Igor Stravinsky. Diaghilev stond op het punt een dansgezelschap te formeren, de latere Ballets Russes. Daarvoor zocht hij enkele kunstenaars – choreograaf, ontwerper, componist – die mogelijk een sleutelrol zouden kunnen vervullen. In de zomer van 1909 ontving Stravinsky het verzoek muziek te schrijven voor een ballet, gebaseerd op de Russische legende De vuurvogel. Stravinsky verheugde zich op de samenwerking met artiesten als de choreograaf Michel Fokine, de decor- en kostuumontwerper Aleksandr Golovine en de kostuumontwerper Léon Bakst. Het onderwerp bood al deze kunstenaars volop mogelijkheden zich onder te dompelen in de combinatie van oud-Russische tradities en sprookjesachtige exotiek die paste bij de tijdgeest.

Een prins die op jacht is vangt een uitzonderlijk fraaie, goudkleurige vogel. Maar hij krijgt medelijden en laat de vogel weer vrij, waarna de prins als beloning een van de gouden veren krijgt met de boodschap deze tevoorschijn te halen wanneer hij ooit in moeilijkheden komt. Later raakt de prins verzeild in een deel van het bos waar spelende prinsessen elkaar uit de bomen gevallen appels toewerpen. Het kasteel waartoe het bos behoort wordt bewoond door de boosaardige tovenaar Kastsjei en zijn helpers, die de prins gevangen willen nemen. De gouden veer brengt uitkomst. De gealarmeerde vogel weet de tovenaar en diens assistenten op te zwepen tot een helse dans, waarna het gezelschap uitgeput op de grond valt. De demonische invloed van de tovenaar behoort tot het verleden. Dankbaarheid alom, waarbij de verraste prins de mooiste van alle prinsessen in de armen kan sluiten.

De kleurrijke muziek maakt duidelijk dat Stravinsky de adviezen van zijn leraar Rimski-Korsakov ter harte heeft genomen. Het werk bevat veel authentieke, aan de volksmuziek ontleende ën. Die zouden in Stravinsky’s volgende balletten (Petroesjka, Le sacre du printemps) terugkeren, maar al spoedig ontdaan worden van hun riante romantische gewaad. De componist heeft aan de in een later stadium drie s ontleend, verschillend van samenstelling en .

Aad van der Ven

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Daniele Gatti, dirigent

Afgelopen augustus begon ­Daniele Gatti als chef- van de Sächsische Staatskapelle Dresden; in 2000 stond hij er voor het eerst op de bok.

Daniele Gatti is daarnaast chef-dirigent van het Teatro del Maggio Musicale Fiorentino, music director van het Orchestra Mozart en – sinds 2016 – artistiek adviseur van het Mahler Chamber Orchestra.

Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Berliner Philharmoniker, het ­Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Orchestra Filarmonica della Scala.

Van 2016 tot en met 2018 was hij chef- van het Concertgebouworkest. Eerder leidde hij het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1992–97), het Royal Philharmonic Orchestra in Londen (1996-2009), het Teatro Comunale in Bologna (1997–2007), het Orchestre National de France (2008-2016) en het Opernhaus Zürich (2009-12).

Bij het Royal Ope­ra House Covent Garden was hij van 1994 tot 1997 eerste gastdirigent. In La Scala in Milaan debuteerde hij op zijn 27ste, hij dirigeerde producties bij de Wiener Staatsoper en de Metropolitan Opera in New York, leidde tot 2022 het Teatro dell’Opera di Roma en was meermaals te gast op de Bayreuther Festspiele en de Salzburger Festspiele.

Daniele Gatti werd geëerd met de Grande Ufficiale al Merito della Repubblica Italiana en kreeg in 2015 de Premio Franco Abbiati. In Frankrijk kreeg hij in 2016 de eretitel Chevalier de la Légion d’Honneur.

Yo-Yo Ma, Foto: Todd Rosenberg

Yo-Yo Ma werd uit Chinese ouders in Parijs geboren, maar groeide op in New York, waar hij later studeerde bij Leonard Rose aan de Juilliard School of Music.

Als solist speelde hij wereldwijd met alle grote orkesten. Yo-Yo Ma knoopte daarnaast samenwerkingsverbanden aan met de meest uiteenlopende artiesten, variërend van pianiste Kathryn Stott en zanger Bobby McFerrin tot het Kung-volk uit de Kalahari-woestijn in Afrika.

In 1998 startte hij het Silk Road Project, dat de culturele, artistieke en intellectuele tradities langs deze oude handelsroute verkent. Yo-Yo Ma werkte mee aan ruim 90 albums, waarvan er zeventien een Grammy wonnen. De cellist ontving daarnaast onder meer de Avery Fisher Prize (1978), de Glenn Gould Prize (1999), de National Medal of the Arts (2001), de Presidential Medal of Freedom (2010) en de Polar Music Prize (2012).

Als CultureConnect Ambassador van het United States Department of State (sinds 2002) heeft Yo-Yo Ma als leraar of mentor opgetreden voor duizenden studenten wereldwijd in landen als Litouwen, Korea, Libanon, Azerbeidzjan en China. Bovendien is hij UN Messenger of Peace en lid van het President’s Committee on the Arts & the Humanities.

Hij heeft opgetreden voor maar liefst acht Amerikaanse presidenten, inclusief een optreden bij de inauguratie van Barack Obama.

Op 9 september 2014 nam Yo-Yo Ma hij de Concertgebouw Prijs in ontvangst. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest debuteerde hij in 1983. De laatste keer dat hij met het orkest optrad was in december 1995 met het concert in b klein van Dvořák. De cellist bespeelt twee instrumenten: een Montagnana uit 1733 (Venetië) en de ‘Davidoff’-Stradivarius uit 1712.