Daniel Harding dirigeert Mahlers Symfonie nr. 7
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks
Daniel Harding dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Lees ook: De 7 lessen van Daniel Harding
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 7 (1904-05)
Langsam (Adagio) – Allegro risoluto ma non troppo
Nachtmusik. Allegro moderato
Scherzo: Schattenhaft – Fliessend aber nicht schnell
Nachtmusik. Andante amoroso
Rondo-Finale. Allegro ordinario
er is geen pauze
einde ± 21.35 uur
Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten.
Toelichting
Mahler: Zevende symfonie
Door Marco Nakken
Gedurende de tien jaar (1897-1907) waarin Gustav Mahler als en artistiek directeur aan de Weense Hofopera was verbonden, had hij alleen in de zomermaanden, die hij vanaf 1901 in Maiernigg aan de Wörthersee doorbracht, tijd om te componeren. In de zomer van 1904 voltooide hij de Zesde symfonie en nog in diezelfde ‘vakantie’ ontstonden de schetsen voor het tweede en vierde deel, de ‘nachtmuzieken’, van de Zevende symfonie. Het jaar daarop keerde Mahler terug naar Maiernigg met het voornemen om de Zevende symfonie te voltooien, maar aanvankelijk leek het erop dat de inspiratie uit zou blijven, wat hem tot vertwijfeling en wanhoop dreef. In een brief uit 1910 aan zijn vrouw Alma herinnert hij zich het keerpunt: ‘Twee weken kwelde ik mijzelf tot ik in een diepe somberheid verzonk, zoals je je nog wel zult herinneren. Toen trok ik de Dolomieten in, maar daar was het hetzelfde liedje. Uiteindelijk gaf ik het op en keerde terug naar huis in de overtuiging dat het een verloren zomer was geweest. Ik stapte in de boot om me over te laten varen. Bij de eerste slag van de roeispanen kwam het (of eigenlijk het en het karakter ervan) voor de inleiding van het eerste deel bij me op. In vier weken waren het eerste, vierde en vijfde deel voltooid.’
Het ritme waar Mahler over spreekt is dat van de treurmars: gepuncteerd, als een siddering. Het betreffende thema is een lang uitgesponnen die ingezet wordt door de tenorhoorn, een instrument met een doordringende, ruige klank dat in een militaire kapel wordt toegepast, maar in een symfonieorkest ongebruikelijk is. ‘Hier brult de natuur’, verklaarde Mahler tijdens de repetities voor de première in 1908 tegenover de schrijver William Ritter. In de doorwerking van dit in een geschreven openingsdeel treedt de natuur ook in haar liefelijke gedaante op: signalen kondigen een idyllische episode met natuurgeluiden aan, waarna een magisch harpglissando uitmondt in een extatische hymne.
Over het als ‘Nachtmusik’ aangeduide tweede deel heeft Mahler tegenover Alphons Diepenbrock verklaard dat het een ‘nachtelijke patrouille in een fantastisch chiaroscuro’ zou uitbeelden. Het deel opent met een inleiding die in het verdere verloop van de muziek als refrein fungeert. Twee s, één dichtbij en één uit de verte, beantwoorden elkaars roep. Hobo’s en klarinetten imiteren vogelstemmen die door steeds meer instrumenten worden overgenomen tot het hele vogelconcert in een boven een van naar overgaande drieklank uiteen spat. Bij de eerste reprise van dit refrein schrijft Mahler de uit de Zesde symfonie bekende koebellen voor. Volgens de anekdote zou Mahler bij de repetities gevraagd hebben of het raam dicht kon, omdat hij gestoord werd door een vogel die in een boom zat te zingen: ‘Die staat niet in de .’
Het is door Mahler omschreven als ‘schattenhaft’, wat vertaald kan worden als ‘schimmig’, of ‘schaduwachtig’, maar spookachtig dekt de lading van deze danse macabre beter. De hekserij komt van de extreme : een gierend over drie octaven van de klarinet, schelle gedempte s, dik aangezette portamento’s in de strijkers en onverwachte sforzando’s van de tuba’s, alsof iemand plotseling ‘boe’ roept. Tegen het slot schrijft Mahler een voor de contrabas in vijfvoudig fortissimo voor, waarbij de snaar tegen het hout moet kletteren. Het is afkomstig uit de Oost-Europese volksmuziek en is al bij componist Heinrich Biber te vinden. Later kreeg de techniek bekendheid als het Bartók-pizzicato.
Ook het vierde deel is door Mahler als ‘Nachtmusik’ betiteld, Het heeft een bijna kamermuzikale bezetting. spelen, de hoorns uitgezonderd, geen rol en het orkest is uitgebreid met een mandoline en een gitaar, wat het geheel onmiskenbaar het karakter van een verleent. Mahlers vrouw Alma schrijft in haar Herinneringen dat de componist hier ‘Eichendorff-visoenen, klaterende fonteinen, Duitse ’ in gedachten had. De inleidende frase van de soloviool roept het beeld van een stehgeiger in een salonorkest op.
De finale is een . In het refrein verwijst Mahler overduidelijk naar het voorspel van de Die Meistersinger von Nürnberg (1868) van Richard Wagner. Een verwijzing die hij bij de premières in Den Haag en München nog eens heeft benadrukt door zijn Zevende symfonie samen met het Meistersinger-voorspel op het programma te zetten. Het refrein treedt zeven keer op. Het mfantelijke slotakkoord van het eerste refrein gaat middels een verrassende harmonische wending over in de eerste episode, waarin de hobo’s een opgewekt danswijsje inzetten. Deze muziek wekt soms de indruk dat men op een kermis rondwandelt waar van her en der verschillende muzieken door elkaar heen klinken. Luidruchtig (grote trom, triangels, tam tam en grote klokken) kondigt de terugkeer van het thema uit het van het eerste deel aan en met een verwijzing naar de harmonische wending aan het slot van het eerste refrein sluit deze ‘Überfinale’ triomfantelijk af.
Biografie
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, orkest
Het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks werd in 1949 in München opgericht door Eugen Jochem, die het orkest leidde tot 1960 en gastdirigent bleef tot zijn dood in 1987. Volgende chef-en waren Rafael Kubelík, Colin Davis, Lorin Maazel en Mariss Jansons (2003-2019), en met ingang van 2023/2024 wordt Simon Rattle de nieuwe chef-dirigent.
Het orkest ziet het spelen van nieuwe muziek als kerntaak, en onder anderen Stravinsky, Milhaud, Hindemith, Maderna, Boulez, Stockhausen, Kagel, Berio en Eötvös dirigeerden er hun nieuwe partituren. In oude muziek werken de musici met specialisten als Ton Koopman, Thomas Hengelbrock en Giovanni Antonini.
Geregeld terugkerende gastdirigenten zijn Riccardo Muti, Esa-Pekka Salonen, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt en Daniel Harding. Altvioliste Tabea Zimmermann en pianist Kirill Gerstein zijn dit seizoen artists in residence.
Het orkest heeft sinds 2001 een eigen orkestacademie, was van 2004 tot 2019 een vaste waarde in het Lucerne Oster-Festival en brengt sinds 2009 cd’s uit op het eigen label BR Klassik. In 2016 kreeg de live-opname van Mahlers Zesde symfonie onder Daniel Harding een Diapason d’Or en in 2018 kreeg de Derde onder Bernard Haitink twee BBC Music Awards. De vorige uitvoeringen van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in Het Concertgebouw, beide keren onder leiding van Mariss Jansons, waren in februari 2017 (Sommer, Mahler en Rachmaninoff) en maart 2019 (Dvořák en Saint-Saëns).
Daniel Harding, dirigent
Nog maar achttien was Daniel Harding toen hij in 1994 zijn loopbaan begon als assistent van Simon Rattle bij het City of Birmingham Symphony Orchestra. Het seizoen erop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker.
Momenteel is hij chef- van het Swedish Radio Symphony Orchestra (sinds 2007) en eredirigent van het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij al meer dan twintig jaar werkt. Komende herfst volgt hij Antonio Pappano op als chef-dirigent van het orkest en koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en gaat hij Youth Music Culture The Greater Bay Area leiden in China.
Van 2007 tot 2017 was Daniel Harding eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra en van 2016 tot 2019 artistiek leider van het Orchestre de Paris. Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Wiener en de Berliner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, de Filarmonica della Scala en de grote Amerikaanse orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2004.
producties leidde de in Milaan, Aix-en-Provence, Londen, Wenen, Salzburg en München. Daniel Harding werd geboren in Oxford, studeerde aan Chetham’s School of Music in Manchester en speelde op zijn dertiende in het National Youth Orchestra of Great Britain. De musicus is tevens gekwalificeerd lijnvluchtpiloot. Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was op 26 mei 2023 in Mahlers Zevende symfonie met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.


