Daniel Harding dirigeert Also sprach Zarathustra, Kantorow speelt Beethoven

Alexandre Kantorow piano
Swedish Radio Symphony Orchestra
Daniel Harding dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Hugo Emil Alfvén (1872-1960)

En skärgårdssägen, op. 20 (Een archipelvertelling) (1903)
symfonisch gedicht voor orkest

LUDWIG VAN BEETHOVEN (1770-1827)

Pianoconcert nr. 4 in G gr.t., op. 58 (1805)
Allegro moderato
Andante con moto
Rondo (Vivace)
cadensen: Beethoven

pauze ± 21.05 uur

Richard Strauss (1864-1949)

Also sprach Zarathustra, op. 30 (1895-96)
Einleitung (Sonnenaufgang)
Von den Hinterweltlern
Von der grossen Sehnsucht
Von den Freuden und Leidenschaften
Das Grablied
Von der Wissenschaft
Der Genesende
Das Tanzlied
Das Nachtwandlerlied

einde ± 22.00 uur

Toelichting

hugo Emil Alfvén (1872-1960)

Een archipelvertelling

Door Lonneke Tausch

Hugo Alfvén werd in 1872 geboren in Stockholm, de thuisstad van het orkest dat zijn sfeervolle symfonische gedicht over de Baltische Zeekust nu meebrengt naar Het Concertgebouw.

Alfvén studeerde in zijn geboortestad aan het conservatorium en was er tegelijkertijd plaatsvervangend concertmeester aan de . Zo ontwikkelde hij van binnenuit het orkest een fijnbesnaard gevoel voor instrumentale kleuren. Alfvéns orkestmuziek is van laatromantische snit en vaak rijk georkestreerd in de traditie van de programmamuziek van Richard Strauss; het bekendst is tegenwoordig de Eerste Zweedse rapsodie, op. 19 ‘Midsommarvaka’ (‘Midzomerwake’). De partituren van Alfvén zijn uitermate kleurrijk; overigens kleurde de componist niet alleen met orkesttimbres, maar was hij ook een getalenteerd aquarellist.

Het hem zo dierbare Zweedse natuurschoon speelt vaker een hoofdrol in Alfvéns werk

In zijn jeugd had Alfvén vele gelukkige vakanties doorgebracht aan de met vele duizenden rotseilandjes bezaaide kust van de Baltische Zee. Nadat hij in 1903 was teruggekeerd naar het eiland Elfsten componeerde hij vanuit zijn warme herinneringen aan de Stockholmse archipel het klankgedicht En skärgårdssägen, op. 20 (buiten Zweden doorgaans aangeduid als A Legend of the Skerries). De première op 31 maart 1905 in Stockholm dirigeerde de componist zelf. Het hem zo dierbare Zweedse natuurschoon speelt vaker een hoofdrol in Alfvéns werk, bijvoorbeeld ook in de pianocyclus Skärgårdsbilder, op. 17 en de Vierde symfonie in c klein, op. 39 met de ondertitel ‘From the Skerries’.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Vierde pianoconcert

Door Axel Meijer

Het Vierde pianoconcert in G groot van Ludwig van Beethoven wordt voor het eerst uitgevoerd in maart 1807 tijdens een privéconcert in het Weense stadspaleis van Prins Lobkowitz. Het kan niet anders of de genodigden luisteren met open mond naar de beginmaten van het werk: voor het eerst begint een pianoconcert niet met een orkestrale introductie, maar met een pianosolo. Opvallender nog: het is geen virtuoze bravoure-opening, maar een ingetogen , een paar en maar. Dan pas valt het orkest in. En zelfs die entree is ongehoord: de strijkers herhalen het pianothema, maar dan in de ‘verkeerde’ .

Beethovens opzettelijke fout is kenmerkend voor het grootste deel van het werk: de piano en het orkest komen heel lang niet echt bij elkaar. Strijkers introduceren in het eerste deel, moderato, het belangrijke tweede , net als het derde, maar de piano weigert ze te herhalen, in elk geval letterlijk. Toch ontstaat er een samenwerking tussen orkest en pianist, of eerder: ze draaien om elkaar heen, met briljante variaties en commentaren op elkaars materiaal.

In het tweede deel is de verwijdering compleet, aanvankelijk althans. Dit con moto is een discussie tussen twee totaal verschillende karakters: het orkest maakt luid en kortaf zijn argumenten duidelijk; de piano blijft rustig, en lijkt vooral begrip te vragen. Uiteindelijk werkt die strategie, en bindt het orkest in. Na een uitgebreidere solo, waarin de piano toch ook kort een scherpere kant toont, legt het orkest zich neer bij het gelijk van de ander.

Het afsluitende slaat een vrolijker noot aan. Strijkers introduceren, opnieuw in een ‘foute’ toonsoort, een thema met snelle, zich herhalende noten. Het is een uitdaging: voor de piano zijn die snelle noten niet helemaal haalbaar. Daarom omspeelt de solist ze in een briljant geornamenteerd antwoord, dat blijkbaar aanslaat: voor de rest van de finale tonen beide partijen vooral veel plezier in elkaars inzetten. Alsof ze uiteindelijk zeggen: let’s agree to disagree, en laten we er iets moois van maken.

Ondanks zijn ongebruikelijke vorm kreeg het Vierde pianoconcert positieve kritieken: ‘Het meest bewonderenswaardige, unieke, kunstzinnigste en gecompliceerdste van alle Beethovenconcerten tot nu toe’, schreef de Allgemeine Musikalische Zeitung. Toch duurde het even tot het stuk in het standaardrepertoire terechtkwam. Pas sinds Felix Mendelssohn het in 1836 nieuw leven inblies, is het altijd een van de meest geliefde pianoconcerten gebleven.

Richard Strauss (1864-1949)

Also sprach Zarathustra

Door Leo Samama

Zoals bijna al zijn generatiegenoten was Richard Strauss gefascineerd door het ongrijpbare, door dat wat niet van deze wereld is, door het onmogelijke en het bovenmenselijke. In werkelijkheid heeft hij daar echter weinig over gefilosofeerd. Also sprach Zarathustra is daarom ook geen filosofisch manifest noch een uiteenzetting van welke ideologie dan ook. Strauss deed daar niet ingewikkeld over: ‘Ik was niet van plan filosofische muziek te schrijven noch Nietzsches grote werk in muziek te portretteren. Ik wilde door middel van de muziek een idee geven van de ontwikkeling van het menselijk ras, van zijn oorsprong, via de verschillende fasen van zijn religieuze en wetenschappelijke ontwikkeling, tot Nietzsches idee van de Übermensch. Het gehele symfonische gedicht is bedoeld als mijn eerbetoon aan het genie van Nietzsche met als grootste voorbeeld daarvan Also sprach Zarathustra.’ Niet geheel zonder reden meende de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock (1862-1921) dan ook dat de titel evengoed Also sprach Richard Strauss had kunnen zijn. 

Also sprach Zarathustra bestaat uit acht segmenten plus een inleiding. De ‘Nachtwandler’ uit de titel van het laatste segment slaat op de ‘geleegde’ mens die zijn weg zoekt. Het slot eindigt daarom met een ­merkwaardig onopgelost B groot- met daaronder de grondtoon van het begin: C groot. Juist zo’n trekje heeft men als een verklanking van het ­mystieke willen zien.  

Maar Strauss was een nuchtere, natuurminnende en vooral op z’n tijd ook grappen makende Beier. Dat blijkt wel uit Das Tanzlied, dat gewoon een Weense is, inclusief de zigeunerwijsjes die in de cafés zo populair waren. Von der Wissenschaft refereert aan de geleerde techniek van het contra­punt, de , en dan nog wel aan de hand van een twaalftoons­, zoals ook Franz Liszt in Eine Faust-Symfonie had gedaan. Wat echter het meest opvalt, is Strauss’ meesterlijke orkestratie, zijn prachtige gevoel voor de mogelijkheden van het harmonische palet en zijn effectieve dosering van intens verstilde, flitsend virtuoze en spannende, heftige momenten. Zo is Also sprach Zarathustra een van de meest uitbundige, ingetogen, serieuze, gevoelige, evocatieve en virtuoze ­orkestwerken die rond de eeuwwisseling geschreven zijn.

Biografie

Swedish Radio Symphony Orchestra, orkest

Sinds de Zweedse radio begon uit te zenden in januari 1925 was er live orkestmuziek te horen, en in 1967 kreeg het orkest zijn huidige naam. Chef-en waren achtereenvolgens Sergiu Celibidache (1965-71), Herbert Blomstedt (1977-82), Esa-Pekka Salonen (1984-95) – die beiden nog eredirigent zijn –, Evgeny Svetlanov (1996-99) en Manfred Honeck (2000-06).

Vervolgens ging Daniel Harding het Swedish Radio Symphony Orchestra leiden, en per september aanstaande zal hij worden opgevolgd door Andrés Orozco-Estrada.

Met ingang van het lopende seizoen is bovendien Maxim Emelyanychev – als opvolger van Klaus Mäkelä – eerste gastdirigent. Het orkest hecht groot belang aan het uitvoeren van nieuwe muziek en gaf de laatste paar jaar compositie­opdrachten aan Thomas Adès, Sally Beamish, Harrison Birtwistle, Viktoria Borisova-Ollas, Anders Hillborg, Molly Kien, Esa-Pekka Salonen en Jörg Widmann.

Naast de radio-optredens en de concerten in de thuisbasis, de Berwaldhallen in Stockholm, gaat het Swedish Radio Symphony Orchestra regelmatig op tournee. Het is al ruim twintig jaar een vaste waarde op het Baltic Sea Festival en was in 1994 voor het eerst te gast in Het Concertgebouw.

In herfst 2023 speelden de musici op het Sibelius Festival in Lahti, en recente tournees voerden naar Wenen, Hamburg en Parijs. Bij eerdere concerten in de soleerde Janine Jansen in het Vioolconcert van Berg (november 2018), zongen ­Johanna Wallroth en Christian Gerhaher in ­eren uit Des Knaben Wunderhorn van Mahler (november 2021) en speelde ­Alexandre Kantorow het Vierde pianoconcert van Beethoven (maart 2024); iedere keer dirigeerde Daniel Harding.

Alexandre Kantorow, piano

Alexandre Kantorow kreeg recentelijk de Gilmore Artist Award 2024 toegekend. De jonge Fransman studeerde bij Pierre-Alain Volondat, Igor Lazko, Frank Braley en Rena Shereshevskaya en maakte zijn professionele debuut op zijn zestiende op La Folle Journée in Nantes.

In 2019 brak de toen 22-jarige pianist internationaal door op het Tsjaikovski Concours in Moskou: naast de gouden medaille won hij ook de Grand Prix, die nog maar drie keer eerder was uitgereikt. Het Amerikaanse Fanfare Magazine noemde hem al een ‘reïncarnatie van Liszt’.

Zijn carrière nam een vlucht met uitnodigingen van zalen als het Konzerthaus in Berlijn, de Queen Elizabeth Hall in Londen, de Philharmonie de Paris, Carnegie Hall in New York en Tokyo City en evenementen als La Roque d’Anthéron, het Verbier Festival, het Klavierfest Ruhr en het Ravinia Festival.

Kamermuziek speelde hij met de strijkers Renaud en Gautier Capuçon en Antoine Tamestit, maar ook met bariton Matthias Goerne. Als solist werd Alexandre Kantorow uitgenodigd door de orkesten van Boston en Pittsburgh, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Orchestre de Paris, het Budapest Festival Orchestra, het Israël Filharmonisch Orkest en de Hong Kong Philharmonic.

Hij werkte met en als Manfred Honeck, John Eliot Gardiner, Jaap van Zweden, Francois-Xavier Roth, Antonio Pappano en Klaus Mäkelä. Met het Tweede pianoconcert van Prokofjev debuteerde hij in oktober 2021 bij het Concertgebouworkest. In de soleerde hij voor het eerst in oktober 2018, bij het Nederlands Kamerorkest. Hij keerde er terug in zomer 2022 in het Tweede pianoconcert van Liszt met het Belgian National Orchestra en in november 2022 in het Tweede pianoconcert van Saint-Saëns met het Nederlands Kamer­orkest. Op 5 maart 2023 gaf Alexandre Kantorow zijn eerste solorecital in de Grote Zaal; in de speelde hij niet eerder.

Daniel Harding, dirigent

Nog maar achttien was Daniel Harding toen hij in 1994 zijn loopbaan begon als assistent van Simon Rattle bij het City of Birmingham Symphony Orchestra. Het seizoen erop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker.

Momenteel is hij chef- van het Swedish Radio Symphony Orchestra (sinds 2007) en eredirigent van het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij al meer dan twintig jaar werkt. Komende herfst volgt hij Antonio Pappano op als chef-dirigent van het orkest en koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en gaat hij Youth Music Culture The Greater Bay Area leiden in China. 

Van 2007 tot 2017 was Daniel Harding eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra en van 2016 tot 2019 artistiek leider van het Orchestre de Paris. Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de ­Wiener en de Berliner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, de Filarmonica della Scala en de grote Amerikaanse orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2004.

producties leidde de in Milaan, Aix-en-Provence, Londen, Wenen, Salzburg en München. Daniel Harding werd geboren in Oxford, studeerde aan Chetham’s School of Music in Manchester en speelde op zijn dertiende in het National Youth Orchestra of Great Britain. De musicus is tevens gekwalificeerd lijnvluchtpiloot. Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was op 26 mei 2023 in Mahlers Zevende symfonie met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.