Daniel Behle zingt Schuberts Winterreise

Vocaal 1 20.15 uur

Daniel Behle tenor 

Schnyder Trio:
Oliver Schnyder piano
Andreas Janke viool
Benjamin Nyffenegger cello

Franz Schubert 1797-1828

Winterreise, D 911 (1827)
oorspronkelijk voor zang en piano,
bewerking voor zang en pianotrio door Daniel Behle

Gute Nacht
Die Wetterfahne
Gefrorne Tränen
Erstarrung
Der Lindenbaum
Wasserflut
Auf dem Flusse
Rückblick
Irrlicht
Rast
Frühlingstraum
Einsamkeit
Die Post
Der greise Kopf
Die Krähe
Letzte Hoffnung
Im Dorfe
Der stürmische Morgen
Täuschung
Der Wegweiser
Das Wirtshaus
Mut
Die Nebensonnen
Der Leiermann 

er is geen pauze
einde van het concert ca. 21.30 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal

Toelichting

Franz Schubert 1797-1828

Winterreise

Tekst: Christiane Schima

Franz Schuberts Winterreise vertelt het verhaal van een afgewezen minnaar die, verdreven van de warme haard, vertwijfeld in het koude winterlandschap ronddwaalt. Het werk uit 1827 met het nummer 89 (ook gerubriceerd als D 911) behoort tot de meest aangrijpende composities die ooit geschreven werden.

Vanaf de uittocht uit het dorp tot de ontmoeting met de arme draailierman op het ijs wordt de luisteraar meegezogen in een 24 eren omspannende noodlottige reis. Beeld na beeld, tafereel na tafereel ontvouwt zich de complexe gevoelswereld van de eenzame wandelaar die heen en weer geslingerd wordt tussen zijn angsten en dromen. 

Toen Schubert de liederen in zijn vriendenkring voor het eerst liet horen, stuitten ze bij de meesten op onbegrip. Het onderwerp te zwaar, de klanken te ongewoon. Of het nu de bittere toon van de liederen was die niet zo in de smaak viel, of dat ze Schubert – een naar buiten toe gezellig mens – op die manier niet kenden, of allebei: de vrienden waren radeloos.

Josef von Spaun, een oud-klasgenoot van de componist, beschrijft de gedenkwaardige gebeurtenis waarvoor Schubert zijn vrienden had uitgenodigd:

‘Schubert was al sinds enige tijd in een sombere stemming. “Kom vandaag bij Schober langs. Ik zal jullie een cyclus van schaurige eren ­voorzingen. Ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden. Deze liederen hebben me meer ontroerd dan alle die ik daarvoor heb geschreven.” Hij zong met bewogen stem de gehele Winter­reise. Wij waren verbluft door de duistere stemming van deze liederen.’

Franz von Schober, een hartsvriend van Schubert bij wie hij jarenlang woonde, gaf toe dat hem eigenlijk alleen Der Lindenbaum bevallen was. Schuberts reactie volgens Von Spaun: ‘“Mij bevallen deze liederen meer dan alle andere en jullie zullen ze ook nog bevallen.”’

Aanvankelijk verwierf alleen Der Linden­baum in een vereenvoudigde versie van Friedrich Silcher enige populariteit als volkslied. Maar het succes van het gehele werk dat in Schuberts sterfjaar 1828 in druk verscheen, was niet te stoppen.

Wat betreft de diepgang van de liederen, de gelijkwaardige behandeling van zangstem en begeleiding en het idee van een samenhangende cyclus profiteren componisten sinds Robert Schumann tot op heden van Schuberts muzikale vondsten op het gebied van het begeleide sololied.

In de 24 liederen volgen we de eenzame wandelaar op zijn koude tocht. Zijn vertrek uit het dorp gaat vergezeld van wilde figuraties die het gierende geluid van een in de wind wapperende Wetterfahne (2) nabootsen. Onze wandelaar gaat een ongewisse toekomst tegemoet, hij weent, voelt zich innerlijk bevroren (in Gefrorne Tränen en Die Erstarrung, lied 3 en 4). In Der Lindenbaum (5) verliest hij zich in zoete dromen.

Tevergeefs wacht hij op een brief van zijn geliefde (Die Post, 13). Een boven zijn hoofd ronddraaiende kraai (Die Krähe, 15) inspireert hem tot gedachten over de eeuwige liefde en de dood. In Letzte Hoffnung (16) vestigt hij zijn hoop op het laatste blad van een boom. ­

Blaffende honden verdrijven hem uit een dorp (Im ­Dorfe, 17), waar men in knusse huizen leeft en geen plek voor hem is. De ontheemde en nergens welkome vreemdeling geeft zich in Die Täuschung (19) over aan illusies. Hij beseft in Der Wegweiser (20) dat hij gedoemd is om een weg af te leggen ‘die noch keiner ging zurück’.

Na een laatste herinnering aan de ogen van zijn geliefde (Die Nebensonnen, 23) vergezelt hij een arme draailierman op het ijs. Der Leiermann (24) is de uitdrukking van een ultieme verstarring, nog extra onderstreept door de kale klanken in de begeleiding.

Sommigen zien in deze draailierman een personificatie van de dood. Anderen beschouwen deze ontmoeting als de initiatie van een kunstenaar: ‘Wunderlicher Alter, soll ich mit dir geh’n? Willst zu meinen Liedern deine Leier dreh’n?’

Waarschijnlijk was de dichter Wilhelm Müller (1794-1827), op wiens gedichten Winterreise is gebaseerd, zonder Schuberts geniale dramatische verklanking in vergetelheid geraakt. Er is een werk ontstaan met een filosofische dimensie.

Het is de beschrijving van een op zichzelf teruggeworpen mens voor wie aards geluk niet is weggelegd. Van de eenzame strijd en zoektocht van een individu waarmee de meesten van ons zich kunnen identificeren.

Schubert componeerde Winterreise een jaar voor zijn dood. De componist was al door ziekte getekend. Hij maakt in dit werk de balans op van een niet altijd zonnig en ondanks veel vrienden eenzaam leven.

Biografie

Daniel Behle, tenor

Daniel Behle bouwde in het afgelopen decennium een bloeiende carrière op. Als solist werkte hij met bekende orkesten, waaronder de Staatskapelle Dresden, het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin en het Koninklijk Concertgebouworkest (Weihnachtsoratorium 2016).

In 2017 maakt hij een aantal belangrijke debuten, bij de Wiener Symphoniker, het Gewandhausorchester Leipzig en het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome. Recentelijk was de zanger te gast bij de Oper Frankfurt, en aan de Royal Covent Garden in Londen zong hij de partij van Ferrando in Mozarts Così fan tutte.

Als zanger was Daniel Behle te beluisteren in onder meer de Londense Wigmore Hall, de Philharmonie in Keulen en het Beethoven-Haus in Bonn. De discografie van de tenor omvat cd’s met muziek van Bach, Schubert, Schumann en Richard Strauss.

Naast zijn werk als uitvoerend musicus is Daniel Behle ook actief als componist, en zijn bewerking van Schuberts Winterreise verscheen niet alleen op cd maar werd ook met veel succes uitgevoerd in Zwitserland, Groot-Brittannië en Duitsland. In de maakt hij vandaag zijn debuut.

Oliver Schnyder Trio

Het Oliver Schnyder debuteerde in 2012 in de Tonhalle in Zürich en bracht kort daarna een veelgeprezen debuut-cd uit met ’s van Schubert. Twee andere albums volgden, met de complete pianotrio’s van Brahms en Daniel Behle’s Winterreise-bewerking.

Hoogtepunten in de korte historie van het Schnyder Trio waren verder tournees door Azië, een succesvol optreden in de Londense Wigmore Hall en residenties tijdens muziekfestivals in Ernen en Hirzenberg.

Pianist Oliver Schnyder was leerling van onder anderen Leon Fleisher en treedt als solist op met gezelschappen als het Baltimore Symphony Orchestra, de Academy of St Martin in the Fields en het Tonhalle-Orchester Zürich. Violist Andreas Janke is concertmeester van ditzelfde orkest. Hij studeerde bij Igor Ozim en het Hagen Kwartet. Zijn instrument is tussen 1733 en 1739 gebouwd door Carlo Bergonzi.

Benjamin Nyffenegger is solocellist van het Tonhalle-Orchester Zürich. Hij musiceert ook met bijvoorbeeld de Academy of St Martin in the Fields en maakt als kamermusicus deel uit van het Julia Fischer Kwartet.