Danel Kwartet & La Marca-broers: Tsjaikovski’s Souvenir
Danel Kwartet:
Marc Danel viool
Gilles Millet viool
Vlad Bogdanas altviool
Yovan Markovitch cello
Adrien La Marca altviool
Christian-Pierre La Marca cello
pauze ca. 20.45 uur
einde ca. 21.45 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede strijkkwintet in G gr.t., op. 111 (1890)
Allegro non troppo, ma con brio
Adagio
Un poco allegretto
Vivace ma non troppo presto
pauze
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Souvenir de Florence in d kl.t., op. 70 (1887/1892)
Allegro con spirito
Adagio cantabile e con moto
Allegretto moderato
Allegro vivace
Toelichting
Johannes Brahms 1833-1897
Brahms: Tweede strijkkwintet
Door Marco Nakken
Johannes Brahms voltooide het Tweede Strijkkwintet in G groot in de zomer van 1890 in Bad Ischl. Hij was toen 57 jaar en was van mening dat hij met het et zijn loopbaan als componist had beëindigd.
De correcties die hij in december 1890 naar zijn vriend en uitgever Fritz Simrock stuurde, gingen vergezeld van een korte mededeling: ‘Met dit briefje kunt u afscheid nemen van mijn noten. Het is tijd om ermee te kappen. Bij wijze van afscheid van Ischl heb ik veel verscheurd notenpapier in de Traun gegooid’.
Dat het een voorbarig afscheid betrof is grotendeels te danken aan de klarinettist Richard Mühlfeld met wie Brahms in 1891 kennismaakte. Brahms was diep onder de indruk van zijn spel en componeerde voor hem nog het Klarinettrio, het Klarinetkwintet en de twee Klarinetsonates.
De opbouw van het strijkkwintet
Voor de bezetting van het strijkkwintet koos Brahms twee violen, twee altviolen en een .
Het eerste deel heeft een . Het hoofdthema is een lange, zich over bijna drie octaven uitstrekkende voor de cello, die heroïsch naar het hoogste register opstijgt. ‘Heroïsch’ kan hier letterlijk worden opgevat, want de cellist moet het in zijn eentje opnemen tegen het forte van de overige strijkers.
Na de hectiek van het eerste brengen het tweede en derde thema ontspanning in de vorm van twee liefelijke, met cellopizzicato’s begeleide jes. De doorwerking begint met een verassende naar een andere en opnieuw een tremolo, dit keer pianissimo.
In het tweede deel, een zeer langzame , getuigt Brahms van zijn liefde voor de zigeunermuziek, zoals hij die van de orkestjes in de Weense restaurants en het Prater had leren kennen: quasi geïmproviseerde en en versieringen voor viool en , een op de zigeunertoonladder gebaseerd thema en tremolo’s die een suggereren.
In het derde deel wordt een opgewekt dansje in geflankeerd door een enigszins gejaagde, melancholieke wals in . Het dansje opent als een dialoog voor de tweede altviool en de eerste viool en heeft met zijn doedelzak-en in de bas een folkloristisch karakter. Na de reprise van de wals keert het in de nog even terug.
De finale in sonatevorm combineert de flair van de zigeunermuziek met instrumentale en compositorische virtuositeit. Het minimale je, niet veel meer dan een korte triller, waarmee het deel opent, is als aanloop, gangmaker en omspeling vrijwel alomtegenwoordig en mondt uit in het eerste thema, een zwaar aangezette, Hongaars aandoende dans. Een variant in mineur levert het thema voor een .
Voor de coda heeft Brahms nog een nieuwe, opzwepende Hongaarse dans in petto. ‘Brahms in het Prater’, volgens vriend en eerste biograaf Max Kalbeck. ‘Raak’, antwoordde Brahms, ‘en de mooie meisjes zijn er ook.’
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Tsjaikovski: Souvenir de Florence
Door Marco Nakken
In 1886 werd Pjotr Iljitsj Tsjaikovski benoemd tot erelid van de Sint-Petersburgse Vereniging voor Kamermuziek. Bij wijze van dank beloofde hij een werk voor de Vereniging te componeren.
In 1887 had hij besloten dat het een strijksextet zou worden, maar verder dan wat schetsen kwam hij niet. Het sextet werd pas weer opgepakt toen Tsjaikovski in de winter en het voorjaar van 1890 in Florence aan zijn Pique Dame werkte.
'Ik ben akelig tevreden met mezelf'
Tjsaikovski
De titel van het sextet, Souvenir de Florence, verwijst volgens Tsjaikovski’s broer Modest naar het langzame deel waarvan de schetsen in Florence ontstonden. Uiteindelijk werd het werk in de zomer, na Tsjaikovski’s terugkeer in Rusland, voltooid en na enige ingrijpende wijzigingen in 1892 in zijn definitieve vorm uitgegeven.
De opbouw van Souvenir de Florence
Het eerste deel heeft een . ‘Vurig en hartstochtelijk’, luidde Tsjaikovski’s omschrijving van het door een stijgende baslijn voortgestuwde eerste in . Een aan het thema ontleend je van drie noten bewerkstelligt de overgang naar het tweede thema, een lange e in voor de eerste viool, gedeeltelijk geïmiteerd en rijkelijk omspeeld met toonladders door de .
De expositie sluit af met een door pizzicati begeleid derde voor de viool met een opmerkelijke ‘blue note’. Een lang aangehouden noot in de leidt naar de doorwerking die aanvankelijk op het derde thema voortborduurt.
In het , een lang uitgesponnen dialoog voor de eerste viool en cello, heerst Italiaanse zangerigheid. De begeleiding suggereert een met mandolinebegeleiding. De serenade wordt onderbroken door een passage die er geheel los van staat. ‘De middensectie van het Adagio moet onwaarschijnlijk zacht worden gespeeld, nauwelijks waarneembaar, zoals weerlicht op een zomerdag’, schreef Tsjaikovski aan zijn vriend Eugen Albert.
Het derde deel is een met . Het thema van het scherzo, gekenmerkt door een overdaad aan gerepeteerde noten, heeft het karakter van een Russische volksdans. Het trio met zijn flitsende, springerige thema zou in een ballet niet misstaan.
Ook de finale staat in het teken van de Russische volksdans. Het thema in ontvouwt zich in zijn geheel boven een van begin tot eind aangehouden . Een korte op een nieuw leidt naar het tweede thema, een zwierige in voor de eerste viool en cello in octaven.
De plaats van de doorwerking wordt ingenomen door een zesstemmige fuga op het volksdansthema. Na de eerste drie optredens van het thema (unisono in achtereenvolgens de violen, alten en celli) beginnen de inzetten elkaar te overlappen en doet in de eerste viool het motief uit de voorafgegane korte fuga zijn intrede.
Voor Tsjaikovski zelf was deze dubbelfuga het pronkstuk van de finale. ‘Ik ben akelig tevreden met mezelf’, schreef hij aan Modest.
Biografie
Quatuor Danel, kwartet
Het Quatuor Danel werd in 1991 opgericht en functioneert in de huidige samenstelling sinds cellist Yovan Markovitch in 2014 toetrad. Het geeft wereldwijd concerten op de belangrijkste podia en werkt samen met collega’s als Leif Ove Andsnes, Jean-Efflam Bavouzet, Alexander Melnikov, Adrien La Marca, Clemens Hagen en het Borodin Quartet.
Russische componisten nemen in het repertoire van het Quatuor Danel een bijzondere plaats in, en in 2005 zette het alle vijftien strijkkwartetten van Sjostakovitsj op cd.
In Manchester en Utrecht verzorgde het Frans-Belgische kwartet de eerste uitvoering wereldwijd van de complete kwartetcyclus van Weinberg, gevolgd door een cd-opname. In april 2024 verscheen bovendien een internationaal lovend ontvangen live-registratie vanuit het Gewandhaus in Leipzig van de complete strijkkwartetten van Sjostakovitsj.
In seizoen 2024/2025 ging het Quatuor Danel opnieuw naar Leipzig voor de uitvoering en opname van Prokofjevs strijkkwartetten, én voor de presentatie van de strijkkwartetten van Sjostakovitsj tijdens een grootschalige herdenking van de vijftigste sterfdag van de componist. Dat seizoen hadden de strijkers ook een residency in Wigmore Hall in Londen.
Andere recente hoogtepunten zijn tournees naar Japan, de Verenigde Staten, Taiwan en Zuid-Korea. Het Quatuor Danel is als ‘quartet in residence’ verbonden aan de University van Manchester. Het kwartet debuteerde in de in 1998 en was daar voor het laatst te beluisteren in november 2018.
Adrien La Marca, altviool
Adrien La Marca begon zijn muziekstudie op jonge leeftijd in Aix-en-Provence. In 2005 werd hij toegelaten tot het conservatorium in Parijs, waar hij vervolgens met de hoogste onderscheiding afstudeerde. Adrien La Marca had ook les in Duitsland en Zwitserland; onder zijn docenten waren Tabea Zimmermann, Yuri Bashmet en Hatto Beyerle.
De altist won een reeks onderscheidingen en maakte in de afgelopen jaren debuten in tal van Europese concertzalen. Zo speelde hij in Wigmore Hall in Londen, de Salle Rameau in Lyon en het Auditorium van het Louvre in Parijs. Kamermuziek voert hij uit met partners als Frank Braley, Nicholas Angelich, Edgar Moreau en Renaud Capuçon.
In kamermuziekcombinaties met de laatstgenoemde violist was Adrien La Marca al drie keer eerder te gast in de . Ook deelt hij het podium graag met zijn broer, de cellist Christian-Pierre La Marca. In 2016 verscheen de eerste cd van Adrien La Marca, English Delight, opgenomen met pianist Thomas Hoppe.
Christian-Pierre La Marca, cello
Christian-Pierre La Marca studeerde bij een aantal bekende cellisten, onder wie Frans Helmerson en Steven Isserlis. Masterclasses volgde hij bij Heinrich Schiff, Anner Bijlsma en Mstislav Rostropovich. Na zijn opleiding maakte Christian-Pierre La Marca snel carrière, als solist en als kamermusicus.
Zo werd hij uitgenodigd door het Orchestre National de France, Il Giardino Armonico en het Philharmonia Orchestra in Londen. Hij soleerde onder leiding van en als Emmanuel Krivine, Pascal Rophé en Antoni Ros-Marbà. Het kamermuziekpodium deelde Christian-Pierre La Marca met Augustin Dumay, Renaud Capuçon, Éric Le Sage en het Modigliani Kwartet.
Hij is bovendien een van de oprichters van het Dali. Dit werkte intensief samen met hedendaagse componisten als Peteris Vasks, György Kurtág en Philippe Hersant. In de van Het Concertgebouw waren de broers La Marca niet eerder samen te beluisteren.

