Currentzis leidt Mahler 4 bij het Concertgebouworkest
Concertgebouworkest
Teodor Currentzis
Alexander Melnikov piano
Christiane Karg sopraan
Deze concerten maken deel uit van de serie B.
Lees hier de zangtekst van Mahlers Vierde symfonie.
Om 19.25 uur (inloop 19.15 uur) wordt in de Spiegelzaal The Mahler Monologues vertoond, een film van Joost Honselaar met Gijs Scholten van Aschat, op initiatief van de Gustav Mahler Stichting Nederland. Gratis toegangskaart (vol is vol) via concertgebouworkest.nl of 020 671 84 45.
Ook interessant:
- Teodor Currentzis: heksenmeester of messias?
- Interview met Alexander Melnikov
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Pianoconcert nr. 2 in F gr.t., op. 102 (1957)
Allegro
Andante Allegro
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
pauze ± 20.40 uur
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 4 (1899-1900)
voor groot orkest en sopraan solo
Bedächtig. Nicht eilen
In gemächlicher Bewegung. Ohne Hast
Ruhevoll
Sehr behaglich (Wir geniessen die himmlischen Freuden
uit ‘Des Knaben Wunderhorn’)
einde ± 22.10 uur
Toelichting
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Sjostakovitsj: Tweede pianoconcert
Door Rolf Hermsen
Zijn leven lang werkte Dmitri Sjostakovitsj in zijn vaderland, dat in 1922 opging in de Sovjet-Unie, onder toezicht en invloed van de communistische heersers. Zijn oprechte wil om kunst voor de staat te scheppen botste voortdurend met de onwil van diezelfde staat om ook maar iets kunstzinnigs te aanvaarden dat zij niet kon begrijpen. Dit gegeven maakt het werk van Sjostakovitsj op z’n minst gelaagd, om niet te zeggen vol dubbele bodems.
Het Tweede pianoconcert is een, voor Sjostakovitsj’ doen, vrolijk stuk. Hij schreef het in 1957 voor de negentiende verjaardag van zijn zoon Maxim, die met de première van het stuk afstudeerde aan het conservatorium van Moskou. Alle reden tot vreugde dus. En geen Stalin meer om de pret te bederven – die was vier jaar eerder overleden.
In dit pianoconcert wisselen piano en orkest voortdurend onderling ’s en variaties uit. In het eerste deel, , komen twee thema’s aan bod: een opgetogen en een soort militaire taptoe, compleet met snaredrum. Octaven marcheren dreigend over het klavier en de mfantelijkheid waarmee het volledige orkest de hoofdmelodie inzet zorgt voor een dramatisch hoogtepunt. Dan neemt de componist gas terug en volgt een lange pianosolo. Tenslotte marcheert alles samen, de piano unisono met de , in luchtige pas naar het slot van het eerste deel.
Zo kon hij zoon Maxim tenminste tot oefenen dwingen
Het tweede deel is een teer , van toon. Behalve de piano zijn alleen de strijkers te horen en een enkele . Echo’s van Russische muziek uit een romantischer verleden worden afgekapt als de piano zonder pauze het derde deel (wederom Allegro) induikt. Het tempo is hoog en de toonladders en ’s klateren voorbij. Sjostakovitsj citeert hier de bij pianostudenten bekende vingeroefeningen van Charles-Louis Hanon – zo kon hij zoon Maxim tenminste tot oefenen dwingen, gaf hij als verklaring.
Net als in het eerste deel worden er twee thema’s tegen elkaar uitgespeeld; strijkers en blazers spelen ze ook als bij de ‘vingeroefeningen’. Zo jaagt het voort. In een ongebruikelijke, stuiterende zevenachtstenmaat hinkgaloppeert het orkest de finale climax tegemoet. Overigens: zestig jaar na Disneys Fantasia begeleidde Sjostakovitsj’ Tweede pianoconcert het sprookje van de tinnen soldaat in de vervolgfilm Fantasia 2000.
Gustav Mahler (1860-1911)
Vierde symfonie
Door Rolf Hermsen
Zelf vond Gustav Mahler dat zijn symfonieën de wereld moesten omvatten – vandaar de lengte ervan en het verhalende, bijna filmische karakter – maar uiteindelijk zijn het versies van een en hetzelfde, de innerlijke kosmos van een groot componist: Gustav Mahlers wereld. Zijn Vierde symfonie in G groot is de kortste, toegankelijkste en meest lichtvoetige van zijn negen voltooide symfonieën en toch komt ook hier de ‘volledige Mahler’ aan bod – de zoektocht naar betekenis in het verwarrende mysterie van het leven, vaak in de natuur, soms via groteske humor, altijd zinnenprikkelend georkestreerd, met golven van klare die keer op keer breken op duistere abstractie. De hele symfonie werkt toe naar de gezongen finale Das himmlische Leben, een volks-poëtische beschrijving van de hemel gezien door kinderogen. Typisch Mahler, deze combinatie van het verhevene met het boertige in een hemel waar ook voor kinderen de wijn rijkelijk vloeit en de diertjes even schattig zijn als eetbaar. De sleebellen die Das himmlische Leben openen, worden al aangekondigd in de allereerste maten van de symfonie. Hiermee begint de tocht richting hemel, in drie etappes door respectievelijk leven, dood en vertwijfeling. Bergen en dalen – voor geen andere componist dan Mahler zijn ze zo magistraal letterlijk én zo diep figuurlijk van belang.
De manier waarop de dood wordt opgevoerd in het tweede deel past bij de relatieve lichtheid van de Vierde symfonie. De soloviool wordt omhoog gestemd (‘scordatura’) om een schril effect te bereiken voor dit archetypische beeld: Magere Hein die op zijn fiedel een danse macabre speelt. De dood als ‘’, zoals de instructie van Mahler luidt voor dit deel van de . In het derde deel wordt de luisteraar – weerloos, weergaloos – de diepten ingezogen. Een echt Mahler-, onbeschrijfelijk in zijn melancholie, even onbestemd als alomvattend. Hierna komt de blijdschap van Das himmlische Leben als een soort verlossing. (Maar wilden we wel verlost worden?) Door zijn leidinggevende functie bij de Weense was Mahler voor het componeren op de zomervakanties aangewezen. Na de Derde symfonie, voltooid in 1896, leek zijn symfonische muze stil te vallen, maar vlak voor het einde van de vakantie van 1899 kwam hij dan toch tot een schetsmatige opzet van de eerste drie delen van de Vierde. Pas de volgende zomer kon hij verder en was de symfonie in een dikke maand voltooid. Het scheelde dat hij Das himmlische Leben al eerder had getoonzet. De tekst kwam uit Des Knaben Wunderhorn, de bundel Duitse volkspoëzie die voor Mahler een blijvende inspiratiebron was. Toen hij in 1899 de gelijknamige erencyclus publiceerde, hield hij Das himmlische Leben er bewust buiten – al jaren had hij dit lied als deel van een symfonie in gedachten. Het werk van Gustav Mahler tast de grenzen af tussen laat- en postromantiek. Er komen scheuren in de muren van het harmonisch bouwwerk, wat de bewondering afdwong van de generatie (Arnold Schönberg, Alban Berg) die dit verder afbrak.
Biografie
Teodor Currentzis, dirigent
Teodor Currentzis werd geboren in Athene en vestigde zich begin jaren 1990 in Rusland. Na studies piano, viool en compositie studeerde hij in Sint-Petersburg directie bij Ilja Musin. Zijn eerste belangrijke post was die van chef- van het Novosibirsk en Ballet Theater van 2004 tot 2010. In deze periode richtte hij het orkest musicAeterna en het musicAeterna Kamerkoor op. Toen hij in 2011 artistiek leider werd van het Perm Opera en Ballet Theater kreeg musicAeterna daar onderdak.
In juli 2019 trad Teodor Currentzis terug als artistiek leider van het theater in Perm om zich meer te kunnen richten op de groei van musicAeterna. Sinds het seizoen 2018/2019 is hij daarnaast chef- van het SWR Symphonieorchester in Stuttgart. Als gastdirigent trad Teodor Currentzis op met onder meer de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en het Mahler Chamber Orchestra. Hij won twee Echo Klassiks en in 2016 bestempelde Opernwelt hem tot ‘conductor of the year’.
Met musicAeterna trad Teodor Currentzis op in Het Concertgebouw in februari 2011 en in het voorjaar van 2018, toen dirigent en orkest ook debuteerden bij De Nationale in Amsterdam met Peter Sellars’ productie van Mozarts La clemenza di Tito. Bij het Concertgebouworkest maakt Teodor Currentzis zijn debuut.
Alexander Melnikov, piano
Alexander Melnikov studeerde in Moskou bij Lev Naumov, en ook Svjatoslav Richter was van grote muzikale invloed: hij nodigde zijn jonge collega uit voor prestigieuze festivals in Rusland en Frankrijk. Prijzen won Alexander Melnikov op het Schumann Concours in Zwickau (1989) en de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel (1991).
Zijn belangstelling voor de historische uitvoeringspraktijk kreeg vorm bij Andreas Staier en Alexei Lubimov, en hij werd vaste gast bij gespecialiseerde gezelschappen als het Freiburger Barockorchester en de Akademie für Alte Musik Berlin.
Highlights in Alexander Melnikovs huidige seizoen zijn een residency aan het Konzerthaus Wien, solorecitals in Berlijn, Keulen, Lyon, Praag, Madrid, Yokohama en Tokio, en solobeurten bij de Münchner Philharmoniker, het Konzerthausorchester Berlin, het Gürzenich-Orchester, het Orquestra Gulbenkian in Lissabon en het Australian Chamber Orchestra. De pianist is vaste duopartner van Isabelle Faust; voor hun Sonates voor viool en piano van Beethoven (2010) kregen ze een Gramophone Award, een Echo Klassik en een Grammy-nominatie.
Alexander Melnikovs solo-album met de 24 preludes en fuga’s van Sjostakovitsj werd meermaals bekroond en in 2011 door BBC Music Magazine opgenomen in de ‘50 Greatest Recordings of All Time’. Recente albums zijn de complete s van Prokofjev en Fantasie - Seven Composers Seven Keyboards (2023).
In Het Concertgebouw trad Alexander Melnikov de afgelopen jaren op met bariton Georg Nigl (februari 2015), in een met Jean-Guihen Queyras en Isabelle Faust (april 2016), in Mozarts Zeventiende pianoconcert met musicAeterna onder leiding van Teodor Currentzis (april 2018) en in het Tweede pianoconcert van Sjostakovitsj (februari 2023, bij het Concertgebouworkest).
Christiane Karg, sopraan
Christiane Karg, geboren in Beieren, studeerde bij Heiner Hopfner en Wolfgang Holzmair aan de Universität Mozarteum Salzburg en nam deel aan de Internationale Opernstudio van de Staatsoper Hamburg. Van 2008 tot 2013 was ze lid van het ensemble van de Oper Frankfurt. Nog tijdens haar studie maakte de sopraan haar debuut op de Salzburger Festspiele, waar ze sindsdien een graag geziene gast is.
Ze trad meermaals op bij grote huizen als het Royal Opera House Covent Garden in Londen, La Scala in Milaan, de Wiener Staatsoper en The Metropolitan Opera in New York. Voor de uitvoering van concertrepertoire werkte Christiane Karg samen met en als Christian Thielemann, Zubin Mehta, Yannick Nézet-Séguin en Nikolaus Harnoncourt.
In december 2019 debuteerde ze bij het Concertgebouworkest als Gretchen in Schumanns Szenen aus Goethes Faust onder leiding van John Eliot Gardiner. In februari 2023 kwam ze terug als soliste in Mahlers Vierde symfonie, een werk dat ze ook zong met bijvoorbeeld het Gewandhausorchester Leipzig en zijn chef-dirigent Andris Nelsons.
Mahlers Rückert-Lieder vertolkte ze recent onder meer met het Orchestra della Scala in Milaan onder Riccardo Chailly en de Bamberger Symphoniker geleid door Andrés Orozco-Estrada. In het Mahler Festival 2025 soleerde Christiane Karg in Mahlers Tweede symfonie bij het Budapest Festival Orchestra onder leiding van Iván Fischer.





