Cuarteto Casals en Alexander Lonquich: Schumann
Cuarteto Casals
Abel Tomàs viool
Vera Martínez Mehner viool
Jonathan Brown altviool
Arnau Tomàs cello
Alexander Lonquich piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek.
Joseph Haydn (1732-1809)
Strijkkwartet in Es gr.t., op. 33 nr. 2 (1781) ‘De grap’
Allegro moderato
Scherzando – Trio
Largo
Finale: Presto
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Pianokwartet in g kl.t., KV 478 (1785)
Allegro
Andante
Rondo: Allegro
pauze ± 21.00 uur
Robert Schumann (1810-1856)
Pianokwintet in Es gr.t., op. 44 (1842)
Allegro brillante
In modo d’una marcia: Un poco largamento – Agitato
Scherzo: Molto vivace
Finale: Allegro ma non troppo
einde ± 21.50 uur
Toelichting
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet
Door Jos van der Zanden
Drie decennia had Joseph Haydn nodig om de laat-ke te transformeren tot het waardige genre dat Goethe zo treffend ‘een gesprek tussen vier intelligente mensen’ noemde: het strijkkwartet. Met zijn 20, bestaande uit zes strijkkwartetten, werd hij er weliswaar nog niet de vader, maar wel al de geestelijk leider van. Daarna bleef het tien jaar lang stil, tot in 1782 het opus 33, de ‘Russische kwartetten’, werd gepresenteerd. ‘Ik heb het over een andere boeg gegooid’, zei Haydn daar zelf over.
Het was geen verkooppraatje. Wanneer je een vergrootglas legt over Haydns noten, blijkt dat de componist hier een verfijnd spel speelt met twee en die door middel van verbindingszinnen zodanig met elkaar worden verbonden dat de luisteraar een voortstuwende, ‘dramatische’ ontwikkeling ervaart. Hiermee legde Haydn de basis van de Weens-Klassieke stijl, die door Mozart en Beethoven tot grotere bloei werd gebracht.
De zes kwartetten in 33 werden zo populair dat ze bijnamen kregen. Het tweede heet ‘De grap’, wat slaat op de Finale – en dan met name de daarin. Het is een , waarbij een hoofdmelodie diverse malen pregnant op de voorgrond komt, wat tot gewenning leidt bij de luisteraar.
Des te verrassender is het wanneer deze aan het eind ineens stopt in de coda, alsof de muziek klaar is. Onverwacht volgt er dan weer iets, totdat het opnieuw bruusk stopt. Wéér niet voorgoed – etcetera. Het gevaar hier is prematuur applaudisseren, dát is de eigenlijke grap.
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: Pianokwartet
Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Wolfgang Amadeus Mozart kreeg het vaak te horen van zijn vader: zorg dat je toegankelijk blijft en je niet vervreemdt van je publiek. Dat was echter een hele opgave, want het vergde een intoming van zijn natuurlijke drang om origineel te zijn.
Mozart zondigde er dan ook tegen, getuige een recensie van zijn pianokwartetten in 1788 in een uitvoering door amateurs: ‘Iedereen moest geeuwen van verveling bij zoveel onbegrijpelijke verwarring van vier instrumenten, die nog geen vier maten lang met elkaar in de pas lopen en wier warrige samenspraak geen moment een gevoelsmatige eenheid gaven.’
Dit was geen muziek voor liefhebbers, was de strekking, dit was hooguit voor kenners, voor professionals. Of dit op het Pianokwartet in g klein betrekking had is echter niet helemaal duidelijk.
Mozarts uitgever Hoffmeister deed ook een duit in het zakje: te moeilijk. Het Pianokwartet veroorzaakte een rel tussen een zelfverzekerd kunstenaar en een zakenman die voorziet dat winst uitblijft. Hoffmeister ontbond een contract voor drie kwartetten, maar Mozart schreef de andere twee toch, en Hoffmeister streek met de hand over zijn hart.
Was KV 478 dan zo’n zware kluif? Voor díe tijd wel. Tweehonderdvijftig maten in een duister g klein in het openingsdeel waren voor menig luisteraar een te zware bevalling. Forte unisono’s, een zwoele partij en spannende pauzes hakten er ook in. Dit deel bracht continue opwinding, passie, bijna zou je zeggen: strijd – al is zo’n metafoor bij Mozart gewaagd, het blijft immers maar een spel met muzikale parameters.
In het neemt Mozart weinig gas terug, want harmonisch bestrijkt hij daar gewaagd terrein. In het slotdeel, een , worden diverse ’s ten tonele gevoerd. Over eentje was Mozart kennelijk erg tevreden, want hij gebruikte het korte tijd later nogmaals (het Rondo in D groot voor piano solo, KV 485).
Robert Schumann 1810-1856
Schumann: Pianokwintet
Toen in 1843 de première klonk van Robert Schumanns Pianoet in Es groot nam zijn jonge bruid Clara de pianopartij voor haar rekening. ‘Wat een geweldig, briljant en indringend werk!’, noteerde ze in haar dagboek. Schumanns vertrouweling Felix Mendelssohn bewaarde wat meer afstand en trachtte zijn vakbroeder tot revisies te bewegen. Daarop schrapte Schumann een met ‘Scena’ aangeduid deel en verving dit door wat we nu als kennen.
In het lange openingsdeel hebben analytici verwijzingen naar Clara gevonden. Schumann zou gewerkt hebben met motieven die van haar naam zijn afgeleid. Zoiets blijft altijd onzeker, al had Schumann er blijkens dagboeken wel een handje van zoiets te doen. Bovendien is het werk aan Clara opgedragen. Meer aannemelijk, alhoewel eveneens speculatief, is dat hij een citaat uit Bachs Johannes-Passion verwerkte.
Hoe het ook zij, het lange, in geschreven openingsdeel drijft op ën voor de piano. Dat instrument gaat dialogen aan met de strijkers, alsof sprake is van twee partijen. Misschien dat Schumann ook hierbij aan zijn Clara dacht, als protagonist bij uitvoeringen.
Maar waarom dan een treurmars als tweede deel? Juist getrouwd (1842) en dan al bedenkingen? Vreesde Schumann iets of iemand? Deed de syfilis zich wellicht al gelden die hij enkele jaren eerder had opgelopen? In ieder geval is de muziek indringend en zeer fraai. Met een kleuring, zuchten (‘Seufzers’) en een lage ligging is het een echte Totentanz. Door middel van een speels breekt de zon weer door en wordt het duister vergeten. In de uitbundige Finale heeft de piano opnieuw een voortrekkersrol, nu . Dat Schumann hier Clara wilde laten schitteren, staat buiten kijf.
Biografie
Cuarteto Casals, kwartet
Het prijswinnende Cuarteto Casals werd in 1997 opgericht aan het conservatorium van Madrid en groeide uit tot een vaste bespeler van podia als Carnegie Hall in New York, de Philharmonie Berlin, de Cité de la musique en de Philharmonie in Parijs, het Konzerthaus en de Musikverein in Wenen en Suntory Hall in Tokio.
In Het Concertgebouw debuteerde het ensemble in 2003, en het speelde er voor het laatst in april 2024 (J.S. Bach, Haydn en Beethoven). Het Cuarteto Casals vierde zijn zilveren jubileum met opnames en uitvoeringen van Die Kunst der Fuge van Bach, een Mozart-cyclus in de Pierre Boulez Saal in Berlijn en John Adams’ Absolute Jest met het Barcelona Symphony Orchestra.
In 2020 verscheen de laatste cd van een driedelige Beethovenreeks, in 2021 het tweede deel van de aan Haydn opgedragen Mozart-kwartetten, en eind 2024 een box met alle vijftien Sjostakovitsj-kwartetten. Het kwartet speelt ook graag nieuwe muziek, en werkte samen met György Kurtág en Matan Porat en met Spaanse componisten als Francisco Coll, Mauricio Sotelo en Benet Casablancas.
Een prijs van de Burletti-Buitoni Trust gaf de musici de gelegenheid een collectie strijkstokken uit de en de op te bouwen, en een tijdlang genoten ze het privilege om te spelen op de instrumenten van Antonio Stradivari die toebehoren aan het Koninklijk Paleis in Madrid. Het Cuarteto Casals geeft graag masterclasses en is in residence bij het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, de Scuola di Musica di Fiesole en de Escola Superior de Música de Catalunya in hun woonplaats Barcelona. De musici zijn door de Generalitat van Catalonië en het Institut Ramon Llull benoemd tot cultureel ambassadeurs en ontvingen de Eremedaille van de Spaanse Koningin Sofía.
Alexander Lonquich, piano
Alexander Lonquich, afkomstig uit Trier, verscheen in de dubbelrol van pianist en bij de Camerata Salzburg, het Orchestre des Champs-Elysées, het Royal Philharmonic Orchestra, het Mahler Chamber Orchestra, het hr-Sinfonieorchester Frankfurt, het Kammerorchester Basel en de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome.
Pianosolist was hij bijvoorbeeld bij de Wiener Philharmoniker, het Orchestre Philharmonique du Luxembourg, de Filarmonica della Scala, het WDR Sinfonieorchester Köln en de nationale orkesten van Tsjechië en Hongarije, onder dirigenten als Claudio Abbado, Yuri Bashmet, Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Kurt Sanderling en Sándor Végh.
Ook is hij een graag geziene gast op de bekende Europese kamermuziekfestivals en -podia, waar hij optrad met partners als Vilde Frang, Heinz Holliger, Sabine Meyer, Christian Tetzlaff, Carolin Widmann, Jörg Widmann en Tabea Zimmermann. Voor zijn cd-opnames ontving de pianist onder meer een Diapason d’Or en een Edison, en met Nicolas Altstaedt nam hij al Beethovens werken voor en klavier op.
Hoogtepunten van de afgelopen seizoenen waren Beethovens vijf pianoconcerten met het Münchener Kammerorchester en een residency bij het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg. In Het Concertgebouw was Alexander Lonquich de laatste tijd met name in de te beluisteren (in 2019 met het Cuarteto Casals; in 2022 en 2024 met Barnabás Kelemen en Nicolas Altstaedt), en zijn laatste -optreden was in september 2016 in een Zondagochtend Concert met het Residentie Orkest.




