[COPY] - Matthäus-Passion: Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment
Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment
Jonathan Cohen dirigent
Nick Pritchard tenor (evangelist)
Florian Stortz bas-bariton (Christus)
Anna Dennis sopraan
Iestyn Davies countertenor
Hugo Hymas tenor
Thomas Bauer bas
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Zo veroverden de Matthäus en Johannes Nederland
- Bachs rekenwerk: het bouwplan van de Matthäus
- De Matthäus-Passion in het kort
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion, BWV 244 (1727, revisie 1736 en 1742)
op teksten van Christian Friedrich Henrici, alias Picander
pauze ± 20.40 uur
einde ± 22.45 uur
Toelichting
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Matthäus-Passion
Door Clemens Romijn
De Johannes- en Matthäus-Passion waren meer dan een eeuw totaal vergeten, samen met vrijwel alle andere muziek van Bach. Pas in de negentiende eeuw kwamen er moeizaam weer uitvoeringen op gang, voor het eerst onder leiding van Felix Mendelssohn in Berlijn in 1829. In Nederland is de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus-Passion, en in mindere mate de Johannes-Passion, een traditie van al meer dan 125 jaar oud. In Het Concertgebouw was de legendarische Willem Mengelberg een grote gangmaker. Parallel daaraan ontpopte de Grote Kerk in Naarden zich als een waar pelgrimsoord voor Bachs passie. Door de unieke combinatie van pracht, ontroering en bezinning in tekst en muziek blijft de belangstelling groeien. Duizenden zangers en muzikanten in Nederland zijn in de lijdenstijd in de weer voor naar schatting tientallen Matthäusen en Johannesen. En dat is het beste bewijs van de bedoeling die Bach met deze werken had. Hij wilde dat zijn lijdensmuziek iedereen zou aanspreken door zijn bevattelijkheid en directheid.
Wie in een encyclopedie of muzieklexicon het woord Matteüspassie opzoekt zou daar kunnen lezen: ‘De op muziek gezette tekst van het verhaal van het lijden, sterven en de graflegging van Jezus van Nazareth, zoals beschreven door de evangelist Matteüs.’ Misschien vermeldt het lexicon nog dat talrijke componisten vanaf de Middeleeuwen in Europa dit verhaal op muziek hebben gezet en hebben uitgevoerd in de zogenaamde lijdenstijd, de Goede Week, de week vóór Pasen. En dat in vrijwel alle kerken en kapellen in Europa teksten uit het evangelie werden gelezen en passiemuziek klonk, lijdensmuziek (‘passio’ is Latijn voor ‘lijden’). Zo zou de lezer zien dat de Matthäus-Passion van Bach maar een van de vele uitbeeldingen is van dat lijdensverhaal.
De grote passie
Bachs Matthäus-Passion behoort tot de absolute hoogtepunten uit de westerse beschaving, vergelijkbaar met de Ilias en Odyssee van Homerus en de drama’s van Shakespeare. In 1870 schreef de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche: ‘Deze week heb ik drie maal de Matthäus-Passion gehoord, iedere keer met hetzelfde gevoel van onmetelijke bewondering. Ook wie het christendom al finaal heeft afgezworen, die hoort het hier weer echt als een evangelie.’ Bachs Matthäus-Passion overschaduwde alle eerdere kerkmuziek van hemzelf en van anderen qua omvang, opzet, techniek, expressie en moeilijkheidsgraad. Toen zijn vrouw Anna Magdalena op een basso-continuopartij van de Matthäus schreef ‘zur gross Bassion’ (behoort bij de grote passie), wist iedereen in de familie wat ze bedoelde. Ook voor hen was er maar één ‘grote passie’.
Mauricio Kagel: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal’
Bach moet zich van de grootsheid van zijn Matthäus-Passion bewust zijn geweest, maar kan onmogelijk hebben geweten dat het werk nog eeuwen later de tongen zou roeren, en zeker niet dat het ‘het evangelie volgens Bach’ genoemd zou worden. In 1985 schreef de Argentijns-Duitse componist Mauricio Kagel: ‘Je zou bijna een vergelijking maken met de unieke betekenis van de figuur Mozes, wanneer je de plaats ziet van Bach als symbolische oervader voor componisten en als het summum van muziek voor de luisteraar. Zo’n vijf jaar geleden begon ik een Sankt-Bach-Passie te schrijven; op het eerste blad schreef ik als motto: ‘Het is mogelijk dat niet alle musici in God geloven, in Bach echter geloven ze allemaal.’
De algehele opzet van de Matthäus-Passion is vergelijkbaar met die van de Johannes-Passion van een paar jaar eerder. De hoofdmoot van de tekst is ontleend aan het evangelie van Matteüs dat in een soort spraakzang () verteld wordt door de evangelist, steevast een tenor. Die recitatieven wisselen af met meditatieve beschouwelijke ’s, koren en koralen. Overeenkomstig de traditie worden de woorden van Christus toevertrouwd aan een baszanger, evenals die van koning Pilatus. Het koor zingt naast de koralen nog een uitgebreid openingskoor waarin een rouwende menigte de dochters van Jeruzalem uitnodigt mee te klagen. De koren zijn de uitbeelding van de ‘turba’-gedeelten (‘turba’ is Latijn voor ‘massa’, ‘volk’) en stellen de dienaren van de hogepriester voor die Jezus zoeken in de hof van Gethsemane, en zich verderop in het verhaal warmen aan een vuurtje naast Petrus.
Woordschildering en toonsymboliek
Bach had in zijn Matthäus talloze kansen voor muzikale retoriek, woordschildering en symboliek. Een groot spektakel is het koor ‘Sind Blitze, sind Donner’, stellig het meest gevreesde onweer uit de muziekgeschiedenis. In een dubbelkorig stereo-effect kan men hier bliksem en donder van links naar rechts horen flitsen, terwijl het woord ‘Abgrund’ een schoolvoorbeeld van de generale pauze biedt.
In de altsolo ‘Ach Golgatha’ heeft Bach de duistere c klein waarmee de passie eindigt al voorbereid. In de aria liggen maar liefst alle twaalf tonen opgetast. En na extreem verafgelegen en als as klein en fes klein laat hij de alt nota bene besluiten met een onopgeloste , des-g, een traditioneel aangeduid als ‘diabolus in musica’ (de duivel in de muziek). Nog extremer gaat het eraan toe in de sterfscène nummer 61a ‘Und von der sechsten Stunde an’ (oude telling nummer 71). Hier zingt de evangelist op het woord ‘Finsternis’ (duisternis) een fes. Jezus’ laatste woorden, het Hebreeuwse ‘Eli, Eli, lama asabthani’, staan in het ongehoorde bes klein (5 mollen), de daaropvolgende vertaling in het Duits in es klein (6 mollen!).
Maar vooralsnog is er de Avondmaalsfeer aan het begin (nummer 2 tot 19) waarvoor G groot hem het meest geschikt leek. Had theoreticus Johann Mattheson de toonsoort niet zeer sprekend genoemd en ‘gar geschickt so wol zu seriösen als munteren Dingen’? Uitmuntend bruikbaar dus ook voor de ‘gevende’ aria ‘Ich will dir mein Herze schenken’. Het bedroefde e klein uit het openingskoor laat hij terugkeren in het troosteloze duet ‘So ist mein Jesus nun gefangen’. En in toepasselijk heeft hij ook de aria’s ‘Gerne will ich mich bequemen’ (g klein is ‘ziemlich ernsthaft, sehnend, mässige Klage’ ) en ‘Erbarme dich’ (b klein is ‘unlustig und melancholisch’) gekleurd.
Een zeer angstaanjagend tafereel is het tenorrecitatief nummer 63a, waar na het overlijden van Jezus ‘der Vorhang im Tempel zerriss in zwei Stück von oben an bis unten aus’. Hier heeft Bach met groot gevoel voor theater de retorische figuren van de anabasis en katabasis kunnen inzetten, de stijgende en dalende melodische lijn. Deze laatste suist zelfs in een peilloze diepte van twee octaven, tot de laagste noot van de . Ook als men de tekst niet verstaat is het pijnlijk duidelijk: onder een levensgevaarlijke stuwen immense krachten de wereld en zijn noten omhoog. In zijn onmetelijke toorn laat God de aarde beven. Rotsen splijten, graven scheuren open en de heiligen die daarin rusten staan op. De basso continuo lost hier een enorm salvo tweeëndertigste noten om de aardbeving kracht bij te zetten. Honderdnegentig noten om precies te zijn. Ooit telde iemand ze na.
Biografie
Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment, orkest en koor
Het Orchestra of the Age of Enlightenment werd in 1986 opgericht door een groep onderzoekende Britse musici die besloten te werken zonder vaste , te spelen op instrumenten en met technieken uit de tijd waarin de muziek geschreven is, en het collectief een grote mate van inspraak in artistieke zaken te geven.
De ensemblenaam is ontleend aan de Verlichting, de achttiende-eeuwse stroming die in West-Europa wetenschap, filosofie en kunst tot grote bloei bracht.
Het zwaartepunt van het repertoire ligt bij de en de , al staat ook regelmatig later werk op de lessenaars. John Butt, Mark Elder, Adam Fischer, Iván Fischer, Vladimir Jurowski, Simon Rattle en András Schiff delen de titel principal artist. William Christie en Roger Norrington zijn conductor emeritus.
Het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft sinds 2020 zijn hoofdkwartier in de Acland Burghley School, Camden, en is al sinds 1993 resident orchestra van het Southbank Centre in dezelfde stad. Bovendien is de groep associate orchestra bij de Glyndebourne Festival Opera. Het Orchestra of the Age of Enlightenment heeft een omvangrijke discografie, gaat regelmatig op tournee en bereikt jaarlijks zo’n 17.000 mensen met zijn educatieprogramma.
In Het Concertgebouw was het gezelschap onder meer te gast in 2009, 2015 en 2018 met Bachs Matthäus-Passion onder leiding van Mark Padmore. Beethoven-symfonieën in november 2020 en een Matthäus-Passion in maart 2021 konden niet doorgaan, maar in april 2022 was het gezelschap terug met Bachs Johannes-Passion.
Jonathan Cohen, dirigent
Jonathan Cohen is niet alleen werkzaam als , maar ook als cellist en klavecinist – met een repertoire van kamermuziek tot opera en het klassieke symfonische repertoire. Hij is chef-dirigent van Les Violons du Roy, artistiek leider van het Tetbury Festival en artistiek adviseur van het London Handel Festival.
Artistiek leider is hij ook van de Handel and Haydn Society, waar hij dit seizoen The Seasons van Haydn, het Requiem van Mozart, de Mis in C groot van Beethoven en Messiah van Händel uitvoert.
Dat laatste werk brengt hem ook bij het Houston Symphony Orchestra, en voor Händels Saul keert hij terug op het Glyndebourne Festival. In 2010 richtte Jonathan Cohen Arcangelo op, in eerste instantie als ensemble in residence van Wigmore Hall in Londen (waar het nog steeds hecht mee verbonden is). Het gezelschap stond ook meermaals op de BBC Proms en ging op tournee naar de Philharmonie in Berlijn en die in Keulen, het Wiener Konzerthaus, de Salzburger Festspiele en het MA Festival in Brugge.
Met ingang van dit jaar is Arcangelo in residence op het London Handel Festival. Voor zijn inmiddels meer dan 30 cd’s werkte Arcangelo met solisten als Iestyn Davies (Gramophone Award 2012 en 2017), Vilde Frang (Echo Klassik 2015) en Nicolas Altstaedt (BBC Music Magazine Award 2017). Dit jaar komen Händels Chandos Anthems uit op cd, en de concerten van Boccherini met Nicolas Altstaedt.
In Het Concertgebouw dirigeerde Jonathan Cohen in 2022 Bachs Matthäus-Passion bij het Nederlands Kamerorkest en het Vlaams Radiokoor.
Nick Pritchard, tenor
Nick Pritchard wordt vaak geëngageerd voor Bachs evangelistenpartijen: zo stond hij in 2022 in de Matthäus-Passion door het Nederlands Kamerorkest onder leiding van Jonathan Cohen. Ook John Eliot Gardiner en het Monteverdi Choir (Grammy-nominatie 2023), het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Antwerp Symphony Orchestra en het Residentie Orkest Den Haag met Richard Egarr nodigden de tenor uit voor Bach.
In ander repertoire soleerde hij bij Pygmalion, Concerto Köln, Les Talens Lyriques, Les Violons du Roy, The English Concert, het Gabrieli Consort, het Philharmonia Orchestra en het Royal Philharmonic Orchestra. Afgelopen december keerde de zanger terug in de in Händels Messiah door Tenebrae en de Academy of Ancient Music. Op de BBC Proms maakte Nick Pritchard zijn debuut met Britten in Mozarts Requiem, en hij werkte met en als Harry Bicket, John Butt, Laurence Cummings, Maxim Emelyanychev, Emmanuelle Haïm, George Petrou, András Schiff en Ryan Wigglesworth.
Wereldpremières staan ook geregeld in zijn agenda, zoals het Christmas Oratorio van Bob Chilcott tijdens het Three Choirs Festival. In ’s van Monteverdi tot Britten en Benjamin stond de tenor op het Aldeburgh Festival, in Glyndebourne on Tour en in de theaters van Londen, Dublin, Lille, Antwerpen en Luxemburg. s gaf hij in Wigmore Hall in Londen op de festivals van Oxford en Leeds.
Florian Störtz, bas-bariton
Florian Störtz kondigde zijn entrée op de Europese concertpodia in 2023 aan met prijzen op zowel de International Handel Singing Competition in Londen als de International Helmut Deutsch Competition in Wenen. Met pianist Mark Rogers was hij bovendien laureaat van het Concours Nadia et Lili Boulanger in Parijs en het Internationaal Liedfestival Zeist 2024.
De bas-bariton uit Trier werd uitgenodigd door de Händel-Festspiele Halle en maakt dit seizoen zijn debuut bij het Monteverdi Choir en Christophe Rousset, het Scottish Chamber Orchestra en Václav Luks (Bachs Weihnachtsoratorium) en het Wrocław Philharmonisch Orkest en Paul McCreesh (Berlioz’ L’enfance du Christ). Bij het Orchestra of the Age of Enlightenment is hij Rising Star en stond hij eerder in Bachs Weihnachtsoratorium met Masaaki Suzuki en in Händels Esther met Laurence Cummings.
Voor een opname van het Requiem van Duruflé met het Choir of Trinity College, Cambridge kreeg Florian Störtz een Diapason d’Or. s gaf hij in Leeds met Graham Johnson, in Zell am See met Helmut Deutsch, Frans repertoire zong hij in de Salle Cortot in Parijs en Wigmore Hall in Londen, en in Carnegie Hall in New York was hij te gast in Renée Flemings SongStudio. Florian Störtz is alumnus van de Royal Academy of Music in Londen en van het Britten Pears Young Artist Programme.
Hij maakt zijn debuut in Het Concertgebouw.
Anna Dennis, sopraan
Anna Dennis studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen. Bijzondere engagementen waren een wereldtournee met drie Monteverdi-’s met John Eliot Gardiner, Life Story van Thomas Adès begeleid door de componist op het White Light Festival in New York, Orffs Carmina Burana en Pergolesi’s Stabat Mater met het Orquestra Gulbenkian, Bachs Weihnachtsoratorium met het Orchestra of the Age of Enlightenment en Maasaki Suzuki en Bachcantates met Les Violons du Roy onder leiding van Jonathan Cohen.
Op de BBC Proms stond de sopraan met het City of Birmingham Symphony Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, Britten Sinfonia en het Orchestra of the Age of Enlightenment. Anna Dennis zingt graag in ’s uit de en de , maar ook uit later tijden – van Giordano en Britten tot en met wereldpremières van Francisco Coll (Royal Opera House Covent Garden, Opera North en Aldeburgh Festival), Edward Rushton (Bregenzer Festspiele, Royal Opera House), Yannis Kyriakides (Aldeburgh Festival) en Katie Mitchell (Royal Opera House).
Op cd is Anna Dennis onder meer te beluisteren in liveregistraties van de Händel Festspiele Göttingen en in Couperins Leçons de ténèbres met Jonathan Cohen en Arcangelo. In Het Concertgebouw was ze eerder meermaals te gast in de NTR ZaterdagMatinee met de Early Opera Company.
Iestyn Davies, countertenor
Iestyn Davies zong in het koor van St. John’s College, Cambridge. Nadat hij daar was afgestudeerd als archeoloog en antropoloog begon hij alsnog een zangstudie aan de Royal Academy of Music in Londen, waar hij inmiddels fellow is.
In 2010 won hij de Young Artist Prize van de Royal Philharmonic Society, zijn opnames kregen twee Gramophone Awards en een Grammy, en zijn vertolking van Farinelli in Farinelli & the King op West End – waarmee de zanger ook naar Broadway zal gaan – is genomineerd voor een Olivier Award.
De werd voor ’s van de tot nu uitgenodigd door het Glyndebourne Festival en de operahuizen van Londen, Milaan, Parijs, Bordeaux, Zürich, Houston, Chicago en New York. In George Benjamins Written on Skin stond Iestyn Davies in de Opéra Comique in Parijs en op de festivals van München en Wenen. s gaf hij recentelijk in Carnegie Hall in New York, op het Edinburgh Festival en in Wigmore Hall in Londen.
Bij het Concertgebouworkest zong hij in 2016 in Bachs Magnificat met Iván Fischer en in 2019 in de Johannes-Passion met William Christie, en in de was hij eerder ook te horen met Britten Sinfonia (2011, 2014, 2018) en The English Concert (2016).
Hugo Hymas, tenor
Als kind zong Hugo Hymas in een kerkkoor in zijn geboorteplaats Cambridge en leerde hij klarinet spelen. Na een aantal jaren als tenor in het Choir of Clare College, Cambridge studeerde hij in 2014 af aan Durham University. Hij werd verkozen tot Britten Pears Young Artist en nam deel aan het talentprogramma van het Orchestra of the Age of Enlightenment.
Inmiddels is Hugo Hymas een veelgevraagd solist in met name de oude muziek, met engagementen bij gespecialiseerde gezelschappen als The English Concert (Händels Esther), het Dunedin Consort (Bach), Collegium Vocale Gent (Bachs Matthäus-Passion met Philippe Herreweghe), Les Violons du Roy en het Sinfonieorchester Basel (Händels Messiah met Ivor Bolton).
In Purcells King Arthur ging hij met het Gabrieli Consort naar Australië, in Duitsland tourde hij met het Freiburger Barockorchester en Kristian Bezuidenhout en in Frankrijk en New York was hij te horen met Les Arts Florissants en William Christie. Op het toneel stond de Britse tenor bijvoorbeeld op het Glyndebourne Festival en de Maggio Musicale Fiorentino.
In Het Concertgebouw debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-Passion met het Monteverdi Choir onder leiding van John Eliot Gardiner, en zijn laatste optreden was in datzelfde werk bij het Concertgebouworkest in 2023.
Thomas Bauer, bas
Thomas Bauer zong als kind in de Regensburger Domspatzen en studeerde later aan de Hochschule für Musik und Theater in München. Recentelijk maakte de zanger zijn opwachting bij het Orchestre symphonique de Montréal (Schönbergs Gurre-er), het Shanghai Symphony Orchestra (liederen van Mahler), op het Seoul International Music Festival en op de festivals van Augsburg en Rheingau (Bachs Hohe Messe).
Bij de inauguratie van de Elbphilharmonie in Hamburg soleerde de bas onder leiding van Kent Nagano in de wereldpremière van Widmanns ARCHE, en nieuwe muziek zong hij bijvoorbeeld ook bij het hr-Sinfonieorchester Frankfurt: de wereldpremière van Ruzicka’s Benjamin Symphony onder leiding van de componist.
Thomas Bauer werkte met het Boston Symphony Orchestra en Bernard Haitink, Concentus Musicus en Nikolaus Harnoncourt en het Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van Herbert Blomstedt en Riccardo Chailly. zong hij bijvoorbeeld op de Salzburger Festspiele en in het Teatro alla Scala in Milaan.
s gaf hij in het Concertgebouw Brugge en op het Beethovenfest Bonn, en artist in residence was hij bij Bozar in Brussel. In Het Concertgebouw was Thomas Bauer eerder onder meer te horen bij de Nederlandse Bachvereniging, en bij het Concertgebouworkest in Bachs Matthäus-Passion (2005 en 2014) en Johannes-Passion (2003 en 2011).








