Concertgebouworkest: Venetië, New York en Sint-Petersburg
Koninklijk Concertgebouworkest
Daniel Harding dirigent
Stefano Bollani piano
Dit programma maakt deel uit van de Series A en F.
inleiding en meet the artists Om 19.15 uur geeft Floris Kortie een inleiding op dit concert in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (0900 671 83 45; 1 euro per gesprek) of afhalen aan de kassa van Het Concertgebouw. Direct na het concert vindt Meet the Artists plaats in de Spiegelzaal. Adjunct-directeur artistieke zaken Joel Ethan Fried spreekt met Daniel Harding, Stefano Bollani en een orkestmusicus.
dit concert wordt opgenomen door avrotros voor uitzending op zondag 14 juni om 14.15 uur via npo radio 4.
Giuseppe Verdi 1813-1901
Voorspel derde bedrijf ‘La traviata’ (1853)
Richard Rijnvos 1964
fuoco e fumo (2013)
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest; wereldpremière
George Gershwin 1898-1937
Rhapsody in Blue (1924)
oorspronkelijke versie voor jazzband en piano,
orkestratie Ferde Grofé
pauze
Igor Stravinsky 1882-1971
Petroesjka (1911, revisie 1947)
Burleske in vier taferelen op een scenario van Igor Stravinsky en Alexandre Benois
Eerste tableau: Jaarmarkt in carnavalstijd - Russische dans
Tweede tableau: Petroesjka
Derde tableau: De Moor - Wals
Vierde tableau: Jaarmarkt in carnavalstijd - Dans van zoogsters - Boer met beer - Zigeuners en riekenverkoper - Dans van de koetsiers - De gemaskerden - Handgemeen: de Moor en Petroesjka - Dood van Petroesjka - Politie en de goochelaar - Verschijning van Petroesjka’s dubbelganger
Toelichting
Giuseppe Verdi: 1813-1901
Voorspel derde bedrijf ‘La traviata’ (1853)
Giuseppe Verdi had het Venetiaanse publiek al voor zich gewonnen toen hij La traviata componeerde. De première in 1853 vond plaats in het theater La Fenice (oftewel ‘de feniks’ – een passende naam, want vijftien jaar eerder was het afgebrand en herbouwd). Het werd een onverwachte flop: de ‘tovenaar van moderne ën’, zoals librettoschrijver Francesco Piave hem noemde, bleek ditmaal té modern. La traviata is geen opeenvolging van afzonderlijke ‘nummers’ maar een organisch, doorgecomponeerd geheel. Doorleefd, ook – de opera focust meer op persoonlijk leed dan toentertijd gebruikelijk was. Uiteindelijk zou La traviata Verdi’s beroemdste opera worden. Dit voorspel zet de toon voor de slotakte met een geliefde die aan tbc sterft, wroeging en vergiffenis – degelijke operakost. Het is -achtige, onmiskenbaar Italiaanse muziek; al na een paar tellen begrijp je de spottend bedoelde uitspraak van Richard Wagner: ‘Bij Verdi is het orkest één reusachtige gitaar.’
In 1996 werd La Fenice opnieuw in de as gelegd; bij de heropening in 2004 werd La traviata uitgevoerd.
Michiel Cleij
Richard Rijnvos: 1964
fuoco e fumo (2013)
Op de avond van 29 januari 1996, kort voor negen uur ‘s avonds, begon rook en vuur uit La Fenice te verrijzen. Binnen luttele uren veranderde het iconische gebouw van Venetië in een hels inferno dat vlammen en gloeiende sintels tot hoog in de hemel spuwde. Omstanders sloegen hulpeloos gade hoe het illustere theater tot de grond toe afbrandde, gelijk 13 december 1836, de eerste keer dat een felle brand hetzelfde gebouw verwoestte.
Deinende rook verrees uit alle kieren en gaten, en al ras raakte de lucht verzadigd met de reuk van verschroeid hout. Terwijl het vuur zich verder verspreidde, en zijn vlammende tongen uit houten luiken en verbrijzelde ruiten stak, weerklonken oorverdovende ontploffingen uit de diepte. Vloeren in de foyer en de Apollinische zalen stortten ineen, de één bovenop de ander. De enorme bronzen kroonluchter van het auditorium sloeg op de grond te pletter, en zijn kristallen parels vlogen onwillekeurig in de rondte. Kort daarop begaf het dak het, met een onheilspellend gebulder, gevolgd door een onmetelijk oproer van vuurrood licht dat omhoogschoot als een vulkaanuitbarsting.
Als er op die rampzalige avond een sterke wind had gestaan, zou veel meer van de stad van de kaart zijn geveegd. Nu echter had het geraamte van La Fenice de vuurzee weten te beperken en aldus voorkomen dat de brand zich kon verspreiden, zij het dat binnenin alles in de as kwam te liggen. La Fenice had zichzelf opgeofferd omwille van Venetië.
Richard Rijnvos
George Gershwin: 1898-1937
Rhapsody in Blue (1924)
George Gershwins Rhapsody in Blue is een mijlpaal. Dit werk bewees dat jazz zich in een klassiek gewaad liet hullen. Het idee was afkomstig van bandleider Paul Whiteman die in 1924 met een ‘experimenteel concert’ (zoals hij het noemde) jazz van zijn lowbrow-imago wilde ontdoen. Gershwin had alles mee om aan zo’n project te participeren: hij was een ervaren song- en musicalcomponist met een bovengemiddelde kennis van de Europese klassieken. Daarnaast had hij zich als songplugger ontwikkeld tot pianovirtuoos; de Rhapsody was een perfect vehikel om zijn reputatie als componist én pianist te bevestigen.
Het stuk was volgens Gershwin ‘een muzikale caleidoscoop van Amerika, van onze culturele diversiteit, onze ongeëvenaarde nationale energie en onze grootsteedse gekte’. De combinatie van ‘componistenmuziek’ en jazz sloeg aan, al werd er nog wat onwennig gereageerd. Maar in het op exotiek verkikkerde Europa was de Rhapsody onmiddellijk een succes; tot de bewonderaars behoorden zulke verschillende componisten als Maurice Ravel en Alban Berg.
Ferde Grofé, een weinig bekende componist die als pianist voor Paul Whiteman werkte, instrumenteerde het werk. Doorgaans wordt zijn latere bewerking voor orkest uitgevoerd. Maar de originele versie, zoals die bij de première klonk en ook vanavond op de lessenaar staat, doet er bepaald niet voor onder.
Igor Stravinsky: 1882-1971
Petroesjka (1911, revisie 1947)
Geen componist heeft zichzelf zó vaak opnieuw ‘uitgevonden’ als Igor Stravinsky. In zijn vroege composities gaf hij een originele draai aan Russische folklore, vervolgens pionierde hij in en na zijn emigratie naar Amerika zette hij in een paar werken jazz naar zijn hand. Op zijn zeventigste stortte hij zich energiek op twaalftoonsmuziek.
Aan de basis van deze monumentale carrière liggen de drie Russische balletten die hij voor de dansgroep van Sergej Diaghilev schreef. Tussen de nog vrij romantische en sprookjesachtige Vuurvogel en het woeste, modernistische Le sacre du printemps ontstond Petroesjka, een ‘kermisballet’ over een poppenkast én zijn toeschouwers. Zoals vaker kreeg Stravinsky het basisidee in een flits: ‘Ik zag het beeld van een tot leven gewekte harlekijn haarscherp voor me’, zei hij later. Opdrachtgever Diaghilev zag onmiddellijk de theatrale mogelijkheden. Aldus werd het repertoire van Les Ballets Russes (en daarmee de muziekgeschiedenis) verrijkt met een van de meest kleurrijke en indringende balletten ooit geschreven.
Na de aanvankelijke sfeerschildering van de plaats van handeling, een kermis met een poppenkast, volgt de muziek de lotgevallen van de poppen Petroesjka (‘Jan Klaassen’), de danseres en de Moor, waarbij de poppenbaas van tijd tot tijd ingrijpt. Petroesjka is verliefd op de danseres, maar zij wijst hem af. Dat veroorzaakt poppenjaloezie, maar hun meester maakt met harde hand een einde aan de schermutselingen en sluit de poppen op in hun hokjes. Desondanks weet de Moor de danseres te verleiden, terwijl Petroesjka machteloos toekijkt.
Ruzie volgt, de poppen springen uit de kraam en mengen zich onder de verbijsterde kermisbezoekers. Na een wilde achtervolging steekt de Moor Petroesjka dood. De toeschouwers weten spel en realiteit niet meer te scheiden en houden de poppenbaas verantwoordelijk voor de slachting. Die protesteert: het waren maar poppen, toch? Maar hij schrikt zich rot als de geest van Petroesjka plotseling aan de hemel verschijnt en iedereen uitlacht.
Stravinsky’s muziek is tegelijkertijd modern en volks. Andere componisten van dat moment hadden misschien Russische kermismuziek kunnen componeren – maar niemand had er zulke onromantische, realistische, lawaaiige taferelen van gemaakt als Stravinsky. De manier waarop hij verschillende klanken en sferen op elkaar stapelt en afwisselt is verwant aan de collage-achtige schilderijen schilderijen van Pablo Picasso en Juan Gris – kunstenaars met wie hij in Parijs bevriend was geraakt en die zijn frisse kijk op de werkelijkheid deelden. Met Petroesjka leek de klassieke westerse muziektraditie ineens heel ver weg te zijn – een verdwijntruc die Stravinsky spoedig in Le sacre du printemps nog veel extremer zou toepassen.
Michiel Cleij
Biografie
Daniel Harding, dirigent
Nog maar achttien was Daniel Harding toen hij in 1994 zijn loopbaan begon als assistent van Simon Rattle bij het City of Birmingham Symphony Orchestra. Het seizoen erop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker.
Momenteel is hij chef- van het Swedish Radio Symphony Orchestra (sinds 2007) en eredirigent van het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij al meer dan twintig jaar werkt. Komende herfst volgt hij Antonio Pappano op als chef-dirigent van het orkest en koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en gaat hij Youth Music Culture The Greater Bay Area leiden in China.
Van 2007 tot 2017 was Daniel Harding eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra en van 2016 tot 2019 artistiek leider van het Orchestre de Paris. Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Wiener en de Berliner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, de Filarmonica della Scala en de grote Amerikaanse orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2004.
producties leidde de in Milaan, Aix-en-Provence, Londen, Wenen, Salzburg en München. Daniel Harding werd geboren in Oxford, studeerde aan Chetham’s School of Music in Manchester en speelde op zijn dertiende in het National Youth Orchestra of Great Britain. De musicus is tevens gekwalificeerd lijnvluchtpiloot. Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was op 26 mei 2023 in Mahlers Zevende symfonie met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.
Stefano Bollani, piano
Stefano Bollani beweegt zich al ruim twintig jaar met evenveel gemak op de grote klassieke podia als in het jazzcircuit. De Italiaan studeerde in 1993 als klassiek pianist af aan het conservatorium in Florence.
In 1996 werd hij door jazztrompettist Enrico Rava uitgenodigd om in diens ensemble te spelen en aangemoedigd vooral te doen wat hij leuk vond. Stefano Bollani stortte zich op de jazz en ontwikkelde zijn eigen virtuoze mengvorm van jazz, klassiek en popmuziek, met een typische ironie die soms ontaardt in absurdisme.
Stefano Bollani deelde het podium met jazzgrootheden als Chick Corea, Richard Galliano, Pat Metheny, Lee Konitz en Han Bennink, maar ook met bijvoorbeeld het Gewandhausorchester Leipzig, de Filarmonica della Scala en celliste Sol Gabetta. Hij gaf talloze concerten met zijn eigen Orchestra del Titanic, schreef ‘een soort ’ (Gnosi delle fanfole, 2004) en nam cd’s op met diverse jazzgroepen.
Sinds 2006 verschenen er meerdere solo-cd’s op het gerenommeerde ECM-label. De pianist won onder meer de Paul Acket Award van het North Sea Jazz Festival in 2009. Zijn liefde voor Braziliaanse muziek werd vastgelegd in diverse projecten met Braziliaanse musici.
Stefano Bollani was in april 2013 voor het eerst te gast bij het Concertgebouworkest met Gershwins Pianoconcert in F groot onder Riccardo Chailly en - tijdens het Koninginnenachtconcert - met Rhapsody in Blue en Summertime van dezelfde componist. In juni 2015 soleerde hij in Rhapsody in Blue onder Daniel Harding.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


