Concertgebouworkest: Veelstemmig Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest
Bas Wiegers dirigent
Miriam Pastor Burgos hobo
Tania Kross mezzosopraan
Anneke Brassinga poëzievoordracht
Katrien Baerts sopraan (Beatrice)
Groot Omroepkoor instudering Benjamin Goodson
solisten uit het Groot Omroepkoor:
     Charlotte Janssen sopraan;
     Franske van der Wiel alt;
     Lars Terray bariton
beeld — Ed van der Elsken & Frouke ten Velden

Dit programma maakt deel uit van de serie A.

Dit concert wordt voorzien van beeldprojectie en boventiteling.

Lees hier het bijbehorende gedicht van Anneke Brassinga.

Ook interessant:
- Het achtergrondverhaal van Louis Andriessen
- Het interview met Calliope Tsoupaki
- Sibelius en het Concertgebouworkest 

THEO VERBEY (1959-2019)  

Notturno (1995) 
voor hobo en ensemble
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest

EDDY VERVUURT (1928-1988)

Fantasie (ca. 1960, orkestratie Thomas Beijer 2025) 
eerste uitvoering van deze versie 

RANDAL CORSEN (1972)

Suite ‘Katibu di Shon’ (2013, suite 2024: samenstelling en orkestratie Randal Corsen) 
Ouverture – Aria di Anita – Violashon – Amor ta kora tur herida – Traishon – Preludio di Laman – Aria di libertat 
uit de gelijknamige opera naar het boek van Carel de
Haseth;
eerste uitvoering van deze versie

pauze ± 20.45 uur

ANNEKE BRASSINGA (1948)

Elke dag nieuw begon (2024)
gedicht

CALLIOPE TSOUPAKI (1963)

Another Day (2023-24) 
ontstaan in samenhang met het gedicht Elke dag nieuw begon van Anneke Brassinga;
geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest met steun van het Fonds Podiumkunsten;
wereldpremière 

LOUIS ANDRIESSEN (1939-2021)

De Stad van Dis, of Het Narrenschip (2007)
met elektronische muziek van Anke Brouwer
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest 

einde ± 22.20 uur

Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van Ammodo, het Helstone Fonds en het Fonds Jan Raes.

Toelichting

Theo Verbey (1959-2019)

Notturno

De avond opent met ­Notturno van Theo Verbey, geen ‘Nachtstück’ maar een verklanking van het multiculturele trappenhuis in de Eerste Oosterparkstraat, waar de componist indertijd woonde. Een Braziliaans tango-orkest, een Amerikaanse jazzbassist en een Indiase hoboïst vormen een caleidoscopisch , gescheiden door vloeren en plafonds, zoals de componist in zijn toelichting vermeldt. In een levendige, verfijnd geïnstrumenteerde muziek schetst Verbey een grootsteeds tafereel, variërend van een politieauto die met sirene komt aanscheuren om illegale bewoners op te pakken, muizen die in het binnenste van het pand rondscharrelen, een Italiaanse zanger die luidruchtig ontwaakt tot tramgerinkel in de verte en de stampende beats van een houseparty verderop in de straat – dit alles sterk geabstraheerd.

Randal Corsen (1972)

Katibu di Shon

Het koloniale verleden van Nederland is het decor van de Katibu di Shon, waaruit het Concertgebouworkest een nieuw samengestelde speelt. Mezzo­sopraan Tania Kross nam in 2013 het initiatief tot deze e opera, die is gebaseerd op de gelijknamige novelle van de Curaçaose schrijver Carel Pieter de Haseth (1950). Katibu di Shon (‘Slaaf en meester’), op muziek gezet door componist en pianist Randal Corsen, is de eerste en enige opera in het Papiaments en handelt over een historisch gegeven: de verhouding tussen Willem van Uytrecht en Louis Mercier. Als kind speelden de twee jongetjes met elkaar, eenmaal volwassen ­komen ze tegenover elkaar te staan: Van Uytrecht is eigenaar van verschillende plantages op Curaçao, terwijl Mercier deelneemt aan de grote slavenopstand van 17 augustus 1795 onder leiding van de (pas onlangs gerehabiliteerde) vrijheidsstrijder Tula.

De opera spitst zich toe op het ‘kleine’ drama dat zich tussen de twee mannen afspeelt. Beiden zijn verliefd op dezelfde vrouw, de tot slaaf gemaakte Anita – een driehoeksverhouding die uitmondt in een emotionele confrontatie. De Nederlandse Reisopera bracht op 1 juli 2013 de wereldpremière van Katibu di Shon in de Amsterdamse Stadsschouwburg ter gelegenheid van de viering van 150 jaar officiële afschaffing van de slavernij in Suriname en in Curaçao en Onderhorigheden. In datzelfde jaar ontvingen Tania Kross, Randal Corsen en Carel de Haseth de Boeli van Leeuwenprijs, een cultuurprijs die elke twee jaar op Curaçao wordt uitgereikt.

De Suite ‘Katibu di Shon’, die Randal Corsen in opdracht van het Concert­gebouworkest maakte, bevat scenes uit de oorspronkelijke opera met een focus op de rol van Anita.

Calliope Tsoupaki (1963)

Another Day

Evenals Verbey wil Calliope Tsoupaki de pluriformiteit van Amsterdam in klank vatten. Another Day heeft volgens haar een ‘filmische kwaliteit die een rijk gelaagd verhaal verkent, variërend van fantasierijke, eloquent beschreven scènes tot een ondefinieerbaar emotioneel landschap.’ 

Calliope Tsoupaki kwam in 1988 naar Nederland om bij Louis Andriessen te studeren. Zij moest daarvoor haar oude leven in Griekenland opgeven, maar kreeg er veel voor terug: een bruisend, state-of-the-art kunstleven, inspirerende medestudenten en een leraar die haar stimuleerde haar eigen stem te vinden. Dat alles vormde de basis voor een succesvolle internationale carrière als componist van even toegankelijke als diepzinnige muziek. Van 2018 tot 2021 mocht Tsoupaki zich Componist des Vaderlands noemen.

  • Calliope Tsoupaki

Dit nieuwe, speciaal voor het Concertgebouworkest geschreven werk symboliseert de emotionele weg die ze aflegde. Tsoupaki: ‘Het drukt diepe gevoelens van verlies uit, maar meer nog het opwindende verlangen om het leven te omarmen en bedwelmd te worden door elk moment dat iedere dag opnieuw (‘another day’) brengt.’

In Another Day heeft Tsoupaki getracht uit te drukken wat Amsterdam voor haar betekent. ‘Haar beweeglijkheid vertaalt zich naar grote contrasten en afwisseling in . De rijkdom aan en van het Concertgebouworkest heb ik ingezet om de veelkleurigheid van Amsterdam te vangen. IJle, naar de hemel reikende klanken zijn verbonden met het komen naar hier, waar ik ook de modder heb leren waarderen. Amsterdam heeft iets hoopvols: zelfs in deze duistere tijden is er altijd hoop op de volgende dag.’

Eddy Vervuurt (1928-1988)

Fantasie

Eddy Vervuurt is een van de belangrijkste componisten van Suriname, die met één been in de westerse muziektraditie stond en met het andere in de Caribische volksmuziek, zoals de kaseko en mambo. Na zijn middelbare school vertrok hij naar Nederland om piano te studeren bij Jaap Spaanderman en compositie bij Klaas van Oostveen. Ondanks het Europese succes van zijn orkest Edwardo y su Orquestro Rhytmico keerde hij terug naar Suriname waar hij een actieve rol in het muziekleven op zich nam. De Fantasie voor piano uit 1960 klinkt vanavond in een orkestratie van pianist/componist Thomas Beijer.

Louis Andriessen (1939-2021)

De Stad van Dis

Louis Andriessen is geboren in Utrecht en getogen in Den Haag, maar toen hij en zijn geliefde Jeanette Yanikian in 1969 hun intrek namen in een pand aan de Keizersgracht besloten ze voortaan als Amsterdammers door het leven te gaan – door Jeanette bekrachtigd met een plat Amsterdams .
Ook al gaf Andriessen officieel les op het conservatorium in Den Haag, zijn Amsterdamse woning werd een bijenkorf voor musici en studenten uit alle windstreken. Mede door zijn vele gastdocentschappen in de Verenigde Staten groeide hij uit tot een alom geliefde compositiedocent en droeg hij sterk bij aan de internationalisering van het Nederlandse muziekleven. 

Andriessens ‘filmopera’ La Commedia is het resultaat van een levenslange fascinatie voor La Divina Commedia van Dante Alighieri (1265-1321). Voor Andriessen was de parallel met Amsterdam evident: de ringen van de Amsterdamse grachtengordel vergeleek hij met de kringen van Dantes hel. Het libretto stelde hij zelf samen – op basis van onder andere teksten uit La Divina Commedia, de middeleeuwse carnavals­tekst Gilde van de Blauwe Schuit en Psalm 107 – en behelst de afdaling van Dante en Vergilius in de hel; zij zijn op weg naar de stad van Dis, ‘gloeiend van het eeuwige vuur.’ Een elektronische soundscape met typisch Amsterdamse verkeersgeluiden, vervaardigd door Andriessens voormalige leerling Anke Brouwer, lokaliseert het hellevuur midden in Mokum. De voor Andriessen zo karakteristieke energieke motorische beweging in het orkest wisselt hij af met adembenemend mooie, melancholische ën.
Tekenend voor de internationale status van Andriessen is dat dit eerste deel van La Commedia, De Stad van Dis, als zelfstandig werk in première ging in de Walt Disney Hall in Los Angeles op 17 november 2007. Een half jaar later vond de eerste uitvoering plaats van de integrale in het Holland Festival van 2008.

Anneke Brassinga (1948)

Elke dag nieuw begon

Toelichting

Door Jacqueline Oskamp

Dit jaar is het 750 jaar geleden dat Amsterdam stadsrechten kreeg. Het Koninklijk Concertgebouworkest draagt bij aan de feestelijkheden met een lofzang op Amsterdams reputatie als internationale vrijhaven. Eeuwenlang stond de hoofdstad in open verbinding met de rest van de wereld: als handelscentrum, als toevluchtsoord voor religieuze ballingen (onder wie de Sefardische joden en de Franse hugenoten), en als brandpunt van culturele en artistieke vernieuwing – met Jan Pieterszoon Sweelinck rond 1600 en Louis Andriessen rond 2000 als muzikale magneten. In dit programma is ook aandacht voor een andere kant van die wijde blik: dat de rijkdom van de stad grotendeels is gefundeerd op de uitbuiting van onze koloniën valt immers niet te ontkennen. 

Dit programma bevat de wereld­première van Another Day van de Grieks-Nederlandse Calliope ­Tsoupaki. Het is in opdracht van het orkest geschreven, evenals het nieuwe gedicht van Anneke Brassinga (1948), Elke dag nieuw begon. Beide vrouwen trokken in hun jonge jaren vanuit de provincie (respectievelijk het Griekse Piraeus en het Gelderse Schaarsbergen) naar de grote stad om daar hun talent tot bloei te laten komen.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Bas Wiegers, Dirigent

Na zijn opleiding aan de conservatoria van Amsterdam en Freiburg begon Bas Wiegers aan een succesvolle carrière als violist. Al gauw begon hij daarnaast te dirigeren, en in 2009 won hij de directiebeurs van het Kersjesfonds.

Zijn ervaring als assistent van Mariss Jansons en Susanna Mälkki bij het Concertgebouworkest overtuigde hem ervan zich geheel toe te leggen op dirigeren.

Bas Wiegers leidde onder meer het Nederlands en het Rotterdams Philharmonisch Orkest en werd als gastdirigent geëngageerd door het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, het WDR Sinfonieorchester, het Konzerthausorchester Berlin, Britten , Ensemble Modern en het SWR Vokalensemble. Bij Klangforum Wien, waarvan hij tot 2022 eerste gastdirigent was, leidde hij de première van een nieuw project rond eren van Mahler en Ives met bariton Thomas Hampson.

Sinds het seizoen 2022/2023 is Bas Wiegers associated conductor van het Münchener Kammerorchester. Bas Wiegers stond meer dan eens op de bok bij de Oper Köln, de Opéra national de Lorraine en het Klagenfurt Theater en op festivals als November Music, Praagse Lente, het Huddersfield Contemporary Music Festival, het Aldeburgh Music Festival, de Ruhrtriennale en Acht Brücken in Keulen. In september 2023 leidde hij het Concertgebouworkest in werken van Ravel, Smit en Loevendie. Eerder fungeerde hij bij het orkest als tweede in werken waar dat verlangd wordt, namelijk Ives’ Vierde symfonie (in 2012) en Crumbs Star Child (in 2016).

Ivan Podyomov, hobo

Ivan Podyomov is sinds augustus 2016 solohoboïst van het Koninklijk Concertgebouworkest. Eerder vervulde hij die functie bij de Bamberger ­Symphoniker en bij MusicAeterna. Gastaanvoerder was hij bij het Orchestra Mozart, het Mahler Chamber Orchestra en het Lucerne Festival Orchestra.

De Russische hoboïst studeerde bij Ivan Poesjetsjnikov aan de Gnessin Special Music School en de Gnessin Staatsacademie voor Muziek in Moskou, en voltooide zijn opleiding van 2006 tot 2011 bij Maurice Bourgue aan het conservatorium van Genève. Hij won onder meer de ARD-Musikwettbewerb in München (2011), het Concours de Genève (2010), de Sony Oboe Competition in Japan (2009) en het internationale muziekconcours van de Praagse Lente (2008).

Ivan Podyomov soleerde bij het ­Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin, het ­Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Bamberger ­Symphoniker, het Tokyo Philharmonic Orchestra, het Münchner Kammerorchester en het Academisch van Sint-­Petersburg. Bij het Concertgebouworkest trad hij als solist op in Richard StraussHoboconcert (maart 2020), Haydns ­Sinf­onia concertante (oktober 2021) en Connessons Les belles heures (april 2025).

Kamermuziek speelde Ivan Podyomov met het Hagen Quartett, de pianisten Lars Vogt en Olga Pashchenko, klarinettiste Sabine Meyer en fluitist Jacques Zoon, en in de was hij eerder te beluisteren in een Close-up-­concert met oudemuziekpionier Trevor Pinnock. Ivan Podyomov geeft les aan de Musikhochschule in Luzern.

Tania Kross, mezzosopraan

Tania Kross werd geboren op Curaçao en studeerde aan het Utrechts Conservatorium, waar ze tijdens het tweede jaar de eerste prijs van de Stichting Jong Muziektalent won. In 2003 vertegenwoordigde ze het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de BBC Singer of the World Competition in Cardiff.

In seizoen 2004/2005 nomineerde Het Concertgebouw de mezzosopraan voor het Rising Stars-programma van de ECHO, waardoor ze optrad in Carnegie Hall in New York en de bekende concertzalen van onder meer Parijs, Salzburg, Wenen, Birmingham en Keulen.

Tania Kross werkte mee aan producties bij de Nederlandse Reisopera, de Hamburgische Staatsoper en de Staatsoper Hannover. De titelrol van Bizets Carmen vertolkte ze bij de Staatsoper Stuttgart en op het Glyndebourne Opera Festival. Tania Kross heeft drie cd’s op haar naam staan, waarvan de eerste, Corazón, in 2006 werd onderscheiden met de Edison Klassiek Publieksprijs. Tania Kross was initiatiefnemer van Katibu di Shon, de eerste opera in het Papiaments, die in 2013 in première ging in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Op Curaçao, waar in 2016 de schouwburg afbrandde, maakt ze zich hard voor een nieuw theater. De zangeres is ambassadeur van Muziek telt!, een initiatief om kinderen in aanraking te brengen met muziek, en het Leerorkest Amsterdam. Ze was te zien in films (Bon bini Holland, 2016 en Casa Coco, 2022) en tv-programma’s als Wie is de mol?, Beste zangers, Maestro, The Masked Singer, Secret Duets en DNA Singers. Bij het Concertgebouworkest zong Tania Kross in 2007 (Bruckners Mis in f klein) en 2008 (Falla en Rossini).

Katrien Baerts, sopraan

Katrien Baerts studeerde aan de Dutch National Academy en behaalde haar masterdiploma’s zang en viool aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. In 2011 nam ze deel aan de Koningin Elisabethwedstrijd. De Belgische sopraan vertolkte onder meer Micaëla in Bizets Carmen en de Mozart-rollen Pamina in Die ­Zauberflöte en Despina in Così fan tutte; bij De Nationale Opera debuteerde ze in Bergs Lulu.

Op het concertpodium zong ze bijvoorbeeld Mahlers Vierde symfonie en Les Illuminations van Britten. Nieuwe muziek heeft haar speciale interesse. Zo engageerde de NTR Zaterdag­Matinee haar voor de wereldpremières van The Rise of Spinoza van Loevendie en Suster Bertken van Zuidam.

In Tokio was Katrien Baerts te horen in Defoorts House of the Sleeping Beauties en tijdens de Ruhr­triënnale werkte ze mee aan de première van Neuwirths Bählamms Fest. In 2025 kreeg ze carte blanche bij het Muziekgebouw en Asko|Schönberg, wat leidde tot haar muziektheatrale uitvoering Ophelia’s Next ­Appearance. Recente hoogtepunten waren ook ­Ligeti’s ­Mysteries of the Macabre met het Antwerp Symphony Orchestra en haar debuut bij het Ensemble intercontemporain met The Living Mountain van Larcher.

Voor een Grisey-opname met het WDR Sinfonieorchester kreeg ze in 2023 een Preis der deutschen Schallplattenkritik. Katrien Baerts debuteerde in maart 2025 bij het Concertgebouworkest in De Stad van Dis van Louis Andriessen onder leiding van Bas Wiegers.

Anneke Brassinga, dichter

Anneke Brassinga is een van de meest gelauwerde schrijvers en dichters van ons land. Ze groeide op in Schaarsbergen, studeerde vertaalkunde aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 1972 werkzaam als vertaler. Van haar hand verschenen vertalingen van onder meer Melville, Nabokov, Plath, Orwell en Beckett.

In 1974 publiceerde De Revisor het schrijversdebuut van Brassinga onder het pseudoniem A. Tuinman. In 1987 verscheen haar eerste dichtbundel Aurora en in 1993 haar eerste prozaboek. Onder haar proza-, essay- en dichtbundels vinden we Het zere been (2002), Bloeiend puin (2008), Ontij (2010), Het wederkerige (2014) en Verborgen tuinen (2019). Liefde en natuur vormen grote ’s in haar werk, evenals de taal zelf: de klank, de meerduidigheid van ieder woord en de eindeloze associatiereeksen waartoe een woord aanleiding kan geven.

Voor haar werk ontving ze onder meer de Herman Gorterprijs, de ECI-prijs, de VSB ­Poëzieprijs, de Ida Gerhardt ­Poëzieprijs, de Constantijn Huygens­prijs (2008) en de P.C. Hooftprijs (2015).

Groot Omroepkoor, koor

Het Groot Omroepkoor, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, is het enige professionele koor in Nederland dat het grote symfonische koorrepertoire uitvoert. Het koor is nauw verbonden met de Publieke Omroep en zingt veelvuldig in de omroepseries: de NTR ZaterdagMatinee, Het Zondagochtend Concert en het AVROTROS Vrijdagconcert.

Het repertoire beweegt zich tussen hedendaagse muziek (opdrachtwerken van zowel Nederlandse als buitenlandse componisten), oudere werken uit de negentiende en twintigste eeuw en . Het Groot Omroepkoor treedt op met orkesten van naam en faam, en werkt in de omroepseries doorgaans met het Radio Filharmonisch Orkest.

Ook met het Concertgebouworkest bestaat een lange, vruchtbare samenwerking. Bij de laatste gezamenlijke concerten in mei 2025 stond Mahlers Achtste symfonie op het ­programma onder leiding van Klaus Mäskelä. Samen met het Radio Filharmonisch Orkest ontving het Groot Omroepkoor in 2017 de Concertgebouw Prijs. Chef- sinds 2020 is Benjamin Goodson.