Concertgebouworkest speelt wereldpremière van George Benjamin

Koninklijk Concertgebouworkest
George Benjamin dirigent
Bejun Mehta countertenor
sopranen en alten van het Nederlands Kamerkoor instudering James Wood

 

 

Inleiding en Meet the Artists
Bij het concert op vrijdag 25 september geeft Jacqueline Oskamp een inleiding, die om 19.15 uur plaatsvindt in de Koorzaal. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (0900 671 83 45; 1 euro per gesprek) of afhalen aan de kassa van Het Concertgebouw.

Direct na het vrijdagconcert vindt Meet the Artists plaats in de Spiegelzaal. Adjunct-directeur artistieke zaken Joel Ethan Fried spreekt met George Benjamin, Bejun Mehta en een orkestmusicus.

Het concert van 26 september wordt opgenomen door voor uitzending op 27 september om 14.15 uur via NPO Radio 4.

György Ligeti 1923-2006

Clocks and Clouds (1972-73)
voor twaalfstemmig vrouwenkoor en orkest

George Benjamin 1960

Dream of the Song (2015)
voor countertenor, vrouwenkoor en orkest
The Pen
The Multiple Troubles of Man
Gazing through the Night
uit ‘Gacela del amor maravilloso’
The Gazelle
My Heart Thinks as the Sun Comes Up

geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest, het BBC Symphony Orchestra,  het Boston Symphony Orchestra en het Festival d’Automne; wereldpremière

pauze

Julian Anderson 1967

Eden (2005)
hommage aan Brancusi
voor orkest

eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest

Leoš Janáček 1854-1928

Sinfonietta (1926)
voor groot orkest
Allegretto (Fanfares)
Andante – Allegretto (Burcht)
Moderato (Het koninginneklooster)
Allegretto (Straat)
Allegro – Allegretto (Raadhuis)

 

In dit veelzijdige programma schakelt het Koninklijk Concertgebouworkest
heen en weer tussen de twintigste en de eenentwintigste eeuw alsmede tussen
Oost-Europa en Engeland. Het begrip klankkleur in al zijn nuances staat daarbij
centraal. Vóór de pauze is een belangrijke rol weggelegd voor de dames van het
Nederlands Kamerkoor.

Toelichting

György Ligeti: 1923-2006

Clocks and Clouds (1972-73)

De wonderlijke klankwereld van György Ligeti bevat variabele combinaties van strakke ritmische passages en langzaam verschuivende klankvelden. Af en toe heeft de onverbiddelijke ritmiek duidelijk de overhand, zoals in enkele s voor piano en in het geestige Poème symphonique voor honderd metronomen uit 1962. In andere werken overheerst juist een gevoel van traagheid, zoals in het schijnbaar statische orkestwerk Atmosphères uit 1961. Maar vaak bestaan beide categorieën naast elkaar binnen één en dezelfde compositie. In dat opzicht vat een titel als Clocks and Clouds de werkwijze van de Hongaarse componist treffend samen. Zo heet het werk voor orkest en vrouwenkoor dat Ligeti componeerde op verzoek van het festival musikprotokoll ’73 in het Oostenrijkse Graz. Hij ontleende de titel aan een essay uit 1966 van wetenschapsfilosoof Karl Popper getiteld Of Clouds and Clocks.

De precieze tempo-aanduidingen in de en enkele dwingende herhalingen van ritmische patronen horen bij de ‘clocks’, terwijl de overwegend zachte , de asynchrone en haast onmerkbare inzetten van het vrouwenkoor en de verwarrende microtonale inflecties er allemaal op wijzen dat Ligeti hier trouw blijft aan zijn voorliefde voor ‘clouds’, ‘klankwolken’.

De twaalf solistisch opererende zangeressen versmelten vaak met de instrumenten en zingen niet-bestaande lettergrepen die aan een kindertaal doen denken. In het orkest domineren de terwijl de strijkerssectie sterk gereduceerd is.

George Benjamin: 1960

Dream of the Song (2015)

Elke nieuwe compositie van George Benjamin is een evenement. De Engelse componist en is bepaald geen veelschrijver en heeft een patent op compacte werken waarin hij met een minimum aan noten een maximale zeggingskracht bereikt. In zijn gloednieuwe cyclus Dream of the Song geeft hij net als in zijn Written on Skin uit 2012 een hoofdrol aan Bejun Mehta. Deze zingt Hebreeuwse poezie van de elfde-eeuwse dichters Samuel HaNagid en Solomon Ibn Gabirol in Engelse vertaling van Peter Cole, terwijl een klein vrouwenkoor versregels van de Spanjaard Federico Garcia Lorca (gefusilleerd in 1936) in de originele versie brengt.

Een overeenkomst tussen deze drie dichters, aldus George Benjamin, is dat ze allen een deel van hun opleiding in de Andalusische stad Granada genoten. Alle teksten in Dream of the Song zijn terug te voeren op één bron: de Arabische dichtkunst die vanaf de negende eeuw in Andalusië bloeide. Benjamin zoekt vaker verbindingen met het verre verleden: in Written on Skin nam hij een achthonderd jaar oude legende uit Zuid-Frankrijk als uitgangspunt.

Dream of the Song bestaat uit zes delen met telkens een specifiek karakter. Benjamin omschrijft het openingsdeel The Pen als ‘energiek en vluchtig’, terwijl het tweede deel The Multiple Troubles of Man zoals te verwachten een nogal donkere uitstraling heeft. Dit sfeerverschil wordt in de solopartij weerspiegeld door een contrast tussen melismatische en flamboyante lijnen enerzijds en melancholische beschouwingen anderzijds.

In het contemplatieve derde deel laat het koor voor het eerst discreet van zich horen, terwijl de countertenor over eeuwigheid en sterfelijkheid mijmert. In het korte maar roerige vierde deel daarentegen zingt het koor fortissimo. Het vijfde deel, The Gazelle, is dromerig en smachtend, met alleen strijkers en countertenor. In het slotdeel zingen solist en koor – als het ware op duizend jaar afstand – elk een eigen tekst over hetzelfde onderwerp, de dageraad.

Bij de orkestrale begeleiding van deze liedcyclus legt Benjamin zichzelf zoals vaker flinke beperkingen op. Behalve de strijkers doen alleen twee hobo’s, vier s, twee harpen en een kleine sectie van twee spelers mee.

Zangteksten

Dream of the Song 

I – The Pen ()
Naked without either cover or dress,
utterly soulless, and hollow —
from its mouth come wisdom and prudence,
and in ambush it kills like an arrow.

            Solomon Ibn Gabirol

II – The Multiple Troubles Of Man (countertenor)
The multiple troubles of man,
my brother, like slander and pain,
amaze you? Consider the heart
which holds them all
in strangeness, and doesn’t break.

            Samuel HaNagid

III – Gazing through the Night (countertenor)
Gazing through the
night and its stars,
or the grass and its bugs,

I know in my heart these swarms
are the craft of surpassing wisdom.

Think: the skies
resemble a tent,
stretched taut by loops
and hooks;

and the moon with its stars,
a shepherdess,
on a meadow
grazing her flock;

and the crescent hull in the looser clouds
looks like a ship being tossed;

a whiter cloud, a girl
in her garden
tending her shrubs;

and the dew coming down is her sister
shaking water
from her hair onto the path;
as we
settle in our lives, 

like beasts in their ample stalls —
fleeing our terror or death,
like a dove
its hawk in flight — 

though we’ll lie in the end like a plate,
hammered into dust and shards 

            Samuel HaNagid

uit ‘Casida del llanto’ (vrouwenkoor)
Pero el llanto es un perro inmenso,
el llanto es un ángel inmenso,
el llanto es un violín inmenso,
las lágrimas amordazan al viento
y no se oye otra cosa que el llanto. 

            Federico García Lorca

IV – uit ‘Gacela del amor maravilloso’ (vrouwenkoor)
Cielos y campos
anudaban cadenas en mis manos. 

Campos y cielos
azotaban las llagas de mi cuerpo.

            Federico García Lorca

V – The Gazelle (countertenor)
I’d give everything I own for that gazelle
who, rising at night to his
harp and flute,
saw a cup in my hand
and said:
‘Drink your grape blood against my lips!’
And the moon was cut like a D,
on a dark robe, written in gold. 

            Samuel HaNagid

VI – My Heart Thinks as the Sun Comes Up (countertenor)
My heart thinks as the sun comes up
that what it does is wise:
as earth borrows its light,
as pledge it takes the stars. 

            Solomon Ibn Gabirol

uit ‘Casida del Herido por el Agua’ (vrouwenkoor)
¡qué desiertos de luz iban hundiendo
los arenales de la madrugada!

            Federico García Lorca

Gedichten van Federico García Lorca: uit Diván del Tamarit
© 1940 Herederos de Federico García Lorca

 Gedichten van Solomon Ibn Gabirol en Samuel HaNagid (oorspronkelijk Hebreeuws) uit The Dream of the Poem: Hebrew Poetry from Muslim and Christian Spain, 950-1492.
Vertaald, geredigeerd en ingeleid door Peter Cole
© Princeton University Press, 2007

Julian Anderson: 1967

Eden (2005)

Voor het eerst staat een van Julian Anderson op de lessenaars van het Concertgebouworkest. De Engelse componist heeft een grondige kennis van de orkestwereld. Na een residentie bij het kamerorkest 21 was hij van 2000 tot 2005 Composer in Association bij het City of Birmingham Symphony Orchestra (CBSO). Hij werkte ook nauw samen met The Cleveland Orchestra en het London Philharmonic Orchestra. Zijn werkenlijst vermeldt verder talrijke koorwerken en een op de mythe van Oedipus gebaseerde , Thebans, die vorig jaar jubelend werd ontvangen. Anderson doceert compositie aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.

Eden ontstond in 2005 tijdens Andersons residentie bij het CBSO. Voor dit eerbetoon aan beeldhouwer Constantin Brancusi (1876-1957) liet de componist zich inspireren door diens sculptuur De kus, waarin twee schematisch vormgegeven geliefden elkaar innig omhelzen. ‘Eden heeft een bewust heldere en doorzichtige oppervlakte’, schrijft Anderson, die al langer inspiratie put uit de eenvoud van Brancusi’s lijnenspel. De titel van dit korte orkestwerk verwijst naar de verloren onschuld die Anderson in het oeuvre van de Roemeens-Franse kunstenaar bespeurt. In de openingsmaten zetten en solo zonder vibrato en met niet-getempereerde noten een archaïsche sfeer neer. Later wordt de klank voller, maar de aangepaste stemming van enkele instrumenten (een kwarttoon lager) blijft de beïnvloeden. De componist verdeelt steeds de melodische lijn tussen verschillende instrumenten volgens de middeleeuwse hoketus-techniek.

Leoš Janáček: 1854-1928

Sinfonietta (1926)

Bijna negentig jaar na de eerste uitvoering maakt Sinfonietta van Leoš Janáček nog steeds indruk. Dit komt deels door de plechtige fanfare met onder meer negen ten waarmee het vijfdelige werk begint en eindigt. Maar ook Janáčeks gave om associaties met het traditionele orkestrepertoire te omzeilen zorgt voor een bijzondere luisterervaring. Militair aandoend patriottisme en volkse eenvoud gaan hand in hand, volgens een compositorisch patroon waarin de herhaling van pregnante motieven en filmische montage van contrasterende blokken de boventoon voeren. Marius Flothuis noemde Sinfonietta een mijlpaal, vooral op grond van de ingenieuze orkestratie.

Sinfonietta ontstond in twee fasen. Eerst schreef Janáček een fanfare voor een turnfestival in Praag, nadat hij samen met zijn jongere vriendin annex muze Kamilla Stösslová een openluchtoptreden van een militaire band in de stad Pisek had bijgewoond. Vervolgens componeerde hij nog vier delen, die inzoomen op plekken in zijn geliefde woonplaats Brno: achtereenvolgens Kasteel Spilberk, het Klooster van de Koningin, het geanimeerde straatleven en het stadhuis.

Michel Khalifa

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

George Benjamin, dirigent

Toen in maart 2023 de Ernst von Siemens Musikpreis werd toegekend aan George Benjamin werd hij gekenschetst als ‘een van de belangrijkste en invloedrijkste hedendaagse kunstenaars van de afgelopen decennia, die als componist én de nieuwe muziek mede vorm heeft gegeven’.

George Benjamin was compositieleerling van Olivier Messiaen en studeerde piano bij Yvonne Loriod. Zijn eerste orkestwerk, Ringed by the Flat Horizon, werd in 1980 uitgevoerd tijdens de BBC Proms.

Sindsdien ontving de Engelsman compositieopdrachten van gerenommeerde instituten, musici en festivals. Bij het Concertgebouworkest staan werken van George Benjamin sinds 1986 op het repertoire. Van zijn succesvolle ’s Into the Little Hill, Written on Skin en Lessons in Love and Violence waren de laatste twee coproducties van onder meer De Nationale Opera in Amsterdam en de ­Royal Opera in Londen.

Picture a Day Like This ging afgelopen zomer in première op het festival van Aix-en-Provence. George Benjamin dirigeert gezelschappen als het Ensemble Modern, het Ensemble intercontemporain en de Berliner Philharmoniker. Bij het Concertgebouworkest is hij sinds 2003 regelmatig te gast als . Zo leidde hij er in 2015 en 2019 zijn opdrachtwerk Dream of the Song.

George Benjamin is Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres en Commander of the Order of the British Empire en werd in 2017 geridderd in de Birthday Honours van Koningin Elizabeth. In 2022 ontving hij zowel de Ivor Novello Award als de Grand Prix artistique van de Fondation Simone et Cino Del Duca.

Bejun Mehta, countertenor

Bejun Mehta is een van de meest gevraagde en ter wereld. Zijn vader, pianist Dady Mehta, is een neef van Zubin Mehta; van zijn moeder, die zangeres was, kreeg hij zijn eerste zanglessen. Onder de grote ’s uit het repertoire van de Amerikaan zijn Glucks Orfeo ed Euridice en Händels Orlando.

In het Royal House Covent Garden, bij De Nationale Opera, de Metropolitan Opera en op de festivals van Salzburg, Glyndebourne en Aix-en-Provence is hij regelmatig te gast. Naast zijn activiteiten als operazanger treedt Bejun Mehta op met vooraanstaande orkesten en en. Zijn repertoire strekt zich uit van de tot hedendaagse muziek.

Bejun Mehta heeft tientallen cd’s op zijn naam staan. In 2013 opende de zanger een nieuw hoofdstuk in zijn carrière: hij dirigeerde het Belgische barokorkest B’Rock in symfonieën van Haydn en Mozart. Zijn rol in de succesvolle opera Written on Skin van George Benjamin is speciaal voor de zanger geschreven, evenals de partij van Dream of the Song waarmee Bejun Mehta in september 2015 debuteerde bij het Koninklijk Concertgebouworkest.