Concertgebouworkest speelt Tsjaikovski en Weinberg
Koninklijk Concertgebouworkest
Mirga Grazinyte-Tyla dirigent
Gabriela Montero piano
Dit programma maakt deel uit van de serie B.
Ook interessant:
- Even voorstellen: Mirga Grazinyte-Tyla
- Achtergrondverhaal: Allrounder Tsjaikovski
- Tsjaikovski dirigeerde bijna het Concertgebouworkest
Raminta Šerkšnytė (1975)
De profundis (1998)
Nederlandse première
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Pianoconcert nr. 1 in bes kl.t., op. 23 (1874-75, revisie 1879)
Allegro non troppo e molto maestoso – Allegro con spirito
Andante semplice – Prestissimo
Allegro con fuoco
pauze ± 21.10 uur
Mieczysław Weinberg (1919-1996)
Symfonie nr. 3 in b kl.t., op. 45 (1945-50, revisie 1959)
Allegro
Allegro giocoso
Adagio
Allegro vivace
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Raminta Šerkšnyte (1975)
De profundis
Door Carine Alders
Raminta Šerkšnyte werd geboren in Kaunas, na Vilnius de tweede stad in het toen nog door de Sovjet-Unie bezette Litouwen. Ze kreeg haar eerste pianolessen van haar tante. Tijdens haar tienerjaren voltrok zich de zingende revolutie, die op 11 maart 1990 tot de onafhankelijkheid leidde. Šerkšnyte trok naar Vilnius om compositie te studeren bij Osvaldas Balakauskas.
Met De profundis, haar eerste werk voor orkest, sloot ze als 22-jarige haar conservatoriumstudie af, om vervolgens de wijde wereld in te trekken voor masterclasses bij onder anderen Louis Andriessen, Pascal Dusapin en Helmut Lachenmann. De titel van dit dramatische jeugdopus (haar eigen woorden) verwijst naar de belevingswereld van jonge mensen, waarin extreme stemmingswisselingen elkaar snel op kunnen volgen. ‘Als jongere ben je op zoek naar buitengewone, levensveranderende ervaringen en geloof je in de diepe, bijna heilige oerkracht van kunst.
Vandaar ‘vanuit de diepte’, De profundis.’ Om de euforie en de melancholie te verklanken, maakt Šerkšnyte gebruik van conventionele middelen, waaronder een volle strijkersklank, een kleine terts en een symmetrisch ritmisch figuurtje. Het enige minder traditionele geluid komt van het ‘Bartók-’, waarbij de snaar zo hard geplukt wordt dat hij op het hout van de toets kletst.
Met deze vertrouwde klanken weet de componist een mysterieuze sfeer op te roepen. Met een imitatie van het dopplereffect wordt ruimtelijkheid gesuggereerd, korte stiltes volgen op luide en, alsof de ruimte akoestisch afgetast wordt. Naar het einde klinkt vanuit de lage strijkers een achtige vol melancholie. Met deze muziek nam Šerkšnyte al snel belangrijke ambassadeurs voor zich in; zo noemde Gidon Kremer het werk ‘een visitekaartje voor de Baltische muziek’. Mirga Grazinyte-Tyla voelt een zeer persoonlijke band met de poëtische en mysterieuze muziek van haar landgenoot, een stijl die ze gevat omschreef als ‘Ramintacism’.
Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)
Eerste pianoconcert
Door Carine Alders
In 1886, ruim tien jaar na de première in Boston, begon Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert aan een zegetocht in Nederland. Franz Mannstädt soleerde bij zijn eigen Berlijnse orkest in het Kurhaus te Scheveningen en had de dirigeerstok voor de gelegenheid overgedragen aan tweede kapelmeester Bernhard Breuer. Volgens de recensent ‘vloeide het werk over van moeilijkheden’; vermoedelijk had de directie van het Kurhaus daarom ook de verstandige maatregel genomen om te verbieden dat kelners aan tafel bedienden tijdens het soloconcert.
Mannstädt werd enthousiast toegejuicht, ontving een lauwerkrans en zou het meesterwerk nog verschillende malen in Scheveningen uitvoeren. In Amsterdam klonk het pianoconcert voor het eerst in 1899, onder de baton van Willem Mengelberg, met Frederic Lamond als solist. Sindsdien stond de muziek meer dan honderd keer op de lessenaars, met illustere solisten als Vladimir Horowitz, Arthur Rubinstein en Youri Egorov.
Het Eerste pianoconcert werd echter in de intieme kring van Tsjaikovski in eerste instantie met veel minder enthousiasme ontvangen. Niet voor niets vond de première ver van huis plaats. Drie dagen na de voltooiing speelde de componist het door voor de grote pianist Nikolai Rubinstein, tevens directeur van het conservatorium waar Tsjaikovski lesgaf. De componist speelde het eerste deel, Rubinstein zweeg.
De feedback op pianistische aspecten waar hij behoefte aan had bleef uit. Tsjaikovski speelde het hele concert uit, Rubinstein zweeg nog altijd. Uiteindelijk brak de pianist los met vernietigende kritiek: het concert was waardeloos, zou helemaal opnieuw geschreven moeten worden. Boos en beledigd trok Tsjaikovski zich terug. Hij weigerde ook maar een noot te veranderen en zo was het niet Rubinstein in Moskou die het werk in première bracht, maar Hans von Bülow in Boston. Daar was het publiek zo enthousiast, dat de finale herhaald moest worden. In Moskou klonk het ruim een maand later alsnog, met Sergej Tanejev aan de piano en op de bok… Nikolai Rubinstein, die inmiddels van gedachten veranderd was.
Mieczysław Weinberg (1919-1996)
Derde symfonie
Door Carine Alders
Mieczysław Weinberg had al het nodige meegemaakt toen hij in 1943 vanuit Tasjkent een compositie naar Dmitri Sjostakovitsj in Moskou opstuurde. Hij groeide op in Warschau, in het reizende joodse theater van zijn vader, en moest als conservatoriumstudent voor de nazi’s vluchten. Via Minsk belandde hij in Tasjkent. Sjostakovitsj was enthousiast over Weinbergs muziek en regelde dat zijn jonge collega zich in Moskou kon vestigen. Daar werden de twee vrienden voor het leven.
Zodra de noten droog waren, speelden ze elkaar hun nieuwe muziek voor. De wederzijdse invloed hoor je duidelijk terug in de Derde symfonie. Toen het Sovjet-regime dicteerde dat componisten moesten bijdragen aan de opbouw van de arbeidersrepubliek door opgewekte muziek voor het volk te schrijven – liefst gebaseerd op traditionele volksmuziek – kon Weinberg moeiteloos putten uit de joodse, Poolse en Moldavische volksmuziek uit zijn jeugd. Maar terwijl de Componistenbond in vergadering bijeen was om kennis te nemen van de nieuwste decreten, werd zijn joodse schoonvader in opdracht van Stalin vermoord. De nazi’s waren verslagen, maar het antisemitisme was dat allerminst.
Weinberg kreeg vanaf dat moment ‘beveiliging’ en werd overal gevolgd door twee mannen die voortdurend aantekeningen maakten. In deze angstige en verwarrende periode kreeg hij geen staatsopdrachten en verdiende hij de kost met muziek voor theater, tekenfilms, radio en circus. Zijn eigen muziek componeerde hij in de luwte. In de Derde symfonie klinken een Witrussisch volksliedje over de maan en een Poolse -achtige . Hij schreef de gevraagde toegankelijke muziek voor het volk, maar nooit in een rechte, opgewekte lijn naar het einde. Onder de pastorale melodie in de opening klinken rusteloze strijkers, het deel eindigt in een vervreemdend .
Het vrolijke tweede deel ontwikkelt zich op een circusachtige manier, gevolgd door een intens waarin de luisteraar heen en weer geslingerd wordt tussen berusting en opstandigheid. Het sterk ritmische laatste deel verkleurt van angstaanjagend naar lieflijk dansend en weer terug. Bijna was de symfonie in 1950 in première gegaan, totdat de componist bij de repetities enkele ‘fouten’ ontdekte en zijn werk terugtrok.
De première zou pas tien jaar later plaatsvinden.
In een interview met Preludium in mei 2019, toen ze in Het Concertgebouw te gast was met het City of Birmingham Symphony Orchestra, blikte Mirga Grazinyte-Tyla vooruit op dit werk: ‘Die symfonie is licht en vol geluk. Ik kan wel zeggen dat de ontdekking van Weinberg een liefde voor het leven is.’
Biografie
Mirga Gražinytė-Tyla, dirigent
Mirga Gražinytė-Tyla werd in een muzikale familie geboren in Vilnius; ze voegde ‘Tyla’ toe aan haar naam, het Litouwse woord voor ‘stilte’. Ze studeerde aan de conservatoria van Leipzig, Bologna en Zürich en assisteerde in 2009 Kurt Masur bij het Orchestre National de France.
De Young Conductors Award van de Salzburger Festspiele 2012 leidde haar internationale doorbraak in.
Het jaar daarop leidde ze in Salzburg het Gustav Mahler Jugendorchester en werd ze benoemd tot Kapellmeister van de Bern Oper. Bij de Los Angeles Philharmonic was ze tussen 2012 en 2017 achtereenvolgens Dudamel Fellow, assistent- en associate conductor.
In februari 2016 werd Mirga Gražinytė-Tyla benoemd tot music director van het City of Birmingham Symphony Orchestra, waarmee ze zich schaarde in het rijtje Simon Rattle, Sakari Oramo en Andris Nelsons. Met dit orkest maakte ze in mei 2019 haar Concertgebouwdebuut, en in maart 2023 keerden ze samen terug.
Aan het eind van 2021/2022 trad ze in Birmingham terug als chef, ze bleef een seizoen eerste gastdirigent en daarna werd ze associate artist. Mirga Gražinyte-Tyla is een veelgevraagd gastdirigent, en zo maakte ze in april 2023 haar – van voorjaar 2021 uitgestelde – debuut bij het Concertgebouworkest.
Actuele hoogtepunten zijn concerten met het Sinfonieorchester Basel, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia di Santa Cecilia, de Münchner Philharmoniker en The Philadelphia Orchestra, en debuten bij de New York Philharmonic, de Staatskapelle Dresden en in het Teatro Real in Madrid met Mieczysław Weinbergs The Passenger.
’s leidde ze eerder in München, Heidelberg, Salzburg en Berlijn, en het was de veelvuldige samenwerking met Gidon Kremer en zijn Kremerata Baltica die haar op het spoor zette van de veronachtzaamde componist Weinberg.
Gabriela Montero
Gabriela Montero kreeg haar eerste pianolessen van Lyl Tiempo en studeerde dankzij een staatsbeurs in de Verenigde Staten en bij Hamish Milne aan de Royal Academy of Music in Londen. Ze was onder meer prijswinnaar op het Chopin Concours 1995 in Warschau en won de Rockefeller Award (2012) en de Heidelberger Frühling Musikpreis (2018).
De pianiste bekleedde residencies bij de en van São Paolo en Basel en bij het Praagse Radio Symfonieorkest.
Bij het National Arts Centre of Canada is ze sinds september 2020 voor vier concertseizoenen creatief partner. Met ingang van 2022/2023 koestert ze het langjarig project ‘Gabriela Montero at Prager’ aan het Prager Family Center for the Arts in Easton (Maryland) en het ‘Gabriela Montero Piano Lab’, een mentorprogramma van het wereldconservatorium Academy. Haar eigen Latin Concerto (2016) voerde ze onder leiding van Marin Alsop uit met de en van Chicago en Dallas. Met het Orchestra of the Americas nam ze het werk op en tourde ze ermee langs onder meer de Elbphilharmonie in Hamburg, het Edinburgh Festival en Carnegie Hall in New York. Solorecitals gaf Gabriela Montero op de grote podia van Londen, Wenen, Berlijn, Frankfurt, München, Seoul, Hongkong, Sydney en New York, en ze was meermaals te gast op het Progetto Martha Argerich Festival in Lugano.
Haar opnames – Bach, Ravel, Rachmaninoff, eigen werk – leverden haar een Grammy en twee Echo Klassiks op. Op 20 januari 2009 luisterde Gabriela Montero samen met Itzhak Perlman, Yo-Yo Ma en Anthony McGill de inauguratie op van Barack Obama als president van de Verenigde Staten. De pianiste is een toegewijd strijder voor mensenrechten; haar Grammy-winnende symfonische gedicht Ex Patria (2011) is een protest tegen het verval van haar geboorteland Venezuela in wetteloosheid, corruptie en geweld. Amnesty International benoemde haar in 2015 tot honorair consul, ze sprak en speelde twee keer op het World Economic Forum in Davos en in 2018 kreeg ze in Bonn de vierde Internationale Beethovenpreis für Menschenrechte toegekend.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


