Concertgebouworkest speelt Tsjaikovski en Rachmaninoff
Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Kristine Opolais sopraan
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893
Romeo en Julia (1869-70, versie 1880)
ouverture-fantasie naar Shakespeare’s drama
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Zdes’ khorosho (Het is hier mooi)
nr. 7 uit 12 Romances, op. 21 (1900-02)
bewerking Michael Rot (2005)
eerste uitvoering door het Koninklijk Concertgebouworkest
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Briefscène uit ‘Jevgeni Onjegin’ (1881)
pauze
Serge Rachmaninoff
Symfonische dansen, op. 45 (1940)
Non allegro
Andante con moto (Tempo di valse)
Lento assai - Allegro vivace
begin van de pauze ca. 20.55 uur
einde van het concert ca. 22.00 uur
dit programma maakt deel uit van de Serie B
Toelichting
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
romeo en julia
Tekst: Olga de Kort
Het trieste verhaal van twee jonge geliefden in het veertiende-eeuwse Verona inspireerde componisten tot ruim vijfentwintig ’s en niet minder dan vijf orkestwerken. Ook Pjotr Iljitsj Tsjaikovski raakte onder de indruk van de noodlottige liefde van Romeo en Julia en stortte zich in 1869 vol overgave op het componeren van een programmatische ouverture.
Dit werk bood hem de nodige afleiding na het onverwachte huwelijk van zijn toenmalige verloofde, de Belgische zangeres Désirée Artôt, met een Spaanse bariton. Hoewel het publiek en de collega-musici de Ouverture met veel enthousiasme begroetten, bleef de componist eindeloos schaven. Pas elf jaar en drie versies later was Tsjaikovski enigszins tevreden.
De vernieuwde orkestratie zorgde ervoor dat de Ouverture onmiddellijk tot een van de mooiste composities in het Russische orkestrepertoire werd gerekend. Muziekcritici Hermann Laroche, Vladimir Stasov en componist Nikolaj Rimski-Korsakov wedijverden met elkaar in het vinden van superlatieven om al deze, volgens Laroche, ‘onweerstaanbare en fascinerende ën’ van Tsjaikovski te beschrijven. Stasov bestempelde de Ouverture als een poëtisch, gepassioneerd en ‘eindeloos elegant’ stuk.
Geïnspireerd door het succes, maakte Tsjaikovski meteen de eerste schetsen voor een Romeo en Julia-. Maar nieuwe projecten en nieuwe dromen dreven hem steeds verder weg van dit ‘oude en eeuwig nieuwe’ verhaal.
Serge Rachmaninoff 1873-1943
Zdes' Khorosho
Onaardse vrede, rust en stilte, zoals alleen in de natuur te vinden zijn, dat zijn de droombeelden die Serge Rachmaninoff in het gedicht van Glafira Galina (1873–1942) terugvond.
In zijn romance Zdes Khorosho, ‘Het is hier mooi’, is geen spoor te vinden van shakespeariaans drama. De wereldse stormen lijken geen invloed te hebben op de eeuwige stilte en schoonheid van het vergezicht.
De afwezigheid van mensen speelt ongetwijfeld ook een rol. In plaats van twijfels en pessimisme van het fin de siècle bezingt de romance de eenwording met de natuur en de vredige contemplatie.
De romance is een van de twaalf eren (oorspronkelijk met pianobegeleiding) van een cyclus over zeldzame momenten van geluk. Met de opbrengst van de romances was de net getrouwde Rachmaninoff van plan om op huwelijksreis te gaan.
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
briefscene uit 'jevgeni onjegin'
Voor Tsjaikovski zouden zijn dromen pas uitkomen als hij het als componist zou hebben gemaakt. Bijzonder kritisch als hij was over zijn eerste composities, beschouwde Tsjaikovski de vier opera’s uit 1868-1874 als weinig geslaagde probeersels. De eerste twee overleefden zijn kritische aanvallen dan ook niet. Slechts de vijfde opera, Jevgeni Onjegin, voldeed aan de maatstaven van de componist en bracht hem bovendien het langverwachte succes.
Uit de vele verhaallijnen en gebeurtenissen die de beroemde ‘roman in verzen’ van Aleksandr Poesjkin rijk is, heeft Tsjaikovski slechts enkele e ’s m het gevoelsleven van de hoofdpersonages Tatjana en Onjegin gekozen.
Het tweede tafereel van het eerste bedrijf van zijn ‘roman in muziek’ is gewijd aan de verliefde Tatjana, een verlegen en dromerig meisje, verzot op lezen en de natuur. In haar brief aan de koele scepticus Onjegin opent ze haar gekwelde hart en legt haar lot in zijn handen. Ze weet het zeker: haar hele leven was een voorbereiding op de ontmoeting met deze ‘noodlottige verleider’.
Tsjaikovski’s muzikale intonaties zijn even hartstochtelijk als Tatjana’s brief, en doordrenkt met ‘het magische gif van het verlangen’. Vervuld van angst en schaamte stuurt de naïeve en onervaren Tatjana haar brief aan Onjegin, volledig vertrouwend op zijn eergevoel, onwetend van de vernederende koude douche die de raadselachtige buurman voor haar in petto heeft.
Serge Rachmaninoff 1873-1943
symfonische dansen
Voor Rachmaninoff waren het geen dromen maar herinneringen aan voorbijgevlogen jaren die hij aan de van zijn laatste orkestwerk toevertrouwde. Hij liet geen dagboeken of memoires na, zijn muziek was volgens hem al veelzeggend genoeg en onthulde alles wat wij over hem zouden moeten weten. Met de Symfonische dansen wierp Rachmaninoff een laatste blik op zijn jeugd en bladerde door de pagina’s van zijn leven.
Zijn oorspronkelijke idee om de drie delen titels te geven als ‘Ochtend’, ‘Middag’ en ‘Avond’ vond hij uiteindelijk veel te persoonlijk. In plaats daarvan vulde de componist de dansen met citaten uit zijn werken, waaronder de roemruchte Eerste symfonie. Hij liet als het ware alles nog een keer voorbijkomen in een onstuitbare draaikolk van ën uit een leven dat onverbiddelijk zijn einde naderde.
De klanken van zijn geliefde - in de derde dans vormen de laatste halte in het levensverhaal. Ze zijn niet alleen zijn eigen afscheid van alle dromen en herinneringen, maar ook zijn muzikale afscheid dat de 67-jarige Rachmaninoff met deze laatste compositie nam van de wereld.
De componist droeg zijn Symfonische dansen op aan The Philadelphia Orchestra en zijn Eugene Ormandy. Maar nog voordat hij de eerste pagina aan Ormandy stuurde, liet Rachmaninoff zijn werk aan de choreograaf Michail Fokine zien in de hoop op een balletvoorstelling. Hoewel deze enthousiast reageerde, ging het project niet door. Evenmin als de plannen van de componist om het orkest bij de grammofoonopname van dit werk zelf te dirigeren.
Rachmaninoff voelde zich al veel te zwak en vermoeid; hij moest ervan afzien om zijn overbelaste armen te besparen. Met een bittere glimlach noemde Rachmaninoff de Dansen zijn allerlaatste ‘vuurvonk’.
Biografie
Semyon Bychkov, dirigent
Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.
Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).
Als gastdirigent staat Semyon Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met Sjostakovitsj’ Zevende symfonie, ‘Leningrad’.
De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.
Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.
Kristine Opolais, sopraan
De Letse sopraan Kristine Opolais begon haar zangstudie aan de Muziekacademie van haar geboorteland. Later nam ze les bij Margreet Honig in Amsterdam.
Van 2003 tot 2007 soleerde Kristine Opolais bij de Letse Nationale . Ze vertolkte diverse operarollen in het Schiller Theater in Berlijn, het Teatro alla Scala in Milaan en de Wiener Staatsoper, waarna ze in oktober 2010 definitief doorbrak met haar debuut in de Bayerische Staatsoper te München in de titelrol van Dvořáks Rusalka.
Kristine Opolais keerde diverse malen terug in de genoemde operahuizen en voegde er onder andere het Royal Opera House Covent Garden, het Opernhaus Zürich en de Opéra National de Paris aan toe.
Met de Metropolitan in New York heeft ze een sterke band sinds haar debuut in 2013. In april 2014 baarde ze er opzien met twee verschillende Puccini-roldebuten binnen achttien uur – 's avonds Cio-Cio San in Puccini’s Madama Butterfly, waarna ze de volgende middag inviel als Mimi in La bohème.
Afgelopen januari zong ze in New York de titelrol van Puccini’s Manon Lescaut. Ook is Kristine Opolais in toenemende mate een graag geziene gast in de belangrijke Europese en Amerikaanse concertzalen.
Kristine Opolais maakt haar debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


