Concertgebouworkest speelt Tristan und Isolde
Concertgebouworkest
Daniel Harding dirigent
Christine Goerke sopraan (Isolde)
Stuart Skelton tenor (Tristan)
Claudia Mahnke mezzosopraan (Brangäne)
Matthias Goerne bas (Marke)
Mark Omvlee tenor (Melot)
Stefan Astakhov bariton (Kurwenal)
Dit concert wordt voorzien van boventiteling in Nederlands en Engels (vertaling Jonathan Barton).
Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 8 september om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Productie mede mogelijk gemaakt door Melvyn Krauss.
Richard Wagner (1813-1883)
Tweede bedrijf uit ‘Tristan und Isolde’
(1857-59, première 1865 München)
Voorspel. Sehr lebhaft – Scène 1 (Isolde, Brangäne) – Scène 2 (Tristan, Isolde) – Scène 3 (Tristan, Isolde, Brangäne, Kurwenal, Melot, König Marke)
er is geen pauze
einde ± 21.30 uur
Toelichting
Richard Wagner 1813-1883
Tristan und Isolde
Door Michel Khalifa
Twee geliefden beleven een extatische nacht samen. Hun relatie is pril, hartstochtelijk en onwettig. Ze beseffen dat hun liefde gedoemd is en dat de dood hun enige uitweg is. Bij het aanbreken van de dag worden ze verraden.
Tegenover deze nuchtere samenvatting van het tweede bedrijf uit Tristan und Isolde (een uitgebreidere verhaallijn volgt later in deze toelichting) staan in de omvangrijke literatuur over Richard Wagner talrijke poëtische beschrijvingen, zoals deze door Wagner-bewonderaar Thomas Mann: ‘O exuberante en onverzadigbare jubel van de vereniging in het eeuwige aan gene zijde van alles! Bevrijd van de pijnigende dwaling, van het zijn ontsnapt aan de ketenen van ruimte en tijd, smolten het Jij en het Ik, het Dijn en het Mijn ineen tot één verheven genot. (…) Wie in zijn liefde een inzicht kreeg in de nacht van de dood en het heerlijke geheim dat daarin schuilt, hem bleef in de waan van het licht een uniek smachten over, het smachtende heimwee, verlangend terug te kunnen naar de heilige nacht, de eeuwige, de ware, de eenheid brengende…
Manns bloemrijke taal past bij de meeslepende energie van Wagners muziekdrama en sluit perfect aan bij het romantische referentiekader waarin de componist zijn leven lang opereerde. Tristan und Isolde ontstond in de jaren vijftig van de negentiende eeuw, maar de tiek ervan is schatplichtig aan de ideeën die de oer-romantici meer dan een halve eeuw eerder ontvouwden. Vooral het ophemelen van de nacht ten koste van het daglicht, een centraal thema in het tweede bedrijf van Tristan, verwijst naar de voorgaande generaties: bijvoorbeeld Novalis’ gedichtencyclus Hymnen an die Nacht en Schuberts Nacht und Träume op een gedicht van zijn tijdgenoot Matthäus von Collin drukken al de hoop uit dat de nacht, bij uitstek het domein van liefde, mysterie en droom, eeuwig zal duren.
Behalve dichter Novalis leverden minstens vier mensen uiteenlopende bijdragen aan de totstandkoming van Tristan und Isolde. Filosoof Arthur Schopenhauer leverde de geestelijke brandstof, de getrouwde Mathilde Wesendonck zorgde voor de zintuiglijke prikkel omdat Wagner met haar een verboden (wellicht niet geconsumeerde) liefdesrelatie onderhield, de Braziliaanse consul in Dresden kwam met het idee van een lichtere (!) tegenhanger voor de grote Ring-cyclus waarmee Wagner toen bezig was en, last but not least, de jonge Beierse koning Ludwig II maakte met een flinke kapitaalinjectie de eerste uitvoering in München mogelijk.
Om verschillende redenen ligt het voor de hand om het tweede bedrijf van Tristan afzonderlijk te programmeren. Met een duur van ongeveer zeventig minuten past dit middelste bedrijf perfect binnen een concertformaat. Dit is veel minder dan de totale lengte van de (bijna vier uur), maar veel meer dan de selectie van ruim een kwartier (prelude en instrumentale ‘Liebestod’, ofwel de slotscène zonder de stem van Isolde) die op voorspraak van Wagner zelf geregeld te horen is tijdens symfonische concerten.
Ook uit muzikaal-dramaturgisch oogpunt komt het zelfstandige tweede bedrijf over als een eenheid. Dit bedrijf onderscheidt zich van de andere twee in dat het zich zoals vermeld ’s nachts afspeelt, en in dat het liefdespaar centraal staat. Het eerste bedrijf draait vooral m de woede van Isolde (omdat Tristan haar verloofde heeft gedood en haar uithuwelijkt aan koning Marke), in het derde zal vooral de stervende Tristan de aandacht opeisen. In het tweede bedrijf ligt bovendien de kern van de handeling besloten: onder invloed van de liefdesdrank verraadt Tristan zijn oom koning Marke, voor wie hij Isolde als bruid uit Ierland haalde; hij wordt vervolgens zelf verraden door zijn vriend Melot, die ook op Isolde verliefd is. De emotionele lading en het opgehoopte verlangen van de prelude krijgen in dit middelste bedrijf hun volle betekenis, terwijl de twee minnaars in hun intieme gesprekken de weg effenen naar de berusting in de Liebestod.
Scène 1
Het tweede bedrijf begint met een levendige orkestrale inleiding waarin Wagner het ongeduld van Isolde muzikaal uitbeeldt. Heel toepasselijk klinkt bij herhaling het korte, chromatisch stijgende ‘Sehnsuchtsmotiv’ uit de prelude. Isolde wacht met hunkerend verlangen op Tristan om de innige ontmoeting voort te zetten die aan het eind van het eerste bedrijf onderbroken werd door de aankomst van hun schip in Cornwall. De nacht is gevallen, en de door de liefdesdrank betoverde minnaars zien hun kans schoon om elkaar weer te treffen, nu koning Marke en zijn gevolg gaan jagen.
In het eerste tafereel bootsen afnemende fanfares het vertrek van de jachtstoet na. Isolde spreekt met haar vertrouwelinge Brangäne, die haar tot rust maant en met scherpzinnige blik waarschuwt voor Tristans vriend Melot. Maar niets kan Isolde tegenhouden. Op haar bevel gaat Brangäne op de uitkijk staan. Isolde ontwaart Tristan in de verte en rent naar hem toe tijdens een machtig orkestraal .
Scène 2
Hun stormachtige omhelzing vormt het begin van de tweede scène. Begeleid door jubelklanken van het orkest geven ze zich aan elkaar over. Hun gelukskreten maken geleidelijk plaats voor langere bespiegelingen over hun gedeelde verleden. De hoge muzikale (en ongetwijfeld erotische) golven houden langer aan, maar gaan geleidelijk over in een ingetogen hymne aan de ‘nacht van liefde’. Vanaf dat moment ontspint zich een zachte en gedragen episode. Brangäne knoopt aan bij deze tedere sfeer met de melding dat de nacht bijna voorbij is. In reactie op deze ongewenste boodschap slaan de twee tortelduifjes nu een ernstige toon aan, als ze reflecteren over de ‘machtige dood’, die hun liefdesband juist gaat versterken. De van de Liebestod klinkt hier alvast een paar keer. Kort na Brangänes tweede aanmaning zwelt de muziek weer aan, terwijl Tristan en Isolde een laatste keer ‘in geestdriftige hartstocht’ de eeuwige nacht bezingen.
Scène 3
De noodlottige ontknoping tekent zich af in de derde scène. Melot heeft koning Marke geleid naar de tuin waar ze bij ochtendschemering het liefdespaar op heterdaad betrappen. Opeens klinkt het orkest veel donkerder. Begeleid door de basklarinet en later door de lage strijkers geeft Marke op edele toon uiting aan zijn verdriet en onbegrip, nu zijn neefje Tristan hem bedrogen heeft. Als Tristan weer kort het woord neemt, klinkt het begin van de prelude. Hij en Isolde bevestigen hun wederzijdse genegenheid, waarna Melot, buiten zichzelf van woede, zijn zwaard trekt. Tot een echt gevecht komt het niet: Tristan laat zich verwonden en valt neer.
Biografie
Daniel Harding, dirigent
Nog maar achttien was Daniel Harding toen hij in 1994 zijn loopbaan begon als assistent van Simon Rattle bij het City of Birmingham Symphony Orchestra. Het seizoen erop assisteerde hij Claudio Abbado bij de Berliner Philharmoniker.
Momenteel is hij chef- van het Swedish Radio Symphony Orchestra (sinds 2007) en eredirigent van het Mahler Chamber Orchestra, waarmee hij al meer dan twintig jaar werkt. Komende herfst volgt hij Antonio Pappano op als chef-dirigent van het orkest en koor van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome en gaat hij Youth Music Culture The Greater Bay Area leiden in China.
Van 2007 tot 2017 was Daniel Harding eerste gastdirigent van het London Symphony Orchestra en van 2016 tot 2019 artistiek leider van het Orchestre de Paris. Als gastdirigent wordt hij uitgenodigd door de Wiener en de Berliner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, de Filarmonica della Scala en de grote Amerikaanse orkesten. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2004.
producties leidde de in Milaan, Aix-en-Provence, Londen, Wenen, Salzburg en München. Daniel Harding werd geboren in Oxford, studeerde aan Chetham’s School of Music in Manchester en speelde op zijn dertiende in het National Youth Orchestra of Great Britain. De musicus is tevens gekwalificeerd lijnvluchtpiloot. Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was op 26 mei 2023 in Mahlers Zevende symfonie met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks.
Christine Goerke, sopraan
Christine Goerke studeerde zang in haar geboorteplaats New York. De sopraan treedt op in vooraanstaande huizen wereldwijd, waaronder de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen en La Scala in Milaan. Naast e sopraanrollen van Mozart en Händel staan de laatste jaren steeds vaker dramatische Wagner- en Strauss-rollen op haar repertoire.
Zo werd ze in maart 2019 hoog geprezen om haar vertolking van Brünnhilde in Wagners Der Ring des Nibelungen bij de Metropolitan . Daarnaast had ze veel succes met Wagner-rollen als Kundry in Parsifal, Ortrud in Lohengrin, de titelrollen van Richard Strauss’ Elektra en dne auf Naxos, Puccini’s Turandot, Alice Ford in Verdi’s Falstaff en Ellen Orford in Brittens Peter Grimes.
In 2001 won ze de prestigieuze Richard Tucker Award. In 2015 werd ze door Musical America uitgeroepen tot Vocalist of the Year en in 2017 werd ze geëerd met een Opera News Award. Christine Goerke debuteerde in december 2016 bij het Concertgebouworkest als Brünnhilde in het derde bedrijf van Wagners Die Walküre onder leiding van Valery Gergiev. In september 2018 vertolkte ze Marguerite in Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher.
Stuart Skelton, tenor
Stuart Skelton, geboren in Sydney, studeerde zang aan de University of Cincinnati en maakte vervolgens deel uit van het Merola Program van de San Francisco Opera. Inmiddels staat hij al jaren bekend als een van de beste heldentenoren van zijn generatie.
Bij de International Opera Awards 2014 werd hij verkozen tot Male Singer of the Year. Stuart Skelton soleerde in operaproducties van bekende theaters als de Metropolitan Opera in New York, het Milanese Teatro alla Scala en de Deutsche Oper in Berlijn.
In recente jaren maakte hij grote indruk als Sigmund in Wagners Die Walküre, onder meer tijdens zijn debuut bij de Royal en in New York. Ook voor de titelrollen van Brittens Peter Grimes en Verdi’s Otello kreeg hij veel waardering. Daarnaast is Stuart Skelton een veelgevraagd solist bij en. Zijn concertrepertoire bevat onder meer Das klagende en Das Lied von der Erde van Mahler, Beethovens Negende symfonie en Missa solemnis en Verdi’s Messa da requiem.
Stuart Skelton debuteerde in 2019 bij het Concertgebouworkest met de mannelijke titelrol in het tweede bedrijf van Tristan und Isolde onder leiding van Daniel Harding.
Claudia Mahnke, mezzosopraan
Claudia Mahnke studeerde bij Heidi Petzold aan de Musikhochschule in Dresden. De afgelopen jaren zette ze zichzelf internationaal op de kaart met Wagner-rollen als Brangäne in Tristan und Isolde en (onder meer tijdens de Bayreuther Festspiele) Fricka in Das Rheingold en Die Walküre, en met haar vertolkingen van Judith in Bartóks Hertog Blauwbaards burcht, Didon in Berlioz’ Les Troyens en Selika in Meyerbeers L’Africaine.
Van 1996 tot 2006 was de Duitse mezzosopraan verbonden aan de Oper Stuttgart, waar ze een breed repertoire ontwikkelde. Zo had ze in deze periode veel succes met de titelrol in Hartmanns Simplicius Simplicissimus, Miranda in Adès’ The Tempest en Marguerite in Berlioz’ La damnation de Faust. Andere vermeldenswaardige interpretaties zijn die van Kundry in Wagners Parsifal (Staatsoper Hamburg) en Iocaste in Stravinsky’s Oedipus Rex (Sächsische Staatsoper Dresden). Claudia Mahnke debuteert bij het Concertgebouworkest.
Matthias Goerne, bariton
Matthias Goerne wordt geprezen om zijn diepgaande interpretaties van en . Hij werd geëngageerd door de grote operahuizen, zoals de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen, de Opéra national de Paris en de Wiener Staatsoper, in rollen als Wotan, Amfortas, Marke, Blauwbaard en Wozzeck.
Hij werkt geregeld met vooraanstaande en – Simon Rattle, Kirill Petrenko, Gustavo Dudamel, Christoph Eschenbach, Franz Welser-Möst, Herbert Blomstedt, Fabio Luisi, Manfred Honeck, Jaap van Zweden, Yannick Nézet-Séguin – en maakt zijn opwachting bij befaamde orkesten en festivals. Matthias Goerne won talloze prijzen, werd vijf keer genomineerd voor een Grammy en is lid van de Royal Philharmonic Society.
Om zijn artistieke horizon te verbreden debuteert hij in Toulouse als regisseur in Salome (Richard Strauss). Recente hoogtepunten zijn onder meer cycli van Schubert met Maria João Pires en Daniil Trifonov, uitgevoerd in heel Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië, en de wereldpremière van Jörg Widmanns Schumannliebe. Matthias Goerne, geboren in Weimar, studeerde bij Hans-Joachim Beyer, Elisabeth Schwarzkopf en Dietrich Fischer-Dieskau.
Mark Omvlee, tenor (Melot)
De Nederlandse tenor Mark Omvlee studeerde in 2003 af bij Hein Meens aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij werd verder gecoacht door onder anderen Gemma Visser, Marcel Reijans en Miranda van Kralingen. Zijn eerste successen beleefde de tenor bij Holland Opera en later bij Opera Zuid, waar hij in 2006 debuteerde in de titelrol van Stravinsky’s Mavra.
In recente jaren was hij als solist enkele malen te gast bij De Nationale Opera, onder meer in Poulencs Dialogues des Carmélites. Daarnaast vertolkte hij bijvoorbeeld Monostatos in Die Zauberflöte van Mozart met Christophe Rousset en Les Talens Lyriques in diverse Franse steden en de hoofdrol (Jack) in Brokeback Mountain van Charles Wuorinen in Aachen en Salzburg.
Als concertzanger werkte Mark Omvlee onder meer mee aan uitvoeringen van Bachs Passionen, Wolfgang Rihms Deus Passus, Das von der Erde van Mahler en Saint Nicolas van Britten. Zijn eerste optredens met het Concertgebouworkest waren in juni en juli 2017. Hij vertolkte toen een van de vijf joden in Richard Strauss’ Salome onder leiding van Daniele Gatti bij De Nationale Opera.
Stefan Astakhov, bariton
Stefan Astakhov, geboren in Moskou in 1997, studeerde aanvankelijk viool, en piano. In 2015 stapte hij over naar zang en begon hij zijn opleiding bij Caroline Thomas aan de Hochschule für Musik in Detmold. De jonge bariton studeert sinds kort tevens bij Bogdan Makal en volgde masterclasses bij onder anderen José van Dam.
In 2017 maakte Stefan Astakhov zijn debuut in de rol van John Styx in Offenbachs Orphée aux enfers in het Landestheater Detmold. Verder gaf hij gestalte aan Figaro in Mozarts Le nozze di Figaro in de Wroclaw Opera (oftewel het Breslauer Opernhaus), Bosun in Billy Budd van Britten in het Praagse Nationaal Theater en Fiorello in Rossini’s Il barbiere di Siviglia tijdens jOpera, het zomerfestival van het Oostenrijkse Jennersdorf.
Tijdens het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch in 2018 won hij de Young Talent Award. In mei 2019 won hij de Mirjam Helin Competition. Stefan Astakhov maakt zijn debuut bij het Concertgebouworkest.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest





