Concertgebouworkest speelt Stravinsky's Sacre du printemps

Koninklijk Concertgebouworkest
Gustavo Gimeno dirigent  

Dit concert maakt deel uit van de serie A.

Meet the Artists
Na afloop bent u welkom in de Spiegelzaal om de musici te ontmoeten. Assistent artistieke zaken Mark van Dongen spreekt met ­Gustavo Gimeno en orkestmusici.

Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor radio-­uitzending op zondag 17 maart om 14.00 uur via NPO Klassiek. 

Ook interessant:
- Dirigent Gustavo Gimeno: ‘Le sacre du printemps blijft een gevaarlijk stuk’

Kelly-Marie Murphy (1964) 

Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark (2017)   
Nederlandse première 

Samy Moussa (1984) 

Symfonie nr. 2 (2022)  
in één deel
Nederlandse première

pauze ± 20.50 uur

Igor Stravinsky (1882-1971) 

Le sacre du printemps (1911-13) 
tableaux de la Russie païenne en deux parties    
Première partie: L’adoration de la terre
Seconde partie: Le sacrifice 

einde ± 22.00 uur   

Toelichting

Kelly-Marie Murphy (1964)

Curiosity, Genius, and the search for Petula Clark

Door Martijn Voorvelt

Kelly-Marie Murphy werd geboren op de NAVO-basis op Sardinië en groeide op binnen verschillende legerbases in Canada. Haar compositiestudie begon ze aan de University of Calgary, waarna ze in Engeland aan de University of Leeds bij Philip Wilby studeerde en haar Ph.D. behaalde. Ze woonde vele jaren in Washington D.C., maar werkt de laatste jaren als freelance componist vanuit Ottawa. In Canada is Kelly-­Marie Murphy inmiddels een bekende naam; ze schreef onder meer werken voor de en van Winnipeg en Vancouver, The Gryphon T­rio, celliste Shauna Rolston en het Afiara String Quartet. 

Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark ontstond in opdracht van het Toronto Symphony Orchestra, dat in september 2017 de wereld­première verzorgde onder leiding van Peter Oundjian. Met deze compositieopdracht vierde het orkest de 85ste verjaardag van de Canadese pianolegende Glenn Gould (1932-1982) en het 70-jarig jubileum van Goulds eerste optreden als solist bij het orkest van zijn geboortestad Toronto. Glenn Gould had ‘een verbijsterend intellect en was geïnteresseerd in alles’, aldus Murphy, die zich in haar orkestwerk vooral liet inspireren door de grenzeloze nieuwsgierigheid van de pianist. ‘Hij maakte een fascinerende serie radiodocumentaires, waarvan de eerste The Search for Petula Clark heette. Glenn was geïntrigeerd door het volgen van radiostations tijdens een lange autorit naar Noord-Ontario. Met bepaalde tussenpozen hoorde hij Petula Clarks hit Who Am I? Puzzelliefhebber Gould wilde de afstanden tussen relais­stations – die het radiosignaal doorgeven – doorgronden én leerde en passant het lie­dje door en door kennen. ‘Hij spreekt over het popnummer met dezelfde focus, aandacht en intelligentie als hij over Bach spreekt’, aldus Murphy. In haar gedreven, energieke orkestwerk is een belangrijke rol weggelegd voor het . Radiosignalen, Hollywood- en bigband-klanken, fragmen­ten uit Who Am I?, alles wordt met elkaar verweven in de muziek die geleidelijk het karakter krijgt van filmmuziek bij een achtervolgingsscène. Wie Clarks lie­dje kent, verbindt Goulds obsessieve zoektocht met de tekst ‘I’m chasing rainbows in the rain’.

Samy Moussa (1984)

Tweede symfonie

Door Martijn Voorvelt

Samy Moussa werd geboren in Montréal, waar hij compositie studeerde bij José Evangelista. Hij vervolgde zijn studie aan de Hochschule für Musik und Theater in München bij Matthias Pintscher en Pascal Dusapin en volgde directie­masterclasses bij Pierre Boulez en Peter Eötvös. Moussa’s muziek staat op het repertoire van orkesten als het London Symphony Orchestra en de Los Angeles Philharmonic en hij ontving opdrachten van de Wiener Philharmoniker en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. In 2022 gaf Jörgen van Rijen, solotrombonist in het Concertgebouworkest, met het Orchestre National de Lyon de wereldpremière van Moussa’s tromboneconcert Yericho. Vanaf 9 maart klinkt muziek van Moussa en Stravinsky in de nieuwe dansproductie Jocasta’s Line van Wayne McGregor op het Amsterdamse Forward Festival.

Waarom schrijft een componist tegenwoordig nog een symfonie? Is zo’n oud genre nog wel van deze tijd? Ter gelegenheid van de Europese première van zijn Tweede symfonie tijdens de BBC ­Proms van 2023 zei Samy Moussa er dit over: ‘De symfonie is de wens van de componist om universeel te zijn.’ Het ego van de componist doet er niet toe, het gaat om de traditie. De symfonische vorm geeft hem de mogelijkheid deel te nemen aan een belangrijk cultureel continuüm. ‘Je bent slechts een deel van iets, een heel klein deel.’ 

Een heel klein deel zijn van iets groots en historisch, van oncontroleerbare processen en onvermijdelijke ontwikkelingen, dat is ook wat Moussa’s Tweede symfonie bij de luisteraar oproept. De muziek zet traditionele klassiek-­romantische elementen op grootse en meeslepende wijze in een hedendaags licht. Eenvoudige toonladders en drieklanken zijn de bouwstenen van een filmisch werk met grote contrasten, breed uitwaaierende en, traag verschuivende klankblokken en ritmes.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Le sacre du printemps

Door Martijn Voorvelt

Le sacre du printemps beleefde zijn première tijdens een rumoerige avond in Parijs, op 29 mei 1913. In zekere zin was dit het moment – niet toevallig aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog – dat de definitief ten grave werd gedragen. Het muzikale modernisme was twintig jaar eerder in dezelfde stad aangekondigd door Claude Debussy, wiens muziek op een verleidelijke manier vernieuwend was, en toch helemaal van zijn tijd. Een grotere schok veroorzaakte de jonge Rus Igor Stravinsky, die de aandacht al op zich had gevestigd met twee kleurrijke werken voor het vermaarde, in Parijs gevestigde balletgezelschap Les Ballets Russes: De vuurvogel (1909) en Petroesjka (1911). 

Dat het derde ballet, Le sacre du printemps, andere koek beloofde, gonsde al dagen voor de première door de stad. Maar dat de première-avond in het Théâtre des Champs-Élysées rellerig verliep, had vooral te maken met wat men zág. Alleen al het onderwerp was schandalig: een aantal primitieve heidense rituelen waarmee de komst van de lente wordt gevierd, waarbij als offer een jong meisje wordt uitgekozen dat zich dood danst. De zakkige kostuums, de hoekige houdingen en bewegingen van de dansers, het stampvoeten – het was allesbehalve sprookjesachtig, eerder barbaars.

Stravinsky’s muziek was al even innovatief als de choreografie van Vaslav Nijinsky. Ze ontwaakt met de sfeervolle, hese die een zonsopgang verklankt – gespeeld op in een extreem hoog register. Geleidelijk stapelen melodiefragmenten en ’s (ritmisch herhaalde begeleidingsfiguren) zich op tot een kakofonie – een ‘zwerm lentefluiten’ volgens Stravinsky. Als die stilvalt klinkt er een dreigend ostinato: de aankondiging van een ware klankrevolutie, het deel ‘Les augures printaniers’, waarin de strijkers minutenlang een zeer herhalen (een combinatie van drieklanken op E en F) dat het effect heeft van een klank. Door de onregelmatige, onvoorspelbare en worden zowel de dansers als de luisteraars voortdurend op het verkeerde been gezet. Later mengt Stravinsky weer woeste s en melodieën dooreen, afgewisseld met dreigende en lieflijke melodieën. Van tische ontwikkeling in klassieke zin lijkt geen sprake; de vorm doet eerder denken aan moderne filmmontage, met passages die bruut worden afgekapt en schijnbaar willekeurig overgaan in andere passages. Een ­collage-achtige manier van componeren die van grote invloed zou zijn op de gehele twintigste-eeuwse muziek. Maar weinigen beheersen haar zo goed als Stravinsky.

Al na de eerste maten klonk er honend gelach uit het publiek. Het rumoer zwol aan en overstemde al gauw de muziek. Vanuit de coulissen probeerde Nijinsky de dansers bij te staan door hardop de lastige ritmes mee te tellen. Uiteindelijk werden allerlei objecten naar het podium gegooid, ‘maar we bleven doorspelen’, aldus Pierre Monteux.
Hij geloofde sterk in deze muziek en dirigeerde haar jarenlang veelvuldig in andere zalen. Zonder rellen, met succes. Want Le sacre du printemps is niet alleen baanbrekend, met zijn volksmelodieën en onweerstaanbare ritmes is het een tijdloos muziekstuk dat nog altijd even vitaal en aantrekkelijk klinkt als 111 jaar geleden.  

De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was de Nederlandse première op 12 oktober 1924 onder leiding van Pierre ­Monteux. Op 28 februari 1926 leidde Igor Stravinsky zelf zijn ‘Sacre’ bij het Concertgebouworkest, het was de eerste keer dat de componist het werk in het openbaar dirigeerde. De meest recente uitvoering was op 11 januari 2020 onder Jaap van Zweden

Toelichting

Sinds 2020 is Gustavo Gimeno chef- van het ­Toronto Symphony Orchestra. Als dirigent met een hart voor hedendaagse muziek valt hij met zijn neus in de boter, want in Canada gebeurt veel op dat vlak. In dit concert laat hij ons kennismaken met twee componisten uit dat land. Kelly-Marie Murphy heeft haar sporen aan de overkant van de oceaan al verdiend, maar is hier nog nauwelijks bekend. De jongere Samy Moussa, die in München studeerde en in Berlijn woont, heeft in Europa al wel naam gemaakt. Na de pauze dirigeert Gimeno een van de werken die nog altijd van grote invloed zijn op componisten van nu, Stravinsky’s baanbrekende balletmuziek Le sacre du printemps.

Biografie

Gustavo Gimeno, dirigent

Gustavo Gimeno is chef- van het Toronto Symphony Orchestra (sinds 2020) en het Teatro Real in Madrid (sinds oktober 2025), en van 2015 tot 2025 was hij chef-dirigent van het Orchestre Philharmonique du Luxembourg. Tussen 2001 en 2013 was Gustavo Gimeno solo­er van het Concertgebouworkest. Orkestdirectie studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij lessen en masterclasses volgde bij Ed Spanjaard, Hans Vonk en Iván Fischer.

Hij assisteerde Claudio Abbado bij het Orchestra Mozart, het Lucerne Festival Orchestra en het Mahler Chamber Orchestra, Bernard Haitink bij het Orchestra Mozart en Mariss Jansons bij het Concertgebouworkest. Toen hij in februari 2014 lastminute voor Mariss Jansons inviel, leidde dat tot een stroomversnelling in zijn encarrière: in mei viel hij in voor Lorin Maazel bij de Münchner Philharmoniker en vervolgens leidde hij onder meer het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, The Cleveland Orchestra en de en van Boston en Chicago.

Als dirigent behaalde hij successen met Verdi’s Aida in Barcelona, Verdi’s Rigoletto in Zürich en Bellini’s Norma in zijn geboorteplaats Valencia. In 2025 ontving hij de ­Spaanse onderscheiding Commandeur in de Orde van Burgerlijke Verdienste. Bij het Concertgebouworkest wordt Gustavo Gimeno sinds zijn debuut op de bok regelmatig teruggevraagd, meest recent met onder meer Stravinsky’s Le Sacre du printemps en Murphy’s Curiosity, Genius, and the Search for Petula Clark in maart 2024.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest