Concertgebouworkest speelt Saint-Saëns’ ‘Orgelsymfonie’

Concertgebouworkest
Pierre Bleuse dirigent
Thomas Oliemans bariton
Iveta Apkalna orgel

Om persoonlijke redenen heeft Antonio Pappano dit concert moeten afzeggen. Pierre Bleuse neemt het programma ongewijzigd van hem over. Bariton Thomas Oliemans neemt de zangpartij in Martins Sechs Monologe aus ‘Jedermann’ over van Matthias Goerne, die wegens een verkoudheid eveneens niet kan komen.

Dit concert maakt deel uit van de serie B.

De zangteksten vindt u hier.

Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor radio-uitzending via NPO Klassiek op zondag 17 decem­ber om 14.15 uur.

Lees ook:
- Alles over het Maarschalkerweerdorgel
- Hoe ziet de werkdag van organist Iveta Apkalna eruit?

Lili Boulanger (1893-1918)

D’un matin de printemps (1917-18) 

Frank Martin (1890-1974) 

Sechs Monologe aus Jedermann (1943, orkestratie 1949)   
Ist alls zu End das Freudenmahl
Ach Gott, wie graust mir vor dem Tod
Ist als wenn eins gerufen hätt
So wollt ich ganz zernichtet sein
Ja! ich glaub: solches hat er vollbracht
O ewiger Gott! O göttliches Gesicht!

pauze ± 20.45 uur

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Symfonie nr. 3 in c kl.t., op. 78 (1886) ‘Orgelsymfonie’   
Adagio – Allegro moderato – Poco adagio
Allegro moderato, Presto – Maestoso – Allegro

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Lili Boulanger 1893-1918

Boulanger: D’un matin de printemps

Door Martijn Voorvelt

Het begin van de twintigste eeuw werd gekenmerkt door grenzeloos optimisme en vooruitgangsdenken. Vooral in Parijs had dat zijn weerslag op de muziek: sinds de Wereldtentoonstelling van 1889 Europese componisten had blootgesteld aan muziek uit vele windstreken, en met name Claude Debussy had geïnspireerd tot compleet nieuwe klankwerelden, volgden de muzikale ontwikkelingen elkaar snel op. Parijs werd het bruisende centrum van nieuwe Europese muziek. Het is uiterst tragisch dat een van de meest getalenteerde jonge componisten in die opwindende tijd, Lili Boulanger, van jongs af aan een zodanig zwakke gezondheid had dat ze nooit een vooraanstaande rol heeft kunnen spelen.

In 1913 maakte ze nog wel naam door als eerste vrouw de prestigieuze Prix de Rome te winnen en in de luttele jaren die haar nog gegeven waren werd haar werk veel geprezen, maar tegen de tijd dat haar oudere zus Nadia zich ontpopte tot een belangrijke compositiedocent, was Lili al gestorven en vergeten. Luttele weken voor haar dood schreef ze D’un matin de printemps, een kort orkestwerk als een sprankelend glas bronwater. De luchtige, springerige klank van strijkers en roept de belofte op van een nieuwe lente.

Die verhult ternauwernood een duisterder ondertoon in het koper en . In een dromerig zoekend middengedeelte reist de hoofdmelodie langs onder meer hobo, , fluit en . De muziek leidt onvermijdelijk tot de terugkeer van het optimistische begin, nu stevig neergezet door het hele orkest.

De eerste – en tot nu toe enige – uitvoering door het Concert­gebouworkest was tijdens Opening Night op de Dam in Amsterdam op 10 september 2021 onder leiding van Daniel Harding.

Frank Martin 1890-1974

Martin: Sechs Monologe aus Jedermann

Door Martijn Voorvelt

Komend jaar herdenken we dat Frank Martin overleed, de Zwitserse componist die jarenlang in Nederland woonde en werkte – eerst tien jaar in Amsterdam, daarna tot zijn dood in Naarden. Het Concertgebouworkest heeft van Martin een zestiental werken op het repertoire staan. De Sechs Monologe aus Jedermann klinken vandaag voor het eerst sinds 1987. 

Martin, zoon van een calvinistische dominee, werd al van jongs af aangetrokken door de middeleeuwse religieuze mysteriespelen. Zijn voorliefde voor allegorische stukken in oude talen deelde hij met Hugo von Hofmannsthal, die begin twintigste eeuw het Engelse stuk The Summoning of Everyman (1509) had bewerkt. In deze morality play over hebzucht, schuld en verlossing (hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op het vijftiende-eeuws Middelnederlandse Elckerlyc) wordt de schatrijke en narcistische jonge Everyman, in het Duits Jedermann, door God ter verantwoording geroepen. Te midden van een overvloedig banket haalt de dood hem in. Zijn vrienden en familie verlaten hem. Het enige dat hij op zijn reis naar het hiernamaals kan meenemen is zijn schatkist, maar niet lang daarna ontstijgt daaruit de geest van de geldgod Mammon, die zijn enorme macht over Jedermann demonstreert. Pas als Jedermann tot de ontdekking komt waarom Christus aan het is gestorven, ontkomt hij aan de greep van de duivel. 

Martin maakte in 1920 met het ­theaterstuk kennis tijdens de Salzburger Festspiele. Toen de bariton Max Christmann hem om een werk voor zangstem en piano vroeg, koos de componist daarvoor een aantal monologen uit Hofmannsthals Jedermann. Het toneelstuk, dat Martin aanvankelijk tot een had willen verwerken, wordt in de zes monologen als het ware gecondenseerd tot zijn moralistische essentie. Op 5 augustus 1944 zong Christmann de première in het Zwitserse Gstaad met de componist aan de piano, op 9 september 1949 werd in Venetië de orkestversie ten doop gehouden.

De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 7 juni 1962 met Dietrich Fischer-Dieskau en werd gedirigeerd door Eugen Jochum. De laatste uitvoering was op 27 februari 1987 onder Charles Dutoit en met U­do Reinemann.

Camille Saint-Saëns 1835-1921

Saint-Saëns: ‘Orgelsymfonie’

Door Martijn Voorvelt

Camille Saint-Saëns verbijsterde als elfjarig pianowonder het publiek in de Parijse Salle Pleyel en ontwikkelde zich razendsnel als componist. De jongeman koesterde ook belangstelling voor sterrenkunde en biologie, publiceerde archeologische verhandelingen over onder meer fresco’s in Pompeï, en schreef gedichten en toneelstukken. Op zijn reizen verzamelde hij informatie over diverse volkeren en culturen. Maar van muziek maakte Saint-Saëns zijn vak, en wel met zoveel overtuiging dat Franz Liszt opmerkte: ‘Het is denkbaar net zo zeer musicus te zijn als Saint-Saëns, maar het méér te zijn dan hij – dat is onmogelijk!’ Op zijn 23ste was Saint-Saëns uitgegroeid tot een van de meest invloedrijke figuren in de Parijse muziek, met een post als organist in de Madeleinekerk. Ook als componist was hij veelzijdig, maar omdat hij de vroege nooit van zich af kon schudden, kreeg hij gaandeweg steeds meer de reputatie van een verstokte conservatieveling. 

De Derde symfonie ontstond tijdens een van zijn vele concerttournees in het buitenland. De Philharmonic Society of London (nu de Royal Philharmonic Society) vroeg de beroemde componist om een symfonie, waarvoor hij een schamele dertig pond ontving, wat nu gelijk zou staan aan ongeveer drieduizend euro. Een prestigieuze Londense première vond Saint-Saëns blijkbaar voldoende beloning. Hij leidde zelf de première in de grote St James Hall. Toen twee maanden later zijn vriend Franz Liszt stierf, droeg Saint-Saëns de symfonie aan hem op.

Saint-Saëns mocht dan over het algemeen geen vernieuwer zijn, zowel vormtechnisch als qua bezetting is de Derde symfonie een unicum. De eerste twee delen, een moderato met een langzame introductie en een , zijn aaneengesmeed tot een geheel, waarin aan het eind het meeklinkt. Het derde deel is weinig meer dan een voorbereiding op het slotdeel, waar de compositie haar bijnaam ‘Orgelsymfonie’ aan te danken heeft. Het bekende hoofdthema is eerst zachtjes te horen in de strijkers, met elegante ’s van de piano op de achtergrond. Vervolgens ontwikkelt het zich al snel tot een ware overwinningsmars, compleet met , en het rijk resonerende orgel. Het orgel en de piano worden niet als solo-instrument behandeld, maar vermengen zich met het orkest tot een majestueuze totaalklank die nog niet eerder was voorgekomen in een symfonie. 

Het werd een van de eerste alom geprezen symfonieën van een Franse componist. Saint-Saëns was er terecht trots op: ‘Ik heb hierin alles gegeven wat ik te geven had, en zal nooit meer zoiets kunnen bereiken.’ Inderdaad zou de Derde zijn laatste symfonie blijven.
Het hoofdthema van het slotdeel kreeg in 1977 een nieuw leven met de reggaehit If I Had Words van Scott Fitzgerald en Yvonne Keeley, in 1995 omgewerkt tot een slaapliedje voor een ziek varken in de film Babe.

Willem Kes leidde de eerste uitvoering op 4 december 1889, Fa­bio Luisi de laatste op 18 mei 2014.

Biografie

Thomas Oliemans, bariton

In een Spotlightserie in de in seizoen 2021/2022 bracht Thomas Oliemans zijn veelzijdigheid over het voetlicht: hij presenteerde het duorecital Wien, Berlin, Buenos es met sopraan Eva-Maria Westbroek, zong én speelde Schuberts Winterreise, en bracht een programma m Schoecks Notturno met het Signum Quartett.

Thomas Oliemans studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Margreet Honig. Bij De Nationale zong de bariton grote rollen in bijvoorbeeld La bohème van Puccini en Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Weill, en in 2013 kreeg hij de Prix d’Amis voor zijn Papageno in Mozarts Die Zauberflöte.

Ook stond hij er in nieuwe ’s van Peter-Jan Wagemans, Rob Zuidam, Martijn Padding, Manfred Trojahn en Kaija Saariaho.

In Londen zong Thomas Oliemans zowel bij de English National Opera als bij de Royal Opera Covent Garden, en ook de operahuizen van Hamburg, Berlijn, Genève, Madrid, Toulouse en New York en de festivals van Aix-en-Provence en Salzburg engageerden hem.

Thomas Oliemans werkte met de meeste Nederlandse orkesten; bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in 2016 in Bachs Matthäus-­Passion. Met Amsterdam Sinfonietta bracht de zanger in de zomer van 2021 een Frans programma, dat uitmondde in de cd Formidable!. In november van dat jaar werd hij live op tv verrast met De Ovatie, de klassieke-­muziekprijs van de VSCD.

Onder de buitenlandse orkesten die Thomas Oliemans uitnodigden zijn het Philharmonia Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Freiburger Barockorchester, Pygmalion en het Yomiuri Symphony Orchestra.

s geeft hij op de belangrijke podia wereldwijd, zo bracht hij in de onder meer de drie grote ­cycli van Schubert met pianist Malcolm Martineau. Voor Het Concert­gebouw maakte Thomas Oliemans met Gijs Groenteman omvangrijke podcastseries over Schuberts Winterreise en Bachs Matthäus-Passion.

Iveta Apkalna, orgel

Iveta Apkalna studeerde piano en aan de Jāzep Vītols Muziek­academie in Riga en vervolgde haar opleiding aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en de Musikhochschule in Stuttgart. In 2005 kreeg ze een Echo Klassik als ‘instrumentalist van het jaar’ en in 2015 werd ze benoemd tot cultureel ambassadeur van Letland.

In 2018 ontving ze de Latvian Grand Music Award in de categorieën ‘musicus van het jaar’ en ‘concert van het jaar’ alsmede de Orde van de Drie Sterren, de hoogste burgeronderscheiding die uitgereikt wordt door de Letse president.

Iveta Apkalna soleerde met orkesten als de Berliner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de Los Angeles Philharmonic. Sinds het openingsfestival van de Elbphilharmonie in Hamburg in januari 2017 met wereldpremières van Wolfgang Rihm en Jörg Widmann is ze titulair organist van het Klais- in die zaal; haar album Light & Dark is de eerste solo-cd die op dat instrument is opgenomen. In oktober 2018 wijdde ze het nieuw Klais-orgel in van het National Kaohsiung Center for the Arts in Taiwan.

Iveta Apkalna heeft een grote liefde voor hedendaagse muziek; in oktober 2017 was ze bij het Concertgebouworkest te gast voor de wereldpremière van het opdrachtwerk Multiversum van Peter Eötvös. Het Maarschalkerweerdorgel bespeelde ze al enkele malen.

Pierre Bleuse, dirigent

De Franse Pierre Bleuse is muziekdirecteur van het Ensemble intercontemporain, waar hij in September 2023 Matthias Pintscher opvolgde. Daarnaast is hij sinds 2021 chef-dirigent van het Odense in Denemarken en artistiek leider van het Pablo Casals Festival.

Pierre Bleuse dirigeerde onder meer het Orchestre de Paris, het Orchestre National de France, het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm, het Orchestre de la Suisse Romande, het Pools Nationaal Radio-, het Russisch Nationaal Orkest, de Brussels Philharmonic en het Nationaal Orkest van België. In seizoen 2023/2024 werd hij als gastdirigent uitgenodigd door het City of Birmingham Symphony Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Tokyo Symphony Orchestra, het Orchestre National de Lyon, het Orquesta Nacional de España en de orkesten van Alicante en Valencia. Door in te vallen voor Antonio Pappano maakt hij in december 2023 zijn debuut bij het Concertgebouworkest.

Hedendaagse muziek en hebben Pierre Bleuses speciale aandacht. Zo leidde hij Hèctor Parra’s nieuwe opera Orgia in onder meer het Gran Teatre del Liceu in Barcelona.

Pierre Bleuse, oorspronkelijk opgeleid als violist, studeerde orkestdirectie bij Jorma Panula in Finland en bij Laurent Gay aan de Haute École de Genève. Hij was concertmeester en associate conductor van het Toulouse Chamber Orchestra (2000-10) en maakte deel uit van het Satie Quartet.