Concertgebouworkest speelt Rachmaninoff, Sibelius en Clyne
Koninklijk Concertgebouworkest
Santtu-Matias Rouvali dirigent
Kirill Gerstein piano
Dit programma maakt deel uit van de series B en E.
Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor radio-uitzending via NPO Klassiek op zondag 30 maart om 14.00 uur.
Ook interessant:
- Jean Sibelius: Vijfde symfonie
ANNA CLYNE (1980)
Fractured Time (2020)
Nederlandse première
SERGE RACHMANINOFF (1873-1943)
Pianoconcert nr. 3 in d kl.t., op. 30 (1909)
Allegro ma non tanto
Intermezzo: Adagio
Finale: Alla breve
pauze ± 21.15 uur
JEAN SIBELIUS (1865-1957)
Symfonie nr. 5 in Es gr.t., op. 82 (1915, revisies 1916 en 1919)
Tempo molto moderato, Largamento, Allegro moderato – Andante mosso, quasi allegretto – Allegro molto
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Anna Clyne (1980)
Fractured Time
Door Martijn Voorvelt
Anna Clyne werd geboren in Londen en studeerde aan de Universiteit van Edinburgh, waarna ze naar de Verenigde Staten emigreerde om verder te studeren aan de Manhattan School of Music. Ze componeert orkestwerken (veelal soloconcerten), kamermuziek en elektroakoestische muziek. Clyne was composer in residence van het Helsinki Filharmonisch Orkest, het BBC Philharmonic Orchestra en de en van onder meer Chicago en Baltimore. In 2015 werd haar concert voor twee violen Prince of Clouds genomineerd voor een Grammy; werken van Clyne openden onder meer het Edinburgh International Festival en The Last Night of the Proms, en Within Her Arms sierde de openingsceremonie van het World Economic Forum in 2019 in Davos.
De steeds terugkerende elementen gaan we herkennen als goede vrienden, zoals we ook in koortsdromen steeds in cirkels ronddenken
In januari 2023 gaf het Concertgebouworkest onder leiding van Jaap van Zweden de wereldpremière van haar vijfdelige klarinetconcert Weathered, geschreven voor het orkest en Martin Fröst. Fractured Time is een korter werk, en Clyne’s toelichting is van een toepasselijke beknoptheid: ‘Fractured Time explores the experience of time in states of fever, lucidity and anxiety during its brief and turbulent six minutes.’
Koortsachtige muziek dus, dat klopt, maar zeker niet zonder momenten van rust. Uit de schijnbare chaos van het explosieve begin maken zich elementen los die steeds in een ander licht terugkeren: een slangachtig slingerende (aanvankelijk in de fluit), nerveus gehamerde pianoen, een langzamere, achtige melodie en golvende piano-’s die de boel tot bedaren willen brengen. In snel tempo doen we een aantal sterk contrasterende scènes aan. Zo roept een sleazy trombone met jazzy strijkersakkoorden een louche nachtclubsfeer op, abrupt onderbroken door een soort filmische achtervolgingsmuziek. Het verandert voortdurend. Ondanks die fragmentarische structuur wordt de luisteraar aan de hand meegenomen: de steeds terugkerende elementen gaan we herkennen als goede vrienden, zoals we ook in koortsdromen steeds in cirkels ronddenken.
Serge Rachmaninoff (1873-1943)
Derde pianoconcert
Door Bart de Graaf
De mythische status van Serge Rachmaninoffs Derde pianoconcert ontwikkelde zich pas zo’n twintig jaar nadat het was gecomponeerd. Van de componist hoefde het aanvankelijk ook niet zo: hij schreef het concert voor zijn eerste tournee in de Verenigde Staten. Bijna drie maanden lang zou hij daar vrijwel dagelijks concerten geven als pianist en , terwijl hij liever tijd doorbracht met zijn vrouw en jonge kinderen op zijn landgoed in Rusland. Het contract was echter al getekend en een groot pluspunt van zo’n tournee was dat Rachmaninoff, een groot autoliefhebber, in de Verenigde Staten de nieuwste auto’s kon spotten.
Rachmaninoff componeerde zijn Derde pianoconcert zonder zijn familie daarvan op de hoogte te brengen en hij heeft er ook maar weinig over geschreven. Het compositieproces is daarom wat in nevelen gehuld, maar in de herfst van 1909 was de in ieder geval voltooid. Ook is duidelijk dat Rachmaninoff in tijdnood zat, want nog voordat hij het concert helemaal had ingestudeerd stak hij de Atlantische Oceaan al over. Aan boord van het schip had hij een los klavier bij zich om, zonder geluid, verder te kunnen studeren. De reacties na de première door de New York Symphony Society onder leiding van Walter Damrosch en met de componist zelf als solist waren gemengd: pianist Józef Hofmann, aan wie het concert nota bene was opgedragen, vreesde waarschijnlijk de uitzonderlijke moeilijkheidsgraad en zei dat het concert niets voor hem was.
Pas toen Vladimir Horowitz Rachmaninoffs Derde pianoconcert rond 1930 ging uitvoeren, kreeg het steeds meer aandacht. De volgende generatie pianisten, onder wie Emil Gilels, haakte aan en uiteindelijk zou ‘Rach 3’ hét concert uit het pianorepertoire worden.
Alleen al de eerste paar noten, die het eenvoudige eerste vormen, verklanken de iconische status van het werk. Theorieën over een volksmelodie of een orthodox gezang als basis voor dit thema heeft Rachmaninoff naar het rijk der fabelen verwezen: ‘Dit thema heeft zichzelf gecomponeerd en klinkt zoals een zanger het zou zingen.’ De climax van het eerste deel is de solocadens, waarin de onschuldige openingsmelodie is getransformeerd tot een haast gewelddadig thema in volle en over het hele klavier. Deze passage is technisch extreem veeleisend. Later schreef Rachmaninoff ook een kortere, lichtere , maar Kirill Gerstein zal de originele, uitgebreide cadens spelen.
Na een melancholisch Intermezzo als tweede deel gaat het concert zonder onderbreking over in de Finale: een thema met variaties, met daarin verwerkt het hoofdthema uit het eerste deel en enkele ën die sterk doen denken aan het Tweede pianoconcert (1900-01). Beide werken eindigen met het lang-kort-kort-lang, net als de Tweede symfonie (1906-07). Dat ritme wordt dan ook wel als Rachmaninoffs muzikale handtekening gezien.
Jean Sibelius (1865-1957)
Vijfde symfonie
Door Aad van der Ven
Geen werk heeft Jean Sibelius meer hoofdbrekens gekost dan zijn Vijfde symfonie. Na de première in 1915 ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag, in Helsinki, was hij zo ontevreden over het resultaat dat hij deze compositie drastisch reviseerde. Hij besloot onder meer de eerste twee delen in elkaar te schuiven.
‘Ik kan de berg al zien die ik zal bestijgen... God opent zijn deur voor een moment en zijn orkest speelt de Vijfde symfonie’
Door hem tijdens dit proces verworpen fragmenten zouden later weer opduiken in zijn Zesde en Zevende symfonie. ‘Ik ben een slaaf van mijn ’s’, heeft Sibelius eens gezegd. Na de eerste uitvoering van die nieuwe versie van de Vijfde, een jaar later, was hij nog steeds ontevreden en nam hij de weer ter hand. Pas in 1919 zette hij er een punt achter. Van de tweede van de drie versies resteert alleen een eenzame contrabaspartij. In elk geval kunnen we vaststellen dat de verschillen tussen het werk in zijn oorspronkelijke gedaante en de symfonie zoals die nu algemeen bekend is groot zijn. We kunnen dat trouwens tegenwoordig ook horen, aangezien het orkest van Lahti onder leiding van Osmo Vänskä die eerste versie op cd heeft gezet (ook te streamen). Dat Sibelius de voltooiing van de Vijfde als een belangrijke taak zag, in sterke mate verbonden met zijn spirituele denken, blijkt wel uit wat hij in 1914 aan zijn vriend Axel Carpelan schreef: ‘Ik kan de berg al zien die ik zal bestijgen... God opent zijn deur voor een moment en zijn orkest speelt de Vijfde symfonie.’
De Vijfde is een werk met een krachtig, heroïsch en positief karakter, sterk contrasterend met de voorgaande symfonie, die overwegend duister en desolaat klinkt. In de Vierde had hij de grenzen van de tonaliteit bereikt. Voor Sibelius, die een zeer negatieve opinie had over de muzikale ontwikkeling in Centraal-Europa volgens de lijnen van Schönberg en diens volgelingen, was dit een tot hier en niet verder. In de Vijfde domineert een machtig en stralend Es . Sommige critici verweten Sibelius een terugkeer naar wat zij als conservatisme beschouwden. De Finse componist heeft echter via een andere weg – vooral door zijn ingenieuze muzikale transformaties in combinatie met een sterk ontwikkeld gevoel voor vorm en proportie – het genre van de symfonie een nieuwe betekenis en een ander gezicht gegeven.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Kirill Gerstein, piano
Kirill Gerstein is afkomstig uit Voronezh (Zuidwest-Rusland), en na een ontmoeting met jazzlegende Gary Burton in Sint-Petersburg werd hij op zijn veertiende toegelaten op Berklee College in Boston. Hij focuste alsnog op klassiek en studeerde af aan de Manhattan School in New York. Vervolgens nam hij les bij Dmitri Bashkirov in Madrid en Ferenc Rados in Boedapest.
In 2001 won hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv; in 2010 kreeg hij de Gilmore Artist Award en de Avery Fisher Career Grant, in 2019 een Echo Klassik voor zijn opname van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert in de oorspronkelijke versie en in 2020 een Gramophone Award voor de wereldpremière van Adès’ Concerto for Piano and Orchestra met de Boston Symphony onder leiding van de componist.
Kirill Gerstein had de afgelopen jaren residencies bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Festival d’Aix-en-Provence en het Klavier-Festival Ruhr (inclusief een samenwerking met Brad Mehldau). Ook was hij spotlight-artiest van het London Symphony Orchestra en curator van de serie Busoni and his World in Wigmore Hall in Londen. Met een album met de Berliner Philharmoniker en Kirill Petrenko vierde de pianist Rachmaninoffs 150ste verjaardag.
Kirill Gerstein maakte zijn debuut in de in april 2023, en in de in de Rising Stars-serie van 2005/2006. In januari 2016 debuteerde hij bij het Concertgebouworkest met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert onder leiding van Semyon Bychkov en hij keerde meermaals bij het orkest terug; voor het laatst afgelopen maart met het Derde pianoconcert van Rachmaninoff onder leiding van Santtu-Matias Rouvali.
Sinds 2003 is de pianist Amerikaans staatsburger, en hij woont in Berlijn, waar hij is verbonden aan de Musikhochschule ‘Hanns Eisler’. Hij geeft ook les aan de Kronberg Academy, en is als coach verbonden aan de Verbier Festival Academy en IMS Prussia Cove.
Santtu-Matias Rouvali, dirigent
Santtu-Matias Rouvali is chef van Philharmonia (sinds 2021) en was dat ook acht seizoenen lang (van 2017 tot 2025) van het Göteborg . Van het Tampere Philharmonisch Orkest in zijn thuisland Finland is hij eredirigent. In 2022 maakte Santtu-Matias Rouvali met Philharmonia zijn BBC Proms-debuut, en jaarlijks reizen dirigent en orkest naar het Mikkeli Festival in Finland.
In september 2025 leidde Santtu-Matias Rouvali het tachtigjarige Philharmonia in een grote tournee, uitmondend in een concert in Carnegie Hall in New York; ook Het Concertgebouw werd aangedaan, met onder meer een wereldpremière van composer in residence Gabriela Ortiz.
De Finse was te gast bij gezelschappen als de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia en de orkesten van New York, Cleveland, Chicago en Los Angeles. Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in januari 2020 keerde hij er jaarlijks terug; de laatste keer, in maart 2025, dirigeerde hij werken van Clyne, Rachmaninoff en Sibelius.
Santtu-Matias Rouvali bouwt gestaag aan een uitgebreide discografie met zijn orkesten in Londen en Tampere, en met het Göteborg voltooide hij een Sibelius-cyclus die goed was voor onder meer een Gramophone Editor’s Choice, een Preis der deutschen Schallplattenkritik en een Diapason d’Or. Santtu-Matias Rouvali, van oorsprong er, studeerde directie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij onder anderen Jorma Panula, Leif Segerstam en Hannu Lintu.


