Concertgebouworkest speelt Mozarts Requiem

Concertgebouworkest
Nederlands Kamerkoor
Klaus Mäkelä dirigent
Sabine Devieilhe sopraan
Sasha Cooke mezzosopraan
Julian Prégardien tenor
Benjamin Appl bariton

Dit programma maakt deel uit van de serie B.

Het concert wordt voorzien van boven­titeling in het Nederlands en Engels.

Ook interessant:
- Coverinterview met Klaus Mäkelä
- Het requiem door de eeuwen heen

Jean Sibelius (1865-1957)

Symfonie nr. 4 in a kl.t., op. 63 (1910-11)
Tempo molto moderato, quasi adagio, Adagio
Allegro molto vivace
Il tempo largo
Allegro

pauze ± 20.50 uur

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Requiem in d kl.t., KV 626 (1791)
Introitus: Requiem aeternam
Kyrie
Sequenz: Dies irae - Tuba mirum - Rex tremendae - Recordare - Confutatis - Lacrimosa
Offertorium: Domine Jesu - Hostias
Sanctus
Benedictus
Agnus Dei
Communio: Lux aeterna

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Jean Sibelius (1865-1957)

Vierde Symfonie

Door Martijn Voorvelt

De première van een symfonie van Jean Sibelius was in Finland een gebeurtenis waar naar werd uitgekeken. Een nieuw werk van zijn hand leverde altijd gespreksstof op. Groot was de ontzetting toen de componist op 3 april 1911 – vier jaar na de succesvolle introductie van zijn schijnbaar onbezorgde Derde symfonie – in Helsinki zijn nieuwe symfonische dirigeerde.

Het publiek hoorde een weerbarstig, schijnbaar fragmentarisch werk, waarin ’s herhaaldelijk lijken te verdwalen, of verzanden in aarzelende pendelfiguren. De verhaallijn wordt voortdurend onderbroken. De muziekcriticus Heiki Klemetti verwoordde de verwarring zo: ‘Alles is onwerkelijk. Vreemde, ijle figuren die voorbijtrekken spreken een taal waarvan we de betekenis niet kunnen vatten’.

Met moderne oren, die gewend zijn aan bijvoorbeeld Stravinsky, Pärt en filmmuziek, kunnen we de muziek beter waarderen dan die arme Klemetti. Toch geldt de Vierde nog steeds als de meest duistere van Sibelius’ zeven symfonieën. Wat wilde de componist hiermee uitdrukken? De onzekerheid hierover heeft geleid tot diverse speculaties. Voorvoelde hij de Eerste Wereldoorlog? Was het een verwerking van nare jeugdherinneringen? Of toch van de keelkanker die hem deprimeerde?

Niets van dat alles, waarschijnlijk; specifieke programma’s ging Sibelius uit de weg. Zelf omschreef hij zijn Vierde symfonie als een ‘psychologische symfonie’, een ‘vlucht uit het leven’, maar ook ‘reactie op huidige trends in de muziek’. Zijn groeiende weerzin tegen de enorme orkestbezettingen en gezwollen toontaal van Gustav Mahler en Richard Strauss leidde tot een open, transparante klank, waarin niets zich kan verstoppen.

Ook is bekend dat hij ongelukkig was met de toenemende complexiteit in de muziek van zijn tijd en niets moest hebben van moderne fratsen. Hij zocht juist naar harmonische eenvoud. Paradoxaal genoeg leidt dat in de Vierde tot een tonaliteit die relatief weinig houvast geeft, mede door de vele desoriënterende overmatige kwarten. Daartegenover staan echter de prachtige, Bruckner-­achtige gedragen thema’s die zo nu en dan oprijzen uit het mysterieuze landschap: momenten van hoop, licht en een diep doorvoelde spiritualiteit.

Eerste en laatste uitvoering

Slechts dertien keer stond Sibelius’ Vierde bij het Concertgebouw­orkest op de lessenaars. De eerste uitvoering was op 30 maart 1913 onder leiding van Ferruccio Busoni; de componist/pianist/ leidde ook zijn eigen uit ‘Die Brautwahl’ en werken van Liszt en Franck. De laatste uitvoering vond op 11 februari 2017 plaats onder leiding van Alan Gilbert.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Requiem in d klein

Door Sabien van Dale

Tijdens zijn laatste jaren in Wenen schreef Wolfgang Amadeus Mozart slechts drie liturgische werken: het korte Ave verum corpus en twee onvoltooide meesterwerken: de Mis in c klein, KV 427 en het Requiem. Het merendeel van zijn kerkelijke oeuvre ontstond tijdens zijn jeugd in het conservatieve katholieke Salzburg. Het Requiem uit 1791 staat stilistisch ver af van deze vroegere kerkmuziek. Niet enkel de met mysterie omgeven ontstaansgeschiedenis en de onvoltooid gebleven maken dat er van dit werk een bijzondere aantrekkingskracht uitgaat.

In zijn dodenmis bereikt Mozart een gelijkmatige synthese tussen de Italiaanse expressiviteit van zijn ’s en de conventionele polyfone stijlprincipes van de achttiende-eeuwse kerkmuziek. Eén van de vele bijzonderheden aan dit requiem is dat dit werk veel minder in de liturgie dan op de concertpodia thuishoort.

De talloze commentaren en toelichtingen die aan Mozarts Requiem zijn gewijd, vertonen wezenlijke tegenstrijdigheden waardoor de grens tussen historische authenticiteit en fictie danig vertroebeld is geraakt. Dit is grotendeels te wijten aan de onvolledigheid, anekdotiek, onjuiste chronologie of partijdigheid van de vroegste biografen (van wie hoogstwaarschijnlijk niemand Mozart persoonlijk heeft gekend). De gegevens die uit de vele uiteenlopende puzzelstukken betrouwbaar kunnen worden geacht, laten zich als volgt samenvatten.

  • Het begin van het Lacrimosa

Midden juli 1791 laat graaf Franz ­egg-­Stuppach Mozart een anonieme opdracht bezorgen voor het schrijven van een requiemmis. De graaf bestelt de compositie als eerbetoon aan zijn recent overleden echtgenote. Mozart ziet een kans om na lange tijd weer een groots sacraal werk te schrijven. Het voorschot van 50 dukaten, de helft van de afgesproken vergoeding, is meer dan welkom. Later onderzoek heeft uitgewezen dat de veronderstelde ‘sinistere, in het zwart geklede boodschapper’ Anton von Leitgeb is geweest, cellist in dienst van graaf Wals­egg. Mozart gaat diezelfde zomer nog aan de slag. Niets wijst op dat moment op een onrustwekkende gezondheidstoestand.

Zijn werkzaamheden worden niettemin al snel onderbroken door twee projecten: Die Zauberflöte, KV 620 en La clemenza di Tito, KV 621 (voor de kroning van Leopold II in Praag), en ook nog door het Klarinetconcert, KV 622 en Eine kleine Freimaurerkantate, KV 623. Eind november wordt Mozart ernstig ziek. Hij moet het bed houden en begint nu obsessief aan zijn Requiem verder te werken. Sophie Haibler, de jongste zus van Mozarts vrouw Constanze, getuigt later hoe Mozart tijdens zijn laatste uren met de op zijn ziekbed aanwijzingen gaf aan zijn leerling Franz Xaver Süssmayr. Mozart sterft kort na middernacht op 5 decem­ber. Het Requiem blijft onvoltooid achter. Het manuscript eindigt na de eerste acht maten van het Lacrimosa.

Constanze vraagt verschillende kandidaten de compositie af te maken. Uiteindelijk voltooit Süssmayr – hij was niet de eerste keus – de partituur. Hij voorziet twee kopieën, één voor Wenen en één voor uitgeverij Breitkopf & Härtel in Leipzig. Pas nadien, tegen de afspraak, ontvangt graaf Walsegg ‘zijn’ kopie – dus nooit Mozarts oorspronkelijke manuscript. Hij schrijft alle partijen over en tekent met zijn eigen naam. Hij dirigeert zelf de eerste publieke uitvoering van Mozarts doden­mis in de Neuklosterkirche van Wiener Neustadt op 14 december 1793, tijdens een herdenkingsmis voor zijn overleden vrouw, en nadien nog een laatste keer op 14 februari 1794, op de sterfdag van de gravin. Tot op vandaag is het onmogelijk uit te maken in hoeverre Mozarts ideeën effectief doorsijpelden in Süssmayrs voltooiing. Ondanks de kritiek op diens persoonlijke aandeel en nog meer op zijn orkestratie, heeft een religieus werk van die omvang zelden zo’n blijvende fascinatie teweeggebracht.

Eerste en laatste uitvoering

Het Concertgebouworkest voerde Mozarts Requiem voor het eerst uit op 24 maart 1899 in de Stadsgehoorzaal in Leiden onder Daniël de Lange. Op 17 maart 1900 klonk de eerste uitvoering in Het Concertgebouw met Willem Mengelberg. De laatste uitvoering was op 24 maart 2017 onder leiding van Thomas Hengelbrock.

Maak kennis met Klaus Mäkelä, die dit seizoen is begonnen als artistiek partner van het Concertgebouworkest en in 2027 de achtste chef- in de geschiedenis van het orkest wordt.

De talentvolle Finse dirigent staat in de grote muziektraditie die rond 1900 werd gevestigd door Jean Sibelius, een groot componist en hét nationale symbool van Finland. Klaus Mäkelä breekt een lans voor een van diens minst begrepen symfonieën, de Vierde symfonie, een raadselachtig werk dat met speculaties omgeven is. Van Mozarts Requiem heeft de ontstaansgeschiedenis eveneens geleid tot verwarring en speculaties, al zou het altijd een geliefd en bewonderd werk blijven. Beide composities dragen het stempel van een onbetwiste meester, in de verwarrende en complexe wereld m altijd op zoek naar schoonheid, eenvoud, warmte en hoop – tegen de stroom in.

Biografie

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Sabine Devieilhe, sopraan

Sabine Devieilhe studeerde aanvankelijk muziekwetenschap en , en vervolgens zang aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs. Al in haar studietijd zong ze bij Les Musiciens du Louvre, het Orchestre de Paris, Les Arts Florissants, Pygmalion en Le Concert Spirituel.

Ze staat op alle belangrijke podia, inclusief het Glyndebourne Festival, de Salzburger Festspiele, het Festival d’Aix-en-Provence, de Opéra National de Paris, De Munt in Brussel, het Opernhaus Zürich, de Wiener Staatsoper, La Scala in Milaan en het Royal Opera House Covent Garden in Londen. 

Bij De Nationale in Amsterdam vertolkte ze in 2015 Soeur Constance in Poulencs Dialogues des Carmélites en in diezelfde rol debuteerde ze vorig seizoen aan de Metropolitan Opera in New York.

Bij het Concertgebouworkest maakte ze in november 2022 haar debuut in het Requiem van Mozart onder leiding van Klaus Mäkelä, en ook andere grote orkesten nodigden haar uit, waaronder Les Siècles (Mahlers Vierde symfonie), de Bayerische Staats­kapelle (Brittens Les illuminations) en de Berliner Philharmoniker (Mozart-’s).

recitals gaf de Franse sopraan in Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, de Alte Oper Frankfurt, de Elbphilharmonie Hamburg en de Philharmonie in Luxemburg. Dit voorjaar is ze met haar nieuwe liedprogramma te horen in Dijon, Bordeaux, Parijs, Londen, Berlijn, Heidelberg en Essen.

Het (van 2020 uitgestelde) debuut van Sabine Devieilhe in de in februari 2022 met pianist Alexandre Tharaud kreeg van NRC de kwalificatie ‘een avond puur liedgeluk’.

Sasha Cooke, mezzosopraan

Sasha Cooke was student aan onder meer Rice University in Houston en de Juilliard School of Music in New York. In die stad maakte ze ook deel uit van het Lindemann Young Artist Development Program van de Metropolitan .

Ze groeide uit tot een veelgevraagd zangeres. Sasha Cooke maakte vooral naam met haar bijdragen aan Mahlers symfonieën en orkestliederen en met haar inzet voor eigentijdse muziek. Haar vertolking van Kitty Oppenheimer op de dvd van de Metropolitan Opera-productie van John Adams’ Doctor Atomic werd beloond met een Grammy Award.

Ze oogstte lof met onder meer de wereldpremière van Laura Kaminsky’s As One en de vertolking van Anna in BerliozLes Troyens bij de San Francisco . Sasha Cooke debuteerde in februari 2017 bij het Concertgebouworkest in de Eerste symfonie ‘Jeremiah’ en diverse songs van Bernstein.

Julian Prégardien, tenor

Julian Prégardien kreeg zijn eerste muzieklessen aan de Dom St. Georg in Limburg (Hessen). Na studies in Freiburg, Kopenhagen en Aix-en-Provence was hij van 2009 tot 2013 ensemblelid van de in zijn geboorteplaats Frankfurt.

Hij was te gast in Aix-en-Provence en de theaters van Hamburg, München en Parijs, en vertolkte rollen als Narraboth in Richard Strauss Salomé (Salzburger ­Festspiele), Tamino in Mozarts Die Zauberflöte (Staatsoper Berlin) en de titelrol van Monteverdi’s L’Orfeo (Versailles).

Julien Prégardien debuteerde in november 2022 bij het Concertgebouworkest in het Requiem van Mozart onder leiding van Klaus Mäkelä en gaf op 14 ­februari 2023 voor het eerst een in de – samen met zijn vader, tenor Christoph Prégardien. Toen de zanger in 2023/2024 met onder meer een cd-­opname de 200ste verjaardag van Schuberts Die schöne Müllerin vierde, keerde hij naar de Kleine Zaal terug met Kristian Bezuidenhout op fortepiano.

Zijn vorige optreden in Het Concertgebouw was als Evangelist in Bachs Johannes-Passion met Pygmalion en Raphaël Pichon in april vorig jaar. Julian Prégardien geeft sinds 2017 les aan de Hochschule für Musik und Theater in München en hij ­initieerde in 2024 het Li­edstadt Festival.

Benjamin Appl, bariton

Benjamin Appl begon al jong in de Regensburger Domspatzen, en afgelopen jaar bracht hij met dat jongenskoor een kerstalbum uit. Hij studeerde aan de Hochschule für ­Musik und Theater München en de Guildhall School of Music and Drama in Londen, en onder zijn mentoren was Dietrich Fischer-­Dieskau.

De Duitse bariton trok de aandacht als BBC New Generation Artist (inclusief Proms-debuut in 2015), Wigmore Hall Emerging Artist en Young Artist of the Year van Gramophone.

Als ECHO Rising Star tourde hij in 2015/2016 bovendien door Europa en op 25 mei 2016 debuteerde hij – met pianist James ­Baillieu – in de . Op Oudjaarsdag 2017 keerde het duo terug, met Schuberts Die schöne Müllerin in Het Zondagochtend Concert. Van ­Schuberts Winterreise namen de BBC en het Zwitserse SRF in de Alpen een film op met de zanger. Bij het Concertgebouworkest maakte Benjamin Appl in november 2022 zijn debuut in Mozarts Requiem onder leiding van Klaus Mäkelä. De - en concertzanger doet ook in de van zich gelden: zo staat hij dit seizoen als Papageno in Mozarts Die Zauberflöte in de Hamburger Staatsoper.

Bovendien maakte hij afgelopen januari zijn debuut als , in Händels ­Messiah bij de Royal Liverpool Philharmonic. Andere hoogtepunten dit seizoen zijn engagementen bij de Oslo Philharmonic met Klaus Mäkelä en bij Le Concert Spirituel met Hervé Niquet. Met pianist James Baillieu bracht Benjamin Appl drie albums uit: Heimat (2017), Winterreise (2021) en Forbidden Fruit (2023).

Nederlands Kamerkoor, koor

Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.

Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zing­dagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.

Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-­dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.