Concertgebouworkest speelt Mahlers Symfonie nr. 5
Concertgebouworkest
Myung-whun Chung dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie D.
‘My Name is Mahler – Gustav Mahler.’
Om 19.25 uur (inloop vanaf 19.15 uur) wordt in de Spiegelzaal The Mahler Monologues vertoond, een film van Joost Honselaar op initiatief van de Gustav Mahler Stichting Nederland. In 14 korte monologen vertelt Gustav Mahler, vertolkt door Gijs Scholten van Aschat, wie hij is. Bestel een gratis toegangskaart door in te loggen op uw account op www.concertgebouworkest.nl of telefonisch (Concertgebouwlijn 020-6718345). De dvd van de film is bij de Vriendenbalie verkrijgbaar of via gustavmahlerstichting.nl.
Bekijk ook het lijstje Fantastische Vijfdes.
Gustav Mahler (1860-1911)
Vijfde symfonie in cis kl.t. (1901-02)
I Trauermarsch: In gemessenem Schritt. Streng. Wie ein Kondukt
Stürmisch bewegt: Mit grösster Vehemenz
II Scherzo: Kräftig, nicht zu schnell
III Adagietto: Sehr langsam — Rondo-Finale: Allegro
hoorn solo: Laurens Woudenberg
er is geen pauze
einde ± 21.30 uur
Toelichting
Gustav Mahler (1860-1911)
Vijfde symfonie
Door Lonneke Tausch
Nummer 5 is de symfonie waarin Gustav Mahler, nadat hij in de symfonieën 2, 3 en 4 de menselijke stem – koor en/of solo – had toegevoegd, terugkeert naar een puur instrumentale bezetting. Maar dan wel een royale, met ruim (inclusief Holzklapper), vier fluitisten die op een zeker moment allemaal spelen, zes s, vier ten, drie trombones en een bastuba. Van hobo, klarinet en wil Mahler er ieder drie (waar in veel symfonisch werk twee de standaard is), en wat de strijkers betreft: graag in möglichst zahlreicher Besetzung.
Gelukkige omstandigheden
1901 was voor de componist een gelukkig jaar, aldus zijn vriend, Bruno Walter, in zijn boek over Mahler: ‘Hij voelt zich sterk, tegen het leven opgewassen […]. En zo ontstaat de Vijfde symfonie, een werk van kracht, van gezond zelfgevoel, op het leven gericht, qua algehele stemming optimistisch. We bezitten in de Vijfde een meesterwerk, dat zijn schepper toont op het hoogtepunt van zijn leven, zijn kracht, zijn kunnen.’ De eerste drie delen schreef Mahler die zomer in Maiernigg. Daar, te midden van bossen en alpenweiden, in zijn villa-met-componeerhuisje aan de Wörthersee, genoot hij van het werken aan nieuwe muziek. Gedurende het concertseizoen had hij daar in zijn functie als dirigent en directeur van de Wiener Hofoper (de latere Staatsoper) doorgaans de rust niet voor. Diezelfde zomer componeerde hij ook de vijf Rückert-Lieder en zijn laatste Wunderhorn-lied Der Tamboursg’sell, de afscheidsmars van een soldaat waarvan het instrumentale tussenspel te herkennen is in de Trauermarsch van de Vijfde symfonie. In juli sprak Mahler nog over zijn Vijfde als ‘een regelrechte symfonie in vier delen’, maar het zouden vijf delen worden, samengepakt in drie Abteilungen.
Het verloop van de vijf delen
De symfonie begint met een trompetsignaal, verderop vergezeld van dof tromgeroffel, en kent vervolgens – in afwisseling met melancholieke en ook wel verontrustende strijkersmelodieën – nog veel meer kopergeschal. Het veelvuldig opduiken van ritmes en kopersignalen in Mahlers oeuvre is terug te voeren op zijn vroegste muzikale herinneringen: als kind in het Boheemse garnizoensstadje Iglau (nu Jihlava) hoorde hij de militaire kapel spelen en zag hij de soldaten marcheren.
Gustav Mahler: ‘We horen een mens in het volle daglicht, op het hoogtepunt van zijn leven.’
De marsmuziek in de Vijfde symfonie is die van een begrafenisstoet (Kondukt). In het stormachtige tweede deel laat Mahler elementen uit deze Trauermarsch terugkomen, wat de twee delen een sterke samenhang verleent. Ergens onderweg in het tweede deel schrijft hij zelfs expliciet het voorschrift ‘im Tempo des ersten Satzes, Trauermarsch’. Het tweede deel dooft na een reeks wervelende oplevingen onbeslist uit.
Het symfoniedeel dat het eerste klaar was, was het middendeel. Twee typisch Oostenrijkse dansen, de en de Ländler, liggen aan de basis van dit omvangrijke vol tempo- en karakterwisselingen. Over de prominente hoornsolo merkte Mahler zelf op: ‘We horen een mens in het volle daglicht, op het hoogtepunt van zijn leven.’ Het Scherzo werkt als een omslagpunt tussen de voorgaande, overwegend donkerdere muziek en de laatste Abteilung van de symfonie, waarin licht en levensvreugde definitief de overhand krijgen.
Toen het seizoen 1901/1902 alweer even bezig was ontmoette de inmiddels 41-jarige vrijgezel Mahler in november bij een diner de 22-jarige Alma Maria Schindler – studente en geliefde van de toen dertigjarige componist Alexander von Zemlinsky. Het Adagietto van zijn Vijfde symfonie, het hunkerende vierde deel, zou Mahlers liefdesbrief aan haar worden: hij stuurde haar de bladmuziek zonder begeleidend schrijven.
In het Adagietto hoorde Mengelberg ‘een liefde die geboren wordt’.
De noten zouden haar alles zeggen, zoals ook naar voren komt in de aantekening die de toenmalige chef- van het Concertgebouworkest Willem Mengelberg later maakte in zijn : ‘Zij begreep het en schreef hem terug: ‘Kom maar!’ Beiden hebben mij dit verteld.’ In het Adagietto hoorde Mengelberg dan ook ‘een liefde die geboren wordt’. Op 9 maart 1902 trouwden Gustav en Alma en op 3 november werd hun eerste dochter geboren. Het zou een tumultueus huwelijk blijken, maar vooralsnog deed het Mahler goed om met ‘de mooiste vrouw van Wenen’ te verkeren.
Eerste uitvoeringen
Het Adagietto, voor alleen harp en strijkorkest, gaat attacca (zonder onderbreking) over in de -Finale voor vol orkest; ze zijn door Mahler samen als een Abteilung opgevat. Met de vele ische passages laat hij zien dat hij flink studie gemaakt had van de ’s van Johann Sebastian Bach. Bepalend in dit triomfantelijke slotdeel is daarnaast het markante koperkoraal, waarmee Mahler zijn leraar en contrapunt aan het conservatorium Anton Bruckner zal hebben willen eren. Met z’n stralende fanfares overtroeft deze finale glanzend de sombere stemming die in het begin van de symfonie nog overheerste.
Mahler dirigeerde zelf de première van zijn Vijfde symfonie in cis klein, op 18 oktober 1904 bij het Gürzenich-Orchester in Keulen. Hij was zich ervan bewust hoe baanbrekend zijn nieuwste stuk was, want aan Alma schreef hij: ‘Hemeltjelief, wat moet het publiek van deze chaos maken, waarin voortdurend nieuwe werelden worden gecreëerd, die het volgende moment weer te gronde gaan?’ De Nederlandse première klonk in 1905 in Scheveningen door de Berliner Philharmoniker. Het Concertgebouworkest volgde snel: het nam het werk in maart 1906 op het programma. Mahler kwam ervoor over uit Wenen en logeerde, zoals ook bij zijn twee eerdere bezoeken aan Amsterdam, bij de Mengelbergs aan de Van Eeghenstraat 107. Bij de eerste uitvoering van de Vijfde symfonie in Het Concertgebouw stond de componist op de bok, en Mengelberg leidde aansluitend nog zeven concerten; in Amsterdam, maar ook in Rotterdam, Den Haag, Arnhem en Haarlem. Mahler zou de van zijn Vijfde symfonie blijven herzien tot in het jaar van zijn dood.
Biografie
Myung-whun Chung, dirigent
Myung-whun Chung begon zijn muzikale carrière als pianist. Zijn eerste optreden gaf hij op zevenjarige leeftijd met het Seoul Philharmonic Orchestra. Zijn directieopleiding volgde hij aan de Mannes School of Music en de Juilliard School in New York.
In 1979 werd hij assistent van Carlo Maria Giulini bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra, daarna werd hij Associate Conductor. In 1995 richtte hij de Asia Philharmonic op, waarin topmusici uit acht Aziatische landen spelen. Sinds 2006 is Myung-whun Chung chef- van het Seoul Philharmonic Orchestra en in 2011 werd hij benoemd tot eerste gastdirigent van de Staatskapelle Dresden.
Voorheen stond hij aan het roer van het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1997-2005) en van het Orchestre Philharmonique de Radio France in Parijs (2000-2015), waar hij nu eredirigent is. Sinds 2020 is hij ook eredirigent van het Korean Broadcasting Symphony Orchestra, en in maart 2023 werd hij de eerste direttore emeritus in de geschiedenis van de Filarmonica della Scala in Milaan. De Zuid-Koreaanse is onder meer UNICEF Goodwill Ambassador en Commandeur dans l’ordre des Arts et des Lettres.
Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 een graag geziene gast. In februari 2020 dirigeerde hij Mahlers Negende symfonie in Amsterdam en op tournee, in januari 2021 een livestream met werken van Sibelius en Brahms.


