Concertgebouworkest speelt Mahlers Symfonie nr. 3
Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Jennifer Johnston alt
Laurens Symfonisch instudering Wiecher Mandemaker
Nationaal Kinderkoor instudering Wilma ten Wolde
Dit concert maakt deel uit van de series D, E en Z.
Lees hier de zangteksten.
Het concert wordt live op de radio uitgezonden door AVROTROS via NPO Klassiek.
Ook interessant:
- Hoe groot is groot?: Mahlers Derde symfonie
- Slagwerker Herman Rieken over de kerkklokken in Mahlers Derde
- Het Nationaal Kinderkoor bij het Concertgebouworkest
Gustav Mahler (1860-1911)
Derde symfonie in d kl.t. (1893-96, 1906)
in zes delen voor groot orkest, alt solo, jongenskoor en vrouwenkoor
Erste Abteilung:
1. Kräftig, Entschieden (Der Sommer marschiert ein)
Zweite Abteilung:
2. Tempo di menuetto. Sehr mässig (Was mir die Blumen auf der Wiese erzählen)
3. Comodo. Scherzando. Ohne Hast (Was mir die Tiere im Walde erzählen)
4. Sehr langsam. Misterioso. Durchaus ppp: ‘O Mensch! Gib Acht!’ (Was
mir die Nacht erzählt)
5. Lustig im Tempo und keck im Ausdruck: ‘Es sungen drei Engel’ (Was
mir die Morgenglocken erzählen)
6. Langsam. Ruhevoll. Empfunden (Was mir die Liebe erzählt)
posthoorn: Omar Tomasoni
solotrombone: Jörgen van Rijen
soloviool: Vesko Eschkenazy
er is geen pauze
einde ± 15.50 uur
Toelichting
Gustav Mahler (1860-1911)
Derde symfonie
Door Axel Meijer
Veel mensen grijpen de zomervakantie aan om eens lekker niets te doen. Zo niet Gustav Mahler. Die gebruikt de maanden waarin hij zich niet kapot werkt als van de Hofoper in Wenen om keihard aan zijn oeuvre te schrijven. Medio jaren 1890 doet hij dat aan de Oostenrijkse Attersee, in een speciaal componeerhuisje. Volgens de man die het bouwde ‘moest Mahler dat huisje pal aan het water hebben. Zodra hij het meer kon horen […] stroomden de composities gewoon uit zijn hoofd.’
Ver van de stad, in zijn huisje aan het meer, schrijft Mahler zijn Derde symfonie, zelfs voor zijn doen een kolossaal werk – en met een immens programma. In zes delen componeert Mahler evenzoveel oplopende evolutiestadia van de Natuur – met hoofdletter, en in de ruimste betekenis. In de eerste ‘Abteilung’, het langste deel, horen we een scheppingsverhaal, de geboorte van de wereld, of liever: het ontstaan van Alles uit Niets.
Om het ontstaan van de wereld te verklanken zet Mahler een reusachtige orkestbezetting in (en twee koren!)
In de vijfdelige tweede ‘Abteilung’ componeert Mahler, in zijn eigen woorden, ons respectievelijk voor ‘wat de bloemen mij vertellen; wat de dieren mij vertellen; wat de mens mij vertelt; wat de engelen mij vertellen; en wat de liefde mij vertelt.’
Abteilung I (deel 1)
Om het ontstaan van de wereld te verklanken zet Mahler een reusachtige orkestbezetting in (en twee koren!). Alleen al het koper bestaat uit acht s, vier ten, vier trombones en een tuba. Voor het evenwicht zijn ook de overige orkestgroepen uitgebreid. De acht hoorns openen het werk tegelijkertijd luid, sober en onheilspellend. Kort daarop lijkt de muziek tot stilstand te komen, in ieder geval melodisch. Het binnenste van de aarde stolt langzaam tot gesteente. Mahler: ‘Het is bijna opgehouden muziek te zijn’, en: ‘Het is haast griezelig hoe uit deze zielloze, versteende materie het leven doorbreekt.’ Hij zegt ook: ‘Ik had dit deel evengoed kunnen noemen: wat de bergen mij vertellen.’
Toch breekt uiteindelijk het leven door. Dit eerste deel is feitelijk een op zichzelf staand symfonisch gedicht. Mahler geeft het de titel ‘Pan’, het Griekse woord voor ‘alles’ maar ook de naam van de muzikale bosgod van vruchtbaarheid en overvloed. Mahler wekt Pan uit zijn diepe slaap met hout- en rietblazers, verwijzend naar diens panfluit. Het symboliseert het begin van organische natuur, planten- en dierenleven, waaruit uiteindelijk de mens ontstaat, inclusief alle menselijk lijden en streven naar geluk.
Maar eerst moet die mens nog geboren worden. Mahler grijpt daarvoor terug op ’s waarmee hij het ontstaan van de aarde heeft getoonzet. Daarmee staan diezelfde klanken voor hoe de mens in een onherbergzame wereld wordt geworpen. Dit ontwaken van zowel Pan als de mens vergt meerdere pogingen, in de vorm van afgebroken muzikale inzetten; niets gaat zonder slag of stoot.
De komst van de eerste zomer helpt. Mahler geeft die de vorm van een extatisch-glorieuze , een fanfare waarmee hij de bloemen alvast uitbundig buitenzet. Al deze thema’s, deze geboortes van de wereld, van Pan, de zomer en de mens, werken in Mahlers scheppende handen muzikaal door elkaar heen en op elkaar in. Het maakt de classificatie van dit deel als, bijvoorbeeld, een klassieke erg lastig. Maar het strookt met de kosmologie van Zarathustra.
Abteilung II (delen 2 tot en met 6)
‘Wat de bloemen in de wei mij vertellen’ opent de tweede Abteilung. Het stuk past in een traditie van ‘bloemenmuziek’, zoals Rosen aus dem Süden van Johann Strauss jr. en de bloemenwals van Pjotr Tsjaikovski. Ook Mahler schildert zijn flora in driekwartsmaat, maar dan als , inclusief contrasterende secties – waarin de wind voor verstuiving zorgt.
De vraag blijft: reikt geluk dieper dan verdriet?
Deel 3, ‘Wat de dieren in het woud mij vertellen’, is een , gebaseerd op Mahlers eigen Ablösung im Sommer (’Wisseling van de wacht in de zomer’) op tekst uit de volksliedbundel Des Knaben Wunderhorn. Daarin vervangt de virtuoze nachtegaal de repetitieve koekoek (‘Kukuk ist tod!’). Mahler componeert hier een serie vrije variaties. Als de vogels gezelschap krijgen van andere dieren, blijkt hoe hard de natuur is. Dan, onverwachts, last Mahler een solo in, ‘als een posthoorn uit de verte’, een soort Last Post voor de dode dieren. Deze solo wordt vaak op flugelhorn gespeeld.
Deel 4 verruilt de fysieke wereld voor de geestelijke. ‘Wat de mensen mij vertellen’ is een alt- op een tekst uit Zarathustra. Het lied zoekt troost voor menselijke existentiële paniek, om de bosgod nog eens te noemen. De vraag blijft: reikt geluk dieper dan verdriet?
Voor deel 5, ‘Wat de engelen mij vertellen’, grijpt Mahler opnieuw terug naar een Wunderhornlied: Es sungen drei Engel. Naast een vrouwenkoor zingt hier een kinderkoor, symbool van onschuld. Hoewel de originele tekst over zondigheid gaat, legt Mahler de nadruk op vergeving, verlossing en liefde voor God, die uiteindelijk tot hemelse vreugde leidt – een laatste stap omhoog op Mahlers evolutionaire ladder.
De titel van deel 6 maakt duidelijk wat die ‘hemelse vreugde’ voor de componist betekent. Volgens Mahler is dat ‘wat de liefde mij vertelt.’ Geen aardse liefde, maar eeuwige. Het deel is één grote, zuiver instrumentale hymne, een ode aan God en de Liefde, die voor Mahler één en hetzelfde zijn. De hoofdmelodie voor de strijkers is heel direct – en toch nauwelijks herkenbaar – gebaseerd op de opening door de s van deel 1, de geboorte van Alles. Mahler: ‘Wat daar levenloos was, is hier uitgegroeid tot het hoogste bewustzijn. Van onuitgedrukte klank tot de hoogste uitdrukking.’ Een magistrale, getransfigureerde ‘terugkeer van hetzelfde.’
Voor wie meer wil weten over Mahlers inspiratiebronnen voor de Derde symfonie tipt auteur Axel Meijer de Amerikaanse podcast Embrace Everything.
Biografie
Klaus Mäkelä, dirigent
Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.
Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.
Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.
Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.
Jennifer Johnston, mezzosopraan
Jennifer Johnston studeerde aan Cambridge University en aan het Royal College of Music in Londen.
De voormalig BBC New Generation Artist en winnaar van de Royal Philharmonic Society’s Singer Award heeft een nauwe band met de Bayerische Staatsoper in München, waar ze optrad in ruim tachtig opvoeringen, en met het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, waar ze artist in residence was.
De muziek van Mahler heeft een speciale plek in haar hart. Zo zong ze eerder in september 2023 bij het Concertgebouworkest in de Derde symfonie onder leiding van Klaus Mäkelä, maar ook de Tweede en Achtste symfonie, de Rückert-Lieder, Das Lied von der Erde en de Lieder eines fahrenden Gesellen staan op haar repertoire.
De Britse mezzosopraan maakte in 2012 haar Concertgebouwdebuut in Beethovens Missa solemnis onder leiding van John Eliot Gardiner. Haar oeuvre is bijzonder breed, en reikt van Bach tot de eigentijdse muziek.
Laurens Symfonisch, koor
Laurens Symfonisch, onderdeel van de Rotterdamse ‘koorfamilie’ Laurens Vocaal, is een jong symfonisch koor en staat onder artistieke leiding van Wiecher Mandemaker. Sinds 2010 hebben de zangers veel succes geboekt met hun symfonische projecten.
Vaste samenwerkingspartners zijn het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Concertgebouworkest en het Residentie Orkest.
Voor de liveopname uit 2018 van Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher in samenwerking met het Concertgebouworkest ontving het koor de International Classical Music Award in de categorie koormuziek.
In Het Concertgebouw was Laurens Symfonisch in 2023 te horen in Mahlers Tweede symfonie met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Lahav Shani. In datzelfde jaar werkte het koor bij het Concertgebouworkest ook mee aan de wereldpremière van Tan Duns Requiem for Nature en Mahlers Derde symfonie geleid door Klaus Mäkelä. Het keerde in 2024 terug voor Schönbergs Gurre-Lieder, uitgevoerd door het Concertgebouworkest en Riccardo Chailly.
Nationaal Kinderkoor, koor
Het Nationaal Kinderkoor, het Nationaal Jongenskoor, het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor en het Nationaal Gemengd Jeugdkoor worden georganiseerd door Vocaal Talent Nederland. In het Nationaal Kinderkoor zingen talentvolle kinderen van 10 tot en met 15 jaar uit heel Nederland.
Van 2001 tot 2023 was Wilma ten Wolde artistiek leider, sinds 2023 is de artistieke leiding van het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor in handen van Irene Verburg en László Norbert Nemes. Het Nationaal Kinderkoor wordt vaak uitgenodigd voor concerten met orkesten, in Nederland en daarbuiten.
Het zong onder leiding van onder anderen Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons, Simon Rattle, Jordi Savall, Markus Stenz en Jaap van Zweden. Bij het Concertgebouworkest zijn de koren van Vocaal Talent Nederland met grote regelmaat te gast; de laatste keer was in mei 2025, toen het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jongenskoor samenwerkten met het orkest in Mahlers Achtste symfonie, onder leiding van Klaus Mäkelä.




