Concertgebouworkest speelt Mahlers Negende symfonie

Koninklijk Concertgebouworkest
Myung-Whun Chung dirigent

er is geen pauze
einde ± 21.50 uur

Deze concerten maken deel uit van de series B en D.

Gustav Mahler (1860-1911)


Negende symfonie in D gr.t. (1908-09)
Andante comodo
Im Tempo eines gemächlichen Ländlers
Rondo - Burleske: Allegro assai. Sehr trotzig
Adagio: Sehr langsam und noch zurückhaltend

er is geen pauze
einde ± 21.50 uur

Toelichting

Gustav Mahler 1860-1911

Mahler: Negende symfonie

Door Eveline Nikkels

‘U heeft een hartafwijking, van nu af aan moet U het rustig aan doen’ – zo luidde het doktersadvies in 1907 waarmee Gustav Mahlers lot als het ware bezegeld werd. In één klap was ook zijn manier van werken verstoord: in plaats van bergwandelingen voortaan een afgedwongen kluizenaarsbestaan in zijn componeerhuisje. Wat tevoren als een toevluchtsoord gold, was nu een gevangenis: componeren geschiedde alleen nog maar achter het bureau.

Het werken achter een bureau brengt ook een andere muzikale taal met zich mee, misschien het best te vergelijken met de taal die Ludwig van Beethoven aan het notenpapier toevertrouwde toen hij doof was geworden. Omdat hij zijn composities niet meer kon horen, ontstond er bij Beethoven vooral in de late strijkkwartetten een die af en toe op gespannen voet stond met de toen geldende harmonische wetten. Iets dergelijks zien we ook gebeuren bij de laatste drie symfonieën van Mahler, waarvan de eerste alleen als een soort truc de naam symfonie heeft gekregen.

Das von der Erde, na de Achtste symfonie in 1908 ontstaan, kreeg namelijk als ­ondertitel ‘Symphonie für eine Tenor- und eine Alt (oder Bariton) Stimme und Orchester’. Bijgeloof (de Negende was bij Beethoven en Bruckner het eindstation geweest) noopte Mahler tot het meetellen van deze Lied-symfonie in de reeks. Na het voltooien ervan stapte hij echter af van deze ‘nood­oplossing’ en noemde verder zijn ‘echte’ negende ‘Meine Neunte’.

  • Gustav Mahler

Afstand van de tonaliteit

De Negende symfonie is geschreven in de zogenaamde ‘Spätstil’. Bij nadere bestudering is gebleken dat zich in deze nieuwe stijl een tendens ontwikkelt die nauwe tred houdt met de aanstormende atonaliteit van Arnold Schönberg en de . Deze tendens was overigens niet helemaal nieuw, want al eerder schreef Bruno ­Walter aan Mahler: ‘In uw latere werken ontwikkelt U het procedé van steeds meer gelijktijdig optredende, schijnbaar volledig zelfstandig opererende, melodische lijnen… U bent op weg naar een uiterst gecompliceerde polyfone stijl’.

Mahler schreef in 1909 aan Walter: ‘Ik was heel vlijtig en leg zojuist de hand aan een nieuwe symfonie. Het werk, voor zover ik het ken, is een zeer gunstige verrijking van mijn kleine familie. Er wordt iets in verteld dat ik al langer op de lippen had.’ De laatste zin is een cryptische opmerking die roept om ontcijfering. Zou het mogelijk zijn dat Mahler, onder invloed van Arnold Schönberg (die hij in 1903 leerde kennen), besloten had zijn eigen polyfone denken nog verder uit te bouwen ten nadele van de tonale ?

Afstand van de melodie

Maar dat niet alleen. Waar tot en met Das von der Erde de ‘zingbaarheid’ van een prevaleert, neemt Mahler in het eerste deel van zijn Negende als het ware afstand van zijn eigen stem: ‘Ik zie alles in een zo nieuw licht – ben zo in beweging; ik zou helemaal niet verbaasd zijn als ik ineens een nieuw lichaam aan mezelf zou ontdekken!’ Geheel in overeenstemming met de toekomstige stijl van de Tweede Weense School – met name die van Anton Webern – klinken binnen vijf maten vier motieven, die vooral uitmunten in beknoptheid.

 Het kortste is het openingsmotief in de ’s dat slechts uit de herhaling van één noot bestaat! Wat ook verder wordt uitgewerkt is het superkorte van de secunde, dat als een Leitmotiv het gehele eerste deel maar ook onderdelen van de rest van de symfonie zal beheersen. Het dient zich eerst aan in stijgende vorm (s), maar dringt, vanaf de dalende inzet in de tweede violen (het hoofdthema) als een soort ‘stoorzender’ continu tot ons onderbewuste door.

Ook in het tweede deel toont Mahler zich van zijn ‘Oostenrijkse’ kant, maar dan op een heel andere manier. Zijn achtige en en de beide Ländler-typen vertonen een nostalgisch karakter en refereren duidelijk aan Franz Schubert.

Oude en nieuwe wereld

Er is nog een derde belangrijke instroom in deze symfonie. Deze heeft te maken met ‘de nieuwe wereld’. Nadat Mahler naar eigen zeggen ‘uit Wenen verjaagd was’, zocht hij zijn heil in New York. De drive van het begin van het met haar jazzy is in dit licht bezien een hommage aan de nieuwe wereld, die hem als het ware een nieuw leven gaf.

Het laatste deel ten slotte verbindt de oude met de nieuwe wereld. Terwijl de ‘Wagner’-dubbelslag, die opgebouwd is uit een stijgende en dalende secunde, als een Leitmotiv het bepaalt, doet het hoofdthema sterk denken aan het Amerikaanse Abide with Me. Een afscheid ja, maar vervuld van rust, berusting en een hoop op morgen, een hoop op de zon. ‘Der Tag ist schön auf jenen Höhn’: met dit citaat uit zijn Kindertotenlieder dat plots oplicht uit de verbrokkelde en steeds meer uit elkaar vallende dubbelslagfiguur besluit Mahler zijn Negende symfonie, een bruggenhoofd tussen verleden en toekomst, met de nadruk op toekomst.

Biografie

Myung-whun Chung, dirigent

Myung-whun Chung begon zijn muzikale carrière als pianist. Zijn eerste optreden gaf hij op zevenjarige leeftijd met het Seoul Philharmonic Orchestra. Zijn directieopleiding volgde hij aan de Mannes School of Music en de Juilliard School in New York.

In 1979 werd hij assistent van Carlo Maria Giulini bij het Los Angeles Philharmonic Orchestra, daarna werd hij Associate Conductor. In 1995 richtte hij de Asia Philharmonic op, waarin topmusici uit acht Aziatische landen spelen. Sinds 2006 is Myung-whun Chung chef- van het Seoul Philharmonic Orchestra en in 2011 werd hij benoemd tot eerste gastdirigent van de Staatskapelle Dresden.

Voorheen stond hij aan het roer van het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome (1997-2005) en van het Orchestre Philharmonique de Radio France in Parijs (2000-2015), waar hij nu eredirigent is. Sinds 2020 is hij ook eredirigent van het Korean Broadcasting Symphony Orchestra, en in maart 2023 werd hij de eerste direttore emeritus in de geschiedenis van de Filarmonica della Scala in Milaan. De Zuid-Koreaanse is onder meer UNICEF Goodwill Ambassador en Commandeur dans l’ordre des Arts et des Lettres.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 een graag geziene gast. In februari 2020 dirigeerde hij Mahlers Negende symfonie in Amsterdam en op tournee, in januari 2021 een livestream met werken van Sibelius en Brahms.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest