Concertgebouworkest speelt Loevendie, Ravel en Smit

Koninklijk Concertgebouworkest
Bas Wiegers dirigent
Polly Leech mezzosopraan

Dit concert maakt deel uit van de serie A.

Dit concert wordt voorzien van beeldprojectie en boventiteling in het Engels en Nederlands.

Meet the Artists: Na afloop van het concert bent u welkom in de Spiegelzaal voor een gesprek met Theo Loevendie, Bas Wiegers, Polly Leech en een orkest­musicus, geleid door Mark van Dongen (assistent artistieke zaken van het Concertgebouworkest).

Ook interessant:
- Interview met Theo Loevendie
- Uitgelicht: Theo Loevendie
- Maurice Ravel bij het Concertgebouworkest
- Interview met dirigent Bas Wiegers
- Wat maakt Franse muziek zo Frans? (deel 2)

Maurice Ravel (1875-1937)

Suite ‘Ma mère l’Oye’ (1908-11) 
Pavane de la Belle au bois dormant – Petit Poucet – Laideronnette, Impératrice des Pagodes – Les entretiens de la Belle et de la Bête – Le jardin féerique

Theo Loevendie (1930)

Six Turkish Folk Poems (1977, voor ensemble en mezzosopraan, orkestbewerking 2022-23) 
wereldpremière van de orkestversie; bewerkt in opdracht van het Concertgebouworkest

pauze ± 21.00 uur

Leo Smit (1900-1943)

Silhouetten (1922) 
Adagio
Allegro
Scherzo
Menuetto
Capriccio
Forte (Foxtrott) 

Theo Loevendie   

Flexio (1979)

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: Ma mère l’Oye

Door Carine Alders

Omdat vaste Willem Mengelberg met ziekteverlof in Zwitserland vertoefde, nodigde het Concertgebouworkest in oktober 1923 – precies 100 jaar geleden – een reeks beroemde gastdirigenten uit. Op zondag 28 oktober was het de beurt aan Maurice Ravel. Hij verpletterde publiek en recensenten met La valse, waardoor de subtiele klanken van Ma mère l’Oye wat minder tot hun recht kwamen. Ravel had in 1909 vijf sprookjes uit de eeuwenoude verzameling vertellingen van Moeder de Gans gekozen voor enkele ­eenvoudige ­pianostukjes voor de kinderen van de bevriende familie Godebski.

Op verzoek van zijn uitgever Durand maakte Ravel er een orkestratie van. Net als Loevendie zal Ravel ook regelmatig gegumd hebben. Aan mevrouw Godebski schreef hij met de nodige humor: ­‘Orkestratie houdt je meer in de ban dan garnalen vangen.’ Aangezien de ­honger naar balletten van het Parijse publiek in die jaren niet te stillen was, breidde Ravel vervolgens deze met enkele delen uit tot een ballet. Na de inleiding hoor je het spinnenwiel van ­Doornroosje rondsuizen, waarna ze in het volgende lome deel in slaap valt. Ze droomt over een gesprek tussen Belle en het Beest (de contrafagot) en over de vogels die de broodkruimels van Klein Duimpje opeten (de concertmeester maakt een fluittoon met zijn viool en de fluit imiteert een koekoek).

Voor ‘Laideronnette, keizerin van de pagoden’ greep Ravel terug op zijn oude liefde voor de gamelan. 

Theo Loevendie 1930

Loevendie: Six Turkish Folk Poems

Door Carine Alders

Waar Ravel zich vooral liet inspireren door een fantasie, werd Theo Loevendie verliefd op de Turkse werkelijkheid. In 1953 reisde hij op uitnodiging van jazz­musicus Nedley Elstak voor het eerst naar Istanboel, en Turkije werd zijn tweede vaderland. Gefascineerd door de taal en cultuur koos hij in 1977 een zestal Turkse gedichten om op muziek te zetten. Hoewel Loevendie zich wel liet inspireren door een kenmerkende opeenvolging van tonen en de grote trom op typisch Turkse wijze wordt bespeeld met stok en rietje, is de relatie met Turkse volksmuziek niet direct hoorbaar.

Loevendie: ‘Oosterse poëzie roept in de westerse wereld een beeld op van subtiliteit en filosofische diepgang, dankzij bijvoorbeeld de Japanse haiku en de kwatrijnen van de grote Perzische dichter Omar Khayyam. Maar Khayyam en andere literatoren zijn de hoogtepunten van een cultuur die rust op een fundament van levende, anonieme volkskunst. Deze zes ‘Mâni’ zijn geselecteerd uit een verzameling Turkse volksverzen. Hun inhoud is extreem concreet en de taal is heel puur, zonder de intellectuele fijnzinnigheden van de Arabische en Perzische literatuur.’

Op verzoek van het Concertgebouworkest vertaalde Loevendie zijn cyclus voor zang en zeven instrumenten naar groot orkest. De inmiddels 93-jarige componist riep werd bij deze monsterklus geassisteerd door zijn voormalige leerling Wilbert Bulsink. ‘Theo’s zicht is slecht, ik heb een loeplamp gekocht en alles op uitvergrote en geprint. Het meeste werk doet hij zelf, ik ben alleen de bewaker van het proces en werk alles uit in de computer. Soms hebben we dezelfde ideeën, zoals bijvoorbeeld het vervangen van strijkers sul ponticello (op de kam) door gedempt koper.

Maar hij doet ook dingen die ik nooit zou durven, zo is de fluitsolo in deel vier helemaal verdwenen. En om de orkestrale ruimte als het ware te openen heeft hij in het eerste deel allerlei extra lagen voor strijkers en soloblazers toegevoegd. Het is eigenlijk meer herschrijven dan ­instrumenteren. Ik verbaas me over zijn spontane ideeën en vitaliteit. De opening van het tweede deel, dat is echt een knalbegin.’

  • Theo Loevendie

Leo Smit 1900-1943

Smit: Silhouetten

Door Carine Alders

De 22-jarige Leo Smit schreef zijn Silhouetten tijdens zijn studie bij Sem Dresden aan het Amsterdams Conservatorium. Hij liet zich daarbij inspireren door een serie ansichtkaarten getekend door Paul Süss, in 2016 herontdekt bij de voorbereidingen van uitvoeringen van het werk door het Concertgebouworkest. Een orkest van leerlingen van het Conservatorium speelde de muziek voor het eerst in Het Concertgebouw in juni 1922. Drie jaar later volgde een uitvoering door het Concertgebouworkest onder leiding van Cornelis Dopper.

De ontvangst was gemengd, zoals gebruikelijk bij nieuwe muziek met invloeden van jazz in die tijd. Sommigen hoorden zonderlinge en bizarre geluiden of een volstrekt onrijp werk, anderen prezen juist Smits levendige fantasie en de knappe beheersing van het moderne orkest. Vriend en vijand waren het echter eens over Smits uitzonderlijke talent. De jonge componist had zich laten inspireren door Franse moderne componisten. Net als Maurice Ravel gebruikte Smit een uitgebreid instrumentarium, waarbij hij in de heel precies zijn klankwensen omschreef.

Het ene instrument diende bespeeld te worden met koperen hamertjes, het andere met schuurpapier. Het kleurenpalet van Smits orkest reikte daarnaast van het klokjesgeluid van de celesta tot het van mandolines – wellicht afgekeken van Mahlers Zevende symfonie. Weer een andere inspiratiebron was de populaire dansmuziek, met name de foxtrot. In het laatste en langste deel van Silhouetten hoor je de karakteristiek glijdende noten van de trombone en de gestopte , kenmerkend voor de nieuwste dansrage.

  • Een van de ansichtkaarten van Paul Süss

Theo Loevendie 1930

Loevendie: Flexio

Door Carine Alders

Theo Loevendie componeerde Flexio in opdracht van het Concertgebouworkest ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van het orkest. Hij droeg het op aan de componist Matthijs Vermeulen (1888-1967). Bij de première waren zowel Loevendie als de uitvoerenden niet gelukkig met het klinkende resultaat. De Richard Dufallo vond sommige passages onuitvoerbaar, de componist hoorde veel fouten in de uitvoering. Loevendie boog niet voor de wensen van het orkest om wijzigingen door te voeren en bleek achteraf gelijk te hebben. Flexio werd opgenomen door het Residentie Orkest en won vijf jaar later de prestigieuze Koussevitzky-prijs.Het Concertgebouworkest stuurde eerder aan op een uitvoering in 2020, die werd echter vanwege de pandemie uitgesteld.

Voor Loevendie is Flexio een sleutelwerk: hij introduceerde hierin zijn geheel eigen curventechniek. De componist ervoer in de atonale muziek een zekere nivellering, de verschillende len hebben geen betekenisvolle relatie met elkaar zoals in het tonale systeem. Hij zette daar een concept tegenover waarbij de contour van een melodische frase met haar stijgende en dalende intervallen (een curve) het uitgangspunt is. De intervallen zijn flexibel in toonsafstand en tijd, waardoor de curve opgerekt of ingedikt kan worden. In de korte eerste episode is de herhaalde curve duidelijk te herkennen en vlakt ze allengs af tot een enkele toon, voordat de sterk stijgende openingscurve weer herhaald wordt (de start van het tweede deel). Deze terugkerende basismelodie biedt houvast in de vaak enerverende, soms bijna gewichtloze en dromerige, altijd spannende muziek. De herhaalde noten in het koper (een koppig hamermotiefje) vormen een ander terugkerend element. Loevendie verwerkt hiermee een stukje van zijn eigen levensloop in de muziek: tijdens zijn diensttijd verstuurde hij als marconist berichten in morsecode. Door dit in verschillende snelheden te laten horen ervaart de luisteraar ook hier een inkrimpen en uitdijen van de muziek. Na een rustmoment keert de openingscurve weer terug als startmoment van het derde deel, met een belangrijke rol voor de vrij fladderende fluit. Tegen het eind klinkt de curve in zijn oorspronkelijke vorm steeds vaker om met een verstilde versie de muziek te laten uitklinken.

Voor Loevendie bood de curventechniek een flexibele structuur waarmee hij – met zijn brede ervaring met en niet-westerse muziek – veel beter uit de voeten kon dan met de meer strikte seriële technieken die door veel van zijn collega’s gebruikt werden. Zijn leerling Wilbert Bulsink formuleert het heel mooi: ‘Toen hij aan het conservatorium afstudeerde paste zijn stijl niet in het tijdsgewricht.’ De luisteraar heeft al deze technische informatie niet per se nodig, in een interview in Trouw gaf de componist een waardevolle tip: ‘U kunt dat alles vergeten en de muziek gewoon over u heen laten komen... een uitstekend idee.’ 

Biografie

Bas Wiegers, Dirigent

Na zijn opleiding aan de conservatoria van Amsterdam en Freiburg begon Bas Wiegers aan een succesvolle carrière als violist. Al gauw begon hij daarnaast te dirigeren, en in 2009 won hij de directiebeurs van het Kersjesfonds.

Zijn ervaring als assistent van Mariss Jansons en Susanna Mälkki bij het Concertgebouworkest overtuigde hem ervan zich geheel toe te leggen op dirigeren.

Bas Wiegers leidde onder meer het Nederlands en het Rotterdams Philharmonisch Orkest en werd als gastdirigent geëngageerd door het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, het WDR Sinfonieorchester, het Konzerthausorchester Berlin, Britten , Ensemble Modern en het SWR Vokalensemble. Bij Klangforum Wien, waarvan hij tot 2022 eerste gastdirigent was, leidde hij de première van een nieuw project rond eren van Mahler en Ives met bariton Thomas Hampson.

Sinds het seizoen 2022/2023 is Bas Wiegers associated conductor van het Münchener Kammerorchester. Bas Wiegers stond meer dan eens op de bok bij de Oper Köln, de Opéra national de Lorraine en het Klagenfurt Theater en op festivals als November Music, Praagse Lente, het Huddersfield Contemporary Music Festival, het Aldeburgh Music Festival, de Ruhrtriennale en Acht Brücken in Keulen. In september 2023 leidde hij het Concertgebouworkest in werken van Ravel, Smit en Loevendie. Eerder fungeerde hij bij het orkest als tweede in werken waar dat verlangd wordt, namelijk Ives’ Vierde symfonie (in 2012) en Crumbs Star Child (in 2016).

Polly Leech, Mezzospraan

Opera Magazine beschreef Polly Leech recent als ’een artieste met een magnetische uitstraling, en een vocale schittering die zich maar heel zelden voordoet bij Britse mezzosopranen’.

Polly Leech studeerde ­moleculaire biologie in het Engelse Durham alvorens zich toe te leggen op een zangstudie aan het Royal College of Music en de National Studio in Londen.

Van 2018 tot 2020 was ze lid van De Nationale Studio, waar ze onder meer optrad als Abra in ­Vivaldi’s Juditha Triumphans, Tisbe in Rossini’s La Cenerentola en ­Romaine Brooks in de wereldpremière van Willem Jeths’ Ritratto. Inmiddels is Polly Leech een veelgevraagd soliste bij operahuizen in heel Europa. Bij De Nationale Opera vertolkte ze bijvoorbeeld Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro en Mercédès in Bizets Carmen. Voor haar vertolking van Dorabella in Mozarts Così fan tutte bij Garsington Opera won ze de Leonard Ingrams Award.

Verder kroop ze in de huid van Orfeo in Glucks Orfeo ed Eurydice (Opera North), Zweite Dame in Mozarts Die Zauberflöte (De Nederlandse Reisopera), Hänsel in Humperdincks Hänsel und Gretel (idem), Olga in Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin en Mrs Herring in Brittens Albert Herring. Als concertzangeres maakte ze indruk met het BBC National Orchestra of Wales in Elgars Sea Pictures. In s zong ze onder meer BerliozLes nuits d’été, Mahlers Rückert-­er en Schumanns Frauenliebe und -leben. Polly Leech debuteert bij het Concertgebouworkest.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest