Concertgebouworkest speelt Ives, Ligeti en Schubert
Koninklijk Concertgebouworkest
Maxim Emelyanychev dirigent
Patricia Kopatchinskaja viool
Dit concert maakt deel uit van de serie Z.
Het concert wordt door AVROTROS live op de radio uitgezonden via NPO Klassiek.
Ook interessant:
- Interview met Patricia Kopatchinskaja: durfal op zoek naar magie
Charles Ives (1874-1954)
The Unanswered Question (1906, tweede versie 1930-35)
György Ligeti (1923-2006)
Vioolconcert (1990-92)
Praeludium
Aria, Hoquetus, Choral
Intermezzo
Passacaglia
Appassionato
cadens: P. Kopatchinskaja
eerste uitvoering door het Concertgebouworkest
pauze ± 15.00 uur
Franz Schubert (1797-1828)
Symfonie nr. 9 in C gr.t., D 944, ‘Grote’ (1825-28)
Andante - Allegro ma non troppo
Andante con moto
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro vivace
einde ± 16.20 uur
Toelichting
CHARLES IVES (1874-1954)
Ives: The Unanswered Question
Door Martijn Voorvelt
Charles Ives, de ‘vader van de Amerikaanse muziek’, experimenteerde met onder meer collagevormen, polytonaliteit en -metriek, kwarttonen en ruimtelijke opstellingen. Vanwege zijn onbevangen houding tegenover de muzikale traditie en zijn gebruik van uiteenlopende stilistische middelen werd Ives het voorbeeld voor vele Amerikaanse componisten. In sommige van zijn werken horen we volksmuziek, godsdienstige hymnen en feestelijke fanfares dwars door elkaar heen. Zo niet in The Unanswered Question, al is ook dit een collage-achtig werk waarin Ives verschillende tijdsbelevingen gelijktijdig laat optreden.
Hier plaatst hij drie sterk contrasterende muzikale lagen die zich met uiteenlopende snelheden voortbewegen bovenop elkaar. Op de achtergrond wordt oneindigheid gesuggereerd door een zacht, traag rondcirkelend strijkerskoraal, dat volgens Ives ‘de stilte van de Druïden die niets weten, zien of horen’ vertegenwoordigt. Daaroverheen stelt de solotrompet herhaaldelijk de ‘eeuwige vraag naar het bestaan’. En dan is er een groepje : ‘vechtende antwoordzoekers’ die steeds gefrustreerder raken en steeds venijniger klinken in hun hopeloze zoektocht, tot ze in pure razernij vervallen. Aan het eind stelt de onverstoorbaar nog één keer zijn niet te beantwoorden vraag.
De eerste versie stamt hoogstwaarschijnlijk uit 1906. In 1935 presenteerde Ives de nieuwe versie die tegenwoordig meestal wordt uitgevoerd. In deze bewerking klinkt de vraag uit de titel ook werkelijk als niet te beantwoorden, doordat de trompetmelodie niet eindigt op de toon waarmee hij begint – zoals in de eerste versie – maar een toon hoger, om zo het laatste restje tonaliteit uit de te elimineren.
GYÖRGY LIGETI (1923-2006)
Ligeti: Vioolconcert
Door Hugo Bouma
György Ligeti liet zijn muziek graag op het randje van totale chaos balanceren. Alle partijen zijn nauwkeurig en gedetailleerd opgeschreven (en meestal razend ) maar het geheel klinkt soms alsof het ieder moment definitief uit elkaar kan vallen. Ook schuwde hij theatrale gebaren, vervreemdende effecten en humor niet. Zo ook in zijn Vioolconcert, waar de solist vaak verwoede pogingen doet om de boel bij elkaar te houden. De orkestbezetting is niet groot, maar voorzien van exotische uitbreidingen; er wordt een flinke batterij ingezet, de spelen ook blokfluit en ocarina, en twee andere solostrijkers (een iets omhoog gestemde viool, en een iets omlaag gestemde ) weerkaatsen het materiaal van de solist, vervormd als in een lachspiegel.
Het openingsdeel begint fluisterend, een perpetuum mobile op de open snaren van de viool. Gaandeweg vormt zich een chaotische wolk van snelle noten om de solopartij heen, waar de marimba met en een uit pikt. Als een gestoorde bigband voegen de blazers zich hierbij, met onvoorspelbare accenten, waarna de wolk van geluid ten slotte weer uitdunt tot op de grens van het onhoorbare.
Het tweede deel is een reeks variaties op een dat Ligeti eerder had gebruikt in zijn pianowerk Musica ricercata, en dat moeiteloos kan doorgaan
Franz Schubert (1797-1828)
Negende symfonie
Door Dirk Luijmes
In 1838, tien jaar na Franz Schuberts dood, deed Robert Schumann Wenen aan. Hij bezocht het graf van zijn gewaardeerde collega en vervoegde zich bij Franz’ broer Ferdinand. Ferdinand liet wat relikwieën zien en bleek tot Schumanns grote vreugde ook te beschikken over een ‘schat’ aan manuscripten. De meeste indruk maakte een omvangrijk werk dat we nu kennen als de Symfonie in C groot. Het was vóór Schumanns ontdekking nog niet uitgevoerd. Hoewel lang is aangenomen dat de symfonie uit Schuberts laatste levensjaar stamt, is men er nu van overtuigd dat de compositie al in 1825 ontstond.
Schubert droeg het werk destijds op aan de Weense Gesellschaft der Musikfreunde, die het wel wilde uitvoeren maar de bij de eerste repetitie als te lang en te moeilijk terzijde schoof. De officiële première (zij het ingekort) vond dan ook pas plaats op 21 maart 1839 in het Gewandhaus te Leipzig, onder leiding van Felix Mendelssohn.
Schumann stak in hetzelfde jaar de loftrompet over de unieke kwaliteiten van de herontdekte ‘Grote’: ‘Hier is behalve meesterlijke compositietechniek, leven in alle vezels, koloriet tot in de fijnste schakeringen, overal betekenis, een scherpe uitdrukkingskracht in de details en over het geheel uiteindelijk romantiek uitgegoten… En de hemelse lengte van de symfonie, als een dikke roman in vier delen, als die van bijvoorbeeld Jean Paul.’
Met de ‘hemelse lengte’ – het stuk is bijna twee keer zo lang als Schuberts andere symfonieën – neemt de componist als het ware een voorschot op het symfonische werk van de laatromantici, onder wie zijn latere stadgenoot Anton Bruckner. De is kleurrijk. Schuberts zangerigheid is volop aanwezig en de meester van de ‘kleinschalige’ liedkunst weet beheerst en knap te experimenteren met de grote vorm.
Dat laatste is bijvoorbeeld duidelijk in het uitgebreide eerste deel, dat start met een -inleiding met een wijds thema. Dit wordt uitgebouwd tot een van de belangrijkste gedachten van het ma non troppo. Het weemoedige tweede deel, dat een wat Slavische tongval heeft, spreekt (aldus Schumann) ‘met roerende stemmen tot ons’.
‘In dit deel bevindt zich ook een plek, waar een hoorn als vanuit de verte roept, die lijkt voor mij uit een andere sfeer afgedaald te zijn’, alsof er een ‘hemelse gast’ aanwezig is. In het soms boertige, soms idyllische komt ook even een Weense of ländler (Oostenrijkse volksmuziek) voorbij. Met een breed uitgesponnen Finale (van zo’n 1200 maten) besluit Schubert zijn muzikale roman op stralende en vreugdevolle wijze.
Biografie
Maxim Emelyanychev, dirigent/piano
Maxim Emelyanychev, winnaar van de Herbert von Karajan Award 2025, treedt op als , pianist, klavecinist, organist en cornettist. Na een studie piano en directie in zijn geboortestad Nizjni Novgorod vervolgde hij zijn dirigentenopleiding bij Gennadi Rozjdestvenski in Moskou.
Sinds 2013 leidt het multitalent het oudemuziekensemble il Pomo d’Oro, waarmee hij de complete symfonieën van Mozart opneemt, de aandeed in tournees van mezzosopraan Joyce DiDonato (2022) en van Jakub Józef Orliński (2023), en eerder dit Spotlight-seizoen in de stond.
In 2019 werd Maxim Emelyanychev ook chef- van het Scottish Chamber Orchestra. Sinds afgelopen september is hij bovendien vaste gastdirigent van het Swedish Radio Symphony Orchestra. Maxim Emelyanychev debuteerde bij onder meer het Deutsches Symphonie-Orchester Berlin, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, de Münchner Philharmoniker, de omroeporkesten van Keulen en Stuttgart, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Tokyo Yomiuri Symphony Orchestra en het Orchestre National de France.
Met het Concertgebouworkest werkte hij in 2021, 2023, 2024 en oktober 2025. Ook in de maakt Maxim Emelyanychev carrière: hij leidde het Orchestra of the Age of Enlightenment in Händel-producties in Glyndebourne en Covent Garden, en kreeg een Gramophone Award voor zijn opname van Händels Agrippina met Joyce DiDonato.
Als pianist tourde hij met haar in Schuberts Winterreise, en zijn Mozartopnames op fortepiano zijn bekroond met een ICMA en een Choc de Classica.
Patricia Kopatchinskaja, viool
Patricia Kopatchinskaja werd geboren in Moldavië en studeerde aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. De veelzijdige violiste gebruikt ook regelmatig haar stem, verwerkt theatrale elementen in haar optredens en componeert onder de naam PatKop. Naast solorecitals speelt ze kamermuziek met bijvoorbeeld cellist Nicolas Altstaedt, pianiste Polina Leschenko en gambist Laurence Dreyfus.
Bij zowel Camerata Bern als het SWR Symphonieorchester is ze artistiek partner, en in 2025 was ze artist in residence bij het Klarafestival. Patricia Kopatchinskaja ondernam tournees met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg en Gustavo Gimeno en met de Wiener Symphoniker en musicAeterna, beide onder leiding van Teodor Currentzis.
Eerder dit seizoen was ze in de Verenigde Staten met de New York Philharmonic en het London Philharmonic Orchestra. Nieuwe muziek noemt ze haar ‘levensader’: ze verzorgt premières van vele hedendaagse componisten en werkte samen met Peter Eötvös, Heinz Holliger, György Kurtág en Esa-Pekka Salonen.
Bij haar Concertgebouworkestdebuut in mei 2019 voerde ze Van der Aa’s dubbelconcert akin uit met celliste Sol Gabetta. Bij haar vorige optreden in de , op 30 april 2023, speelde Patricia Kopatchinskaja met het Concertgebouworkest Ligeti’s Vioolconcert (inclusief een eigen ), dat ze eerder opnam met de Berliner Phiharmoniker. Actueel is haar The Peace Project, dat met muziek van de tot heden reflecteert op eeuwen van existentieel lijden en angst veroorzaakt door oorlog.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest



