Concertgebouworkest speelt Het pand der goden
Koninklijk Concertgebouworkest
Otto Tausk dirigent
Manoushka Zeegelaar Breeveld verteller
Judith van Wanroij sopraan (Heloinka)
Lucas van Lierop tenor (Olindo)
Jasper Leever bas (Grijsaard, Halid)
Germán Olvera bariton (Haloff)
Aylin Sezer sopraan (Athlolinda)
Cappella Amsterdam instudering Daniel Reuss
solisten uit Cappella Amsterdam:
Martin Logar tenor (Seljem, Sigol en Welmo, Godheid der Deugd)
Jon Etxabe Arzuaga tenor (Godheid der Pracht)
Jelle Lijstra tenor (Wettar en Olfin)
Matija Bizjan bas (Testo)
Johan Vermeer bas (Godheid der Eendracht)
Dit concert wordt opgenomen door AVROTROS voor radio-uitzending op zondag 18 februari om 14.00 uur via NPO Klassiek.
Bekijk hier het libretto (de tekst kan hier en daar afwijken van de realisatie op het podium).
Siyabongo Maqungo heeft helaas zijn optreden als Olindo moeten afzeggen. Lucas van Lierop neemt zijn rol over.
Ook interessant:
- Johannes Helstone: muzikaal boegbeeld van Suriname
- Astrid Helstone: ‘We willen deze muziek weer bestaansrecht geven’
Johannes Helstone (1853-1927)
Het pand der goden (1906, uitvoeringseditie Leonard Evers/Concertgebouworkest 2023)
drama in vijf bedrijven, tekst en muziek van J.N. Helstone
Nederlandse première
Er is geen pauze
einde ± 21.50 uur
Toelichting
Johannes Helstone 1853-1927
Concertgebouworkest speelt Het pand der goden
Door Hein van Eekert
‘Omdat ik zeer veel van God en Goddelijke dingen houd, heb ik met zo grote sympathie het werk geschreven en mijn gehele ziel daarin uitgestort,’ schrijft Johannes Nicolaas Helstone over zijn Het pand der goden uit 1906. Het pand der goden is niet alleen origineel van vorm en opzet, het is – hij zegt het zelf – de ziel van Helstone: in muzikaal opzicht en wellicht ook waar het gaat om het verhaal. Het is de eerste opera van een Surinaamse componist: in eerste instantie geen poging om de grote nationale Surinaamse opera te schrijven, maar eerder een gift van een genereus man die aan anderen door wil geven wat hij zich eigen heeft gemaakt tijdens zijn muzikale studie in Europa. Een opera voor Suriname.
Johannes Nicolaas Helstone was als ex-slaafgemaakte jongen een blijkbaar opvallende verschijning. De zendelingen van de Hernhuttersbeweging gaven hem muziekles en ontdekten in hem een talent dat hem geschikt maakte om helemaal naar Leipzig te gaan en aldaar aan het beroemde Königliches Konservatorium der Musik te studeren. Daar kreeg hij onder meer les van Carl Reinecke, een componist die nog steeds romantische concerten schreef toen Arnold Schönberg al bezig was met het ontwikkelen van zijn twaalftoonsmuziek. Bij zijn terugkeer naar Suriname werd Helstone een veelgevraagd leraar en een belangrijke figuur in het culturele leven van zijn land.
Het verhaal
Het pand der goden – op een libretto van de componist – vertelt het verhaal van Olindo, die op zekere dag van een grijsaard verneemt dat de goden zijn ouders bestraft hebben en zijn zuster Athlolinda als (onder)pand in hun goddelijke tempel vasthouden. Hij verlaat zijn moeder Heloinka, die meende dat Athlolinda wellicht al dood was. Olindo ondergaat een vuurproef, waarna hij waardig is om de zoektocht naar Athlolinda te ondernemen. Heloinka blijft achter, maar zal gedurende de rest van de de gedachten van de hoofdpersoon (en later ook die van zijn zuster) blijven beheersen. Olindo komt intussen in een storm terecht, lijdt schipbreuk en belandt eenzaam in vreemde gebieden. Haloff, de bode der goden, biedt hem een helpende hand. Met de tussenkomst van berggeesten, waternimfen en andere wezens komt Olindo in het rijk van oppergod Halid terecht. Daar, in een heiligdom der goden, vindt hij Athlolinda. Broer en zus zijn herenigd en voordat een triomfantelijk slotgezang losbarst, horen we dat moeder Heloinka zich bij haar kinderen zal voegen.
Achtergronden
Helstone situeert het leefgebied van de goden aanvankelijk in een oostelijk gebied, maar verandert dit later naar het noorden. Het verhaal vertoont enige overeenkomsten met de Griekse mythe van Cadmos, die op last van zijn moeder Telephassa op zoek gaat naar zijn door oppergod Zeus geroofde zuster Europa. Daarbij komt Cadmos terecht op Samothracië, waar een heiligdom is van oudere Griekse godsdiensten. Dat Cadmos ook gezien wordt als de man die het alfabet naar de Grieken brengt, legt een link naar Helstone zelf, die een Sranan-grammaticaboek voor de Surinamers zal schrijven.
Met een beetje hulp van het Grieks zouden we Heloinka het licht of de schoonheid (‘inca’) van het moerasland (‘helos’) kunnen noemen: wellicht een ‘moeder Sranan’-figuur, symbolisch voor Suriname (of ten minste het land rond Berg en Dal, de plantage waar Helstone geboren werd), waar de hoofdfiguur Olindo in de tweede akte afscheid van moet nemen. Olindo, die de naam draagt van de godvruchtige, opofferingsgezinde christenman uit het epische gedicht La Gerusalemme liberata van Torquato Tasso (1544-1595), ondergaat allerlei beproevingen en lijdt onder de eenzaamheid van een vreemd land voordat hij zijn zuster Athlolinda bereikt. ‘Athlos’ is het Griekse woord voor beproeving. Als Olindo haar vindt, hoort hij haar met begeleiding zingen. Het orgel, volgens Helstone ‘het machtigste en rijkste instrument’, geeft aan dat Olindo bij de goden is. In het heiligdom vindt een hereniging plaats die – nadat het doek gevallen is – ook Heloinka bij hen terug zal brengen. Vertelt Helstone ons hier het verhaal van zijn eigen beproeving: Suriname verlaten voor een vreemd land, maar uiteindelijk jezelf vinden en weer teruggaan?
De première in Paramaribo
In 1906 werd de in de schouwburg Thalia te Paramaribo in première gebracht door een groep getalenteerde amateurs, met 24 instrumenten: dat wil zeggen voor elke partij in de één instrument. De zangers hadden slechts een strijkkwintet onder zich en hoefden nergens hun stemmen te forceren. Er zijn zuiver instrumentale scènes voor vol orkest. Muzikaal brengt Helstone veel van Leipzig naar de Surinaamse bühne: het elfachtige van Felix Mendelssohn, de stijl van Carl Maria von Weber. Via Athlolinda en het wordt ons Helstones bewondering voor Johann Sebastian Bach getoond. Er zijn wat andere opvallende momenten: de van Haloff heeft een begeleidingsfiguur die herinnert aan ‘Je crois entendre encore’ uit Les Pêcheurs de Perles van Bizet en tijdens de vuurproef klinkt de muziek even naar Wagners Lohengrin.
In het middenstuk van de lekker theatrale ouverture horen we Donizetti: muziek die Helstone misschien leerde kennen bij zijn bestudering van de operabewerkingen voor piano van Franz Liszt en Sigmund Thalberg. Het kan ook een verwijzing zijn naar de rijke Italiaanse operatraditie die er rond Thalia in Paramaribo was, waar een gezelschap gespecialiseerd in Italiaanse opera resideerde.
De componist trakteert zijn Surinaamse publiek dus op wat hij uit Leipzig heeft meegekregen, op een stijl die ze misschien al ten dele kenden. Bijvoorbeeld uit de muzieklessen van de Duits georiënteerde zendelingen van de Hernhuttersbeweging, die zich in Suriname bezig hield met de educatie van voormalige tot slaaf gemaakten.
Stijl en invloeden
De muziek van Johannes Helstone kijkt zonder schaamte terug in de tijd. Dat zou de invloed van zijn docenten, bijvoorbeeld Carl Reinecke, kunnen zijn. Anderzijds is experimenteren en vernieuwen wellicht vooral een Europees aandachtspunt. Opera’s van de andere kant van de Atlantische Oceaan – of het nu gaat om werk van Samuel Barber, André Previn of Janine Tesori of om bijvoorbeeld Florencia en el amazonas, de opera van de Mexicaan Daniel Catán uit 1996 – leunen vaak nog op tradities van driekwart eeuw eerder. Het pand der goden doet dat ook. Er is nog wel het een en ander dat we niet weten over deze opera. Het blijft onduidelijk of de opvoeringen in Berlijn of Leipzig, waar in sommige publicaties over wordt gesproken, werkelijk hebben plaatsgevonden. Wat een uitvoering van Het pand der goden van Helstone ons wél vertelt, is hoe interessant en verrassend het culturele leven in Suriname was in 1906. Dat is iets waarover de meesten van ons in de geschiedenislessen niet veel hebben gehoord. En waar Het pand der goden destijds de Europese muziektraditie liet klinken in Paramaribo, toont de opera ons nu een verrassend aspect van het Surinaamse culturele leven van toen.
Naast de versie die in Paramaribo in het Nederlands werd uitgevoerd prepareerde Helstone een uitgebreidere Duitstalige versie. Voor de uitvoering door het Concertgebouworkest is die partituur als uitgangspunt genomen. Het Nederlandstalige libretto is gebaseerd op dat van de oorspronkelijke Paramaribo-versie. Muzieknotatie Marinus Degenkamp/Donemus; bewerking libretto Henriëtte Straub/Martijn Voorvelt.
Biografie
Otto Tausk, dirigent
Otto Tausk is muziekdirecteur van het Vancouver Symphony Orchestra, een functie die hij voorheen vervulde bij Holland Symfonia (2007-2012) en bij het Theater und Orchester Sankt Gallen in Zwitserland (2012-2018). In Sankt Gallen leidde hij onder meer de wereldpremière van David Hefti’s Annas Maske en de Zwitserse première van George Benjamins Written on Skin, maar ook Korngolds Die tote Stadt, Mozarts Don Giovanni, Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin en Wagners Lohengrin.
Otto Tausk was te gast bij orkesten als de Los Angeles Philharmonic, de San Diego Symphony, het Deens Nationaal , het Orchestra Sinfonica di Milano Giuseppe Verdi en het Melbourne Symphony Orchestra.
Zijn debuut op de BBC Proms was in 2018, toen hij bij het BBC National Orchestra of Wales Ein Heldenleben van Richard Strauss dirigeerde. Onder de producties die hij bij De Nationale Opera leidde, vinden we de wereldpremières van Micha Hamels Caruso in Cuba (2019) en Upload van Michel van der Aa (2021). Bij het Concertgebouworkest leidde Otto Tausk in november 2012 Prokofjevs Peter en de wolf in een reeks School- en Familieconcerten; ook leidde hij de opname die aan de basis staat van de gelauwerde eerste eductieve app van het orkest.
In december 2012 dirigeerde hij muziek van Belgische en Nederlandse componisten en in 2016 kwam hij terug met werken van Diepenbrock, Dutilleux en Turnage. Otto Tausk studeerde viool bij Viktor Liberman en István Parkányi, vervolgens orkestdirectie bij Kenneth Montgomery en Jurjen Hempel, en bij Jonas Aleksa in Vilnius.
Manoushka Zeegelaar Breeveld, Verteller
Manoushka Zeegelaar Breeveld is zangeres en actrice. Daarnaast schrijft ze scripts voor films, toneelstukken en muzikale voorstellingen.
Zo schreef ze het script van de theatervoorstelling Sonny Boy, naar de bestseller van Annejet van der Zijl, die momenteel te zien is in de Nederlandse theaters.
Zelf was ze recent te zien in de Orkater-voorstellingen De plantage van onze voorouders en Het verdriet van de Zuiderzee. Eerder speelde Manoushka Zeegelaar Breeveld in de coproducties van Orkater en het Bijlmer Parktheater Woiski vs. Woiski (2018-19) en De Gliphoeve (2021-22) en in Alles komt goed (Orkater), Decemberdagen (Bijlmer Parktheater) en Celia (Urban Myth).
Behalve in theaterproducties als I’m Soulman, Three Sisters in Concert en Kerst in Paramaribo was ze op televisie te zien in tientallen films en series, waaronder Pleidooi, Van God los, Nieuwe buren, De legende van Familie Vos, Ten minste houdbaar tot, Rampvlucht, Dirty Lines (Netflix) en recent in de dramaserie Nemesis (Disney+).
Judith van Wanroij, sopraan
Judith van Wanroij wordt internationaal geprezen om haar intense optredens in herontdekte en minder bekende ’s. Sinds haar debuut als La Virtù en Drusilla in Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppea bij de Opéra de Lyon vertolkte de sopraan talloze rollen in bijvoorbeeld het Teatro Real in Madrid, De Nationale Opera, De Munt in Brussel, Lincoln Center in New York, het Gran Teatre del Liceu in Barcelona, Het Concertgebouw, het Théâtre des Champs Elysées en het Festival Aix-en-Provence.
Judith van Wanroij studeerde bij Margreet Honig aan het Conservatorium van Amsterdam en De Nederlandse Academie. In 2003 won ze de eerste prijs op het Erna Spoorenberg Vocalistenconcours en in 2005 nam de Nederlandse zangeres deel aan de Jardin des Voix, de academie van William Christie’s Les Arts Florissants. Ze maakte indruk in onder meer Mozart-rollen als La Contessa in Le nozze di Figaro, Donna Elvira in Don Giovanni en Ilia in Idomeneo, en in de titelrollen van Rossi’s Orfeo and Lemoynes Phèdre.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Judith van Wanroij in december 2016 in Bachs Weihnachtsoratorium onder leiding van Jan Willem de Vriend.
Lucas van Lierop, tenor
Lucas van Lierop is geboren in Hilversum en opgegroeid in Vancouver, Canada. Hij studeerde zang aan de McGill University in Montréal en volgde een extra masteropleiding aan de Yale University.
De tenor trad onder meer op bij de Helikon in Moskou en de Vancouver Opera, en maakte van 2018 tot 2020 deel uit van De Nationale Opera Studio. Bij De Nationale Opera vertolkte Lucas van Lierop in december 2023 Monostatos in Mozarts Die Zauberflöte en was hij eerder te horen als onder meer Joe Cannon in John Adams’ Girls of the Golden West, Heinrich der Schreiber in Wagners Tannhäuser, Basilio in Mozarts Le nozze di Figaro, Man Ray in Jeths’ Ritratto en Spoletta in Puccini’s Tosca.
In 2022 gooide hij hoge ogen als Orpheus in Wolny’s Orphée, L'Amour, Eurydice, waarin hij ook elektrische gitaar speelde. Bij de Nederlandse Reisopera zong hij de rollen van Tour Guide en Frank Lippencott in Bernsteins Wonderful Town en Vierter Richter in Korngolds Das Wunder der Heliane. In Het Concertgebouw soleerde Lucas van Lierop in 2022 in Abrahamsens The Snow Queen onder Kent Nagano. Bij het Concertgebouworkest maakt hij zijn debuut.
Germán Olvera, Bariton
Germán Olvera maakte in 2013 zijn debuut bij de Mexicaanse Nationale Opera als Escamillo in Bizets Carmen.
Andere operarollen waren onder meer Eisenhardt in Zimmermanns Die Soldaten, Girolamo in Ginastera’s Bomarzo, Malatesta in Donizetti’s Don Pasquale en Silvio in Leoncavallo’s I pagliacci voor gezelschappen als het Teatro Real, de Nederlandse Reisopera, het Gran Teatre del Liceu Barcelona, de Ópera de Oviedo en het Palau de les Arts Reina Sofia in Valencia.
In 2019 trad de Mexicaanse bariton toe tot het ensemble van de Staatsoper Hannover. Daar vertolkte hij onder meer de titelrol van Mozarts Don Giovanni, Escamillo in Bizets Carmen, Figaro in Rossini’s Il barbiere di Siviglia, Belcore in Donizetti’s L’elisir d’amore, Marcello in Puccini’s La bohème en Graaf Almaviva in Le nozze di Figaro van Mozart.
Met deze laatste rol maakte Germán Olvera ook zijn debuut op het Glyndebourne Festival. In 2022 debuteerde hij bij De Nationale in Puccini’s Turandot. Germán Olvera zingt voor het eerst bij het Concertgebouworkest.
Aylin Sezer, Sopraan
Aylin Sezer studeerde aan de Dutch National Academy en behaalde haar masterdiploma met een onderscheiding voor ‘uitzonderlijke artistieke kwaliteit’.
De afgelopen seizoenen trad de Turks-Nederlandse sopraan op bij het Prinsengrachtconcert, vertolkte ze Violetta in Verdi’s La traviata bij de Nederlandse Reisopera en zong ze Ravels Shéhérazade bij Phion. Bij Opera Spanga vertolkte ze onder meer Micaëla in Bizets Carmen en Tatiana in Tsjaikovski’s Evgeni Onjegin, bij Opera Vlaanderen Zerlina in Mozarts Don Giovanni en Despina in diens Così fan tutte.
Haar concert- en repertoire bevat onder meer Richard Strauss’ Vier letzte er, Bachs Matthäus-Passion en de requiems van Mozart, Brahms en Saint-Saëns. Met en pianist Ed Spanjaard vormt Aylin Sezer een liedduo.
Verder treedt ze regelmatig op in toneelstukken en cross-overprojecten met Turkse muziek, zoals in samenwerkingen met World Lab en Selim Doğru. Bij het Concertgebouworkest maakt Aylin Sezer haar debuut.
Jasper Leever, Bas
Jasper Leever studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en behaalde in 2018 zijn masterdiploma aan de Dutch National Academy, waar hij onder meer Don Alfonso in Mozarts Così fan tutte, Il Commendatore in Mozarts Don Giovanni, Pandolfe in Massenets Cendrillon en Tarquinius in Brittens The Rape of Lucretia vertolkte.
Hij was ook te horen in Verdi’s Nabucco in de NTR ZaterdagMatinee en in Tsjaikovski’s Evgeni Onjegin op het Verbier Festival en trad op bij in the 21st Century in Banff (Canada), de Nederlandse Reisopera en het International Bach Festival in Gran Canaria. Sinds september 2020 maakt Jasper Leever deel uit van het zangersensemble van de Staatsoper Stuttgart
Bij hetzelfde operahuis zong hij van 2018 tot 2020 bij de Operastudio onder meer Colline in Puccini’s La bohème, Dottore Grenvil in Verdi’s La traviata, Steuermann in Wagners Tristan und Isolde, Fiorello in Rossini’s Il barbiere di Siviglia en Buff in Der Schauspieldirektor van Mozart. Jasper Leever debuteert bij het Concertgebouworkest.
Cappella Amsterdam, koor
Cappella Amsterdam, opgericht in 1970 door Jan Boeke, staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van Daniel Reuss. Al ruim vijftig jaar lang houdt het kamerkoor de rijke koorcanon levend. De repertoirekeuze reikt van middeleeuwse tot de meest complexe hedendaagse koormuziek.
Het koor schenkt speciale aandacht aan het werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen, Ton de Leeuw, Robert Heppener en Jan van Vlijmen. De veelzijdigheid van Cappella Amsterdam komt ook tot uitdrukking in samenwerkingen met bijvoorbeeld het Holland Festival, Asko|Schönberg, MusikFabrik, de Akademie für Alte Musik Berlin, het Amsterdams Andalusisch Orkest en het Koninklijk Concertgebouworkest.
Vaste partner is Nieuw Vocaal Amsterdam, dat jonge zangers van vier tot eenentwintig jaar een klassieke opleiding biedt. De cd’s van Cappella Amsterdam werden meermaals onderscheiden: zo kreeg Golgotha van Frank Martin – samen met het Ests Philharmonisch Kamerkoor – een Grammy-nominatie, een Janáček-album een Edison Klassiek en een Diapason d’Or, een Brahms-album een Preis der deutschen Schallplattenkritik en Arvo Pärts Kanon Pokajanen een Edison Klassiek.
Het vorige optreden van Cappella Amsterdam in de Eigen Programmering was in 2023 een kerstconcert met het Nederlands Kamerorkest.










