Concertgebouworkest speelt Händel-opera à la Mozart
Leonardo García Alarcón dirigent, klavecimbel
Keri Fuge sopraan (Galatea)
Mark Milhofer tenor (Acis)
Valerio Contaldo tenor (Damon)
Sreten Manojlović bas (Polypheme)
Guy Cutting tenor (Coridon)
Nederlands Kamerkoor instudering Boudewijn Jansen
mise-en-espace Pierre Audi
lichtontwerp en scenografie Urs Schönebaum
kostuums Wojciech Dziedzic
De concerten worden gezongen in het Engels, en voorzien van boventiteling in het Engels en Nederlands.
Dit programma wordt mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van Ammodo.
Georg Friedrich Händel (1685-1759)
Acis and Galatea, HWV 49a, KV 566 (1718, revisie 1739; bewerking W.A. Mozart 1788)
pastorale opera in twee bedrijven
er is geen pauze
einde ± 16.30 uur
Toelichting
Georg Friedrich Händel (1685-1759)
Acis and Galatea
Door Frits Vliegenthart
‘Jij, Galatea, blanker dan het sneeuwblad van ligusters,
bloemrijker dan een wei en slanker dan een hoge els;
jij, glanzender dan glas en speelser dan een dartel geitje;
gladder dan schelpen in de zee, door golfslag gepolijst...’
Zo begint in deel XIII van Ovidius’ Metamorphoseon libri (vertaling M. d’Hane-Scheltema) de cycloop Polyphemus zijn liefdesode aan de zeenimf Galatea – eerst , dan grimmig, eindigend met allerlei wilde beloften. Beiden stammen af van zeegoden: Galatea als dochter van Nereus, Polyphemus als zoon van Poseidon, maar verder hebben zij niets gemeen.
Händels eenakter
Het mythologische verhaal van Acis en Galatea was materiaal voor diverse componisten, zo ook Georg Friedrich Händel.
Het eerste resultaat was de Italiaanse dramatische Aci, Galatea e Polifemo, bestemd voor een hertogelijke bruiloft in Napels (juni 1708). Tien jaar later keerde Händel terug naar dit onderwerp, als ‘huiscomponist’ van James Brydges, graaf van Carnarvon en toekomstige hertog van Chandos. Brydges’ landgoed Cannons House in Middlesex was in mei 1718 het decor van de Engelstalige eenakter Acis and Galatea, die volgens sommige auteurs werd uitgevoerd op de terrassen. Hoe dit akoestisch heeft gewerkt, kun je je afvragen, en natuurlijk was er de onzekerheid van de weersomstandigheden. Een aantrekkelijke gedachte is wel dat de fonteinen (als die toen al klaar waren) bij een openluchtuitvoering een toepasselijk effect zullen hebben gehad.
De bezetting was klein; de solisten namen ook de koorpartijen voor hun rekening. Acis and Galatea staat geheel los van zijn Italiaanse voorloper, en is verwant aan de masques (weelderige muziek- en dansspektakels die populair waren in adellijke kringen, red.) van componist John Christopher Pepusch; deze werkte destijds ook in Cannons. Het libretto was van onder anderen John Gay, die later bekend zou worden als tekstschrijver van Pepusch’ The Beggars .
De mooie Galatea en de knappe schaapherder Acis zijn dolverliefd op elkaar en beleven vele gelukkige momenten samen. Maar ook de grove Polyphemus heeft – letterlijk en figuurlijk – een oogje op Galatea. Zij wil niets van het reusachtige monster weten, wat hem woedend maakt. Tot het uiterste getergd werpt hij een groot rotsblok naar Acis, die dodelijk getroffen neervalt. Het koor troost Galatea: zij is immers goddelijk en moet haar magische krachten aanwenden! Acis krijgt ze daar niet mee terug, wel slaagt ze erin de jongeling onsterfelijk te maken door hem in een majestueuze riviergod te veranderen. Zijn bloed is een kristalheldere bron geworden, die eeuwig murmelend blijft getuigen van hun liefde. Het water stroomt naar zee, Galatea’s element.
Herdersopera
Tot welk genre behoort Acis and Galatea? Händel is hier zelf niet duidelijk over. We komen voor dit soort werken aanduidingen tegen als ‘masque’, ‘pastoral opera’, ‘little opera’ en ‘English opera’; in Italië zou men spreken van ‘serenata’. Misschien is ‘pastoral opera’, oftewel ‘herdersopera’, een goede keuze, gezien het verhaal. In aristocratische en vorstelijke kringen was dit genre zeer geliefd bij feesten. Vaak is het een mythe, waarmee de meer ontwikkelde gasten vertrouwd waren. De wereld van de herders symboliseerde het pure, ongerepte plattelandsleven, zoals de adel zich dat voorstelde, vol edele karakters, trouwe liefde en deugd. Daarnaast verschafte een zekere ironie de goede verstaanders veel plezier.
Er is een volmaakt evenwicht tussen het serieuze en het lichtvoetige.
In Londen presenteerde Thomas Arne Händels Acis and Galatea in 1732 scenisch, zonder de componist daarbij te betrekken. Dit prikkelde Händel tot een lange bewerking naar drie akten, waarvoor hij onder meer Italiaans materiaal uit 1708 hergebruikte. Decors lieten rotsen, bossen, bronnen en grotten zien en de zangers waren verkleed als nimfen en herders, maar echt geacteerd werd er niet.
De beste versie is die uit 1739, gebaseerd op ‘Cannons’, maar dan in twee bedrijven en grootschaliger bezet. Volgens de lijst van medewerkenden zingen de solisten hierin niet meer de koordelen, want het koor wordt apart genoemd. Het gedrukte libretto noemde het stuk in deze vorm een ‘Serenata, or Pastoral Entertainment’.
Het is zeker niet overdreven om het zeer geïnspireerde Acis and Galatea het hoogtepunt te noemen van de herdersopera in Engeland. Er is een volmaakt evenwicht tussen het serieuze en het lichtvoetige, zowel in tekst als in muziek. Het eerste bedrijf is speels en sensueel, het tweede somberder van toon. De personages Polyphemus en Damon zorgen hier en daar voor een komische noot, die nooit ten koste gaat van het tragische element. Het koor is prominent, als in een .
Van Swieten en Mozart
Als keizerlijk gezant in Berlijn (1770-1777) was de Oostenrijks-Nederlandse diplomaat Gottfried van Swieten in contact gekomen met leerlingen van Carl Philipp Emanuel Bach, en via hen met de muziek van Johann Sebastian Bach en van Händel. Van Swieten zette zich actief in voor de herbeleving van muziek, wat van grote invloed zou zijn op Mozart, Haydn en Beethoven.
Wolfgang Amadeus Mozart vestigde zich 1781 in Wenen en werd vaste gast bij Van Swieten, die een uitgebreide muziekbibliotheek had, met veel werk van Bach en Händel. Zo raakte Mozart vertrouwd met dit repertoire, waarvan hij zeer onder de indruk was. Elke zondagmiddag werden er in kleine kring complete Händel-oratoria gezongen, waarbij Mozart de orkestpartij op het klavecimbel speelde. Aangezien dit al snel onbevredigend werd, liet Van Swieten hem de orkestbegeleidingen inrichten.
Mozart verving de blokfluiten door dwarsfluiten, en voegde twee klarinetten, nog een fagot en twee hoorns toe.
In 1787 werd Mozart van een muziekgezelschap dat Van Swieten al eerder had samengesteld en dat uitvoeringen gaf in Weense paleizen en herenhuizen. Een jaar later kreeg Mozart de opdracht om Acis and Galatea te bewerken. Hij baseerde zich daarbij op de eerste Engelse uitgave (h, 1743) uit Van Swietens collectie. In die druk noteerde Van Swieten zijn eigen Duitse vertaling; Mozart kreeg vervolgens een werkpartituur met daarin de zangstemmen in het Duits, de strijkerspartijen met Händels aanwijzingen en ruimte voor zowel de blazerspartijen van Händel als die van hemzelf.
Er was een nieuwe geest doorgedrongen in de uitvoeringspraktijk van oudere muziek, in overeenstemming met het Weens-Klassieke klankideaal van die tijd. Mozart verving de blokfluiten door en, en voegde twee klarinetten, nog een en twee s toe. Waar de koren werden begeleid door de ‘muziek’ van de blazers, werd een continuobas met klavecimbel overbodig en kreeg de maestro al cembalo zijn handen vrij om te dirigeren.
Hoeveel musici er meededen in Acis und Galatea, weten we niet; een indicatie zou de opvoering van Messias kunnen zijn in 1789, met naast de solisten twaalf koorzangers. Mozart zal ongetwijfeld recht hebben gedaan aan het intieme karakter van de . Dat hing natuurlijk wel samen met de betreffende concertlocatie.
Aangezien ook Händel zich telkens aan de omstandigheden aanpaste en de muziekpraktijk zich voortdurend vernieuwt, is het uitermate zinvol om Mozarts liefdevolle en kleurrijke versie onder de aandacht te brengen, alleen al om de hoogstaande kwaliteit, die ons het beste van twee werelden biedt. Wat de tekst betreft, keren we in deze bijzondere productie terug naar het oorspronkelijke Engels van Händel.
Biografie
Leonardo García Alarcón, dirigent
Leonardo García Alarcón is chef- van Cappella Mediterranea, dat hij in 2005 oprichtte, en artistiek leider van het Choeur de Chambre de Namur. Hij studeerde aanvankelijk piano in zijn thuisland Argentinië.
Vanaf 1997 verdiepte hij zich aan het Conservatorium van Genève als klavecinist in muziek van de Renaissance en de . Directielessen volgde hij bij barokspecialist Gabriel Garrido.
Leonardo García Alarcón is klavecimbeldocent aan de Haute école de musique in Genève. Als en klavecinist treedt hij op tijdens festivals en in alle grote muziekzalen van de wereld, bij voorkeur met onbekend repertoire.
Met Cappella Mediterranea voerde hij vrijwel vergeten vroege Italiaanse ’s uit, waaronder Elena, Erismena, Eliogabalo en Il Giasone van Francesco Cavalli. Voor Antonio Draghi’s El Prometeo componeerde hij zelf het derde bedrijf ter vervanging van het verloren gegane origineel.
Bij het Concertgebouworkest maakte Leonardo García Alarcón in oktober 2022 een zeer overtuigend debuut met Mozarts orkestbewerking van Händels opera Acis and Galatea in een mise-en-espace van Pierre Audi.
Mark Milhofer, tenor
Na zijn jaren als choral scholar aan Magdalen College in Oxford studeerde Mark Milhofer aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen.
Hij maakte zijn debuut als de Madwoman in Brittens Curlew River en trok de aandacht met zijn vertolking van Giannetto in Rossini’s La gazza ladra bij de British Youth Opera, waarna hij werd uitgenodigd om in Milaan zijn studie voort te zetten bij Renata Scotto en Leyla Gencer.
Zijn optreden als Ferrando in Mozarts Così fan tutte tijdens de opening van het nieuwe Piccolo Teatro in Milaan werd zijn internationale doorbraak – hij zong die rol inmiddels ruim honderd keer wereldwijd.
Onder de vele succesrollen van de tenor vinden we ook Bob Boles in Brittens Peter Grimes, Taxis in Honeggers Les aventures du roi Pausole, Lawyer in Birtwistles Punch and Judy, Belmonte in Mozarts Die Entführung aus dem Serail en Narraboth in Richard Strauss’ Salome.
Mark Milhofer debuteert bij het Concertgebouworkest.
Keri Fuge, sopraan
De jonge sopraan Keri Fuge wordt geprezen om zowel haar heldere stem als haar uitstraling op het podium. Ze studeerde aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen en (dankzij het Glyndebourne New Generation Programme) aan de National Studio. In het Royal Opera House Covent Garden viel ze op als Cupido in Rossini’s Orfeo, terwijl ze bij English National Opera zowel Despina vertolkte in Mozarts Così fan tutte als Dona Isabel in The Indian Queen van Purcell.
Ook internationaal timmert Keri Fuge aan de weg; zo kunnen de bezoekers van de Händel Festspiele in Göttingen zich vast nog haar Flavia in Mozarts Lucio Silla herinneren en schitterde ze bij het Australische Brisbane Baroque als Poppea in Händels Agrippina.
In de afgelopen seizoenen was ze onder meer te horen in Händels Messiah en in Beethovens Negende symfonie onder leiding van Leonardo García Alarcón in Lissabon. Keri Fuge maakt haar debuut bij het Concertgebouworkest.
Sreten Manojlović, bas
Sreten Manojlović studeerde zang bij Sebastian Vittucci aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. Aan de Belgrade Baroque Academy en de New Belgrade ontwikkelde hij een grote affiniteit voor muziek van de 17e en 18e eeuw.
Sreten Manojlović debuteerde als Zoroastro in Händels Orlando en vertolkte daarna onder meer Polypheme in Acis and Galatea en Caronte en Plutone in Monteverdi’s L’Orfeo.
Onder leiding van Christoph Ulrich Meier zong de jonge bas Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro. Ook trad hij op met de Wiener Sängerknaben en nam hij, in een productie van Mozarts La finta giardiniera, deel aan het opleidingstraject Jardin des Voix van William Christie.
Hij ondernam tournees met Les Arts Florissants en het Orchestre de Picardie. Hij zong in zalen als het Theater an der Wien, het Konzerthaus in Dortmund, de Philharmonie Berlin en het Barbican Centre in Londen en debuteert nu in Het Concertgebouw.
Valerio Contaldo, tenor
Valerio Contaldo werd geboren in Italië en groeide op in Zwitserland. Na een opleiding tot klassiek gitarist studeerde hij zang bij Gary Magby aan het Conservatoire de Lausanne. Masterclasses volgde hij bij Christa Ludwig, Alain Garichot, Klesie Kelly en David Jones.
Valerio Contaldo vertolkte de evangelistenrol in Bachs Matthäus-Passion bij de Nederlandse Bachvereniging onder Leonardo García Alarcón en zong onder meer in Die Schöpfung van Haydn en de Negende symfonie van Beethoven.
De afgelopen jaren werd de tenor veelvuldig geprezen vanwege de titelrol van Monteverdi’s L’Orfeo, die hij zong bij de NTR ZaterdagMatinee, in Antwerpen, Parijs, Genève, Barcelona, Boedapest, Adelaide, Shanghai, Peking, Buenos Aires, Rio de Janeiro en São Paulo. Ook excelleerde hij in de titelrol van Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria en in Händel-rollen als Lurciano in Ariodante en Oronto in Alcina.
Een andere succesrol van Valerio Contaldo is Damon in Händels Acis and Galatea, die hij onder meer vertolkte tijdens zijn debuut bij het Concertgebouworkest op 30 september 2022 onder leiding van Leonardo García Alarcón.
Guy Cutting, tenor
Guy Cutting sloot in 2012 zijn zangopleiding af aan het New College Oxford. Bij het Orchestra of the Age of Enlightenment was hij van 2019 tot 2021 ‘rising star’.
De Britse tenor soleerde bij het Monteverdi Choir, het Gabrieli Consort, de Academy of Ancient Music, Voces Tallinn en de Nederlandse Bachvereniging.
Hij werkte met Kristian Bezuidenhout, John Butt, Marcus Creed, John Eliot Gardiner, Paul McCreesh, Christoph Prégardien, Hans-Christoph Rademann, Daniel Reuss, Masaaki Suzuki en Jos van Veldhoven.
In Het Concertgebouw was Guy Cutting eerder te beluisteren bij Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, en in oktober 2022 in Acis und Galatea van Händel/Mozart met het Concertgebouworkest onder leiding van Leonardo García Alarcón. Guy Cutting geeft graag s en maakt deel uit van het Damask Vocal Quartet, dat kamermuziek zingt uit de negentiende en twintigste eeuw.
Nederlands Kamerkoor, koor
Het Nederlands Kamerkoor voert repertoire uit van de vroege Middeleeuwen tot de muziek van morgen. Het werkt samen met acteurs, dansers, dj’s en vj’s, componisten, dichters en wetenschappers. Het koor won in 2017 De Ovatie van de VSCD voor het programma Via Crucis onder leiding van Reinbert de Leeuw, en in 2019 won het de Rotterdamse dagen Award.
Vanuit zijn thuisbasis in Utrecht zet het Nederlands Kamerkoor zich in voor een bloeiende koorwereld met onder meer het traineeship NKK NXT voor jonge professionals en de Zingdagen voor amateurkoren. Oprichter Felix de Nobel was chef- van 1937 tot 1972; hij gaf opdrachten aan componisten als Francis Poulenc en Frank Martin.
Opvolgers waren Hans van de Hombergh (1972-1976), Kerry Woodward (1977-1980), Uwe Gronostay (1988-1997), Tõnu Kaljuste (1998-2000), Stephen Layton (2002-2005) en Risto Joost (2011-2015). Sinds 2015 is Peter Dijkstra chef-dirigent. De laatste decennia werden compositieopdrachten verleend aan onder anderen David Lang, Michel van der Aa, Sofia Goebaidoelina, James MacMillan en Caroline Shaw. De vorige samenwerking met het Concertgebouworkest betrof Bachs Matthäus-Passion onder Riccardo Minasi in april 2025.
Pierre Audi (1957-2025), mise-en-espace
Pierre Audi was in 1979 oprichter van het Londense Almeida Theatre. In 1988 werd hij directeur van De Nederlandse (later De Nationale Opera) waar hij talloze succesproducties regisseerde en nieuw repertoire initieerde. Van 2005 tot 2014 was hij artistiek directeur van het Holland Festival.
Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van De Nationale Opera richtte Pierre Audi in 2015 het Opera Forward Festival op.
In september 2018 nam hij afscheid als directeur; hij regisseerde nog wel onder meer het Stockhausen-project aus LICHT in de Gashouder tijdens het Holland Festival van 2019. Pierre Audi is artistiek directeur van Park Avenue Armory in New York en van het Festival d’Aix-en-Provence.
Als creatief partner van het Concertgebouworkest sinds 2021 was hij nauw betrokken bij programma’s in de – Händels Acis and Galatea onder leiding van Leonardo García Alarcón en concerten onder leiding van Barbara Hannigan in het najaar van 2022 – en bij twee concerten in de Gashouder: Symphonic Loops in februari 2022 met Damon Albarn en andere gastmusici en Requiem for Nature onder leiding van Tan Dun in juni-juli 2023.









