Concertgebouworkest speelt Glanert en Mahler
Koninklijk Concertgebouworkest
Semyon Bychkov dirigent
Detlev Glanert 1960
Theatrum bestiarum (2004-05, revisie 2006)
Lieder und Tänze für grosses Orchester
pauze
Gustav Mahler 1860-1911
Vijfde symfonie in cis kl.t. (1901-02)
I Trauermarsch: In gemessenem Schritt. Streng.
Wie ein Kondukt
Stürmisch bewegt: Mit grösster Vehemenz
II Scherzo: Kräftig, nicht zu schnell
III Adagietto: Sehr langsam
Rondo – Finale: Allegro
begin van de pauze ca. 20.40 uur
einde van het concert ca. 22.20 uur
Dit concert maakt deel uit van de Series B en E.
Het concert van 25 novemberwordt opgenomen door AVROTROS
voor uitzending op zondag 27 november om 14.00 uur via NPO radio 4.
Toelichting
Detlev Glanert 1960
Theatrum Bestiarum
Tekst: Mark van Dongen
Detlev Glanert ziet Gustav Mahler, die in zijn symfonieën de hele wereld, het hele menselijke drama wilde betrekken, als een van zijn grootste voorbeelden. Dat is ook duidelijk terug te horen in zijn orkestwerk Theatrum bestiarum, voor het eerst door het Koninklijk Concertgebouworkest gespeeld in september 2007.
Het bleek de aanzet tot een intensieve samenwerking met de componist die, inmiddels als ‘huiscomponist’, diverse nieuwe werken voor het orkest heeft geschreven, met als voorlopig hoogtepunt het op 4 november in Den Bosch en op 5 november in Het Concertgebouw ten doop gehouden Requiem voor Jheronimus Bosch.
Glanert heeft Theatrum bestiarium, dat het orkest deze maand voor het eerst ook mee naar de Verenigde Staten zal nemen, omschreven als een duistere en woeste reeks eren en dansen voor orkest, waarin het publiek een blik op de ontleding van ‘de mens als beest’ wordt voorgeschoteld, zoals bij een anatomisch theater. Het werk onderzoekt ‘gevaarlijke dromen en wensen, met een onaangename bijsmaak’.
Bij de première voor de BBC vergeleek Glanert in een televisie-interview de luisteraars met de bezoekers van een dierentuin waarin gevaarlijke beesten opgesloten zitten. Hij gaf toe dat het werk niet los is te zien van de recente Europese geschiedenis. Hij is daarbij beïnvloed door de generatie van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer en van zijn leraar Hans Werner Henze, die het verwerken van de Tweede Wereldoorlog onder ogen wilden komen en in een historisch perspectief plaatsten.
Glanert probeert in de geest van een beestachtig monster te kijken, het soort monster waarin mensen kunnen veranderen. Het werk is ontstaan terwijl hij werkte aan zijn Caligula, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Albert Camus (1913-1960) over deze Romeinse keizer. Hierin spelen ’s als het innerlijk van de dictator en de breekbaarheid van de beschaving in extreme situaties een rol.
Theatrum bestiarum verhoudt zich volgens Glanert tot Caligula als Beethovens Ouverture ‘Leonore’ tot diens opera Fidelio. Ze hebben dezelfde thema’s en beginnen met hetzelfde . Net als bij zijn eerdere opera’s probeerde Glanert toen hij aan Caligula werkte in nieuwe orkeststukken de thematiek van zijn opera uit. Zo zocht hij naar een geschikte taal, naar klanken om in dit geval brutaliteit en cynisme uit te drukken.
Theatrum bestiarium is opgedragen aan Dmitri Sjostakovitsj, de componist die door het stalinistische regime werd vervolgd en onder druk gezet, maar tegelijkertijd door het systeem werd gedoogd en ondersteund. De donkere ironie waarmee Sjostakovitsj afscheid van het leven nam in zijn Vijftiende symfonie horen we terug in het daaruit overgenomen wegtikkende klokkenspel aan het slot, waar Glanert ook letterlijk een van de strijkkwartetten van Sjostakovitsj citeert. Tegelijkertijd refereert hij hier aan de stuiptrekkingen van de geofferde in Stravinsky’s Le sacre du printemps.
Gustav Mahler (1860-1911)
Vijfde symfonie
Door Paul Janssen
Voor velen zal het Adagietto uit Gustav Mahlers Vijfde symfonie de sleutel zijn geweest tot de waardering voor de componist, en misschien wel voor klassieke muziek in het algemeen. Dankzij Luchino Visconti’s film Death in Venice (1971), waarin het Adagietto zo ongeveer de hoofdrol speelt, werd dit deel wereldberoemd. Toch is deze haast naïeve , uitgevoerd door strijkers en harp, alles behalve representatief voor Mahlers Vijfde symfonie als geheel.
De componist schreef het werk in de zomervakanties van 1901 en 1902. Na zijn eerste vier pittoreske en programmatische ‘Wunderhorn’-symfonieën waagde Mahler zich aan een zuiver instrumentaal en abstract soort expressie. Want hoewel Mahler een uit zijn cyclus Des Knaben Wunderhorn citeert in het laatste deel, behoort de Vijfde symfonie duidelijk tot een andere wereld dan de vier symfonieën die eraan voorafgaan.
De symfonie heeft drie delen, waarvan het eerste en derde deel weer onderverdeeld zijn in ieder twee gedeelten. Het functioneert als een scharnier: de donkere, zelfs agressieve stemming van het eerste deel slaat hierna om in een optimistische getuigenis van liefde en levensvreugde.
Het eerste deel begint met een treurmars. Een in de verwijst terug naar de finale van de Vierde symfonie, en verlangende fragmenten in de strijkers geven dit deel een aura van trotse droefheid. Tegen het eind van deze Trauermarsch citeert Mahler fragmenten van een oude melodie van joodse oorsprong die later een hit van de Andrew Sisters zou worden: Bei mir bist du schön.
Deze melodie speelt ook een belangrijke rol in het tweede gedeelte van het eerste deel, Stürmisch bewegt, dat zich verhoudt tot het eerste gedeelte als een doorwerking tot een expositie. Het is in dit deel dat we ons bewust worden van de subtiele tische transformaties en de soms harde montage van contrasterende elementen.
Het , het langste dat tot dan toe geschreven is in de muziekgeschiedenis, is een vriendelijk rustpunt waarin sensuele melodieën en dromerige pastorale scènes zorgvuldig naast elkaar bestaan. Na het Scherzo kalmeert Mahler de stemming verder met het Adagietto. Dit deel, waarin Mahler het Ich bin der Welt abhanden gekommen uit zijn Lieder nach Friedrich Rückert citeert, wordt beschouwd als een gesublimeerde liefdesbrief aan Alma, met wie hij trouwde voordat de symfonie voltooid was. Het schamele bewijs daarvoor wordt geleverd door het kleine liefdesgedichtje dat Mahler schreef bij het begin van het Adagietto in de van zijn vriend Willem Mengelberg, de toenmalige chef- van het Concertgebouworkest:
Wie ich dich liebe,
Du mein Sonne,
Ich kann mit Worten Dir’s nicht sagen
Nur meine Sehnsucht
Kann ich Dir klagen
Und meine Liebe
Meine Wonne!
Een citaat uit Mahlers geestige lied Lob des hohen Verstandes uit Des Knaben Wunderhorn geeft vervolgens direct aan waar de -Finale qua stemming heen gaat. Met zijn sterke ische passages en tische secties reflecteert dit deel meer dan elk ander Mahlers intense studie van de muziek van Johann Sebastian Bach. Toch is ook hier de directe montage van contrasterende thema’s het meest opvallend.
Het zijn ook deze technieken die de Vijfde symfonie zijn kracht en lading geven. Het prachtige Adagietto mag dan een mooie ingang tot de wereld van Mahler bieden, juist de andere delen zijn van blijvende waarde en inspiratie geweest voor vele componisten sinds Mahler.
Biografie
Semyon Bychkov, dirigent
Semyon Bychkov is sinds 2018 chef- van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, waarmee hij onder meer werkt aan een complete Mahler-cyclus. Hij was in Leningrad leerling van Ilya Musin, emigreerde als twintiger naar de Verenigde Staten en vestigde zich in de jaren 1980 in Europa.
Hij maakte naam als music director van het Grand Rapids Symphony Orchestra en het Buffalo Philharmonic Orchestra en werd chef-dirigent van het Orchestre de Paris (1989), het WDR Sinfonieorchester Köln (1997) en de Semperoper in Dresden (1998).
Als gastdirigent staat Semyon Bychkov voor de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, en de en van New York, Chicago en Los Angeles. Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1984 regelmatig te gast. De laatste keer dat hij het orkest leidde was in april 2025 met Sjostakovitsj’ Zevende symfonie, ‘Leningrad’.
De werkte met hedendaagse componisten als Bryce Dessner, Detlev Glanert, Thierry Escaich en Thomas Larcher. is voor hem ook een belangrijk werkveld: er waren talloze engagementen bij de Royal Opera Covent Garden (debuut 2003), de Metropolitan Opera in New York, de Opéra de Paris, de Staatsoper Wien, de Scala in Milaan, het Teatro Real in Madrid, de Salzburger Festspiele en het Bayreuth Festival.
Semyon Bychkov bekleedt ereposities bij de Royal Academy of Music in Londen en het BBC Symphony Orchestra. Dirigent van het jaar werd hij in 2015 bij de International Opera Awards en in 2022 bij Musical America.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest



