Concertgebouworkest speelt Dvořáks ‘Uit de Nieuwe Wereld’

Koninklijk Concertgebouworkest
Fabio Luisi dirigent

Dit concert maakt deel uit van de series B en Z.

Het concert wordt live uitgezonden op de radio door AVROTROS via NPO Klassiek.

Ook interessant:
- Wat maakt Franse muziek zo Frans? (deel 2)

Georges Bizet (1838-1875)

Symfonie in C gr.t. (1855) 
Allegro vivo
Adagio
Scherzo: Allegro vivace – Trio
Finale: Allegro vivace

pauze ± 20.45

Antonín Dvořák (1841-1904) 

Symfonie nr. 9 in e kl.t., op. 95
‘Uit de nieuwe wereld’ (1892-93) 
Adagio – Allegro molto
Largo
Scherzo: Molto vivace
Allegro con fuoco

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Georges Bizet (1838-1875)

Bizet: Symfonie

Door Marco Nakken

  • Georges Bizet rond 1875

Georges Bizet deed als wonderkind niet onder voor Mendelssohn. Hij was negen jaar oud toen hij in 1848 tot het Parijse conservatorium werd toegelaten en schreef zijn eerste composities toen hij elf was. Hij haalde eerste prijzen voor piano, solfège, , en en bekroonde zijn studie in 1857 met de Prix de Rome. Op het conservatorium volgde Bizet compositielessen bij Fromental Halévy, zijn latere schoonvader, maar belangrijker voor zijn ontwikkeling als componist was de kennismaking ron­dom 1853 met Charles Gounod.

Bizet bewonderde diens Sapho en was gevleid door de ‘warme en vaderlijke belangstelling’ die de twintig jaar oudere componist hem schonk. ‘Met u is mijn leven als kunstenaar begonnen. Ik ben uit u voortgekomen. U bent de oorzaak, ik het begin’, schreef hij in 1872 aan Gounod. Bizet werd Gounods muzikale amanuensis. Hij vervaardigde een piano-uittreksel van diens opera La nonne sanglante en assisteerde bij repetities. De bewerking voor piano vierhandig van Gounods Eerste symfonie in D groot die Bizet in 1855 maakte is de inspiratie geweest voor zijn eigen nog in hetzelfde jaar geschreven Eerste symfonie in C groot. Hij lijkt weinig waarde aan het werk gehecht te hebben en heeft geen poging gedaan om het uit te laten voeren. Het manuscript werd in 1933 aangetroffen tussen een aantal door Reynaldo Hahn aan de bibliotheek van het Conservatoire geschonken documenten.

Het eerste deel van de symfonie heeft een traditionele . De nadrukkelijke wijze waarop de onderdelen – expositie, doorwerking en reprise – zijn afgebakend doet enigszins schools aan, maar verder is er behalve het uitbundige elan en de overmoedige toon niets dat de jonge leeftijd van de componist verraadt. Het ritmisch markante eerste met zijn vraag-­en-antwoordspel van kleine jes van drie noten roept de wereld van de komische opera’s van Mozart en Rossini op. Het tweede thema is een e in lange notenwaarden voor de hobo. Het begin en het eind van de doorwerking, waarin flarden van het eerste en tweede thema elkaar afwisselen, worden gemarkeerd door een signaal.

In het ontvouwt zich tegenover voortschrijdende ’s een melodie voor de hobo met oriëntaals aandoende wendingen. Een eerste proeve van de aanleg voor exotische klankschilderingen die later in opera’s als Les pêcheurs de perles, Djamileh en Carmen zo’n belangrijke rol zouden spelen. In de hierop volgende hymne wordt een melodie in de eerste en tweede violen naar een extatisch hoogtepunt gevoerd. De derde sectie van het Adagio is een fuga. In de reprise van de oriëntaalse melodie keren in de begeleiding flarden van het fugathema terug.

Het vertoont wat betreft opbouw en het karakter van de thema’s grote overeenkomst met het eerste deel. Alleen een doorwerking ontbreekt. In het – het middendeel van een scherzo – roepen de open en in de strijkers en de hoorns met hun doedelzak-associatie een pastorale sfeer op.

De finale opent met een wervelend, perpetuum mobile-achtig thema dat in een van Offenbach niet zou hebben misstaan. De hierop volgende opgewekte in de zou Bizet later opnieuw gebruiken in zijn Italiaanse opera Don Procopio. Een aanloop in het galopritme van de mars leidt naar het lyrische thema in de eerste violen, een onvervalst straatdeuntje.

Antonín Dvořák 1841-1904

Dvořák: Negende symfonie

Door Axel Meijer

Antonín Dvořák stapelde eind negentiende eeuw succes op eclatant succes, waarvan het grootste de première van zijn Negende symfonie in e klein was, in 1893 in New York. Dvořák was daar op dat moment directeur van het Nationaal Conservatorium, op uitnodiging van de steen­rijke oprichter ervan,  
Jeannette Thurber, met als opdracht de jonge Amerikaanse componisten te leren een eigen natio­nale muziektaal te ontwikkelen. De componist uit Bohemen (in wat nu Tsjechië is) raadde zijn leerlingen aan vooral te luisteren naar de volksmuziek van hun land.

Vanwege de bijnaam ‘Uit de ­Nieuwe Wereld’ wordt vaak vermoed dat Noord-Amerikaanse muziek ook een invloed had op zijn eigen Negende symfonie. Dvořák zelf vond het onzin. Ofschoon er wel degelijk enkele spirituals in te bespeuren zijn, is het inderdaad vooral een typisch Boheemse symfonie, vervuld van heimwee naar het land en de familie die de componist voor zijn lucratieve bestuursbaan had achtergelaten.

Na een korte inleiding in het waarin donkere strijkers en heldere blazers elkaar afwisselen, volgt een energiek , net zo rusteloos als New York rond 1900, maar toch honderd procent Dvořák. De tweede hoofdmelodie is een authentiek Boheems aandoende boerendans. Het enige echt Amerikaanse aan dit deel is het derde thema, dat doet denken aan de spiritual Swing Low Sweet Chariot.

De hoofdmelodie van het Largo, de bekende solo, staat in Amerika bekend als een traditionele spiritual, maar er is iets geks mee: de componist William Arms Fisher arrangeerde de en schreef er een tekst op – Goin’ Home. En in die ‘coverversie’ werd het beroemder dan Dvořák ooit had durven dromen. Toch spreekt uit die songtitel precies de heimwee die Dvořák wilde uitdrukken. De componist zelf overigens zei het deel te beschouwen als een voorstudie voor een of over Longfellows indanenepos Hiawatha. De rust in het Largo wordt één keer doorbroken door een snelle passage, die eindigt met een herhaling van het hoofdthema uit het eerste deel.

Het levendige, opgewonden zou de bruiloft uit Hiawatha verklanken. Daarbij doemt dan wel het beeld op van indianen die in Tsjechische klederdracht een traditionele dumka dansen, want de klank is door-en-door Boheems. Wie goed luistert, hoort tegen het eind nog eens het eerste thema van de symfonie.

Het con fuoco introduceert, na de openingsmaten die onvermijdelijk aan de film Jaws doen denken, nog één belangrijk thema in de . Daarna grijpt Dvořák veel terug op materiaal uit de eerste drie delen. Maar daarbij speelt hij zo met de orkestratie dat veel ervan weer nieuw lijkt. Tegen het eind combineert Dvořák de hoofdthema’s uit het eerste en het laatste deel, en alles lijkt haast te ontsporen. Uiteindelijk hervindt het orkest vaste grond en na een daverende slotpartij eindigt Dvořáks Negende symfonie mfantelijk en toch stil, hoog in de .

Biografie

Fabio Luisi, dirigent

Fabio Luisi studeerde piano aan het conservatorium in Genua en directie bij Milan Horvat in Graz. Sinds het seizoen 2022/2023 is hij chef- van het NHK Symphony Orchestra, Tokyo. Daarnaast is hij chef-dirigent van het Dallas Symphony Orchestra en van het Danish National Symphony Orchestra.

De Italiaan is ook music director van het Festival della Valle d’Itria in Puglia en eredirigent van zowel het Orchestra Sinfonica Nazionale RAI als het Teatro Carlo Felice in zijn geboortestad Genua.

Als voormalig chef- van de Wiener Symphoniker werd Fabio Luisi geëerd met de Anton-Bruckner-Ring en -Medaille. Hij stond ook aan het hoofd van onder meer de Staatskapelle Dresden, het Orchestre de la Suisse Romande, het Tonkünstler-Orchester in Wenen, de Grazer Philharmoniker, de Sächsische Staatsoper en de Metropolitan in New York. Voor zijn opnamen van ­Wagners Siegfried en Götterdämmerung won Fabio Luisi een Grammy Award en de live opgenomen dvd werd in 2012 bij de Grammy Awards uitgeroepen tot beste opera-opname.

Zijn uitgebreide discografie bevat verder onder meer Bruckners Negende symfonie met de Staatskapelle Dresden, waarvoor hij een Echo Klassik Preis in de wacht sleepte, en een complete Nielsen-cyclus met het Danish National Symphony Orchestra, die in 2023 goed was voor een Limelight en een Abbiati Award, terwijl Gramo­phone de cd met de Vierde en Vijfde symfonie uitriep tot ‘Recording of the Year’. Bij het Concertgebouworkest is Fabio Luisi een regelmatige gast sinds zijn debuut in 2005. In juni 2022 leidde hij bij het orkest de Ammodo Masterclass Dirigeren. De musicus is ook een gepassioneerd parfumeur.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest